ethologie: H1-9

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/117

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 5:02 PM on 8/18/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

118 Terms

1
New cards

Vrije conflicten

Externe belemmering van een gedrag waarvoor een bepaalde motvaitie bestaat


oversprong gedrag, tijdelijk, vrije toegang alle gedragssystemen, conflictgedrag, acute stress

2
New cards

Onvrije conflicten

Externe belemmering van een gedrag waarvoor een motivatie is, door gevangenschap


langdurig, niet alle gedragssystemen uitvoerbaar, gestoord gedrag, chronische stress, welzijnsstoring

3
New cards

ambivalent gedrag

het mengen van beide gedragingen, zowel submissie als dreighoudingen, successief is het ene gedrag afwisselend van het andere vertonen

4
New cards

Redirectiegedrag

reactie op een vervangend of ongewoon object

5
New cards

Overspronggedrag

langdurig systeem opeens overschakelen op een ander systeem

6
New cards

omgericht gedrag

zelf- of omgevingsgericht, vb.: zuigen en eten van niet eetbare dingen in de omgeving, extreem zelf groomen, copulatie met zelfde sexe

7
New cards

Primaire mutilate

zuiver gedragsprobleem, gevolg van fysieke problemen

8
New cards

Secundaire mutilatie

door een ander gedrag veroorzaakt, kan ten gevolge van omgevingsgedrag

9
New cards

apathie

gebrek aan belangstelling voor externe prikkels

10
New cards

Stereotypieën

doelloos gefixeerde, zich herhalende bewegingen, ogenschijnlijk zinloos, in meeste gevallen maken ze deel uit van het normale ethogram

11
New cards

Stereotypieën stadia

  1. Gedrag wordt herhaald bij aanwezigheid van de oorzaak: variabel gedrag, stopt als oorzaak wordt weggenomen, te onderbreken door arousal of uitlokkende stimuli

  2. Volwassen stadium: spontaan, geëmancipeerd van oorzaak, extra bij arousal, individueel ritme en patroon, morfologische identiteit, zelfbelonend


12
New cards

Proactive copers of active copers

fysiologisch reageren ze sympatisch: hartslag verhoogt, adrenaline stijgt, in het gedrag zien we dat ze snel routines ontwikkelen, gedragspatronen die reeds succes hebben bewezen, vrij explosief, niet diepgaand, ongevoelig voor externe stimuli

13
New cards

Reactive copers of passive copers

fysiologisch is de activatie van de parasympathicus hoog, hartslag daalt, ze passen hun gedrag aan aan veranderingen in hun omgeving, lage agressiviteit, traag in exploratie, gevoelig voor externe stimuli

14
New cards

spelen

niet volledig functioneel, zelfbelonend, verschil in structuur of timing van normale vorm, herhaald uitgevoerd maar niet in volwassen vorm, uitgevoerd zonder risico’s

15
New cards

Locomotion play

fanatiek rennen, springen, excentrische lichaamsbewegingen, komen vaak terug op startpunt, alleen of in groep

16
New cards

Object play

manipuleren van iets met mond of benen

17
New cards

Proximate mechanismen

gereguleerd en gestimuleerd door beloningssysteem in het brein, opiaten, dopamine, noradrenaline, ook betrokken bij regulering van sociaal gedrag en het opwekken en de perceptie van emoties

18
New cards

Ultimate mechanismen

kosten energie en tijd, er is een verminderde oplettendheid, dus verhoging op riscio predatie of ongeval, ze oefenen de uitvoering van volwassen gedrag in een veilige context, stimuleert en verfijnt neurale en functionele aansturing van specifieke gedragingen vooral tijdens die specifieke gevoelige periode van dat gedrag, dient om sociale skills te leren

19
New cards

Voordelen

oudere dieren spelen ook, vermindert sociale spanningen, op veilige manier waarde van kracht schatten van een tegenstander, dominante verhoudingen impliciet versterken, informatie over omgeving en exploratie, zelfstimulering van endorfines, opwarming, ethological need

20
New cards

wanting effect

stimuleert het zoeken naar de situatie waarin een beloning verkregen kan worden

21
New cards

‘liking effect

uiting van positieve emoties

22
New cards

Voordelen van in groep leven

  • Verminderd risico op predatie

  • Gebruik van elkaars aanwezigheid

  • Eerder detectie van voedsel

  • Ervaring opdoen


23
New cards

Nadelen van in groep leven

  • Competitie: voor voedsel, partners

  • Kans op inteelt

  • Risico voor ziekteoverdracht

  • Afgestoten worden: verdwalen, kannibalisme

  • Aantrekking van meer predatoren

  • Risico van energieverlies: spelen met elkaar


24
New cards

Akoestisch of auditief signaal

de zender produceert geluidssignalen, de ontvanger vangt deze signalen op met het oor, snelle fade-out

