1/76
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
structurele geomorfologie
reliëfs of landschapsvormen waarbij de morfologie en ontwikkeling verklaard kan worden door de kenmerken van de lithosfeer
harde gesteenten
relatief sterk en weerstandbiedend tegen erosie
weinig erosiegevoelig
zachte gesteenten
relatief zwak weerstandbiedend tegen erosie
sterk erosiegevoelig
factoral scoring model
score toekennen aan een aantal factoren die de sterkte van het gesteente bepalen
deze scores worden opgeteld of vermenigvuldigd om een eindscore te bekomen
deze eindscore is een indicator voor de sterkte van het gesteente
uni-axiale samendrukkingsweerstand
uniaxiale compressive strength (UCS)
maximale samendrukking vooraleer het rotsmonster volledig bezwijkt
maat voor de weerstand van harde gesteenten tegen verbrijzeling
factoren van rock mass strength index van Shelby
sterkte van het intacte, harde gesteente
verweringstoestand van het gesteente
afstand tussen de breukvlakken
oriëntatie van de breukvlakken
breedte van de spleten, breuken en barsten
laterale en verticale continuïteit
aanwezig verweringsmateriaal in de spleten, barsten en breuken
waterbeweging binnen de rotsmassa en water exfiltratie
wet van archimedes
positieve poriënwaterdrukken in spleten verlagen de schuifweerstand als gevolg van de opwaartse kracht
slaking
modderige brij in de spleten
harde kernen
meer resistent gesteente omgeven door minder resistent gesteente waardoor een positief reliëf zal overblijven
(sub) horizontale structuren
horizontaal gelaagde afzettingen met verschillende resistenties
corniche
kroonlijst
cliff
verticale wand in harde laag die hoogste delen van het landschap inneemt
structureel vlak
een vlak reliëf ontwikkeld op een harde laag
bornhardt
koepelvormig, steile heuvel of berg met een platte of zacht hellende top. gevormd door de erosie van gesteentelagen waardoor een harder gesteente achter blijft dat meer resistent is.
vb: Uluru, Australië

mesa
tafelberg
restheuvel dat achterblijft wanneer verdere erosie het hardere structurele vlak doet verdwijnen
platte top en steile uit puin bestaande hellingen
getuigenheuvel
butte témoins
een min of meer geïsoleerde erosiebestendige heuvel in een verder relatief vlak landschap.
getuige voor een sedimentafzetting die ooit over het hele landschap lag, maar door erosie versnipperd werd.
homoclinale structuren
parallel gelaagde afzettingen die allen onder een bepaalde hoek afhellen in een bepaalde richting en met verschillende resistentie
reliëf varieert afhankelijk van de hellingshoek van de lagen
hogbacks
sterkt uitstekende lagen in het landschap bij zeer sterk hellende lagen
muren
bij verticale structuren kunnen muurachtige reliëfs ontstaan
flat irons
indien hogback / kroonlijst sterk wordt versneden door talrijke ruz’ kan dit leiden tot een driehoekige vorm
cuestareliëfs
indien parallelle lagen eerder zwakhellend zijn
asymmetrische reliëfs
cuestafront
steilere helling gevormd op de hardere laag
bij het terugschrijden van het front kunnen restheuvels ontstaan
cuestarug
zacht aflopende helling voornamelijk opgebouwd uit hardere lagen
structureel vlak
cuestavoet
geringere helling opgebouwd uit minder resistent materiaal
consequente vallei / rivier
volgt de algemene afhelling van de geologische lagen en breekt doorheen het cuestafront
subsequente vallei / rivier
structurele vallei aan de voet en parallel met het cuestafront
rivieren zullen zich na contact met de geplooide lagen sterker ontwikkelen in de zwakkere gesteenten
resequente vallei / rivier
draineert de cuestarug volgens de afhelling van de lagen
obsequente vallei / rivier
erodeert het cuestafront vanuit de subsequente vallei
plooistructuren
afwisseling van meer en minder resistente lagen die door tektonische bewegingen geplooid worden tot anticlinalen en synclinalen
jurassisch reliëf
reliëf ontwikkeld op recente plooistructuren
anticlines
heuvels
synclines
dalen met consequente rivieren
ruz
rivieren zullen vanuit de synclinale valleien de steile helling van de anticline eroderen en er een ravijn of kloofdal vormen
canoe shaped valley
combe
onderliggende zachte gesteente liggen in de anticline het dichtst bij het oppervlak. Als dit wordt aangetast door een ruz wordt het snel uitgeruimd in de richting van de anticlinale as. hierdoor ontstaat een langgerekte vallei met subsequente rivier
reliëfinversie
synclinale rivieren zullen al het zachte gesteente hebben uitgeruimd en stromen op een harder gesteente waardoor de synclinale valleien hoger komen te liggen dan de anticlinale dalen
hangende synclinalen
delen van de vroegere synclinale valleien die als een verheven vallei boven de nieuwe anticlinale dalen uitsteken
cluse
water gap
de anticlinale rivier zal afschuiven over de helling van de anticline er er op sommige plaatsen doorbreken
duikende plooien
anticlines en synclines eindigen met anticlinale en synclinale neuzen. Erosie van duikende plooien resulteert in een zigzagpatroon van kammen en valleien
synclinale neus
steile helling aan de buitenzijde
anticlinale neus
steile helling aan de binnenzijde, in het anticlinaal dal.
