Romeinse termen extra blad

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/36

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

37 Terms

1
New cards

aedes

tempel

2
New cards

ara

altaar

3
New cards

Archigallus

hoofdpriester van de cultus van Magna Mater

4
New cards

arvales (fratres arvales)

gemeenschap van 12 priesters voor de cultus voor Dea Dia: Romeinse godin van de landbouw en het koren. Een belangrijk heiligdom bevond zich buiten Rome waar oude inscripties bewaard zijn, waardoor het ‘carmen arvale’ (het lied van de Arvales) in archaïsch Latijn (218 vot); later ook aan Augustus verbonden; de keizers waren vanaf dan altijd lid van dit broederschap.

NB ‘arvum’ is een geploegd veld, een akker, itt. Braakland.

5
New cards

Augur (mv. augures)

Romeinse priesters (9 later 16 in getale) die de goddelijke tekenen interpreteren om de wil van de goden te kennen;

onderscheid tussen augurium oblativum (‘spontaan’ aangeboden door de goden)

en augurium impetrativum (gevraagd door de mens, bekomen na observatie): de vlucht van vogels, het eetgedrag van kippen,…

6
New cards

Auspiciën/ auspicium

avis (mv. aves) = vogel, en specere / spicere = kijken, meerdere vormen, bij elke belangrijke private (huwelijk) en vooral publieke gelegenheid

7
New cards

Caerimonia

verwijst naar de handelingen, ‘ritus’ zoals in “ritu Graeco” naar de algemene manier waarop de procedures verlopen, dus waar het moderne woordgebruik ‘rite’ en ‘ritueel’ gebruikt, zouden antieke Romeinen ‘ceremonieel’ zeggen.

8
New cards

cella

de ruimte in een tempel waar het cultus-beeld stond

9
New cards

Extispicium

de exta zijn de opperste organen (lever, hart, longen), spicere is kijken, cfr. ‘inspecteren’: vorm van divinatie door het observeren van de ingewanden van een offerdier,

10
New cards

Fanum

en gewijd stuk land, een heiligdom, cfr. ‘fanaticus’: wie of wat behoort tot een fanum, dus toegewijd, toegewijd

11
New cards

profaan

wat zich voor en dus buiten het heiligdom bevindt, wie of wat niet toegewijd aan een godheid of ingewijd is in een cultus

12
New cards

fastus (mv fasti)

(verzwegen ‘dies’: dag), een dag in de Romeinse kalender waarop men wel (fastus) of niet (nefastus) bepaalde juridische handelingen mocht stellen, ‘fas’ is wat toegelaten is, ‘nefas’ is wat verboden is qua handeling, vandaar ‘nefastus’ als verboden en ook ongelukbrengend

13
New cards

feriae

feestdag, religieuze feestdag,

bv. de feriae Marti op 1 maart luidden de klassieke start van het nieuwe jaar in (men begon te tellen vanaf maart cfr. onze negende maand ‘september’ is letterlijk in het Latijn ‘de zevende’ (L septem = 7); ‘october’ de achtste (L octo = 8) omdat men telde vanaf “onze derde” maand, die waarop men opnieuw oorlog begon te voeren, toegewijd aan Mars: maart); vanaf het midden van de tweede eeuw vot liet men het jaar starten vanaf januari

14
New cards

flamen

priester van een bepaalde godheid, doorgaans toegevoegd welke god: zo bv. de … dialis (van Jupiter) of … martialis (Mars) of Quirinalis (Quirinus), later ook de naam voor priesters van de keizercultus.

15
New cards

genius

beschermgeest, etymologisch ‘de verwekker’, elke man heeft er een maar in de familiecultus werd vooral de genius van de pater familias vereerd;

discussie of er één genius is voor een familie die dan van pater familias op pater familias overgaat, dan wel louter individueel en dus oorspronkelijk sterfelijk gedacht zoals het individu; soms ziet men ook de genius van een overledenen aanroepen, cfr. Griekse daimon

16
New cards

Iuno

beschermgeest van de vrouwen

17
New cards

haruspex (mv. haruspices)

persoon die het bekijken (spicere, cfr. inspicere) en interpreteren van de ingewanden van offerdieren, voornamelijk de lever.

18
New cards

immolatio

letterlijk met meel besprenkelen van een dier voor een offer, ook algemeen voor elk offer.

het voorbereiden en toewijden van het offerdier door het te bestrooien met “mola salsa” een mengsel van meel en zout, is dus niet het eigenlijke doden van het dier, wat “immoler” (F) en “immolate” (E) later in de moderne talen is gaan betekenen

19
New cards

inauguratio

het inwijden, … van een nieuwe priester waarbij men een positief teken vraagt van de goden.

