1/31
Deze flashcards behandelen de transitie van de middeleeuwen naar de vroegmoderne tijd, inclusief religieuze hervormingen, artistieke stromingen, de opkomst van het Habsburgse rijk, politieke systemen zoals absolutisme en de verlichting, en de economische impact van de industriële revoluties.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Humanisme (Reformatie)
Een van de drie hoofdoorzaken van de reformatie waarbij actieve tekstwetenschappers mensen aanzetten om kritisch na te denken over de dogma’s van de Kerk.
Boekdrukkunst
Een technologische ontwikkeling die zorgde voor een snellere verspreiding van boeken en idee'en die afweken van het katholicisme.
Handel in aflaten
Een praktijk in de katholieke Kerk waarbij mensen letterlijk hun zonden konden afkopen, wat leidde tot protest.
Lutheranisme
Protestantse stroming van Luther waarbij de Bijbel de kern van het geloof is en zonden alleen vergeven worden door geloof en berouw.
Calvinisme
Strenge protestantse stroming gebaseerd op predestinatie, met een verbod op zingen, dansen, gokken en drinken.
Predestinatie
Het geloofspunt binnen het calvinisme dat stelt dat God al bij de geboorte heeft beslist of iemand wel of niet in de hemel komt.
Anglicanisme
Engelse kerkstroom opgericht door Hendrik VIII waarbij de koning van Engeland de leider van de kerk is.
Humanisme (Vroegmoderne tijd)
Levensbeschouwing ontstaan rond het einde van het Oost-Romeinse Rijk met sterke interesse in de klassieke oudheid en de mens, zowel mentaal als fysiek.
Anatomie
Vakgebied dat door de toenemende interesse in de mens tijdens het humanisme een heropleving kende.
Renaissancekunst
Kunststroming gekenmerkt door realistische, anatomisch correcte weergaven, focus op perspectief, diagonale lijnen en mythologische inspiratiebronnen.
Barok
Kunststroming die dynamischer en minder sober is dan de renaissance, met donkerdere kleuren en een veelvoud aan vormen.
Huwelijkspolitiek
Een van de manieren waarop het Bourgondische rijk zich uitbreidde, naast erfenis, verovering en afkoop.
Karel V
Kleinzoon van Maria van Bourgondi+ en Maximiliaan van Oostenrijk die een rijk vergaarde waar ‘de zon nooit onderging’.
Troonafstand van Karel V
Het besluit van de keizer om zijn rijk op te splitsen tussen zijn broer Ferdinand (Oostenrijkse Habsburgers) en zijn zoon Filips II (Spaanse Habsburgers).
Beeldenstorm
Opstand waarbij de bevolking in de Nederlanden kerkschade aanrichtte en beelden en altaren vernietigde uit protest tegen Filips II.
Hertog Alva
Bestuurder in de Nederlanden wiens repressieve beleid en de val van Antwerpen zware economische gevolgen hadden.
Vrede van Münster
Het verdrag dat het einde van de Tachtigjarige Oorlog betekende en de opsplitsing van de Nederlanden bevestigde.
Vorstelijk absolutisme
Bestuursvorm waarbij de koning alle macht bezit en alle beslissingen neemt, met Lodewijk XIV als hoogtepunt.
Parlementaire monarchie
Bestuursvorm in Engeland waarbij het parlement het beleid oplegt dat de koning moet uitvoeren.
Declaration of Right
Document ondertekend door Willem III van Oranje dat van Engeland officieel een parlementaire monarchie maakte.
De Verlichting
Filosofische stroming die stelt dat mensen zelf kritisch moeten nadenken en niet blindelings hun leiders moeten volgen.
Scheiding der machten
Principe van Montesquieu waarbij de wetgevende, uitvoerende en rechterlijke macht bij verschillende instanties liggen.
Volkssoevereiniteit
Idee van Rousseau dat een bevolking zelf mag beslissen hoe ze bestuurd wordt.
Vertegenwoordigende democratie
Systeem waarbij de bevolking volksvertegenwoordigers kiest die in hun plaats beslissingen nemen in het parlement.
Algemeen enkelvoudige stemplicht
Systeem in België dat sinds 1948 ook voor vrouwen geldt.
Industriële Revolutie 1
Periode tussen ca. midden 18e en midden 19e eeuw, gekenmerkt door de stoommachine en de opkomst van fabrieken.
Industriële Revolutie 2
Fase gekenmerkt door de verbrandingsmotor, elektriciteit, staal en de invoering van de lopende band.
Industriële Revolutie 3
Fase gekenmerkt door computers, elektronica en communicatietechnologie.
Industriële Revolutie 4
De huidige technologische fase met focus op AI, robotica en 3D-printen.
Boston Tea Party
Vorm van Amerikaans protest tegen Britse belastingen die leidde tot de strenge Intolerable Acts.
Zevenjarige Oorlog
Oorlog waarna het Verenigd Koninkrijk strenge belastingen oplegde aan de Amerikaanse koloniën.
Plantage-economie
Economisch systeem in het zuiden van de Amerikaanse koloniën dat sterk afhankelijk was van katoen en slavenarbeid.