25
New cards

Visueel signaal

opvangen door het oog, herbivoren en predatoren zijn vaak dichromatisch

26
New cards

Chemisch signaal

de zender produceert chemische stoffen, de ontvanger vangt deze stoffen op door reuk- of smaakorganen, trage fade-out, het meeste wordt er gebruik gemaakt van de feromonen

27
New cards

Tactiel signaal

door rechtstreeks lichamelijk contact informatie overbrengen van zender naar ontvanger, affiliatief gedrag door endorfines

28
New cards

Competitie

voorzieningen en voedselbronnen verdedigen

29
New cards

territorium

een gebied dat bewoond wordt door een individu, koppel of groep en verdedigd wordt tegen andere individuen, zelfs eigen jongen worden soms verjaagd, dit kan door displays, vocalisatie, markeringen, enzovoort

30
New cards

niet-associatief leren

habituatie of sensitisatie

31
New cards

associatief leren

klassiek conditioneren, operant conditioneren

32
New cards

Inprenten

nakomling op ouder en omgekeerd

  • Voedingsgedrag

  • Leergedrag

  • Sociale identificatie

  • Seksuele inprenting


33
New cards

Socialisatie

het leren van bepaalde sociale codes

34
New cards

Habituatie

dier geleidelijk minder en minder gaat reageren op een stimulus die regelmatig wordt herhaald

35
New cards

Sensitisatie

verhoging van de frequentie of intensiteit van een respons door een voorafgaande sterke, schadelijke of herhaalde stimulus

36
New cards

stapeleffect

intensiteit van een reactie op een stimulus te verhogen,

37
New cards

klassieke conditionering

onvoorwaardelijke stimulus (eten), gekoppeld aan een onvoorwaardelijke respons (kwijlen), gekoppeld aan een neutrale stimulus (belletje), de neutrale stimulus wordt een voorwaardelijke stimulus (kondigt eten aan) en kan een onvoorwaardelijke respons uitlokken na voldoende herhaling

38
New cards

US

= OCS = OS = onvoorwaardelijke (ongeconditioneerde) stimulus

39
New cards

UR

= OCR = OR = onvoorwaardelijke (ongeconditioneerde) respons

40
New cards

NR

neutrale stimulus

41
New cards

CS

VS = voorwaardelijke stimulus

42
New cards

CR

= VR = voorwaardelijke respons

43
New cards

Conditioneringswetten

  • Contingentie in de tijd:

  • Generalisatie

  • Extinctie

  • Discriminatie


44
New cards

Secundaire conditionering

n ketting van associaties leggen, combineren van 2 VS met als doel de eerste VS te elimineren en het dier enkel op de tweede VS te doen reageren

45
New cards

Operant conditioneren of trial and error leren

instrumentele manier van leren waarbij het dier de effecten leert van zijn eigen handelen

46
New cards

Target training

target aanraken en een beloning krijgen

47
New cards

Gedrag wordt beloond of gecorrigeerd

  • Positieve beloning, positive reinforcement R+

  • Negatieve beloning, negative reinforcement R

  • Positieve straf, positive punishment P+

  • Negatieve straf, negative punishment P-


48
New cards

Positieve beloning

: respons wordt gevolgd door aangename stimulus

49
New cards

Negatieve beloning

respons verwijdert onaangename stimulus

50
New cards

Positieve straf

respons wordt gevolgd door een onaangename stimulus

51
New cards

Negatieve straf

respons wordt gevolgd door het wegnemen van een aangename stimulus

52
New cards

vrees

inhibitie van gedrag in aanwezigheid van specifieke stimulus

53
New cards

angst

het dier niet kan voorspellen wat er gaat gebeuren en er dus een algemene remming van het gedrag plaatsvindt

54
New cards

Leren

gebruik maken van eerdere processen in de omgeving en die omzetten naar een zinvolle verandering

55
New cards

Trainen

stimuleren van gewenste gedragingen en verminderen van ongewenst gedrag

56
New cards

negatieve social modelling

een dier ziet een ander dier schrikken in aanwezigheid van een bepaalde stimulus en zal er zelf ook vrees voor tonen

57
New cards

Positive social modelling

een dier verliest vrees sneller indien een soortgenoot de timulus benadert of manipuleert zonder vrees te tonen

58
New cards

Interne stimuli

regeling homeostasis, invloed hormonen

59
New cards

Externe stimuli

seizoen, temperatuur, agressie, predatie, aangeleerd gedrag

60
New cards

vacuumgedrag

hoge interne stimuli, maar geen externe stimuli

61
New cards

supra-normale externe stimuli

hoge externe stimuli, maar geen interne stimuli

62
New cards

Doelgericht gedrag

gedrag om een bepaald doel te bereiken

63
New cards

Appetittief gedrag

set van bewegingen en oriënterende reacties om een doel te zoeken, flexibel, actief, zoekend, vaak essentieel voor voortbestaan, ethologische nood, zeer hoge motivatie

64
New cards

Consummatorisch gedrag

afsluiting van de gedragssequentie, de bevrediging, meer typisch, soort- en motivatiespecifiek

