1/117
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Vrije conflicten
Externe belemmering van een gedrag waarvoor een bepaalde motvaitie bestaat
oversprong gedrag, tijdelijk, vrije toegang alle gedragssystemen, conflictgedrag, acute stress
Onvrije conflicten
Externe belemmering van een gedrag waarvoor een motivatie is, door gevangenschap
langdurig, niet alle gedragssystemen uitvoerbaar, gestoord gedrag, chronische stress, welzijnsstoring
ambivalent gedrag
het mengen van beide gedragingen, zowel submissie als dreighoudingen, successief is het ene gedrag afwisselend van het andere vertonen
Redirectiegedrag
reactie op een vervangend of ongewoon object
Overspronggedrag
langdurig systeem opeens overschakelen op een ander systeem
omgericht gedrag
zelf- of omgevingsgericht, vb.: zuigen en eten van niet eetbare dingen in de omgeving, extreem zelf groomen, copulatie met zelfde sexe
Primaire mutilate
zuiver gedragsprobleem, gevolg van fysieke problemen
Secundaire mutilatie
door een ander gedrag veroorzaakt, kan ten gevolge van omgevingsgedrag
apathie
gebrek aan belangstelling voor externe prikkels
Stereotypieën
doelloos gefixeerde, zich herhalende bewegingen, ogenschijnlijk zinloos, in meeste gevallen maken ze deel uit van het normale ethogram
Stereotypieën stadia
Gedrag wordt herhaald bij aanwezigheid van de oorzaak: variabel gedrag, stopt als oorzaak wordt weggenomen, te onderbreken door arousal of uitlokkende stimuli
Volwassen stadium: spontaan, geëmancipeerd van oorzaak, extra bij arousal, individueel ritme en patroon, morfologische identiteit, zelfbelonend
Proactive copers of active copers
fysiologisch reageren ze sympatisch: hartslag verhoogt, adrenaline stijgt, in het gedrag zien we dat ze snel routines ontwikkelen, gedragspatronen die reeds succes hebben bewezen, vrij explosief, niet diepgaand, ongevoelig voor externe stimuli
Reactive copers of passive copers
fysiologisch is de activatie van de parasympathicus hoog, hartslag daalt, ze passen hun gedrag aan aan veranderingen in hun omgeving, lage agressiviteit, traag in exploratie, gevoelig voor externe stimuli
spelen
niet volledig functioneel, zelfbelonend, verschil in structuur of timing van normale vorm, herhaald uitgevoerd maar niet in volwassen vorm, uitgevoerd zonder risico’s
Locomotion play
fanatiek rennen, springen, excentrische lichaamsbewegingen, komen vaak terug op startpunt, alleen of in groep
Object play
manipuleren van iets met mond of benen
Proximate mechanismen
gereguleerd en gestimuleerd door beloningssysteem in het brein, opiaten, dopamine, noradrenaline, ook betrokken bij regulering van sociaal gedrag en het opwekken en de perceptie van emoties
Ultimate mechanismen
kosten energie en tijd, er is een verminderde oplettendheid, dus verhoging op riscio predatie of ongeval, ze oefenen de uitvoering van volwassen gedrag in een veilige context, stimuleert en verfijnt neurale en functionele aansturing van specifieke gedragingen vooral tijdens die specifieke gevoelige periode van dat gedrag, dient om sociale skills te leren
Voordelen
oudere dieren spelen ook, vermindert sociale spanningen, op veilige manier waarde van kracht schatten van een tegenstander, dominante verhoudingen impliciet versterken, informatie over omgeving en exploratie, zelfstimulering van endorfines, opwarming, ethological need
wanting effect
stimuleert het zoeken naar de situatie waarin een beloning verkregen kan worden
‘liking effect
uiting van positieve emoties
Voordelen van in groep leven
Verminderd risico op predatie
Gebruik van elkaars aanwezigheid
Eerder detectie van voedsel
Ervaring opdoen
Nadelen van in groep leven
Competitie: voor voedsel, partners
Kans op inteelt
Risico voor ziekteoverdracht
Afgestoten worden: verdwalen, kannibalisme
Aantrekking van meer predatoren
Risico van energieverlies: spelen met elkaar
Akoestisch of auditief signaal
de zender produceert geluidssignalen, de ontvanger vangt deze signalen op met het oor, snelle fade-out
