Distributie van elektrische energie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/135

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:50 PM on 8/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

136 Terms

1
New cards

Transmissie

Transport van elektrische energie over lange afstanden.

2
New cards

Distributie

Verdeling van energie naar de eindverbruikers.

3
New cards

Elia

Bedrijf dat het transmissienet in België beheert.

4
New cards

Fluvius

Bedrijf dat het distributienet in Vlaanderen beheert.

5
New cards

Hoogspanning (HS)

Hoogspanning: van 70 kV tot 380 kV.

6
New cards

Middenspanning (MS)

Middenspanning: van 1 kV tot 36 kV.

7
New cards

Laagspanning (LS)

Laagspanning: lager dan 1 kV.

8
New cards

Energieproducenten

Entiteiten die elektriciteit produceren via elektriciteitscentrales of turbines.

9
New cards

Energieconsumenten

Entiteiten die elektriciteit gebruiken.

10
New cards

Energieleveranciers

Entiteiten die elektriciteit aan consumenten verkopen.

11
New cards

Netbeheerders

Entiteiten die zorgen voor een betrouwbare en veilige werking van het elektriciteitsnet.

12
New cards

Regulatoren

Organisaties die ervoor zorgen dat alle betrokkenen in de elektriciteitssector de regels correct volgen.

13
New cards

Radiaal net (Stervormig net)

Een net met slechts één voedingsbron, waarbij de voeding zich vertakt naar elke verbruiker. Gemakkelijk te bouwen en onderhouden, maar minder betrouwbaar.

14
New cards

Ringnet

Een net met meerdere bronnen en belastingen die met elkaar verbonden zijn. Als één bron uitvalt, kan de elektriciteit via een andere bron komen. Betrouwbaar, maar moeilijker te bouwen en onderhouden.

15
New cards

Vermaasd net

Een ringnet met extra verbindingen, waardoor hoge spanningen via verschillende landen kunnen worden getransporteerd en de elektriciteitsstroom continu kan blijven.

16
New cards

Gecentraliseerde opwekking

Elektriciteit wordt geproduceerd in elektriciteitscentrales, via hoog- en middenspanningsnetten getransporteerd en vervolgens via midden- en laagspanning naar consumenten verdeeld.

17
New cards

Decentrale opwekking

Energie wordt door kleinschalige productie-eenheden terug in midden- en laagspanningsnetten geïnjecteerd.

18
New cards

Smart Grid (Slim netwerk)

Een elektriciteitsnet met veiligheids- en regelsystemen, bijvoorbeeld om grote verbruikers in te schakelen wanneer er te veel vermogen beschikbaar is.

19
New cards

Prosumenten

Apparaten of gebruikers die elektriciteit uit het net gebruiken en ook elektriciteit terug in het net injecteren.

20
New cards

Elektrisatie

Elektrische schokken die verwondingen veroorzaken (niet dodelijk).

21
New cards

Elektrocutie

Elektrische schokken die de dood veroorzaken.

22
New cards

Factoren die de ernst van een elektrische schok beïnvloeden

De ernst wordt beïnvloed door: stroomsterkte, duur, spanning, stroomweg door het lichaam, lichaamsimpedantie, frequentie en toestand van het lichaam.

23
New cards

Gouden regels van veilig schakelen

  1. Alle spanningsbronnen uitschakelen. 2. Uitschakelapparaten vergrendelen. 3. Afwezigheid van spanning controleren. 4. Aarden en kortsluiten. 5. Werkgebied markeren.

24
New cards

AREI

Wettelijk kader dat regels toepast op basis van IEC- en BEC-normen om elektrische installaties veilig te maken.

25
New cards

IEC

International Electrotechnical Commission: organisatie die normen opstelt voor elektrische en elektronische technologieën.

26
New cards

Conventionele grensspanning

Maximale spanning waarbij de stroom door het lichaam veilig is.

27
New cards

Absolute conventionele grensspanning

Contactspanning die volledig veilig is en wordt bepaald door de toestand van het lichaam en de aard van de spanningsbron.

28
New cards

Relatieve conventionele grensspanning

Toelaatbare contactspanning in functie van de tijd.

29
New cards

Beschermingsklassen

Klasse 0: basisisolatie. Klasse 1: basisisolatie + geaarde massa's. Klasse 2: dubbele isolatie, geen aarding. Klasse 3: SELV (ZLVS).

