1/48
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
quand
toen (q)
lorsque
toen (l)
dès que
zodra
en attendant
intussen
ensuite
dan
pendant
gedurende
au cours de
tijdens
lors de
op
dès
vanaf
depuis
sinds
de la même façon
zo ook
en
door
or
welnu
être dû
te wijten aan
afin que
opdat/zodat
afin de
om
à cet effet
met dit doel
en vue de
met het oog op
si
als
en effet
inderdaad
en d’autres mots
met andere woorden
à savoir
namelijk
notamment
waaronder
soit
hetzij
avant de
vooraleer
non seulement, mais aussi
niet alleen, maar ook
en outre
bovendien
par ailleurs
overigens
ainsi que
evenals
quant à
wat betreft
alors que
terwijl
par contre
daarentegen
sauf
uitgezonderd
comme
zoals
toutefois
toch
cependant
echter
pourtant
nochtans
néanmoins
niettemin
bien que
hoewel (b)
malgré que
hoewel (m)
malgré
ondanks
ainsi
zo
donc
dus
car
want
puisque
aangezien
comme
omdat
d’où
vandaar
à cause de
door
grâce à
dankzij