1/78
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
Orienteren lezen
een eerste indruk krijgen van een tekst (titel)
globaal lezen
hoofdzaken uit de tekst halen (kernzinnen)
intensief lezen
een tekst helemaal begrijpen (betekenis van woorden)
Kritisch lezen
een tekst beoordelen (informatie juist?)
onderwerp
waar de tekst over gaat
Deelonderwerp
verschillende kanten van het onderwerp
hoofdgedachte
kortst mogelijke samenvatting van de tekst, hoofdgedachte is een mededelende zin
titel
maakt duidelijk waar de tekst over gaat en motiveert de schrijver om de lezer te laten lezen
ondertitel
kopjes of korte zinnen die fungeren als aanvulling op de titel
tussenkopje
geven structuur, lezer motiveren, kondigen deelonderwerp en zodat je de tekst snel kan scannen
alinea
witregel tussen alineas in en de spreker houdt een korte pauze
kernzin
belangrijkste zin in een alinea, begin of eind
citeren
letterlijk overnemen
eigen woorden
niet citeren, maar wel belangrijke woorden uit de tekst over te nemen
schrijfdoel
wat de schrijfer met de tekst wil bereiken
informeren
feiten opsommen.
instrueren
aanwijzingen geven.
uiteenzetten
feiten en hun samenhang.
overtuigen
Vooral argumenteren
beschouwen
van verschillende kanten belichten, de lezer laten nadenken
activeren
aanzetten tot een handeling of gedrag
amuseren
vermaken
uiteenzetting
informatieve tekst
betoog
schrijver ondersteunt zijn standpunt met argumenteren
beschouwing
schrijver voorlegt de lezer interpretaties, verklaringen of opinies
tekstvorm
Hoe de tekst er uit ziet
feitelijke uitspraak
Een uitspraak waarvan de schrijver of spreker meent dat deze waar, waarschijnlijk of aannemelijk is.
waarderende uitspraak
Een niet-feitelijke uitspraak.
intentie
intentie van de schrijver waarop hij over het onderwerp schrijft en hoe zich opstelt
toon
kun je afleiden op de opvattingen en gevoelens van de schrijver9
alineaverbanden
verbanden tussen alinea's
herhalimg van woorden of woordgroepen
aan het begin van een nieuwe alinea herhaal je woorden of woordgroepen van de vorige alinea
signaal woorden
geven een verband en kun je ook weten welk verband
signaalzinnen
aankondigende en terugblikkende
aankondigende zinnen
´ík zal verderop in de tekst een reeks bezwaren noemen´
terugblikkende zinnen
´eerder noemde ik al een reeks bezwaren´
Overgangszinnen met een verwijzing
zijn samenvattende zinnen aan het begin of aan het eind van een alinea. ze bevatten meestal een verwijzend woord: deze, die, dat
tegenstellend verband
geeft een tegenstelling aan, je kunt je standpunt benadrukken
opsommend verband
geeft een opsomming aan
oorzakelijk verband
koppelt een oorzaak aan een gevolg
redengevend verband
kondigt een reden aan
Uitleggend of toelichtend verband
leg je iets uit, licht je het een en ander toe
concluderend verband
leid je een conclusie in
samenvattend verband
Hiermee geef je een korte samenvatting van wat eerder is gezegd.
voorwaardelijk verband
met deze signaalwoorden stel je een voorwaarde
vergelijkend verband
Met dit verband geef je een vergelijking aan.
doel-middel
Met dit verband geef je aan dat er een middel nodig is om een doel te bereiken.
chronologisch verband
Met dit verband geef je aan hoe iets nu is vergeleken met vroeger, het geeft een ontwikkeling in de tijd aan.
verbindingswoorden
maak je duidelijk hoe de verschillende delen van de tekst met elkaar samenhangen
inleiding
1. belangstelling wekken
2. onderwerp introduceren en/of hoofdgedachte naar voren halen
3. aankondigen hoe de tekst is opgebouwd
4. de aanleiding noemen
5. de lezer of luisteraar welwillend stemmen
pakkende inleiding
goede inleiding
directe vragen
vraag waarop niet meteen een voor de hand liggend antwoord te geven, prikkely dit de nieuwsgierigheid van de lezer
retorische vraag
een vraag waarop je geen antwoord verwacht
openingszin
de eerste zin van een tekst
constatering
je stelt vast dat een bepaald verschijnsel of een bepaalde ontwikkeling plaatsvindt
anekdote
de schrijver vertelt een kort, kenmerkend of grappig verhaal, vaak als introductie van een probleem of verschijnsel
citaat
letterlijke weergave van wat iemand heeft gezegd
middenstuk
Bespreekt het onderwerp
slot
doel om de tekst af te ronden
samenvatting
Belangrijkste informatie uit een tekst in het kort opschrijven.
conclusie
eindoordeel, gevolgtrekking
aanbeveling
advies, raad
afweging
de schrijver weegt voor- en nadelen of mogelijke oplossingen tegen elkaar af en maakt zo een keuze
oproep
roept aan het eind van zijn tekst de lezer op iets te doen
uitsmijter
een opvallende of verrassende uitspraak
structuur/opbouw
hoe het verhaal in elkaar zit
functiewoorden
woorden die aangeven welke functie een alinea of een groepje alinea's in een tekst heeft
aanbeveling (advies)
De schrijver geeft, meestal aan het eind van zijn artikel, een goede raad of goed advies.
aanleiding
De schrijver geeft aan welke gebeurtenis hem ertoe gebracht heeft de tekst te schrijven
afweging
de schrijver weegt voor- en nadelen of mogelijke oplossingen tegen elkaar af en maakt zo een keuze
argument
de schrijver geeft aan waarom hij iets vindt. synoniem: reden
argumentatie
De schrijver geeft meerdere argumenten voor bepaalde opvattingen. synoniem: redenering
beantwoording
De schrijver geeft antwoord op vragen. Dat kunnen vragen van een ander zijn of van de schrijver zelf. synoniem: antwoord
begripsomschrijving
de schrijver probeert een zo nauwkeurig mogelijke beschrijving van een bepaald begrip te geven. synoniem: definitie
beoordeling
Een (positief of negatief) oordeel over een mening of een gebeurtenis.
bewering
Een uitspraak die de schrijver met argumenten moet onderbouwen. synoniem: mening, stelling
bewijsvoering
De schrijver probeert met feiten (uit onderzoek) de juistheid van een bepaalde stelling of theorie aan te tonen.
hypothese
Een voorlopig antwoord op de onderzoeksvraag
nuancering
de schrijver zwakt een bewering of standpunt af door te laten zien dat er ook andere gezichtspunten mogelijk zijn. synoniem: relativering