1/82
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
kernkenmerken ADHD
- Aandacht: wegdromen, afleidbaar, oppervlakkig, kortstondig
- Hyperactiviteit: wriemelen, prutsen, niet stilzitten, druk
- Impulsiviteit: ongeduldig, praatgraag, onnadenkend
presentaties ADHD
- ADHD, overwegend aandachtsdeficiënt – ADD (I)
- ADHD, overwegend hyperactief/impulsief (HI)
- ADHD, gecombineerde representatie (C)
DSM-5 diagnostische criteria
inattention: 6 of meer
hyperactivity: 6 of meer samen met volgende
impulsivity
inattention (DSM-5)
6 or more of the following:
Lack of attention to details / careless mistakes
Difficulty sustaining attention
Does not seem to listen
Does not follow through on instructions (easily side-tracked)
Difficulty organizing tasks and activities
Avoids sustained mental efforts
Loses and misplaces objects
Easily distracted
Forgetful in daily activities
hyperactivity (DSM-5)
Fidgetiness (head or feet) / squirms in seat
Leaves seat frequently
Running about / feeling restless
Excessively loud or noisy
Always “on the go”
Talks excessively
impulsivity (DSM-5)
Blurts out answers
Difficulty waiting his or her turn
Tends to act without thinking
ADHD presentaties ifv leeftijd
o Vanaf kinderleeftijd is de onaandachtige presentatie het meest prevalent
o Grootste proportie gecombineerde type is op kinderleeftijd
o In de hulpverlening liggen de verhoudingen anders: meer gecombineerde type aangezien zij meer problemen ondervinden
1 dimensie model
De kans dat symptomen gerelateerd zijn, is klein → slechts 1 dimensie, dus 3 types zijn niet nodig

2 gecorreleerde factoren
Er zijn 2 dimensies, gecombineerde type is gewoon een samengaan v 2 dimensies

3 gecorreleerde factoren
3-dimensioneel model

2e orde modellen
een algemene factor en daarmee deels correlerende aparte factoren
4: De 2 zijn waar, al die symptomen vormen 1 problematiek en het kan zijn dat die problematiek zich splitst in 2 dimensies (pijl v boven naar onder)
5: idem, maar 3 dimensies
bij adolescenten

bifactor modellen
met een onafhankelijke algemene factor
6: Gezamenlijke clustering staat los v aparte dimensies → er bestaan 3 “ziektes”: 1 waar je alle symptomen hebt, 1 ziekte aandachtsprobleem en 1 ziekte hyperactiviteit
7: idem, maar 4 “ziektes”
bij kinderen

ADHD en emotionele problemen ifv leeftijd (studie)
ADHD voorspelt emotionele problemen consistent doorheen de kindertijd tot in de adolescentie, terwijl emotionele problemen niet leiden tot meer ADHD
Deze prospectieve associatie bleek volledig gemedieerd door genetische factoren
ernstverloop ifv leeftijd (studie)
ADHD-symptomen verminderen met de leeftijd
2 trajecten: childhood limited (zwart) en persistent (blauw)
genetische risicoscore
alle genen die we kennen met een associatie op ADHD
o Meten → veel: meer kans op persistentie (wordt echter niet gedaan in praktijk, want duur)
Vooral voorspellend voor persisterende vormen
multicomorbiditeit
op jonge leeftijd al veel comorbiditeiten (gedrags-, emotionele problemen…) zegt iets over de ernstgraad en onmacht vh kind om met gedrag om te kunnen gaan
prevalentie ADHD
meer dan de helft van de K&J met een diagnose bereiken die diagnose niet meer in volwassenheid
dunedin study
prospectieve geboortecohorte v 0 tot 38j
- Op kinderleeftijd veel meer jongens, maar bij volwassenen is dit gelijk aan meisjes → alle meisjes persistent en maar 1/3 jongens??
- Op kinderleeftijd veel comorbiditeit met neurocognitieve problemen
follow forward
diegenen die op kinderleeftijd voldeden aan criteria, hoe zit het daarmee als zij volwassen zijn
- 85% voldeed niet meer
- Slechts 3 vd 61 voldeden nog volledig aan de criteria → hoe zit het dan met de rest (die 3%)?