20
New cards

lar (mv lares)

oorsprong onduidelijk, zowel beschermgoden van landelijke streken als van wegen en kruispunten, beschermers van reizigers, later ook huisgoden, ‘… familiaris’ voor elk huishouden

21
New cards

lararium

heiligdom van de lares

22
New cards

libatio

Plengoffer, het uitgieten van wijn, of melk of een honingmengsel voor de goden

23
New cards

monstrum en (monstrans)

een teken (& wat men toont) dat als een goddelijke boodschap begrepen werd, bv. een afwijking bij de geboorte van een dier, vandaar modern ‘monster’

24
New cards

numen

de wil van een godheid, etymologisch verwant met ‘nuere’ en ‘nutus’: knikken. Het is ook een onzijdig woord dat in een zeer algemene zin ‘godhdeid’ kan betekenen, maar de oorsprong ligt in de etymologie van het knikken en de wilsbeschikking, niet in een on-persoonlijk, pre-theïstisch stadium van de Romeinse godsdienst, zoals men vroeger dacht wanneer men het vergeleek met onpersoonlijke concepten zoals het ‘mana’ van de Polynesiërs.

25
New cards

omen (mv omina)

een voorteken, wat iets voorafschaduwt, in de Oudheid neutraal, pas in moderne tijden heeft ‘omen’ een negatieve bijklank gekregen, maar oorspronkelijk kon het omen zowel positieve als negatieve zaken betekenen

26
New cards

penates

beschermers van de voedselvoorraad en de voorraadkast (‘penus’): huisgoden naast de meer algemene Lares

27
New cards

pietas

de correcte attitude en het vervullen van alle plichten tegenover de goden en de familie,

zo wordt Aeneas ‘pius’ genoemd om alle redenen (hij redt zijn vader en de huisgoden uit het brandende Troje en vervult een goddelijk gebod) cfr. eusebeia G

28
New cards

pomerium

de grens, de lijn tussen de stad en het omringende platteland (ager), belangrijk voor religieuze en politieke afbakening, de etymologie van dit woord is onduidelijk, het zou met de stadsmuren te maken kunnen hebben (na of voor de muur: post murum of pro muro) maar dit is onzeker. Beroemd is Romulus die met de ploeg de omtrekken van “zijn” Rome trok. Dit gebruik gaat wellicht op de Etrusken terug.

29
New cards

pontifex (pontifices)

Romeinse priesters, aan het hoofd van het college van 9 en later 16 priesters met brede bevoegdheid stond de ‘pontifex maximus’ (later titel van de paus, maar er was geen vergelijkbare functie in de antieke Romeinse culten). De etymologie is wellicht ‘weg-bereider’ (pons = pad, fex, facere = maken).

30
New cards

prodigium

een wonderlijk teken. In de moderne talen heeft het een positieve betekenis gekregen, maar in de Romeinse Oudheid was het doorgaans een teken gezonden door de goden om aan te duiden dat de verstandhouding met de goden (de ‘pax deorum’) verstoord was. Dit kon gaan om een misvorming bij een geboorte, een blikseminslag.

31
New cards

Sacrificium

een offer brengen

sacer, sacra + facere / ficere

32
New cards

salii

12 dansende, springende priesters die een schild bewaarden dat uit de hemel gevallen zou zijn, in de tempel van Mars bewaard werd en de voorspoed van Rome verzekerde; 11 schilden waren exacte kopieën om te verdoezelen welk schild “het ware” was, cfr. het eveneens uit de hemel gevallen beeldje (Palladium) dat Troje beschermde (en door de Grieken gestolen werd).

(van salire = dansen)

33
New cards

Sive deo sive deae

“aan U, weze U een god of een godin”, die wijst op de wens om in riten geen “procedurefouten” toe te laten, maximaal inclusief te zijn

34
New cards

supplicatio

offer van wierook en wijn (ture ac vino) als dank aan de goden of ook om gevaar af te wenden, iets af te smeken.

35
New cards

templum

a=deel van de hemel waarin men goddelijke tekenen observeert,

b= een ritueel afgelijnd stuk grond (bv van waaruit men de auspiciën observeert) en

c= een heiligdom, dat al of niet een gebouw omvatte waaraan het moderne woord ‘tempel’ refereert, cfr. aedes

36
New cards

vates

een zanger, profeet die in verzen de toekomst voorspelde, een dergelijke voorspelling is dan een ‘vaticinatio’

37
New cards

votum

belofte, gelofte, ‘ex voto’ is standaard uitdrukking dat men iets doet ter vervulling van een gelofte, en dan datgene dat men beloofd had (bv. de gave zelf, het votief-geschenk