(isotone) dehydratie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/83

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:03 AM on 11/17/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

84 Terms

1
New cards

Wat gebeurt er als de hydrostatische druk stijgt in de capillairen?

Een stijging van de hydrostatische druk duwt meer vocht uit de capillairen het interstitium in. Dit kan leiden tot oedeemvorming.

2
New cards

Welke oorzaken kunnen de hydrostatische druk in de capillairen doen stijgen?

De hydrostatische druk kan toenemen bij

  1. hartinsufficiëntie,

  2. hypertensie,

  3. hyperhydratatie

  4. of een afsnoering van de veneuze afvoer.


3
New cards

Hoe veroorzaakt hartinsufficiëntie oedeem?

Bij hartinsufficiëntie pompt het hart minder krachtig, dus:

  • Minder bloed per hartslag wordt uitgepompt (↓ cardiac output)

  • Daardoor blijft er meer bloed achter in de aders

  • De veneuze druk stijgt

  • Dat verhoogt de hydrostatische druk in de capillairen → vocht wordt uit de vaten geperst in interstitium→ oedeem

Dit verklaart het veneuze oedeem, bijvoorbeeld in de poten of buik (ascites bij honden, uier bij koeien).

4
New cards

Wat gebeurt er met de bloeddruk in het juxtaglomerulaire apparaat bij hartinsufficiëntie?

  • De arteriële bloeddruk in het lichaam daalt licht,
    want het hart pompt te zwak om de druk in de arteriële zijde normaal te houden.

  • De nier wordt door een lagere perfusiedruk doorbloed (vooral in de afferente arteriole).

  • In het juxtaglomerulair apparaat zitten drukgevoelige cellen (baroreceptoren) die merken:
    “Er komt minder bloed door → de druk is te laag!”De nier interpreteert dit verkeerd als hypovolemie (tekort aan circulerend volume).

  • nier activeert via renine het RAAS systeem

  • Dit alles leidt tot meer water en zoutretentie → meer bloedvolume (isotone overvulling)


5
New cards

Wat is het gevolg van een afsnoering van de veneuze afvoer?

Bij een veneuze obstructie stijgt de veneuze druk vóór de obstructie (aan de perifere zijde).
Deze verhoogde druk wordt doorgegeven aan de capillairen, waardoor de hydrostatische druk stijgt en lokaal oedeem ontstaat

6
New cards

Wat doet een toegenomen bloedvatpermeabiliteit met het risico op oedeem?

Een hogere permeabiliteit laat plasma-eiwitten en vocht makkelijker uit de capillairen lekken, waardoor de colloïd-osmotische druk in het bloed daalt en oedeem ontstaat.

7
New cards

Welke processen kunnen zorgen voor verhoogde capillaire permeabiliteit?

  1. Ontstekingsreacties

  2. allergische reacties (zoals een notenallergie of muggenbult)

  3. immuungemedieerde aandoeningen kunnen de doorlaatbaarheid van capillairen verhogen


8
New cards

Wat gebeurt er bij oedeem door een muggenbult?

Het speeksel van de mug bevat stoffen (zoals histamine) die twee dingen doen:

  1. Arteriolen dilateren → er stroomt meer bloed in →
    capillaire hydrostatische druk (Pc) stijgt → meer “duwkracht” naar buiten.

  2. Capillaire permeabiliteit stijgt → plasma-eiwitten lekken uit →
    plasma-COD (πc) daalt én weefsel-COD (πi) stijgt → minder zuigkracht naar binnen, meer zuigkracht naar buiten.


9
New cards

soorten druk

Druk

Waar?

Richting

Wat doet het?

Capillaire hydrostatische druk (Pc)

in de capillair

van binnen → buiten

duwt water het weefsel in

Colloïd-osmotische druk van plasma (πc)

in de capillair

van buiten → binnen

trekt water terug het bloed in

Hydrostatische druk van weefsel (Pi)

in het interstitium

van buiten → binnen

duwt water het bloed in

Colloïd-osmotische druk van weefsel (πi)

in het interstitium

van binnen → buiten

trekt water het weefsel in


10
New cards

Hoe ontstaat oedeem bij biggen met speendiarree of slingerziekte?

De big krijgt een infectie met E. coli die endotoxinen produceert. Deze verspreiden zich via het bloed en veroorzaken oedeem rond stembanden, ogen en hersenen, wat zenuwsymptomen geeft en het typische slingerende gangbeeld verklaart.

De endotoxinen beschadigen de endotheelcellen → de wand van de capillairen wordt lekkend.

