1/12
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Wat is stemdiagnostiek?
Grondig onderzoek van verschillende onderdelen, zowel logopedisch als medisch. Het omvat probleeminventarisatie en geïndividualiseerde probleemsamenhang. Het is multidisciplinair (NKO-arts, zangdocenten, opleidingen). Het doel is komen tot een geïndividualiseerd handelingsplan afgestemd op de stemnoden van de cliënt.
Wat is EBP?
Evidence Based Practice is een attitude en werkwijze om zich voor assessment en behandeling steeds te beroepen op wetenschappelijk bewijsmateriaal. Het wordt toegepast bij individuele cliënten. Het is een belangrijk principe binnen stemdiagnostiek.
Wat was het criterium voor terugbetaling vóór 2013?
Organiciteit was het belangrijkste criterium: alleen terugbetaling wanneer NKO-onderzoek een organische factor aantoonde. Ook de relatie tussen beroepsuitoefening en stemstoornis kon terugbetaling opleveren. Dit gold zelfs zonder organisch letsel aan de stemplooien.
Wat veranderde er in 2013?
De koppeling tussen beroepsuitoefening en dysfonie werd ongedaan gemaakt. Organiciteit als criterium verviel. Er werd overgeschakeld naar een ICF-gebaseerde diagnostische procedure.
Wat zijn de verplichte minimale onderdelen van een stembilan?
Laryngoscopie met stroboscopie, auditief-perceptuele beoordeling (GRBAS), objectivering (DSI, AVQI of F0) en patiëntenoordeel (VHI of P-VHI). Minstens 1 meting moet afwijkend zijn én minstens 1 van de 3 andere. Alle onderdelen behalve de anamnese zijn verplicht.
Wat zijn de kenmerken van een ICF-gebaseerde diagnostische procedure?
Het is een holistisch denkkader met systematische gegevensverzameling en gerichte interventie. De cliënt staat centraal. Het geeft geen informatie over oorzaak of gevolg.
Welke ICF-domeinen worden onderscheiden in stemonderzoek?
Lichaamsfuncties en -structuren, activiteit en participatie, omgevingsfactoren en persoonlijke factoren. Elk domein heeft eigen instrumenten en betrokken personen. Samen geven ze een volledig beeld van de stoornis.
Wie onderzoekt de lichaamsfuncties en -structuren en met welke instrumenten?
De NKO-arts onderzoekt dit via endoscopie, stroboscopie en high speed laryngovideoscopie. Het gaat om structuren zoals stemplooien, strottenhoofd en hersenzenuwen. Ook stemfuncties en stemkwaliteit worden hierbij beoordeeld.
Wie onderzoekt activiteit en participatie en met welke instrumenten?
De logopedist of stemtherapeut gebruikt auditief-perceptuele beoordeling (GRBAS, CAPE-V), akoestische metingen van toonhoogte, luidheid en stemkwaliteit. Ook fysiologische metingen zoals EGG en EMG worden gebruikt. Voorbeelden zijn afwijkende F0, AVQI, DSI en MFT.
Hoe wordt participatie gemeten in het ICF-kader?
Via gevalideerde instrumenten voor stemgerelateerde levenskwaliteit zoals de VHI, VHI-Z, VHI-P of VHI-T. De patiënt zelf vult deze in. Voorbeelden zijn moeilijkheden bij telefoneren of gesprekken in lawaaierige omgevingen.
Wat valt onder omgevingsfactoren in het stemonderzoek?
Producten en technologie, klimaat, luchtkwaliteit, geluid, ondersteuning en relaties.
Wat valt onder persoonlijke factoren in het stemonderzoek?
Individuele achtergrond, sociaal-culturele factoren en copingsgedrag zoals frustratie, schaamte of terugtrekken. Dit wordt bepaald via anamnese, observaties en gevalideerde instrumenten. Voorbeelden zijn leeftijd, opleiding, job, leefstijl en persoonlijkheid.
Welke informatie levert elk onderdeel van het stemonderzoek op?
Anamnese geeft info over activiteiten, participatie en persoonlijke en omgevingsfactoren. Perceptuele evaluatie geeft info over laryngeale functies en activiteiten. Specifieke stemmeting geeft info over intensiteit, frequentie, kwaliteit en luchtverbruik. Laryngoscopie met stroboscopie geeft info over laryngeale structuren en functies.