65
New cards

Contra free loading

Dieren werken liever om iets te bekomen, bezigheid is belonend voor dieren in een eentonig milieu

66
New cards

animale zenuwstelsel

onder invloed van onze wil

67
New cards

autonome zenuwstelsel

regelt onbewuste functies, sympatisch en parasympatisch

68
New cards

Endocriene stelsel

  • trager

  • langdurig effect

  • hormoonregeling


69
New cards

neuro-endocriene stelsel

sterke interactie tussen het zenuwstelsel en het endocriene stelsel

70
New cards

Hypothalamus

stuurt aan, het reguleert het autonome zenuwstelsel en dient intermediair tussen zenuwstelsel en endocriene stelsel, via zenuwprikkeling en hormonaal via releasingfactoren

  • motivationele toestand


71
New cards

Hypofyse

regelt, het geeft boodschapperstoffen af (stimulating factors) naar endocriene klieren, deze koppelen terug op beide systemen zodat er een balans ontstaat

72
New cards

Limbisch systeem

Staat in voor herinneringen en emoties, reageert op interne en externe (on)plezierige stimuli en coördinatie homeostasis

  • Hypothalamus

  • Hippocampus: leren en herinneren

  • Amygdala: emotionele processen

  • Andere onderdelen: orbitofrontale cortex (beslissingen), nucleus accumbens (genoegen, verslaving


73
New cards

Korte termijn ‘needs

Onmiddelijke fysiologische feedback als hieraan voldaan wordt Gedrag gemonitord en gereguleerd door de consequenties van het gedrag  negatieve feedback

74
New cards

Lange termijn ‘needs’

Onvervangbare, essentiële gedragingen, verankerd in het brein Worden niet meteen beloond door effect, niet gecontroleerd door directe consequentie

75
New cards

Circadiaans ritme

Dag, nacht, schemer

76
New cards

Infradiaan ritme

Circa-lunair ritme, circa-annual ritme

77
New cards

Ultradiaan ritme

REM slaap Groeihormonen

78
New cards

Feromonen

informatieoverdracht naar een ander individu of groep, dit noemen we olfactorische communicatie,

→ fysiologische of gedragsreactie uit te lokken,

79
New cards

polyfasische slaap

meerder keren op de dag zullen slapen voor een korte duur

80
New cards

mono- of bifasische slaap

slaap aan 1 stuk doorbrengen of in 2 delen

81
New cards

uni hemisferische slaap

wanneer 1 hemisfeer (hersenhelft) slaapt, de andere actief is

  • contra-laterale oog gesloten


82
New cards

REM- slaap

= rapid eye movement

Paradoxiale slaap, actieve slaap Stimulus drempelwaarde voor ontwaken uit REM-slaap is hoger dan voor NREM slaap

83
New cards

NREM-slaap

=non-rapid eye movement slaap

Rustige slaap, orthodoxicale slaap, slow wave slaap

84
New cards

Gastrine

cellen in de maagwand die de productie van maagsap stimuleren

85
New cards

Cholecystokinine

veroorzaakt samentrekking van de galblaas wat zorgt voor galafgifte, CCK stimuleert de alvleesklier wat zorgt voor afgifte van alvleessap

86
New cards

Ghreline

productie in de maagwand, vergroot de honger

87
New cards

Leptine

onder andere in vetweefsel, remt honger, geeft verzadigingsgevoel (resistentie in obese patiënten)

88
New cards

Insuline

stimuleert de opname van nutriënten, snelle toename na glucose opname, kan veststofwisseling remmen

89
New cards

progesteron

in stand houden van dracht

90
New cards

einde dracht

progesteronniveau daalt, aanzet tot melkproductie, prolactineniveau stijgt

91
New cards

na partus

oxytocineniveau stijgt, uteruscontracties

92
New cards

Emotionele stressrespons

gevoelens van woede, angst

93
New cards

Cognitieve stressrespons

verminderd concentratievermogen, minder goed geheugen

94
New cards

Gedragsmatige stressrespons

verandering in houding, communicatie, verminder coördinatievermogen, agressie, vluchten of vermijden

95
New cards

HPA-as

hypothalamic pituitary adrenal axis = hypothalamus hypofyse bijnier as

96
New cards

nature vs nurture

Gedrag steunt op informatie opgeslagen in het genoom: aangeboren, instinct, maar er is ook altijd een vorm van omgeving en leren, dus gedrag steunt ook op informatie uit de individuele ervaring

97
New cards

Kunstmatige selectie

Genetische selectie op gewenst gedrag en tegen ongewenst gedrag kan een belangrijk middel zijn om dierenwelzijn te verbeteren

98
New cards

Variabiliteit

binnen een populatie is er variatie tussen individuen

99
New cards

Erfelijkheid

deel van de variatie is erfelijk, nakomelingen vertonen gemiddeld meer gelijkenis met verwanten dan met anderen uit de populatie

100
New cards

Competitie

concurrentie voor schaarse hulpbronnen