  • Daardoor kunnen plasma en eiwitten makkelijker uittreden.

  • De colloïd-osmotische druk in het plasma (πc) daalt
    en de colloïd-osmotische druk in het interstitium (πi) stijgt.

  • Resultaat: sterk vochtverlies naar het interstitiumoedeemvorming.


11
New cards

Wat is een gevolg van een geblokkeerde lymfedrainage?

De afvoer van interstitieel vocht is belemmerd, waardoor lokaal oedeem ontstaat. Dit kan worden veroorzaakt door een tumor die lymfevaten dichtdrukt of postoperatief wanneer lymfevaten nog niet hersteld zijn.

12
New cards

Wat is systemisch oedeem?

Systemisch oedeem is een algemene, isotone opstapeling van water en ionen in het interstitium, veroorzaakt door een verstoring in de water- en zoutbalans van het hele lichaam.

13
New cards

Hoe kan hyperhydratie leiden tot systemisch oedeem?

Bij overmatige vochttoediening stijgt het plasmavolume, waardoor de hydrostatische druk in de capillairen toeneemt en vocht naar het interstitium lekt.

14
New cards

Waarom veroorzaakt leverfalen systemisch oedeem?

Omdat de lever zowel de vena porta kan samendrukken (hogere portale druk → vochtlekkage) als te weinig albumine produceert (daling colloïd-osmotische druk → meer vocht in interstitium).

15
New cards

Welke vier hoofdmechanismen kunnen hypoproteïnemie veroorzaken?

  1. Verminderde aanmaak

  2. Te veel verbruik

  3. Te weinig opname

  4. Verhoogd verlies


16
New cards

Wat veroorzaakt verminderde eiwitaanmaak?

Een leverprobleem of een stoornis in het immuunsysteem kan de eiwitsynthese beperken.

De meeste plasma-eiwitten (zoals albumine) worden gemaakt in de lever,
door ribosomen op het ruw endoplasmatisch reticulum,
en een tekort aan leverfunctie verlaagt de colloïd-osmotische drukoedeem.

17
New cards

Wat kan leiden tot een verhoogd eiwitverbruik?

Ontstekingsprocessen, tumoren of een hoge groeisnelheid verbruiken veel eiwitten.

18
New cards

Wat zijn oorzaken van een verminderde eiwitopname?

Een eiwitarm dieet, kauw- of slikproblemen, verteringsproblemen of een resorptiestoornis in de darm.

19
New cards

Welke aandoeningen leiden tot een verhoogd eiwitverlies?

Bloedingen, brandwonden, glomerulaire aandoeningen (zoals protein losing nephropathy) en darmziekten (zoals protein losing enteropathy).

20
New cards

Wat gebeurt er bij protein losing nephropathy (PLN)?

De glomeruli lekken te veel kleine eiwitten zoals albumine naar de urine. Hierdoor daalt de colloïd-osmotische druk en ontstaat oedeem.

21
New cards

Wat gebeurt er bij protein losing enteropathy (PLE)?

Er gaan eiwitten verloren via de darm, bijvoorbeeld door parasitaire infecties. Daardoor daalt de colloïd-osmotische druk en treedt oedeem op.

22
New cards

Wat doet een daling in plasmavolume met het RAAS-systeem?

Een daling activeert RAAS → water- en natriumretentie → meer dorst → nog meer isotone overvulling → oedeem verergert.

23
New cards

Wat zijn predilectieplaatsen voor oedeem bij verschillende diersoorten?

Bij herkauwers in de schaarstreek of rond het cossum, bij het paard ventraal op de buik, en bij hond en kat meestal ascites of longoedeem.

24
New cards

Wat is hydrothorax en wat is hydropericard?

Hydrothorax = vocht in de thoraxholte; hydropericard = vocht in het hartzakje.

25
New cards

Hoe stel je systemisch oedeem vast?

Door echografie en steriele punctie van het vocht. Oedeemvocht is helder, urinekleurig, eiwitarm en bevat weinig cellen

26
New cards

Wat zijn kenmerken van lokaal oedeem bij ontsteking?

  1. rubor

  2. calor

  3. tumor

  4. dolor

De plek is rood (rubor), warm (calor), gezwollen (tumor) en pijnlijk (dolor) door vasodilatatie en verhoogde permeabiliteit.

27
New cards

Wat is het verschil tussen obstructief en ontstekingsoedeem?

Obstructief oedeem is koud en pijnloos (afvoerprobleem), terwijl ontstekingsoedeem warm en pijnlijk is (vasculaire reactie).