appalachisch reliëf
Condruzisch reliëf
reliëf ontwikkeld op afgevlakte plooistructuren
epirogenetische bewegingen
verticale bewegingen van grote delen van de aardkorst
kan ook zorgen voor een opheffing van de schiervlakte
doorbraakdalen
cluses
waar de rivieren doorheen de harde lagen stromen
bekken- en koepelstructuren
dezelde ontwikkeling en reliëfvormen als bij voorgaande hellende structuren
koepel
dôme
steilranden ontstaan aan de binnenzijde
bekken
steilranden ontstaan aan de buitenzijde
knoopsgat
boutonnière
koepel van de Weald-Artesië waarbij de koepel is opengebroken en oudere lagen dagzomen
fault scrap
breuktrap
resultaat van een of meerdere verplaatsingsevenementen langs een breuk.
geologisch proces veroorzaakt een verschuiving langs een breuk wat kan zorgen voor een lagere zijde waardoor een trapvorm ontstaat
escarpment
steilrand
resultaat van vele verplaatsingen langs een breuk geïntegreerd over geologische tijd
oude passieve breuken
afgedekt met andere sedimenten
komen na het eroderen van deze sedimenten terug aan het oppervlak
reliëftrap
door differentiële erosie op dit verschil in positie
reliëfsinversie
wanneer een plaats die door de breuk omhoog gekomen is een lagere positie inneemt
recente actieve breuken
ontstaan van een breukrand die wordt aangetast door erosie
vorming van ravijenen, subsequente valleien, achteruitschrijden van de breukrand via de vorming van driehoekige facetten
strike-slip breukzones
actieve vorm van breuken vanwege de constante bewegingen en frequente aardbevingen die ze veroorzaken
offset drainage channel
stroomgeulen or rivieren die door horizontale beweging langs de breuk zijn verplaatst
beheaded stream
beek waarvan de bovenloop is afgesneden door de breukbeweging, stroom heeft geen directe verbinding meer met de oorspronkelijke loop
linear valley
vallei die parallel loopt aan de breuklijn gevormd door beweging van de breuk
scrap
klif of steile helling die ontstaat door verticale verschuiving langs een breuk
sag pond
klein meer of vijver dat zich vormt in depressies langs een breuklijn
depressies ontstaan door bewegingen van een breuk
bench
vlak gebied dat ontstaan door herhaalde bewegingen langs een breuk
leid tot trede achtig landschap
shutter ridge
bergkam die door horizontale beweging langs breuk naar voren is geschoven en deel van vallei of drainagekanaal blokkeert
linear trough
breder lineair dal of trog die door breukbeweging is gevormd
vaak parallel aan breuklijn en die water opvangt of doorstroming mogelijk maakt
chain of lakes
reeks meren die zich langs breuklijnen vormen
kunnen ontstaan door depressies en verzakkingen langs de breuk
offset hills
heuvels die zijn verplaatst door horizontale beweging langs de breuk
kan resulteren in heuvels die niet meer op een lijn liggen met de oorspronkelijke locaties aan de andere kant van de breuk
offset streams
stroompjes of rivieren die verschoven zijn door beweging langs de breuk
rapid normal fault slip
hangende wand beweegt snel naar beneden ten opzichte van de voetwand
resultaat is enkele geomorfologische kenmerken
small fans
kleine alluviale waaiers dicht bij de breuklijn
zijn relatief klein door de snelle neerwaartse beweging
large, slightly degraded facets
grote, licht verweerde facetten aan de voetwand
grote, vlakke oppervlakken die weinig erosie zijn ondergaan vanwege de snelle neerwaartse beweging van de hangende wand
mountain-piedmont junction
overgangszone tussen bergachtig gebied en lager gelegen vlakte
proximal axial river
rivier die dicht bij de breuklijn stroomt
slow normal fault slip
hangende wand beweegt langzamer naar beneden
large low-gradient fans
grote alluviale waaiers met lage helling
zijn groter en hebben lagere gradiënt door langzame neerwaartse beweging en langere tijd voor sedimentatie
entrenched fanheads
diep ingesneden koppen van alluviale waaiers
door langdurige erosie en sedimenttransport
degraded, dissected facets
verweerde en ontlede facetten aan de voetwand
distal axial river
rivier die verder weg van de breuklijn stroomt
horst-grabenstructuur
initiële lanfschapsvormen die verder kunnen evolueren indien het horizontaal gelaagde afzettingen betreft met verschillen in resistentie
horst
hogergelegen gebied
graben
lagergelegen gebied