Visueel signaal
opvangen door het oog, herbivoren en predatoren zijn vaak dichromatisch
Chemisch signaal
de zender produceert chemische stoffen, de ontvanger vangt deze stoffen op door reuk- of smaakorganen, trage fade-out, het meeste wordt er gebruik gemaakt van de feromonen
Tactiel signaal
door rechtstreeks lichamelijk contact informatie overbrengen van zender naar ontvanger, affiliatief gedrag door endorfines
Competitie
voorzieningen en voedselbronnen verdedigen
territorium
een gebied dat bewoond wordt door een individu, koppel of groep en verdedigd wordt tegen andere individuen, zelfs eigen jongen worden soms verjaagd, dit kan door displays, vocalisatie, markeringen, enzovoort
niet-associatief leren
habituatie of sensitisatie
associatief leren
klassiek conditioneren, operant conditioneren
Inprenten
nakomling op ouder en omgekeerd
Voedingsgedrag
Leergedrag
Sociale identificatie
Seksuele inprenting
Socialisatie
het leren van bepaalde sociale codes
Habituatie
dier geleidelijk minder en minder gaat reageren op een stimulus die regelmatig wordt herhaald
Sensitisatie
verhoging van de frequentie of intensiteit van een respons door een voorafgaande sterke, schadelijke of herhaalde stimulus
stapeleffect
intensiteit van een reactie op een stimulus te verhogen,
klassieke conditionering
onvoorwaardelijke stimulus (eten), gekoppeld aan een onvoorwaardelijke respons (kwijlen), gekoppeld aan een neutrale stimulus (belletje), de neutrale stimulus wordt een voorwaardelijke stimulus (kondigt eten aan) en kan een onvoorwaardelijke respons uitlokken na voldoende herhaling
US
= OCS = OS = onvoorwaardelijke (ongeconditioneerde) stimulus
UR
= OCR = OR = onvoorwaardelijke (ongeconditioneerde) respons
NR
neutrale stimulus
CS
VS = voorwaardelijke stimulus
CR
= VR = voorwaardelijke respons
Conditioneringswetten
Contingentie in de tijd:
Generalisatie
Extinctie
Discriminatie
Secundaire conditionering
n ketting van associaties leggen, combineren van 2 VS met als doel de eerste VS te elimineren en het dier enkel op de tweede VS te doen reageren
Operant conditioneren of trial and error leren
instrumentele manier van leren waarbij het dier de effecten leert van zijn eigen handelen
Target training
target aanraken en een beloning krijgen
Gedrag wordt beloond of gecorrigeerd
Positieve beloning, positive reinforcement R+
Negatieve beloning, negative reinforcement R
Positieve straf, positive punishment P+
Negatieve straf, negative punishment P-
Positieve beloning
: respons wordt gevolgd door aangename stimulus
Negatieve beloning
respons verwijdert onaangename stimulus
Positieve straf
respons wordt gevolgd door een onaangename stimulus
Negatieve straf
respons wordt gevolgd door het wegnemen van een aangename stimulus
vrees
inhibitie van gedrag in aanwezigheid van specifieke stimulus
angst
het dier niet kan voorspellen wat er gaat gebeuren en er dus een algemene remming van het gedrag plaatsvindt
Leren
gebruik maken van eerdere processen in de omgeving en die omzetten naar een zinvolle verandering
Trainen
stimuleren van gewenste gedragingen en verminderen van ongewenst gedrag
negatieve social modelling
een dier ziet een ander dier schrikken in aanwezigheid van een bepaalde stimulus en zal er zelf ook vrees voor tonen
Positive social modelling
een dier verliest vrees sneller indien een soortgenoot de timulus benadert of manipuleert zonder vrees te tonen
Interne stimuli
regeling homeostasis, invloed hormonen
Externe stimuli
seizoen, temperatuur, agressie, predatie, aangeleerd gedrag
vacuumgedrag
hoge interne stimuli, maar geen externe stimuli
supra-normale externe stimuli
hoge externe stimuli, maar geen interne stimuli
Doelgericht gedrag
gedrag om een bepaald doel te bereiken
Appetittief gedrag
set van bewegingen en oriënterende reacties om een doel te zoeken, flexibel, actief, zoekend, vaak essentieel voor voortbestaan, ethologische nood, zeer hoge motivatie
Consummatorisch gedrag