28
New cards

Wat is dehydratie?

Een toestand waarbij het lichaam meer water verliest dan het opneemt, met als gevolg een tekort aan lichaamsvocht.

29
New cards

Welke drie soorten dehydratie bestaan er?

1.     Hypertone dehydratie: verlies van meer water dan ionen

2.     Isotone dehydratie: evenveel water als ionen verloren

3.     Hypotone dehydratie: verlies van water dat veel ionen bevat

30
New cards

Wat is de meest voorkomende vorm van dehydratie?

Hypertone dehydratie — hierbij bevat het extracellulair vocht te weinig water, waardoor de osmolariteit stijgt.

er treedt dus verlies van meer water dan ionen op

31
New cards

Wat zijn mogelijke oorzaken van hypertone dehydratie?

  1. Een dier dat niet kan drinken

  2. nierinsufficiëntie

  3. diabetes mellitus

  4. diabetes insipidus

  5. osmotische diarree

  6. Addison’s disease

  7. vitamine D-intoxicatie.


32
New cards

Waarom leidt nierinsufficiëntie tot dehydratie?

De nier verliest zijn concentrerend vermogen; aquaporines werken minder goed, waardoor te veel water wordt uitgescheiden (polyurie).

33
New cards

Hoe veroorzaakt diabetes mellitus dehydratie?

Hyperglycemie overschrijdt de glucosenierdrempel. Glucose blijft in de tubulus en trekt water aan → osmotische diurese → waterverlies.

34
New cards

Wat gebeurt er bij diabetes insipidus?

Er wordt geen antidiuretisch hormoon (ADH) geproduceerd, waardoor aquaporines niet ingebouwd worden in de distale tubulus. Water kan niet worden teruggeresorbeerd → massaal waterverlies.

35
New cards

Hoe veroorzaakt osmotische diarree hypertone dehydratie?

Slecht opgenomen suikers of zouten blijven in het darmlumen → trekken water aan → netto verlies van meer water dan ionen.

36
New cards

Waarom veroorzaakt Addison’s disease dehydratie?

Door te weinig aldosteron wordt natrium niet goed geresorbeerd → water volgt niet → volumeverlies. In theorie isotone dehydratie, maar vaak ook hypertoon in de praktijk.

37
New cards

Wat is het effect van een watertekort op de osmolariteit?

De osmolariteit van het extracellulaire compartiment stijgt, waardoor water uit de cellen naar buiten stroomt. Cellen drogen uit tot er evenwicht ontstaat.

38
New cards

Wat doet het lichaam bij stijgende osmolariteit?

Osmoreceptoren worden geprikkeld → ADH en dorstcentrum worden geactiveerd → waterretentie en meer drinken → herstel van homeostase.

39
New cards

welke symptomen zie je bij alle dehydratie soorten?

  1. Verminderde huidturgor

  2. Droge slijmvliezen

  3. Veranderde urineproductie

  4. Tachycardie

  5. Vertraagde capillaire refill time (CRT)

  6. Verminderde polsdruk

  7. Eventueel koude extremiteiten

  8. Lusteloosheid of sloomheid


40
New cards

Waarom stijgt hematocriet en eiwitgehalte bij dehydratie?

Doordat het plasma indikt, lijkt het alsof hematocriet en proteïnegehalte stijgen — dit is een vals verhoogde waarde.

41
New cards

Wat betekenen gestegen ureum- en creatininewaarden bij dehydratie?

Ze wijzen op een verminderde nierdoorbloeding (prerenaal). Als ook de nier zelf beschadigd is, spreken we van renaal falen.

42
New cards

Wat betekent azotemie?

Een verhoogd gehalte aan stikstofhoudende afvalstoffen (ureum en creatinine) in het bloed.

43
New cards

Wat is de lethale grens van vochtverlies bij dieren?

Ongeveer 15% van het lichaamsgewicht aan vochtverlies is fataal.

44
New cards

Waarom mag je bij ernstige dehydratie geen hypotoon infuus toedienen?

Omdat de rode bloedcellen dan in contact komen met een te waterige oplossing, waardoor ze door osmose water opnemen en hemolyseren.

45
New cards

Wat geef je beter als infuus bij hypertone dehydratie?

Een isotone glucose-oplossing (5%) intraveneus, die traag water aanvult zonder hemolyse te veroorzaken.

46
New cards

Wat is parenteraal vocht toedienen?

