1/42
Een verzameling van 43 flashcards over stilistische variatie, sociolinguïstische studies van Labov en Bell, en concepten zoals identity stylisation en CUV.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Stilistische variatie
De manier waarop individuen hun complexe talige identiteit inzetten om zichzelf in een specifieke context een talige identiteit te verschaffen.
Indexicaliteit
Het principe dat taalgebruik verwijst naar de specifieke sociale context waarin die taal gebruikt wordt, zoals bij typetjes.
Diafasische variatie als bottom-up approach
Een benadering waarbij sprekers meer agency krijgen voor taalkeuzes, met aandacht voor processen in plaats van producten.
Intrasprekervariatie
Variatie binnen het taalgebruik van één en dezelfde spreker, zoals verschuivingen tussen verschillende prestigevormen.
Stijl
Een holistische combinatie van kenmerken die inherent contrastief is en gebaseerd op differentiatie ten opzichte van anderen.
Judith T. Irvine
Beschrijft sprekers als agents in een sociale ruimte die hun posities onderhandelen binnen een ideologisch gemedieerd systeem.
Register
Contextueel bepaalde, intrapersoonlijke variatie zonder identitaire agency, gebaseerd op de context volgens Michael Halliday.
William Labov
Pionier van kwantitatief variatie-onderzoek, bekend van studies op Martha’s Vineyard en de Lower East Side.
Martha’s Vineyard studie
Onderzoek naar sociale dialectologie waarbij de uitspraak van het foneem /aaj/ werd geanalyseerd in relatie tot de attitude van eilandbewoners.
Lower East Side studie
Studie naar de realisatie van de "r" waarbij werd geconstateerd dat stilistische variatie afhangt van de mate van aandacht voor de spraak.
Model van Allan Bell
Theorie die stelt dat sprekers hun taalgebruik modelleren in functie van hun toehoorder (Audience Design).
Radio-onderzoek Nieuw Zeeland 1975
Studie naar vier presentatoren op twee zenders (YA en ZB) die aantoonde dat taalgebruik sterk varieert per publiek.
Addressee
Een toehoorder die door de spreker is erkend (ratified), direct wordt aangesproken en bekend is.
Auditor
Een toehoorder in het model van Bell die wel erkend en bekend is, maar niet direct wordt aangesproken.
Overhearer
Een toehoorder die enkel bekend is, maar niet officieel erkend of direct aangesproken.
Range of variation
Het principe dat alle intrasprekervariatie een subset is van intersprekervariatie.
Referee design
Onderdeel van Bells model waarbij taalgebruik wordt gemodelleerd naar een referentiegroep die niet noodzakelijk aanwezig is.
Communication Accommodation Theory (CAT)
Theorie van Giles en Powesland over hoe mensen taal aanpassen voor sociale aanvaarding of efficiënte communicatie.
Convergence
Vorm van accommodatie waarbij de gelijkenissen tussen sprekers worden vergroot, zoals volume of ritme.
Divergence
Vorm van accommodatie waarbij de talige verschillen tussen sprekers bewust worden vergroot.
Maintenance
Situatie waarin geen style shift of accommodatie plaatsvindt, wat in de praktijk vaak als divergentie fungeert.
Symmetrie
Wanneer beide gesprekspartners in dezelfde richting bewegen tijdens hun taalaccommodatie.
Misaccommodation
Accommodatie die niet volledig slaagt, onderverdeeld in overaccommodatie en onderaccommodatie.
Speaker design
Het gebruik van stilistische variatie door een spreker om een eigen identiteit te profileren ten opzichte van een referentiegroep.
Attitudes
Volgens Gordon W. Allport een aangeleerde dispositie om zich op een bepaalde manier te voelen en te gedragen tegenover een persoon.
Identity negotiation
Proces waarbij groepsattitudes ten opzichte van taal worden losgekoppeld van de normatieve tendens.
Code crossing
Proces waarbij sprekers (vaak jongeren) etniciteiten van elkaar overnemen om een nieuwe talige identiteit te creëren.
Foxy Boston: real time study
Studie naar een tiener die AAVE gebruikte, waarbij bleek dat topic-gerelateerde shifts en identiteitsstyling een rol speelden.
Identity stylisation
Het gebruik van talige features uit bekende repertoires om een authentiek imago of nieuwe sociale identiteit te realiseren.
Act of identity
Interactie die op het moment zelf een nieuwe sociale identiteit schept, benaderd door onderzoekers zoals Auer en Gumperez.
Le Page & Tabouret-Keller
Onderzoekers met een constructivistische benadering waarbij acties worden ondernomen om tot een identiteit te komen.
Imaging
Het exploiteren van een bepaald talig beeld, bijvoorbeeld op sociofonetisch, grammaticaal of lexicaal niveau.
Sociophonetic imaging
Het gebruik van uitspraak en accent als een instrument voor het neerzetten van een specifieke identiteit.
Strategic inauthenticity
Een kenmerk van identity stylisation waarbij sprekers bewust en reflexief afwijken van hun directe context.
Vicky Pollard
Personage uit Little Britain dat via sociofonetische en grammaticale imaging de sociale groep "chavs" typeert.
Ali G
Personage dat een sociale identiteit creëert via indexicaliteit en Jamaican London slang, zonder audience design.
Limburgse Citétaal
Een multi-etnolect dat ontstond in de mijnwijken, gekenmerkt door een mix van Nederlands en invloeden van verschillende minderheden.
Contemporary Urban Vernaculars (CUV)
Contacttalen in meertalige stedelijke contexten die fungeren als informele substandaard met een multiculturele indexicaliteit.
Spill-over
De kruisbestuiving van talige kenmerken (code-mixing) naar andere groepen sprekers toe.
Cryptotalisch
Taalgebruik dat fungeert als een geheimtaal die alleen door de in-group volledig wordt begrepen.
Intersprekervariatie
Variatie in taalgebruik tussen verschillende groepen sprekers.
Diaglossie
De groeiende kloof of tweedeling tussen gesproken variëteiten en de geschreven vorm van een taal.
Nikolas Coupland
Onderzoeker die stelt dat stijl creatief en 'performed' is en dat stylised utterances identiteiten projecteren.