30
New cards

Rechtstreekse aanraking

Een persoon raakt rechtstreeks een spanningsvoerend deel van een installatie aan.

31
New cards

Onrechtstreekse aanraking

Door een isolatiefout komt een massa onder spanning te staan en raakt een persoon deze massa aan.

32
New cards

Massa

Een aanraakbaar geleidend deel van elektrisch materieel dat normaal niet onder spanning staat, maar bij een isolatiefout onder spanning kan komen.

33
New cards

Bescherming tegen rechtstreekse aanraking

Bescherming door isolatie, afstand, behuizingen of afschermingen; SELV gebruiken; of de situatie snel onderbreken met een differentieelschakelaar (RCD).

34
New cards

Bescherming tegen onrechtstreekse aanraking

Bescherming door dubbele isolatie, aarding/equipotentiale verbinding, SELV of een differentieelschakelaar (RCD).

35
New cards

Relatieve permittiviteit

De relatieve permittiviteit is een dimensieloze grootheid die aangeeft hoeveel keer beter een materiaal een elektrisch veld kan opbouwen in vergelijking met een vacuüm.

36
New cards

Diëlektrische sterkte (Doorslagveldsterkte)

Maximaal elektrisch veld dat een materiaal onder ideale omstandigheden kan verdragen zonder elektrisch door te slaan en geleidend te worden.

37
New cards

Doorslagspanning

Minimale spanning waarbij een isolator elektrisch doorslaat en geleidend wordt.

38
New cards

Elektrische doorslag

Proces waarbij het elektrisch veld de diëlektrische sterkte overschrijdt en de isolator geleidend wordt.

39
New cards

Uitschakelvermogen (Kortsluitvermogen)

Maximale stroom die een apparaat kan onderbreken zonder zelf beschadigd te raken.

40
New cards

Overbelastingsstromen

Stromen die slechts iets groter zijn dan de nominale stroom en pas na enige tijd problemen veroorzaken.

41
New cards

Smeltzekering

Eenmalig bruikbaar apparaat dat bij een foutstroom onderbreekt doordat de zekeringdraad door warmteontwikkeling smelt.

42
New cards

Installatieautomaat (MCB)

Herbruikbaar beveiligingsapparaat dat kortsluit- en overbelastingsstromen onderbreekt via magnetische en thermische werking.

43
New cards

Magnetische aanspreekstroom

Stroomwaarde waarbij een installatieautomaat reageert op een kortsluitstroom.

44
New cards

Werkingsprincipe installatieautomaat (MCB)

Magnetisch: een te grote stroom trekt een kern in een spoel waardoor de schakelaar opent. Thermisch: een bimetaal warmt op, buigt en opent de schakelaar.

45
New cards

Vermogenschakelaars

Stroomonderbrekers waarbij het overbelastingsdetectiemechanisme door de gebruiker via een tripunit wordt ingesteld.

46
New cards

Aarding

Een verbinding van iets met de aarde via een geleider zodat elektrische lading tussen het object en de aarde kan stromen.

47
New cards

Equipotentiaalverbinding

Elektrische verbinding tussen massa's van verschillende apparaten of delen van een installatie zodat hun spanningen gelijk zijn en alle geleidende delen met de aarding verbonden zijn.

48
New cards

Zeer Lage Veiligheidsspanning (ZLVS / SELV)

Een volledig zwevende en niet-geaarde spanning die veilig is (max. 50 V AC of 120 V DC) en onder of op de conventionele grensspanning ligt.

49
New cards

Differentieelschakelaar (Verliesstroomschakelaar / RCD)

Apparaat dat een circuit automatisch uitschakelt wanneer een gevaarlijke situatie ontstaat, zoals lekstroom naar aarde.

50
New cards

Werkingsprincipe differentieelschakelaar

Normaal is de totale stroom door de kern nul. Bij lekstroom ontstaat een magnetisch veld en een geïnduceerde spanning. Als de drempel wordt overschreden, wordt het circuit onderbroken.

51
New cards

TT-net

Eerste T: een punt van het net, meestal het sterpunt, is rechtstreeks geaard. Tweede T: de massa's van toestellen zijn rechtstreeks met een onafhankelijke aarding verbonden.