Dat is het toedienen van vloeistoffen rechtstreeks in het lichaam, zonder dat ze eerst door de darmen gaan.
Het doel is het aanvullen van vocht, elektrolyten of nutriënten bij dieren die:

  • niet kunnen drinken,

  • niet mogen drinken, of

  • niet genoeg vocht opnemen via de darmen.


47
New cards

Welke symptomen zijn specifiek voor isotone dehydratie?

  1. Klassieke tekenen van hypovolemie (zwakke pols, lage bloeddruk)

  2. Huidturgor verminderd

  3. Slijmvliezen droog

  4. Ogen dieper in de kassen

  5. CRT verlengd (> 2 s)

  6. Verminderde urineproductie

  7. Geen verandering in neurologische status (cellen behouden hun volume)

  8. Eventueel lichte stijging van hematocriet en totaal eiwit


48
New cards

Welke symptomen zijn specifiek voor hypertone dehydratie?

  1. Sterk verminderde huidturgor (huid dun, droog, “papierachtig”)

  2. Droge, taaie slijmvliezen

  3. Diepliggende ogen

  4. Sterke dorst

  5. Soms neurologische symptomen door hersencelkrimp:

    • Rusteloosheid, spiertrillingen, incoördinatie, zelfs stuipen

  6. Urine geconcentreerd en schaars

  7. Hematocriet en totaal eiwit duidelijk verhoogd

  8. Lichaamstemperatuur vaak verhoogd (door relatieve oververhitting)


49
New cards

Welke symptomen zijn specifiek voor hypotone dehydratie?

  1. Huidturgor verminderd, maar minder uitgesproken

  2. Slijmvliezen kunnen nog vochtig lijken

  3. Geen dorst (omdat osmolariteit laag is → osmoreceptoren niet geprikkeld)

  4. Spierzwakte, lethargie

  5. Soms spiertrekkingen of collaps door hyponatriëmie

  6. Lage lichaamstemperatuur

  7. Hematocriet en totaal eiwit normaal of verlaagd (door verdunningseffect)

  8. Neurologische symptomen door hersencelzwelling: apathie, bewustzijnsdaling, toevallen


50
New cards

Wat betekent isotone dehydratie?

Isotone dehydratie betekent dat het lichaam evenveel water als natrium verliest. De osmolariteit van het extracellulaire compartiment blijft dus normaal.

51
New cards

Wat gebeurt er met de verdeling van vocht tussen intra- en extracellulair compartiment bij isotone dehydratie?

Omdat de osmolariteit gelijk blijft, verschuift er geen water tussen de cellen en de extracellulaire ruimte. Het volumetekort zit dus volledig in het extracellulaire compartiment.

52
New cards

Wat zijn typische oorzaken van isotone dehydratie?

Belangrijke oorzaken zijn bloedverlies, braken, diarree, nierfalen, exsudatie bij brandwonden en overmatig vochtverlies door zweet of speeksel bij herkauwers.

53
New cards

Waarom kan bloedverlies leiden tot isotone dehydratie?

Bij bloedverlies gaat plasma (water + elektrolyten + eiwitten) verloren, wat een direct volumetekort in het extracellulaire compartiment veroorzaakt zonder dat de osmolariteit verandert.

54
New cards

Waarom is isotone dehydratie meestal extracellulair gelokaliseerd?

Omdat de cellen zelf hun volume behouden: er is geen osmotisch verschil tussen intra- en extracellulaire vloeistof dat water zou verplaatsen.

55
New cards

Wat gebeurt er met het circulerend bloedvolume bij isotone dehydratie?

Het circulerend volume daalt, wat leidt tot een verminderde veneuze terugkeer, een daling van de bloeddruk en verminderde weefselperfusie.

56
New cards

Wat doet het lichaam om het circulerend volume te behouden bij isotone dehydratie?

Het lichaam activeert het renine-angiotensine-aldosteron-systeem (RAAS), het ADH-systeem en sympathische vasoconstrictie om water vast te houden en de bloeddruk te herstellen.

57
New cards

Hoe reageert het RAAS-systeem bij isotone dehydratie?

De nier merkt de daling van de perfusiedruk op → renine komt vrij → omzetting van angiotensinogeen tot angiotensine II → vasoconstrictie + aldosteronafgifte → meer natrium- en waterresorptie in de nieren.

58
New cards

Wat doet ADH bij isotone dehydratie?

ADH verhoogt de waterresorptie in de verzamelbuis van de nier via aquaporines, waardoor minder water verloren gaat met de urine.

59
New cards

Wat gebeurt er met de veneuze druk bij isotone dehydratie?

