1/63
A complete set of vocabulary flashcards covering research methodology terms, ethics, sampling techniques, and data analysis phases from the provided lecture notes.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Ontology
De studie van de aard van sociale realiteit; de vraag wat de status van de werkelijkheid is.
Objectivism
De opvatting dat sociale fenomenen onafhankelijk bestaan van sociale actoren.
Subjectivism
De opvatting dat betekenis en werkelijkheid door mensen worden gecreëerd.
Epistemology
De studie van kennis en de vraag hoe de werkelijkheid gekend kan worden.
Interpretivism
Een epistemologische benadering die probeert de sociale wereld vanuit het perspectief van individuen te begrijpen.
Positivism
Een epistemologische benadering die oorzaak-gevolgrelaties zoekt en hypothesen test met empirische observaties.
Methodology
De algemene onderzoeksstrategie of benadering die bepaalt hoe onderzoek wordt uitgevoerd.
Experimental Methodology
Een methode die onderzoekt hoe een behandeling of interventie een uitkomst beïnvloedt.
Non-Experimental Methodology
Een methode waarbij houdingen, patronen of ervaringen worden onderzocht zonder manipulatie van variabelen.
Research Design
Het algemene plan voor het uitvoeren van onderzoek.
Grounded Theory
Een methode waarin theorie systematisch wordt ontwikkeld vanuit verzamelde gegevens.
Bracketing
Het bewust apart zetten van bestaande kennis en aannames om de gegevens met een open geest te benaderen.
Purposive Sampling
Geselecteerde deelnemers die relevante informatie kunnen bieden over het bestudeerde fenomeen.
Theoretical Sampling
De selectie van nieuwe deelnemers of gevallen op basis van concepten die tijdens de analyse opduiken.
Snowball Sampling
Een bemonsteringsmethode waarbij bestaande deelnemers nieuwe deelnemers werven.
Negative Cases
Gevallen die niet passen in een opkomend patroon of voorlopige verklaring.
Semi-Structured Interview
Een interview met vooraf bepaalde onderwerpen waarbij ruimte is voor vervolgvragen.
Structured Interview
Een interview waarbij alle vragen vooraf zijn vastgesteld en op dezelfde manier aan iedereen worden gesteld.
Unstructured Interview
Een interview zonder vaste checklist waarbij het gesprek grotendeels vrij verloopt.
Open Interview
Een interview met voornamelijk open vragen, waardoor deelnemers uitgebreid kunnen antwoorden.
Participant Observation
Een methode waarbij de onderzoeker deelneemt aan de activiteiten van de bestudeerde groep terwijl deze observeert.
Qualitative Interview
Een interviewmethode die gericht is op het begrijpen van de ervaringen, betekenissen en perspectieven van deelnemers.
Raw Data
De originele, ongewerkte gegevens die rechtstreeks tijdens het onderzoek zijn verzameld.
Informed Consent
Vrijwillige toestemming van deelnemers na het ontvangen van voldoende informatie over het onderzoek.
Covert Methods
Onderzoekmethoden waarbij deelnemers niet weten dat ze worden bestudeerd.
Overt Methods
Onderzoekmethoden waarbij deelnemers weten dat ze worden bestudeerd.
Risk of Stirring Emotions
Het risico dat onderzoek gevoelens zoals verdriet, angst of stress oproept bij deelnemers.
Exploitation
De onethische uitbuiting van deelnemers voor het voordeel van de onderzoeker.
Coercion
Het onder druk zetten van deelnemers om deel te nemen aan onderzoek.
Fairness
Het eerlijk en rechtvaardig behandelen van alle deelnemers.
Integrity
De eerlijke, zorgvuldige en professionele uitvoering van onderzoek.
Transparency
Open en duidelijke communicatie over het onderzoeksproces.
Confidentiality
Het beschermen van de privacy en persoonsgegevens van deelnemers.
Beneficence
Het maximaliseren van voordelen en minimaliseren van potentiële schade voor deelnemers.
Constant Comparison
Een analysetechniek waarbij nieuwe gegevens voortdurend worden vergeleken met eerder verzamelde gegevens, codes en categorieën.
Theoretical Sensitivity
Het vermogen om gegevens in theoretische termen te interpreteren en concepten, categorieën en relaties te herkennen.
Open Coding
De eerste fase van analyse waarbij gegevens worden verdeeld in kleine delen en codes krijgen.
In Vivo Coding
Een code die bestaat uit de letterlijke woorden van een deelnemer.
Descriptive Coding
Een code die kort beschrijft waar een stuk van de gegevens over gaat.
Axial Coding
De fase waarin codes worden gegroepeerd en relaties tussen categorieën worden verkend.
Coding Paradigm
Een hulpmiddel om de relaties tussen oorzaken, context, acties/interacties en gevolgen van een fenomeen te analyseren.
Salient Codes
Belangrijke of opvallende codes die sterk relevant zijn voor de onderzoeksvraag.
Selective Coding
De fase waarin een centrale categorie wordt gekozen en alle andere categorieën in een theorie worden geïntegreerd.
Analytic Induction
Een analytische methode waarbij voorlopige verklaringen worden aangepast op basis van nieuwe gegevens en negatieve gevallen.
Analytic Deduction
Een analytische methode waarbij bestaande theorieën worden gebruikt om verwachtingen af te leiden en deze tegen gegevens te testen.
Exploration
Het verkennen van gegevens om initiële patronen en thema's te identificeren.
Specification
Het verder ontwikkelen en verduidelijken van voorlopige codes en categorieën.
Reduction
Het reduceren van grote hoeveelheden gegevens tot de belangrijkste thema's en categorieën.
Integration
Het samenbrengen van categorieën en thema's in een samenhangende uitleg of theorie.
Credibility
De mate waarin onderzoeksbevindingen geloofwaardig zijn en een nauwkeurige vertegenwoordiging vormen van de ervaringen van deelnemers.
Transferability
De mate waarin onderzoeksbevindingen toepasbaar of relevant kunnen zijn in andere contexten.
Dependability
De mate waarin het onderzoeksproces consistent, logisch en goed gedocumenteerd is.
Confirmability
De mate waarin onderzoeksbevindingen gebaseerd zijn op gegevens en niet op de persoonlijke opvattingen van de onderzoeker.
Paradigm
Een gedeeld raamwerk over onderzoek dat aannames over de werkelijkheid, kennis en onderzoeksmethoden bevat.
Constructivism
De opvatting dat mensen actief betekenis geven aan hun sociale werkelijkheid.
Qualitative Research
Onderzoek dat gericht is op het begrijpen van betekenissen, ervaringen en sociale processen vanuit het perspectief van deelnemers.
Quantitative Research
Onderzoek dat gericht is op het meten van fenomenen en het testen van hypothesen met numerieke gegevens.
Inductive Reasoning
Redenering van observaties en gegevens naar bredere patronen of theorieën.
Deductive Reasoning
Redenering vanaf bestaande theorie naar hypothesen die met gegevens worden getest.
Credibility Strategies
Technieken zoals lidcontrole, triangulatie en langdurige betrokkenheid die de geloofwaardigheid van onderzoek vergroten.
Thematic Analysis
Een analysemethode waarbij patronen en terugkerende thema's in kwalitatieve gegevens worden geïdentificeerd.
Saturation
Het punt waarop nieuwe gegevens geen nieuwe inzichten, codes of categorieën meer opleveren.
Memo Writing
Het systematisch opschrijven van analytische gedachten, ideeën en interpretaties tijdens het onderzoeksproces.
Core Category
De centrale categorie die alle andere categorieën verbindt en de basis vormt van de uiteindelijke theorie.