feedback
hoe scoorden volwassenen op kinderleeftijd op de criteria
- 78% voldeed niet aan criteria op kinderleeftijd
- 10% wel → de 3%
adult onset
ADHD die ontstaat op volwassen leeftijd
studie (Cooper et al)
Deel vd adult onset cases heeft subklinische niveaus v ADHD op kinderleeftijd
Deel vd adult onset cases heeft op kinderleeftijd een heel ander profiel:
Geen verhoogde niveaus v ADHD symptomen
Geen associatie met gekende cognitieve profiel (EF)
studie (Riglin et al)
Parent rated late onset ADHD geassocieerd met cognitief profiel bij kinderen en met polygene risicoscores en betere ondersteuningsbronnen (individueel en gezien verbaal IQ, leesVH’en, gezinsinkomen, onderwijsniveau moeder) op kinderleeftijd
Self rated late onset ADHD vertoonde die associaties niet
full remission
o Symptomen onder cut-off volgens alle informanten
o Geen impairment meer
o Geen lopende behandelingen meer
persistentie
≥ 5 symptomen en impairment
partiële remissie
er tussenin
ADHDynamisch
remissie ≠ recovery
biomarkers
biologische meetbare parameters
erfelijkheid ADHD
zeer hoog, 75%
hetzelfde als bij schirofrenie
genetische bepaaldheid
proportie vd variantie die kan verklaard worden door genetische factoren
volumevermindering hersenen
puur anatomisch
o Vnl thv frontale kwab, hersenkernen en cerebellum
o Meisjes hebben sowieso kleinere hersenen
o Volumetrisch (inhoud) verschil bij ADHD → laagste lijn altijd de ADHD groep
o Verschillen even groot bij jongens en meisjes
oppervlaktevermindering hersenschors
o Breed verspreid over de hersenschors
informatieverwerking
verloopt minder accuraat
inhibitie-opdracht
activatie van andere gebieden ipv ACC
o ACC moet de remming doen zodat je je kan concerteren op een opdracht niet bij ADHD
PETscan
zegt iets over welke stukken vd hersenen er aan het werken zijn
verminderde connectiviteit
o # verbindingen tss hersendelen → minder bij ADHD, minder snelheid in samenwerken v versch hersendelen
o Verbindingen zorgen ervoor dat versch delen vd hersenen kunnen samenwerken → door zaken veel te doen en ze te leren, vormen deze verbindingen en wordt iets automatisch
executieve functies (EF)
onderactief
o Aandacht: frontopariëtaal → minder actief bij ADHD
mind-wandering
overactief
o Bij ADHD default netwerk meer actief = dromerig netwerk
ADHD en hersenen
globale volumevermindering vd hersenen
oppervlaktevermindering vd hersenschors
informatieverwerking verloopt minder accuraat
activatie v andere gebieden bij inhibitie-opdracht ipv ACC
verminderde connectiviteit
executieve functies onderactief
mind-wandering overactief
default netwerk
actief bij interne mind-wandering (= je gedachten de vrije loop laten)
Bij ADHD meer aan het werk en krachtiger → moeilijker om vh ene naar het andere te schakelen, makkelijker in hun hoofd met vanalles bezig
taak georiënteerde netwerken
actief bij extern gericht cognitieve inspanning
Vooral vooraan, maar ook verspreid over de hersenen
Tegengestelde v default netwerk
ventral-attention netwerk
regelt het switchen tss beide
Wat is belangrijk en relevant → intrinsieke motivatie
Minder makkelijk te activeren bij ADHD
“eens dat bij bezig is met iets dan gaat het, maar de switch maken om te starten is moeilijk”
neurotransmissie
hersencellen produceren elektrische signalen → die elektrische potentialen worden verspreid in netwerken door axonen → het signaal wordt vd ene naar de andere cel doorgegeven → die overdracht gebeurt thv de synapsen
dopamine transmissie
Speelt een belangrijke rol bij…
o Initiatie en coördinatie v beweging
o Bekrachtigingsverwerking
o Executieve functies
Dopamine-banen vooral tss dieperliggende kernen en frontale kwab + banen die naar cerebellum gaan → delen vd hersenen die actief zijn als je nadenkt
dopamine en neuropsychiatrie
ziekte v Parkinson, schizofrenie, ASS
ADHD
verslaving (ook getriggerd door oa cocaïne)
dopamine-hypothese bij ADHD
verminderde prikkeloverdracht in de dopamine-netwerken leidt tot disfuncties in EF en motivationele functies
ADHD geassocieerd met
Dopamine-gerelateerde gen-polymorfismen
Minder dopamine-receptoren in de hersenkernen