afsluiting van de gedragssequentie, de bevrediging, meer typisch, soort- en motivatiespecifiek
Contra free loading
Dieren werken liever om iets te bekomen, bezigheid is belonend voor dieren in een eentonig milieu
animale zenuwstelsel
onder invloed van onze wil
autonome zenuwstelsel
regelt onbewuste functies, sympatisch en parasympatisch
Endocriene stelsel
trager
langdurig effect
hormoonregeling
neuro-endocriene stelsel
sterke interactie tussen het zenuwstelsel en het endocriene stelsel
Hypothalamus
stuurt aan, het reguleert het autonome zenuwstelsel en dient intermediair tussen zenuwstelsel en endocriene stelsel, via zenuwprikkeling en hormonaal via releasingfactoren
motivationele toestand
Hypofyse
regelt, het geeft boodschapperstoffen af (stimulating factors) naar endocriene klieren, deze koppelen terug op beide systemen zodat er een balans ontstaat
Limbisch systeem
Staat in voor herinneringen en emoties, reageert op interne en externe (on)plezierige stimuli en coördinatie homeostasis
Hypothalamus
Hippocampus: leren en herinneren
Amygdala: emotionele processen
Andere onderdelen: orbitofrontale cortex (beslissingen), nucleus accumbens (genoegen, verslaving
Korte termijn ‘needs
Onmiddelijke fysiologische feedback als hieraan voldaan wordt Gedrag gemonitord en gereguleerd door de consequenties van het gedrag negatieve feedback
Lange termijn ‘needs’
Onvervangbare, essentiële gedragingen, verankerd in het brein Worden niet meteen beloond door effect, niet gecontroleerd door directe consequentie
Circadiaans ritme
Dag, nacht, schemer
Infradiaan ritme
Circa-lunair ritme, circa-annual ritme
Ultradiaan ritme
REM slaap Groeihormonen
Feromonen
informatieoverdracht naar een ander individu of groep, dit noemen we olfactorische communicatie,
→ fysiologische of gedragsreactie uit te lokken,
polyfasische slaap
meerder keren op de dag zullen slapen voor een korte duur
mono- of bifasische slaap
slaap aan 1 stuk doorbrengen of in 2 delen
uni hemisferische slaap
wanneer 1 hemisfeer (hersenhelft) slaapt, de andere actief is
contra-laterale oog gesloten
REM- slaap
= rapid eye movement
Paradoxiale slaap, actieve slaap Stimulus drempelwaarde voor ontwaken uit REM-slaap is hoger dan voor NREM slaap
NREM-slaap
=non-rapid eye movement slaap
Rustige slaap, orthodoxicale slaap, slow wave slaap
Gastrine
cellen in de maagwand die de productie van maagsap stimuleren
Cholecystokinine
veroorzaakt samentrekking van de galblaas wat zorgt voor galafgifte, CCK stimuleert de alvleesklier wat zorgt voor afgifte van alvleessap
Ghreline
productie in de maagwand, vergroot de honger
Leptine
onder andere in vetweefsel, remt honger, geeft verzadigingsgevoel (resistentie in obese patiënten)
Insuline
stimuleert de opname van nutriënten, snelle toename na glucose opname, kan veststofwisseling remmen
progesteron
in stand houden van dracht
einde dracht
progesteronniveau daalt, aanzet tot melkproductie, prolactineniveau stijgt
na partus
oxytocineniveau stijgt, uteruscontracties
Emotionele stressrespons
gevoelens van woede, angst
Cognitieve stressrespons
verminderd concentratievermogen, minder goed geheugen
Gedragsmatige stressrespons
verandering in houding, communicatie, verminder coördinatievermogen, agressie, vluchten of vermijden
HPA-as
hypothalamic pituitary adrenal axis = hypothalamus hypofyse bijnier as
nature vs nurture
Gedrag steunt op informatie opgeslagen in het genoom: aangeboren, instinct, maar er is ook altijd een vorm van omgeving en leren, dus gedrag steunt ook op informatie uit de individuele ervaring
Kunstmatige selectie
Genetische selectie op gewenst gedrag en tegen ongewenst gedrag kan een belangrijk middel zijn om dierenwelzijn te verbeteren
Variabiliteit
binnen een populatie is er variatie tussen individuen
Erfelijkheid
deel van de variatie is erfelijk, nakomelingen vertonen gemiddeld meer gelijkenis met verwanten dan met anderen uit de populatie
Competitie
concurrentie voor schaarse hulpbronnen