1/100
lj.1
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
cavum oris
mondholte
farynx
keelholte
oesofagus
slokdarm
ventriculus/ gaster
maag
intestinum tenue
dunne darm
duedenum
twaalfvingerige darm, deel van de dunnen darm
jejunum
nuchtere darm, deel van dunne darm
ileum
kronkeldarm, gedeelte van dunne darm
intestinum crassum
dikke darm
caecum
blinde darm, deel van de dikke darm
colon ascendes
opstijgende deel karteldarm, deel van de dikke darm
colon transversum
dwarse deel karteldarm, deel van de dikke darm
colon descendens
afdalende deel karteldarm, deel van de dikke darm
colon sigmoideum
s-vormige deel karteldarm, deel van de dikke darm
rectum
endeldarm, deel van dikke darm
ampulle recti
bovenste deel van het rectum
palatum durum
harde gehemelte
palatum molle
zachte gehemelte
uvula
huig
labiae
lippen
lingua
tong
os hyoideum
tongbeen
dentes incisivi
snijtanden
dentes caninae
hoektanden
dentes premolares
valse kiezen
dentes molares
ware kiezen
dentes sapientiae
verstandskiezen
dentine
tandbeen, ivoor
maxilla
bovenkaak
mandibula
onderkaak
glandula parotis
oorspeekselklier
glandula submandibularis
onderkaakspeekselklier
glandula sublingualis
ondertongspeekselklier
sereus speeksel
waterig speeksel
mukeus speeksel
slijmerig speeksel
ptyaline
speekselamylase
igA
globuline
secretie
afgifte
bolus
spijsbrok/ brok eten
mucosa
slijmvlies
submucosa
laag bindweefsel onder het slijmvlies
farynogo-oesofageale sfincter
bovenste slokdarmfincter
gastro-oesofageale sfincter
onderste slokdarmsfincter
gastrine
maaghormoon
chymus
dunne spijsbrij uit de maag
macus
slijm
intestinum tenue
dunne darm
ductus pancreaticus
alvleesklierbuis
emulgatie
uit elkaar vallen
hepar
lever
omentum minus
het kleine net die vast zit aan de kleine curvatuur van de maag
ligamentum falcorme hepatis
slikvormig ligament wat de lever aan de voorste buikwand vast maakt
ligamentum teres hepatis
ronde lichament. het is een bindweefselstrook die restant is van de navelstreng
interlobulair
bindweefsel ruimte tussen de leverlobjes. hierin liggen: de driehoekjes van hiernan, een venule van de poortader, arteriole
venulen
een heel klein bloedvat die bloed afvoerd uit de haarvaten
arteriolen
is een klein slagadertje die bloed van de grotere slagaders naar de haarvaten brengt
vesica fellae
galblaas
ductus cysticus
galafvoergang
ductus pancreasticus
galafvoer
peritoneum viscerale
buikvlies dat op de buitenkant van een orgaan ligt
intraperitoneaal
binnen de buikholte
villi
darmvlokken
serosa
buitenste bindweefsellaag
intestinum crassum
dikke darm
bauhinklep
zit tussen de dunne en de dikke darm zodat de onhoud van de darm niet terug kan lopen
caecum
blinde darm
appendix vermiformis
wormvormig aanhangsel
colon
karteldarm (dikke darm)
colon ascendes
het opstijgende deel na de blinde darm
colon transversum
dwarse deel
colon descendens
afdalende deel, loopt onder de milt naar beneden
colon sigmoïdeum
s-vormige deel van de dikke darm
endeldarm
rectum
defecratiereflex
dat je wil drukken om je ontslasting eruit te krijgen
oesophagus
slokdarm
lamina propria mucosae
losmatig bindweefsel die onder de mucosa ligt
aspiratie
wanneer voedsel of vloeistoffen in de luchtwegen en vervolgends in de longen komen
aspiratiepneumonie
longontsteking door verslikken
wat maakt pepsinogeen actief en zet het om in pepsine
(wat) doet zoutzuur
risicofactoren van galstenen
dik zijn, vrouw zijn, mensen die onvruchtbaar zijn, 40+ zijn
geelzucht
gele verkleuring op de huis of oogwit. dit komt doordat de bilirubine concentratie stijgt in je bloed. bilirubine is het afbraakproduct van rode bloedcellen. ontstaat door leverziekten, levercellen of het stuk gaan van rode bloedcellen.
renes
nieren
nierhilum
nierpoort, hier gaan bloedvaten, zenuwtakken en lymfevaten in en uit de nieren
glandulae suprarenales
bijnieren
perineaal vet
steun vet
fascia renalis
het stevige bindweefsel om steunvet heen
cortex
nierschors
medulla
niermerg
calyx
nierkelk, uitmonding van verzamelbuizen
pyelum, pelvis)
nierbekken, centrale holte in de nier
hilum
nierpoort
ureter
urineleider
medula oblongata
verlengde merg
cerebellum
kleine hersenen
cauda equina
bundel ruggenmerg zenuwen