Verhoogd # dopamine-transporters (DAT) in +/- 70% v ADHD
methylphenidaat (MPH)
in meest bekende medicatie voor ADHD, bv Rilatine
amfetamines (AMF)
1 product in België, wel vaker AMF echt als poeder voorgeschreven, ook in sport gebruikt als pepmiddel om uithouding te verbeteren
dubbele werking: zelfde als MPH + meer dopamine productie → hierdoor krachtigere werking
stimulantia
- Stimuleren de kinderen niet, maar stimuleren op hersenniveau
- Informatieverwerking verloopt minder krachtig en dat gaan ze stimuleren
- Daardoor worden kinderen rustiger
- Omdat info die v buiten naar binnen komt relevant wordt en ze hier iets mee kunnen doen
rechtstreekse meting hersenen
via EEG, ERP
via functionele scans: PET-scan, fMRI-scan
onrechtstreekse meting hersenen
Via neuropsychologisch onderzoek v functies met een vermeende neurologische achtergrond: EF, motivatie …
frontale kwab en ADHD
- Dorsolaterale prefrontale cortex (DPFC)
- Anterior cingulate cortex (ACC)
- Orbitofrontale cortex (OFC)
EF en ADHD
WG: houdt info vast
overige EF: bewerken v info
executieve controle (EC)
Consistente bevinding dat K&J met ADHD slechter presteren op een reeks v EF taken
Relatie ADHD en EC is kwantitatief dimensioneel: hoe ernstiger ADHD, hoe groter EF-deficit
Er is variatie in sterkte vd associatie tss ADHD en AC, maar geen enkele taak/parameter is meer dan matig geassocieerd
Een combinatie v EC-taken is een betere maat voor ADHD, maar momenteel is er nog geen standaardprofiel
Er is niet 1 EC-proces dat een meer specifieke associatie toont
stroop responsinhibitietest
· Geneigd om het woord te zeggen, maar je moet iets wat minder geautomatiseerd is eerder zeggen
· Pre-potent: pregreprorameerde (lezen) is het snelste en sterkste krachtig, potent: meeste impact
· Iets wat iemand met ADHD constant ervaart
· Als je iets moet inhiberen, dan gaat dit moeilijker bij mensen die hoog scoren op ADHD
stop-signaal taak
voor inhibitie
Geprogrammeerd om meteen te duwen, maar dit moet onderdrukt worden
uitstel v beloning bij ADHD
Kiezen voor snelle, kleine beloningen eerder dan voor uitgestelde, grotere beloning
Effect v beloning dooft sneller uit in de tijd
Kunnen weinig uitstel v beloning verdragen, zelfs als deze groter is
escape delay incentive task (EDI)
test gebeurt in scanner waar kinderen soms wachten kunnen vermijden en op andere momenten kan dat niet → wat gebeurt er in de hersenen als kinderen door hebben dat ze moeten wachten
delay aversion
Insula activeert meer bij kinderen met ADHD wanneer ze niet kunnen ontsnappen aan het wachten
Het wachten op beloning is dus lastig en zelfs aversief
ADHD en tijdsperceptie
Kinderen met ADHD maken meer en grotere fouten hierin, de tijd lijkt trager te gaan
Dat in combinatie met iets dat aversie opwekt, maakt dit nog lastiger
Dagelijks leven: denken dat je nog veel tijd hebt en dan te laat ergens aan beginnen: uitstelgedrag, te laat komen …
complexiteit ADHD
elk ind met ADHD kan meer dan 1 disfunctie vertonen
heterogeniteit ADHD
versch ind’en met ADHD kunnen versch combinaties v deficits vertonen
contextafhankelijkheid ADHD
prestaties en disfuncties bij ADHD variëren ifv de context (bv met of zonder beloning, toezicht, tijdsdruk…)
transdiagnostische ADHD
zelfde neuropsychologische disfuncties zijn ook geassocieerd met andere neuropsychiatrische aandoeningen
kandidaat omgevingsfactoren
geluidshinder
luchtverontreiniging, loodvergiftiging
omega-3 vetzuur tekort
kleurstoffen en bewaarmiddelen
verwaarlozing
perinataal
roken tijdens zwangerschap
passieve gen-omgevingscorrelatie
als je geboren bent met veel ADHD-kenmerken en ze zijn hoog genetisch, dan is de kans reëel dat 1 v je ouders ook die kenmerken heeft → omringd door 1 of meer mensen die ook hyper etc zijn → zaken worden minder makkelijk aangeleerd, omdat je ouders hier ook moeite mee hebben
actieve gen-omgevingscorrelatie
als je de hele tijd onaandachtig bent en veel wiebelt en rondloopt, dan ga je minder oppikken vd leerstof
reactieve gen-omgevingscorrelatie
de lkr gaat je beu worden, je opmerkingen en straffen geven