52
New cards

IT-net

I: het net is geïsoleerd ten opzichte van de aarde; het sterpunt is meestal via een grote impedantie verbonden. T: de massa's zijn rechtstreeks met een onafhankelijke aarding verbonden.

53
New cards

TN-C-net

T: sterpunt rechtstreeks geaard. N: massa's via de netaarding geaard. C: PE- en N-geleider zijn gecombineerd tot één PEN-geleider.

54
New cards

TN-S-net

T: sterpunt rechtstreeks geaard. N: massa's via de netaarding geaard. S: PE- en N-geleider zijn afzonderlijk.

55
New cards

TN-C-S-net

Het aardingssysteem begint als TN-C, waarna de PEN-geleider wordt opgesplitst in een PE- en N-geleider. Een TN-C-systeem mag niet stroomafwaarts van een TN-S-systeem komen.

56
New cards

Isolatiefouten in netstelsels

TT: gebruik een RCD omdat de foutstroom niet groot genoeg is voor een zekering. TN: houd de draadlengte tussen net en massa zo kort mogelijk. IT: gebruik isolatiebewaking; bij een tweede fout wordt het systeem TN of TT.

57
New cards

Elektromagnetische compatibiliteit (EMC)

Het vermogen van elektrische apparatuur om zonder problemen te werken in een elektromagnetische omgeving.

58
New cards

Elektromagnetische interferentie (EMI)

Wanneer twee of meer elektromagnetische apparaten elkaars werking verstoren.

59
New cards

Beschikbaarheid van de stroomvoorziening

De waarschijnlijkheid dat een elektrische installatie stroom kan leveren, rekening houdend met aantal en duur van onderbrekingen. MUT/(MUT+MDT) of MTBF/(MTBF+MTTR).

60
New cards

MUT (Mean Uptime)

Gemiddelde bedrijfstijd.

61
New cards

MDT (Mean Downtime)

Gemiddelde uitvaltijd.

62
New cards

MTBF (Mean Time Between Failures)

Gemiddelde tijd tussen storingen.

63
New cards

MTTR (Mean Time to Recovery)

Gemiddelde tijd om te herstellen.

64
New cards

Transiënten (Spanningspieken)

Een zeer kortdurende afwijking van de ideale spanningsgolf of een spanningspiek. Kan apparaten beschadigen en sterke elektromagnetische velden veroorzaken.

65
New cards

Flikkering (Flicker)

De amplitude van de spanning verandert licht en deze verandering varieert.

66
New cards

Spanningsdip (Spanningsdal)

Een spanningsdaling waarbij de daling groter is dan 10% van de nominale spanning en de resterende spanning minstens 1% van de nominale spanning bedraagt. Duurt maximaal 1 minuut.

67
New cards

Korte onderbreking

Een korte periode waarin er geen spanning in het circuit aanwezig is, maximaal 3 minuten.

68
New cards

Gevolgen van spanningsdippen

  1. Roterende machines kunnen last hebben van een dalend koppel. 2. Aandrijfsystemen kunnen naar fail-safe gaan. 3. Elektronica en verlichting worden beïnvloed. 4. Een productielijn kan moeten herstarten.
69
New cards

Spanningsdippen vermijden

Preventie: grote stromen vermijden en netimpedantie verlagen. Mitigatie: kinetische buffering, immunisatieapparaten, contactorinstellingen, flying start-up en geschikte programmering.

70
New cards

Noodstroomvoeding

Een apparaat dat stroom levert wanneer er geen netvoeding is.

71
New cards

Onderbrekingsvrije voeding (UPS)

Een apparaat dat stroom levert wanneer er netvoeding is maar deze kortstondig uitvalt.

72
New cards

Diodegelijkrichter

Een vermogenselektronisch apparaat dat wisselstroom (AC) omzet in gelijkstroom (DC).

73
New cards

Commutatie

Het overnemen van de geleiding van de ene halfgeleider naar de andere (bv. van D1 naar D3).

74
New cards

Geleidingshoek

De tijd vanaf het begin tot het einde van de geleiding van een diode/depletie van energie in een inductantie.

75
New cards

Commutatie-overlap

Wanneer twee diodes tegelijkertijd geleiden omdat de stroom door één diode nog niet nul is.

76
New cards

Commutatie-inkepingen (Notches)

Wanneer de uitgangsspanning door commutatie-overlap plotseling naar 0 daalt.

