1/36
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
aedes
tempel
ara
altaar
Archigallus
hoofdpriester van de cultus van Magna Mater
arvales (fratres arvales)
gemeenschap van 12 priesters voor de cultus voor Dea Dia: Romeinse godin van de landbouw en het koren. Een belangrijk heiligdom bevond zich buiten Rome waar oude inscripties bewaard zijn, waardoor het ‘carmen arvale’ (het lied van de Arvales) in archaïsch Latijn (218 vot); later ook aan Augustus verbonden; de keizers waren vanaf dan altijd lid van dit broederschap.
NB ‘arvum’ is een geploegd veld, een akker, itt. Braakland.
Augur (mv. augures)
Romeinse priesters (9 later 16 in getale) die de goddelijke tekenen interpreteren om de wil van de goden te kennen;
onderscheid tussen augurium oblativum (‘spontaan’ aangeboden door de goden)
en augurium impetrativum (gevraagd door de mens, bekomen na observatie): de vlucht van vogels, het eetgedrag van kippen,…
Auspiciën/ auspicium
avis (mv. aves) = vogel, en specere / spicere = kijken, meerdere vormen, bij elke belangrijke private (huwelijk) en vooral publieke gelegenheid
Caerimonia
verwijst naar de handelingen, ‘ritus’ zoals in “ritu Graeco” naar de algemene manier waarop de procedures verlopen, dus waar het moderne woordgebruik ‘rite’ en ‘ritueel’ gebruikt, zouden antieke Romeinen ‘ceremonieel’ zeggen.
cella
de ruimte in een tempel waar het cultus-beeld stond
Extispicium
de exta zijn de opperste organen (lever, hart, longen), spicere is kijken, cfr. ‘inspecteren’: vorm van divinatie door het observeren van de ingewanden van een offerdier,
Fanum
en gewijd stuk land, een heiligdom, cfr. ‘fanaticus’: wie of wat behoort tot een fanum, dus toegewijd, toegewijd
profaan
wat zich voor en dus buiten het heiligdom bevindt, wie of wat niet toegewijd aan een godheid of ingewijd is in een cultus
fastus (mv fasti)
(verzwegen ‘dies’: dag), een dag in de Romeinse kalender waarop men wel (fastus) of niet (nefastus) bepaalde juridische handelingen mocht stellen, ‘fas’ is wat toegelaten is, ‘nefas’ is wat verboden is qua handeling, vandaar ‘nefastus’ als verboden en ook ongelukbrengend
feriae
feestdag, religieuze feestdag,
bv. de feriae Marti op 1 maart luidden de klassieke start van het nieuwe jaar in (men begon te tellen vanaf maart cfr. onze negende maand ‘september’ is letterlijk in het Latijn ‘de zevende’ (L septem = 7); ‘october’ de achtste (L octo = 8) omdat men telde vanaf “onze derde” maand, die waarop men opnieuw oorlog begon te voeren, toegewijd aan Mars: maart); vanaf het midden van de tweede eeuw vot liet men het jaar starten vanaf januari
flamen
priester van een bepaalde godheid, doorgaans toegevoegd welke god: zo bv. de … dialis (van Jupiter) of … martialis (Mars) of Quirinalis (Quirinus), later ook de naam voor priesters van de keizercultus.
genius
beschermgeest, etymologisch ‘de verwekker’, elke man heeft er een maar in de familiecultus werd vooral de genius van de pater familias vereerd;
discussie of er één genius is voor een familie die dan van pater familias op pater familias overgaat, dan wel louter individueel en dus oorspronkelijk sterfelijk gedacht zoals het individu; soms ziet men ook de genius van een overledenen aanroepen, cfr. Griekse daimon
Iuno
beschermgeest van de vrouwen
haruspex (mv. haruspices)
persoon die het bekijken (spicere, cfr. inspicere) en interpreteren van de ingewanden van offerdieren, voornamelijk de lever.
immolatio
letterlijk met meel besprenkelen van een dier voor een offer, ook algemeen voor elk offer.
het voorbereiden en toewijden van het offerdier door het te bestrooien met “mola salsa” een mengsel van meel en zout, is dus niet het eigenlijke doden van het dier, wat “immoler” (F) en “immolate” (E) later in de moderne talen is gaan betekenen
inauguratio
het inwijden, … van een nieuwe priester waarbij men een positief teken vraagt van de goden.
