Samenvatting Geldzaken en Crisis

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set vocabulaire flashcards gebaseerd op de lesbrieven Geldzaken en Crisis, inclusief definities voor monetaire functies, banktermen en economische concepten.

Last updated 9:01 PM on 6/30/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

30 Terms

1
New cards

Rekenmiddel

Functie van geld waarbij de waarde van verschillende goederen met elkaar vergeleken kan worden.

2
New cards

Ruilmiddel

Functie van geld waarbij het wordt gebruikt om goederen of diensten mee te betalen.

3
New cards

Spaarmiddel

Functie van geld waarbij het bewaard kan worden voor toekomstig gebruik.

4
New cards

Chartaal geld

Tastbaar geld in de vorm van munten en bankbiljetten.

5
New cards

Giraal geld

Niet-tastbare tegoeden op een betaalrekening (rekening-courant) bij een bank.

6
New cards

Maatschappelijke geldhoeveelheid

Al het chartale en girale geld dat in handen is van het publiek en gebruikt wordt als ruilmiddel.

7
New cards

Arbeidsdeling

Ook wel arbeidsverdeling genoemd; het splitsen van het productieproces in kleinere onderdelen om de arbeidsproductiviteit te vergroten.

8
New cards

Directe ruil

Ook wel ruil in natura genoemd; de directe ruil van goederen tegen andere goederen zonder tussenkomst van geld.

9
New cards

Indirecte ruil

Ruil waarbij goederen worden geruild tegen geld.

10
New cards

Nominale waarde

De waarde die expliciet vermeld staat op een munt of bankbiljet.

11
New cards

Intrinsieke waarde

De materiaalwaarde of intrinsieke waarde van de grondstoffen waaruit een munt of bankbiljet bestaat.

12
New cards

Tekenmunt

Een intrinsiek onvolwaardige munt waarvan de nominale waarde hoger is dan de materiaalwaarde.

13
New cards

Fiduciair geld

Geld dat zijn waarde ontleent aan het vertrouwen dat men ermee kan betalen, zoals tekenmunten en bankbiljetten.

14
New cards

Europese Centrale Bank (ECB)

De centrale bank voor landen met de euro, verantwoordelijk voor prijsstabiliteit en de uitgifte van euromunten en bankbiljetten.

15
New cards

De Nederlandsche Bank (DNB)

De centrale bank van Nederland die het beleid van de ECB uitvoert en toezicht houdt op financiele instellingen in Nederland.

16
New cards

Wederzijdse schuldaanvaarding

Het proces waarbij een bank giraal geld schept door een lening te verstrekken, waarbij zowel de bank als de lener een verplichting aangaan.

17
New cards

Liquiditeitspercentage

De verhouding tussen de liquide middelen en de rekening-couranttegoeden van een bank, berekend als: kas+tegoed bij DNBrekening-couranttegoeden×100%\frac{\text{kas} + \text{tegoed bij DNB}}{\text{rekening-couranttegoeden}} \times 100\%.

18
New cards

Solvabiliteitspercentage

De verhouding tussen het eigen vermogen en het vreemd vermogen van een bank, berekend als: eigen vermogenvreemd vermogen×100%\frac{\text{eigen vermogen}}{\text{vreemd vermogen}} \times 100\%.

19
New cards

Inflatie

Een stijging van het algemeen prijspeil in een land.

20
New cards

Bestedingsinflatie

Prijsstijging die ontstaat wanneer de totale bestedingen de productiecapaciteit van een economie overstijgen.

21
New cards

Kosteninflatie

Prijsstijging veroorzaakt door het doorberekenen van hogere productiekosten, zoals loon- of grondstofkosten, in de verkoopprijzen.

22
New cards

Deflatie

Een daling van het algemeen prijsniveau.

23
New cards

Hypothecaire lening

Een langlopende lening bij een bank met onroerend goed (huis of grond) als onderpand.

24
New cards

Waardevast

Situatie waarin uitkeringen of pensioenen meestijgen met het inflatiepercentage.

25
New cards

Welvaartsvast

Situatie waarin uitkeringen of pensioenen meestijgen met de gemiddelde stijging van de cao-lonen.

26
New cards

Transactiekosten

Alle inspanningen en kosten die nodig zijn om een ruil tot stand te brengen en af te wikkelen.

27
New cards

Comparatief voordeel

Het voordeel dat iemand heeft bij de taak waarin hij relatief het minst slecht is ten opzichte van een ander.

28
New cards

Absoluut voordeel

Een voordeel in het aantal benodigde uren per taak of financieel voordeel bij de productie van een goed.

29
New cards

Bankrun

Een situatie waarin veel klanten tegelijkertijd hun geld bij een bank opvragen uit angst voor een faillissement.

30
New cards

Depositogarantiestelsel

Een wettelijke regeling die het spaargeld van burgers garandeert tot een bedrag van 100.000\text{€} 100.000 bij een faillissement van een bank.