77
New cards

Harmonischen

Vervormde stromen die niet langer sinusvormig zijn.

78
New cards

Oorzaken van harmonischen

Magnetiseringsstroom van transformatoren, industriële apparatuur, VFD's, UPS'en, vermogenselektronica, diodegelijkrichters met capacitieve belastingen en kantoor-/huishoudelijke apparatuur.

79
New cards

Harmonische (golf)

Kan verwijzen naar de amplitude, totale waarde, frequentie of orde van een harmonische component.

80
New cards

Totale harmonische vervorming (THD)

Een maat voor de harmonische vervorming in een signaal.

81
New cards

Crestfactor (Topfactor)

Verhouding tussen de piekwaarde en de effectieve/RMS-waarde.

82
New cards

Verschuivingsarbeidsfactor (Cos φ)

Faseverschuiving tussen de fundamentele harmonische spanning en stroom.

83
New cards

Vervormingsarbeidsfactor

Maat voor hoeveel harmonische vervorming van de belastingsstroom het gemiddelde overgedragen vermogen naar de belasting vermindert.

84
New cards

Overbelasting

Wanneer de stroom de nominale waarde overschrijdt. Bij harmonische vervuiling nemen warmteverliezen extra toe door de hogere frequentie (o.a. skin-effect).

85
New cards

Resonantie

De frequentie waarbij de gecombineerde circuitreactantie het laagst is en de stroom extreem hoog wordt.

86
New cards

Oplossingen voor harmonischen

Gevoelige en niet-lineaire belastingen scheiden; overdimensioneren/derating toepassen; resonantiefrequenties verschuiven met een antiharmonische spoel; passieve of actieve filters gebruiken.

87
New cards

Overdimensioneren

Een component gebruiken met een hogere nominale waarde dan noodzakelijk.

88
New cards

Derating

Een component gebruiken op een lager vermogen dan de officiële nominale waarde.

89
New cards

Gebalanceerd systeem (Symmetrisch net)

Een driefasensysteem waarbij alle spanningen/stromen even groot zijn en 120° in fase van elkaar verschoven zijn.

90
New cards

Onbalans (Asymmetrie)

Elke afwijking van een gebalanceerd systeem.

91
New cards

Meelopend systeem (Positieve fasevolgorde)

Een gebalanceerd systeem met een positieve fasevolgorde: L1-L2-L3 (abc) met de klok mee.

92
New cards

Tegenlopend systeem (Negatieve fasevolgorde)

Een gebalanceerd systeem met een negatieve fasevolgorde: L1-L3-L2 (acb) met de klok mee.

93
New cards

Homopolair systeem (Nulsequentie)

Een systeem waarbij de drie fasen dezelfde grootte hebben en niet in fase verschoven zijn. De homopolaire stroom is 1/3 van de stroom door de nulgeleider.

94
New cards

Wanneer kan de homopolaire component niet bestaan?

Niet in lijnspanningen; niet in fase- en lijnstromen van een ster-sterschakeling (Y-Y) zonder nulgeleider; niet in lijnstromen van een driehoekschakeling.

95
New cards

Zwevend sterpunt (Sterpuntverschuiving)

Wanneer het sterpunt van de belasting qua spanning niet gelijk is aan het sterpunt van de bron (bv. bij asymmetrische belasting zonder nulleider) en niet langer als referentie kan worden gebruikt.

96
New cards

Oplossingen voor netonbalans

  1. Nulgeleider toevoegen. 2. Eenfasige belastingen over de verschillende fasen verdelen. 3. Kortsluitvermogen verhogen door netimpedantie te verlagen. 4. Compensatieschakelingen voor grote eenfasige belastingen.

97
New cards

Transformator (Trafo)

Een apparaat dat AC-vermogen met een bepaalde frequentie en spanning omzet naar AC-vermogen met dezelfde frequentie maar een andere spanning.

98
New cards

Kerntype transformator

Rechthoekig gelamineerd stuk staal met wikkelingen rond de kern (poten).

99
New cards

Manteltype transformator

Gelamineerde kern met drie poten, waarbij de wikkelingen rond de middelste poot zitten.

100
New cards

Bloktransformator (Generatortrafo)

Een transformator die op de uitgang van een generator is aangesloten en de spanning verhoogt tot transmissieniveau.