lar (mv lares)
oorsprong onduidelijk, zowel beschermgoden van landelijke streken als van wegen en kruispunten, beschermers van reizigers, later ook huisgoden, ‘… familiaris’ voor elk huishouden
lararium
heiligdom van de lares
libatio
Plengoffer, het uitgieten van wijn, of melk of een honingmengsel voor de goden
monstrum en (monstrans)
een teken (& wat men toont) dat als een goddelijke boodschap begrepen werd, bv. een afwijking bij de geboorte van een dier, vandaar modern ‘monster’
numen
de wil van een godheid, etymologisch verwant met ‘nuere’ en ‘nutus’: knikken. Het is ook een onzijdig woord dat in een zeer algemene zin ‘godhdeid’ kan betekenen, maar de oorsprong ligt in de etymologie van het knikken en de wilsbeschikking, niet in een on-persoonlijk, pre-theïstisch stadium van de Romeinse godsdienst, zoals men vroeger dacht wanneer men het vergeleek met onpersoonlijke concepten zoals het ‘mana’ van de Polynesiërs.
omen (mv omina)
een voorteken, wat iets voorafschaduwt, in de Oudheid neutraal, pas in moderne tijden heeft ‘omen’ een negatieve bijklank gekregen, maar oorspronkelijk kon het omen zowel positieve als negatieve zaken betekenen
penates
beschermers van de voedselvoorraad en de voorraadkast (‘penus’): huisgoden naast de meer algemene Lares
pietas
de correcte attitude en het vervullen van alle plichten tegenover de goden en de familie,
zo wordt Aeneas ‘pius’ genoemd om alle redenen (hij redt zijn vader en de huisgoden uit het brandende Troje en vervult een goddelijk gebod) cfr. eusebeia G
pomerium
de grens, de lijn tussen de stad en het omringende platteland (ager), belangrijk voor religieuze en politieke afbakening, de etymologie van dit woord is onduidelijk, het zou met de stadsmuren te maken kunnen hebben (na of voor de muur: post murum of pro muro) maar dit is onzeker. Beroemd is Romulus die met de ploeg de omtrekken van “zijn” Rome trok. Dit gebruik gaat wellicht op de Etrusken terug.
pontifex (pontifices)
Romeinse priesters, aan het hoofd van het college van 9 en later 16 priesters met brede bevoegdheid stond de ‘pontifex maximus’ (later titel van de paus, maar er was geen vergelijkbare functie in de antieke Romeinse culten). De etymologie is wellicht ‘weg-bereider’ (pons = pad, fex, facere = maken).
prodigium
een wonderlijk teken. In de moderne talen heeft het een positieve betekenis gekregen, maar in de Romeinse Oudheid was het doorgaans een teken gezonden door de goden om aan te duiden dat de verstandhouding met de goden (de ‘pax deorum’) verstoord was. Dit kon gaan om een misvorming bij een geboorte, een blikseminslag.
Sacrificium
een offer brengen
sacer, sacra + facere / ficere
salii
12 dansende, springende priesters die een schild bewaarden dat uit de hemel gevallen zou zijn, in de tempel van Mars bewaard werd en de voorspoed van Rome verzekerde; 11 schilden waren exacte kopieën om te verdoezelen welk schild “het ware” was, cfr. het eveneens uit de hemel gevallen beeldje (Palladium) dat Troje beschermde (en door de Grieken gestolen werd).
(van salire = dansen)
Sive deo sive deae
“aan U, weze U een god of een godin”, die wijst op de wens om in riten geen “procedurefouten” toe te laten, maximaal inclusief te zijn
supplicatio
offer van wierook en wijn (ture ac vino) als dank aan de goden of ook om gevaar af te wenden, iets af te smeken.
templum
a=deel van de hemel waarin men goddelijke tekenen observeert,
b= een ritueel afgelijnd stuk grond (bv van waaruit men de auspiciën observeert) en
c= een heiligdom, dat al of niet een gebouw omvatte waaraan het moderne woord ‘tempel’ refereert, cfr. aedes
vates
een zanger, profeet die in verzen de toekomst voorspelde, een dergelijke voorspelling is dan een ‘vaticinatio’
votum
belofte, gelofte, ‘ex voto’ is standaard uitdrukking dat men iets doet ter vervulling van een gelofte, en dan datgene dat men beloofd had (bv. de gave zelf, het votief-geschenk