Fysische georgrafie - hoofdstuk 6: structurele geomorfologie

0.0(0)
studied byStudied by 3 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/76

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

77 Terms

1
New cards

structurele geomorfologie

reliëfs of landschapsvormen waarbij de morfologie en ontwikkeling verklaard kan worden door de kenmerken van de lithosfeer

2
New cards

harde gesteenten

relatief sterk en weerstandbiedend tegen erosie

weinig erosiegevoelig

3
New cards

zachte gesteenten

relatief zwak weerstandbiedend tegen erosie

sterk erosiegevoelig

4
New cards

factoral scoring model

score toekennen aan een aantal factoren die de sterkte van het gesteente bepalen

deze scores worden opgeteld of vermenigvuldigd om een eindscore te bekomen

deze eindscore is een indicator voor de sterkte van het gesteente

5
New cards

uni-axiale samendrukkingsweerstand

uniaxiale compressive strength (UCS)

maximale samendrukking vooraleer het rotsmonster volledig bezwijkt

maat voor de weerstand van harde gesteenten tegen verbrijzeling

6
New cards

factoren van rock mass strength index van Shelby

  1. sterkte van het intacte, harde gesteente

  2. verweringstoestand van het gesteente

  3. afstand tussen de breukvlakken

  4. oriëntatie van de breukvlakken

  5. breedte van de spleten, breuken en barsten

  6. laterale en verticale continuïteit

  7. aanwezig verweringsmateriaal in de spleten, barsten en breuken

  8. waterbeweging binnen de rotsmassa en water exfiltratie

7
New cards

wet van archimedes

positieve poriënwaterdrukken in spleten verlagen de schuifweerstand als gevolg van de opwaartse kracht

8
New cards

slaking

modderige brij in de spleten

9
New cards

harde kernen

meer resistent gesteente omgeven door minder resistent gesteente waardoor een positief reliëf zal overblijven

10
New cards

(sub) horizontale structuren

horizontaal gelaagde afzettingen met verschillende resistenties

11
New cards

corniche

kroonlijst

cliff

verticale wand in harde laag die hoogste delen van het landschap inneemt

12
New cards

structureel vlak

een vlak reliëf ontwikkeld op een harde laag

13
New cards

bornhardt

koepelvormig, steile heuvel of berg met een platte of zacht hellende top. gevormd door de erosie van gesteentelagen waardoor een harder gesteente achter blijft dat meer resistent is.

vb: Uluru, Australië

<p>koepelvormig, steile heuvel of berg met een platte of zacht hellende top. gevormd door de erosie van gesteentelagen waardoor een harder gesteente achter blijft dat meer resistent is. </p><p>vb: Uluru, Australië</p>
14
New cards

mesa

tafelberg

restheuvel dat achterblijft wanneer verdere erosie het hardere structurele vlak doet verdwijnen

platte top en steile uit puin bestaande hellingen

15
New cards

getuigenheuvel

butte témoins

een min of meer geïsoleerde erosiebestendige heuvel in een verder relatief vlak landschap.

getuige voor een sedimentafzetting die ooit over het hele landschap lag, maar door erosie versnipperd werd.

16
New cards

homoclinale structuren

parallel gelaagde afzettingen die allen onder een bepaalde hoek afhellen in een bepaalde richting en met verschillende resistentie

reliëf varieert afhankelijk van de hellingshoek van de lagen

17
New cards

hogbacks

sterkt uitstekende lagen in het landschap bij zeer sterk hellende lagen

18
New cards

muren

bij verticale structuren kunnen muurachtige reliëfs ontstaan

19
New cards

flat irons

indien hogback / kroonlijst sterk wordt versneden door talrijke ruz’ kan dit leiden tot een driehoekige vorm

20
New cards

cuestareliëfs

indien parallelle lagen eerder zwakhellend zijn

asymmetrische reliëfs

21
New cards

cuestafront

steilere helling gevormd op de hardere laag

bij het terugschrijden van het front kunnen restheuvels ontstaan

22
New cards

cuestarug

zacht aflopende helling voornamelijk opgebouwd uit hardere lagen

structureel vlak

23
New cards

cuestavoet

geringere helling opgebouwd uit minder resistent materiaal

24
New cards

consequente vallei / rivier

volgt de algemene afhelling van de geologische lagen en breekt doorheen het cuestafront

25
New cards

subsequente vallei / rivier

structurele vallei aan de voet en parallel met het cuestafront

rivieren zullen zich na contact met de geplooide lagen sterker ontwikkelen in de zwakkere gesteenten

26
New cards

resequente vallei / rivier

draineert de cuestarug volgens de afhelling van de lagen

27
New cards

obsequente vallei / rivier

erodeert het cuestafront vanuit de subsequente vallei

28
New cards

plooistructuren

afwisseling van meer en minder resistente lagen die door tektonische bewegingen geplooid worden tot anticlinalen en synclinalen

29
New cards

jurassisch reliëf

reliëf ontwikkeld op recente plooistructuren

30
New cards

anticlines

heuvels

31
New cards

synclines

dalen met consequente rivieren

32
New cards

ruz

rivieren zullen vanuit de synclinale valleien de steile helling van de anticline eroderen en er een ravijn of kloofdal vormen

33
New cards

canoe shaped valley

combe

onderliggende zachte gesteente liggen in de anticline het dichtst bij het oppervlak. Als dit wordt aangetast door een ruz wordt het snel uitgeruimd in de richting van de anticlinale as. hierdoor ontstaat een langgerekte vallei met subsequente rivier

34
New cards

reliëfinversie

synclinale rivieren zullen al het zachte gesteente hebben uitgeruimd en stromen op een harder gesteente waardoor de synclinale valleien hoger komen te liggen dan de anticlinale dalen

35
New cards

hangende synclinalen

delen van de vroegere synclinale valleien die als een verheven vallei boven de nieuwe anticlinale dalen uitsteken

36
New cards

cluse

water gap

de anticlinale rivier zal afschuiven over de helling van de anticline er er op sommige plaatsen doorbreken

37
New cards

duikende plooien

anticlines en synclines eindigen met anticlinale en synclinale neuzen. Erosie van duikende plooien resulteert in een zigzagpatroon van kammen en valleien

38
New cards

synclinale neus

steile helling aan de buitenzijde

39
New cards

anticlinale neus

steile helling aan de binnenzijde, in het anticlinaal dal.