gen-omgevingsinteractie (GxE)
Er gebeurt toevallig iets in je leven en als je daar gevoelig voor bent (bv depressie) dan zal je een probleem ontwikkelen
differential susceptability
in een betrokken ouderlijke omgeving zal ADHD zich enkel ontwikkelen indien hoog-genetisch, bij lage betrokkenheid zal ADHD al tot uiting komen bij een lagere genetische lading
niet-farmacologische behandelingen ADHD
- Restrictief eliminatiedieet: hypo-allergische voeding, indivdiueel aangepast
- Dieet met uitsluiting v kunstmatige kleurstoffen
- Vetzuur supplementen
- Cognitieve training: WG training, aandachtstraining, EF training
- Neurofeedback (EEG-biofeedback) training
- Gedragsinterventies: gebaseerd op sociaal leren of operante technieken
dieet
ADHD gedrag owv allergie v bep voeding → kunnen we dit gedrag identificeren en weglaten uit het eten zodat het gedrag verbeterd → 2 fasen:
1) Hypoallergeen dieet: op een paar voedingsstoffen gezet waar zo goed als niemand allergisch voor is (bv rijst) → 5 saaie producten → gevraagd: verandert er iets? (als nee, dan geen nut om er mee verder te gaan)
2) Telkens meer voedingsstoffen toevoegen → bij sommige kinderen verergerde het gedrag na toevoeging v product x, maar niet voor ieder kind hetzelfde (bv vaak citrus, chocolade…) → niet zo dat je kon zeggen aan welke voeding het algemeen ligt
E-nummers voeding
aan een groep kinderen extra drankjes gegeven met veel kleurstoffen ivm een groep met natuurlijke stoffen
o Alle kinderen verschuiven een beetje naar rechts → kleurstoffen maken ons allemaal een beetje drukker
cognitieve training EF
redelijke effecten door bril v ouders, klein effect door bril v lkr’en
omega-3
heel klein effect
neuro-feedback
kind voor laptop zetten en dat verbinden met hersenen → automatisch feedback over alertheid v hersenen
o Vliegtuig vliegt omhoog bij veel concentratie
o Als dit naar beneden gaat, word je automatisch terug alert door hier op te focussen
o Opdracht: houd het vliegtuig 20min omhoog (is mogelijk), dit een # x per week doen, ¾ x per week
o Lijkt te werken volgens ouders <> lkr’en zien niks
gedragstherapie
ouders technieken leren, zoals onmiddellijk bekrachtigen, dingen door de vingers zien, door bril kijken met kennis v ADHD…, zodat ze het beter verdragen
o Poging om pos relatie tss ouders en kinderen met ADHD sterk te houden (zodat ze dit gedrag niet persoonlijke interpreteren, want dit kan het gedrag nog versterken)
o Bewijs dat dit effect heeft voor de relatie en het niet-ontstaan v gedragsproblemen
preschool ADHD treatment
Wat bij heel kleine kindjes zonder echte diagnose?
o Soms zodanig hyper en slechte concentratie dat ze niks leren
o Vooral werken met oudertraining om relatie goed te houden en om ze te leren kalmte te bewaren
o Medicatie als het een gevaarsituatie wordt, eerder niet
Enig bewijs v MPH-effect vanaf 4j
o Kleinere, maar significante verschillen
o Meer bijwerkingen
o Lagere doseringen
→ Geen formele indicatie in België
stimulantia
groei
1 cm/j minder in eerste 1-3j v behandeling (gem gesproken, dus ook kinderen met grotere achterstand)
Dose-response associatie
Volledig ingehaald 2j na stop
hersenontwikkeling
2 tonen geen verschillen in hersenstructuur
4 tonen meer normalisatie met medicatie: nucleus caudatus, witte stof, dikke hersenschots, cingulate anterior gyrus
vaak neveneffecten
jommeke-effect
je probeert iets goeds te doen, maar er zijn neveneffecten goede zaak: de poort is niet zomaar open om voor iedereen op elk moment medicatie voor te schrijven balans tss nood en gevaren vd behandeling
langetermijn effecten medicatie
Vergelijking ongevallen tijdens periodes met/zonder medicatie (Zweden, 5-18j, jongens en meisjes)
Redelijk groot verschil: bijna 1SD met medicatie
Vergelijking criminaliteit tss periodes met/zonder medicatie (Zweden)
Reductie met 32% bij mannen en 41% bij vrouwen
ADHD op kinderleeftijd
een dimensionele, heterogene, multicausale, dynamische en diagnostische realiteit. Die zowel in heden als toekomst een hypotheek legt op heel wat ontwikkelingsdomeinen en dus klinische zorg verantwoordt