De veneuze druk daalt, omdat er minder circulerend volume is en de vulling van het veneuze systeem afneemt.

60
New cards

Hoe reageert het hart op isotone dehydratie?

De hartfrequentie stijgt (tachycardie) als compensatie om het verminderde slagvolume te compenseren en de cardiac output op peil te houden.

61
New cards

Wat is het verschil tussen isotone en hypertone dehydratie wat betreft waterverplaatsing tussen compartimenten?

Bij isotone dehydratie blijft het waterverkeer tussen intra- en extracellulair compartiment onveranderd,
terwijl bij hypertone dehydratie water
uit de cellen naar buiten verplaatst.

62
New cards

Wat is het risico van onbehandelde isotone dehydratie?

Er kan hypovolemische shock optreden door een te laag circulerend volume en onvoldoende perfusie van vitale organen.

63
New cards

Hoe ziet de urine eruit bij isotone dehydratie?

De urine is geconcentreerd (donker, kleine hoeveelheid) doordat ADH actief water vasthoudt.

64
New cards

Waarom kan je bij isotone dehydratie beter geen hypotone vloeistof toedienen?

Een hypotone oplossing zou de extracellulaire osmolariteit verlagen, waardoor water de cellen in trekt → intracellulaire zwelling → risico op oedeem, vooral in de hersenen.

65
New cards

Wat is de beste behandeling voor isotone dehydratie?

Toediening van een isotone infuusoplossing (zoals 0,9% NaCl of Ringer-lactaat) om het extracellulaire volume aan te vullen zonder de osmolariteit te veranderen.

66
New cards

Wat gebeurt er met het vocht dat je parenteraal toedient bij isotone dehydratie?

Het verdeelt zich over het extracellulaire compartiment: ongeveer 75% in het interstitium en 25% in het plasmavolume.

67
New cards

Wat betekent het als de capillaire refill time (CRT) vertraagd is?

Het betekent dat de perifere doorbloeding verminderd is, wat een teken is van hypovolemie en slechte perfusie bij dehydratie of shock.

68
New cards

Waarom daalt de urineproductie bij isotone dehydratie?

De nier vermindert de glomerulaire filtratie en verhoogt waterresorptie via ADH en aldosteron om het circulerend volume te sparen.

69
New cards

Wat is de rol van de baroreceptoren bij isotone dehydratie?

Ze detecteren de daling in bloeddruk → activeren sympathisch zenuwstelsel → vasoconstrictie → stijging van de perifere weerstand.

70
New cards

Wat is het effect van isotone dehydratie op de hersencellen?

De hersencellen behouden hun volume, omdat er geen netto waterverplaatsing tussen intra- en extracellulair compartiment plaatsvindt.

71
New cards

Wat gebeurt er met de bloeddruk tijdens isotone dehydratie?

De bloeddruk daalt progressief, eerst systolisch en later ook diastolisch, door verminderd circulerend volume.

72
New cards

Wat is de invloed van isotone dehydratie op het interstitieel vochtvolume?

Het interstitieel vochtvolume daalt evenredig met het plasmavolume, wat leidt tot droge weefsels en verminderde huidelasticiteit.

73
New cards

Waarom zie je bij ernstige isotone dehydratie soms koude extremiteiten?

Door perifere vasoconstrictie om het bloed naar vitale organen te shunten, krijgen ledematen minder doorbloeding.

74
New cards

Wat is het verschil in oedeemvorming tussen isotone dehydratie en hartfalen?

Bij isotone dehydratie verdwijnt vocht uit het interstitium, bij hartfalen treedt vocht juist in het interstitium (oedeem).

75
New cards

Wat is een voorbeeld van een isotone infuusvloeistof?

0,9% NaCl (fysiologisch zout) of Ringer-lactaat — beide hebben een osmolariteit vergelijkbaar met plasma (~300 mOsm/L).

76
New cards

Wat is het verschil tussen NaCl 0,9% en Ringer-lactaat?

Ringer-lactaat bevat naast natriumchloride ook kalium, calcium en lactaat (dat in de lever tot bicarbonaat wordt omgezet), wat beter is voor correctie van acidose.

77
New cards

Wat is de verdeling van een isotone infuusvloeistof over de lichaamscompartimenten?

Na toediening verdeelt het zich volledig over het extracellulaire compartiment: ¼ in plasma en ¾ in interstitieel vocht.

78
New cards
79
New cards
80
New cards
81
New cards
82
New cards
83
New cards
84
New cards