40
New cards

appalachisch reliëf

Condruzisch reliëf

reliëf ontwikkeld op afgevlakte plooistructuren

41
New cards

epirogenetische bewegingen

verticale bewegingen van grote delen van de aardkorst

kan ook zorgen voor een opheffing van de schiervlakte

42
New cards

doorbraakdalen

cluses

waar de rivieren doorheen de harde lagen stromen

43
New cards

bekken- en koepelstructuren

dezelde ontwikkeling en reliëfvormen als bij voorgaande hellende structuren

44
New cards

koepel

dôme

steilranden ontstaan aan de binnenzijde

45
New cards

bekken

steilranden ontstaan aan de buitenzijde

46
New cards

knoopsgat

boutonnière

koepel van de Weald-Artesië waarbij de koepel is opengebroken en oudere lagen dagzomen

47
New cards

fault scrap

breuktrap

resultaat van een of meerdere verplaatsingsevenementen langs een breuk.

geologisch proces veroorzaakt een verschuiving langs een breuk wat kan zorgen voor een lagere zijde waardoor een trapvorm ontstaat

48
New cards

escarpment

steilrand

resultaat van vele verplaatsingen langs een breuk geïntegreerd over geologische tijd

49
New cards

oude passieve breuken

afgedekt met andere sedimenten

komen na het eroderen van deze sedimenten terug aan het oppervlak

50
New cards

reliëftrap

door differentiële erosie op dit verschil in positie

51
New cards

reliëfsinversie

wanneer een plaats die door de breuk omhoog gekomen is een lagere positie inneemt

52
New cards

recente actieve breuken

ontstaan van een breukrand die wordt aangetast door erosie

vorming van ravijenen, subsequente valleien, achteruitschrijden van de breukrand via de vorming van driehoekige facetten

53
New cards

strike-slip breukzones

actieve vorm van breuken vanwege de constante bewegingen en frequente aardbevingen die ze veroorzaken

54
New cards

offset drainage channel

stroomgeulen or rivieren die door horizontale beweging langs de breuk zijn verplaatst

55
New cards

beheaded stream

beek waarvan de bovenloop is afgesneden door de breukbeweging, stroom heeft geen directe verbinding meer met de oorspronkelijke loop

56
New cards

linear valley

vallei die parallel loopt aan de breuklijn gevormd door beweging van de breuk

57
New cards

scrap

klif of steile helling die ontstaat door verticale verschuiving langs een breuk

58
New cards

sag pond

klein meer of vijver dat zich vormt in depressies langs een breuklijn

depressies ontstaan door bewegingen van een breuk

59
New cards

bench

vlak gebied dat ontstaan door herhaalde bewegingen langs een breuk

leid tot trede achtig landschap

60
New cards

shutter ridge

bergkam die door horizontale beweging langs breuk naar voren is geschoven en deel van vallei of drainagekanaal blokkeert

61
New cards

linear trough

breder lineair dal of trog die door breukbeweging is gevormd

vaak parallel aan breuklijn en die water opvangt of doorstroming mogelijk maakt

62
New cards

chain of lakes

reeks meren die zich langs breuklijnen vormen

kunnen ontstaan door depressies en verzakkingen langs de breuk

63
New cards

offset hills

heuvels die zijn verplaatst door horizontale beweging langs de breuk

kan resulteren in heuvels die niet meer op een lijn liggen met de oorspronkelijke locaties aan de andere kant van de breuk

64
New cards

offset streams

stroompjes of rivieren die verschoven zijn door beweging langs de breuk

65
New cards

rapid normal fault slip

hangende wand beweegt snel naar beneden ten opzichte van de voetwand

resultaat is enkele geomorfologische kenmerken

66
New cards

small fans

kleine alluviale waaiers dicht bij de breuklijn

zijn relatief klein door de snelle neerwaartse beweging

67
New cards

large, slightly degraded facets

grote, licht verweerde facetten aan de voetwand

grote, vlakke oppervlakken die weinig erosie zijn ondergaan vanwege de snelle neerwaartse beweging van de hangende wand

68
New cards

mountain-piedmont junction

overgangszone tussen bergachtig gebied en lager gelegen vlakte

69
New cards

proximal axial river

rivier die dicht bij de breuklijn stroomt

70
New cards

slow normal fault slip

hangende wand beweegt langzamer naar beneden

71
New cards

large low-gradient fans

grote alluviale waaiers met lage helling

zijn groter en hebben lagere gradiënt door langzame neerwaartse beweging en langere tijd voor sedimentatie

72
New cards

entrenched fanheads

diep ingesneden koppen van alluviale waaiers

door langdurige erosie en sedimenttransport

73
New cards

degraded, dissected facets

verweerde en ontlede facetten aan de voetwand

74
New cards

distal axial river

rivier die verder weg van de breuklijn stroomt

75
New cards

horst-grabenstructuur

initiële lanfschapsvormen die verder kunnen evolueren indien het horizontaal gelaagde afzettingen betreft met verschillen in resistentie

76
New cards

horst

hogergelegen gebied

77
New cards

graben

lagergelegen gebied