Week 5- c7 wg 9 // c8 wg 10

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/11

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:38 AM on 6/12/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

12 Terms

1
New cards

1/2: In eigen woorden de concepten omschrijven die relevant zijn voor integraal werken

hc 7


5 beloftes decentralisaties

1) Integrale aanpak problemen: schuld, werk, zorg, ondersteuning, wonen

2) Preventief werken: problemen voorkomen i.p.v. reageren op

3) Geen standaardoplossingen, maar maatwerk: doen wat nodig voor die ene persoon

4) Actief burgerschap: zelfredzaamheid en participatie

5) Kostenbesparingen

Casus: volwassenen in kwetsbare situaties

 Volwassenen in kwetsbare situaties vormen een zeer diverse groep mensen die met

elkaar gemeen hebben dat ze op meerdere terreinen problemen ervaren, waardoor ze

in een negatieve spiraal terecht zijn gekomen, waar ze zonder hulp niet meer

uitkomen.

 Van de 620.000 bewoners in Rotterdam zijn er 160.000 bewoners (kinderen,

volwassenen en ouderen) die op meerdere domeinen problemen ervaren en wiens

kwetsbaarheid mogelijk herstelbaar is door passende integrale ondersteuning te

bieden (Engbersen et al. in ‘Maasstad aan de Monitor’, 2019).

Veel organisaties en professionals betrokken

 GGZ, Cure, Care, welzijn, huisvesting, Werk en inkomen etc.

 Huisartsen praktijken, thuiszorgorganisaties, GGZ

instellingen,woningbouwcorporaties, gemeentelijke afdelingen

<p>5 beloftes decentralisaties</p><p>1) Integrale aanpak problemen: schuld, werk, zorg, ondersteuning, wonen</p><p>2) Preventief werken: problemen voorkomen i.p.v. reageren op</p><p>3) Geen standaardoplossingen, maar maatwerk: doen wat nodig voor die ene persoon</p><p>4) Actief burgerschap: zelfredzaamheid en participatie</p><p>5) Kostenbesparingen</p><p>Casus: volwassenen in kwetsbare situaties</p><p> Volwassenen in kwetsbare situaties vormen een zeer diverse groep mensen die met</p><p>elkaar gemeen hebben dat ze op meerdere terreinen problemen ervaren, waardoor ze</p><p>in een negatieve spiraal terecht zijn gekomen, waar ze zonder hulp niet meer</p><p>uitkomen.</p><p> Van de 620.000 bewoners in Rotterdam zijn er 160.000 bewoners (kinderen,</p><p>volwassenen en ouderen) die op meerdere domeinen problemen ervaren en wiens</p><p>kwetsbaarheid mogelijk herstelbaar is door passende integrale ondersteuning te</p><p>bieden (Engbersen et al. in ‘Maasstad aan de Monitor’, 2019).</p><p>Veel organisaties en professionals betrokken</p><p> GGZ, Cure, Care, welzijn, huisvesting, Werk en inkomen etc.</p><p> Huisartsen praktijken, thuiszorgorganisaties, GGZ</p><p>instellingen,woningbouwcorporaties, gemeentelijke afdelingen</p>
2
New cards

leerdoel 1 hc 7

Leerdoel 1: In eigen woorden de concepten omschrijven die relevant zijn voor integraal werken Wat is integraal werken?

Integraal werken betekent dat verschillende organisaties en professionals samenwerken om problemen van burgers in samenhang aan te pakken. Het doel is fragmentatie tegen te gaan en ondersteuning beter op elkaar af te stemmen, vooral voor mensen met complexe of meervoudige problemen.

Bij multiproblematiek hangen problemen vaak samen, bijvoorbeeld:

  • schulden;

  • werkloosheid;

  • psychische problemen;

  • verslaving;

  • huisvesting;

  • gezondheid.

Deze problemen moeten gezamenlijk worden aangepakt in plaats van afzonderlijk.


De vijf beloften van de decentralisaties 1. Integrale aanpak

Problemen op verschillende levensgebieden worden samen aangepakt. Bijvoorbeeld schulden, werk, zorg, wonen en ondersteuning.

2. Preventief werken

Problemen zo vroeg mogelijk signaleren en voorkomen dat ze erger worden.

3. Maatwerk

Geen standaardoplossingen, maar ondersteuning die past bij de persoonlijke situatie van de burger.

4. Actief burgerschap

Burgers worden gestimuleerd om zelfredzaam te zijn en actief mee te doen in de samenleving.

5. Kostenbesparing

Door preventie, samenwerking en minder specialistische zorg wil de overheid de zorg betaalbaar houden.


Wat is integratie van zorg en ondersteuning?

Integratie betekent dat organisaties, professionals en diensten beter worden verbonden en gecoördineerd zodat mensen met complexe problemen samenhangende hulp krijgen.


Niveaus van integratie Systeemniveau

Afstemming van wetten, financiering, beleid, ICT-systemen en regelgeving. Problemen ontstaan bijvoorbeeld door verschillende financieringsstromen of wetgeving.

Organisatieniveau

Samenwerking tussen organisaties. Problemen kunnen ontstaan door verschillende procedures, culturen of ICT-systemen.

Professioneel niveau

Samenwerking tussen hulpverleners. Verschillende beroepsgroepen hebben soms andere werkwijzen, belangen en visies.

Individueel zorgproces

Afstemming rondom één cliënt. Hier moeten verschillende hulpverleners gezamenlijk kijken naar de behoeften van de cliënt.


Netwerken

Een netwerk bestaat uit meerdere actoren die van elkaar afhankelijk zijn om doelen te bereiken.

Kenmerken:

  • meerdere organisaties;

  • onderlinge afhankelijkheid;

  • geen dominante partij;

  • besluitvorming via overleg;

  • langdurige samenwerking.


Sociale wijkteams

Sociale wijkteams zijn multidisciplinaire teams die ondersteuning bieden bij:

  • zorg;

  • welzijn;

  • opvoeding;

  • financiën;

  • participatie;

  • gezondheid.

Doelen:

  • vroegsignalering;

  • laagdrempelige hulp;

  • integrale ondersteuning;

  • versterken van zelfredzaamheid;

  • voorkomen van dure specialistische zorg.


Integratiemodel van Fabbricotti Structurele integratie

Afstemming van taken, functies en werkzaamheden tussen organisaties.

Sociale integratie

Vertrouwen, respect en relaties tussen professionals en organisaties.

Culturele integratie

Gedeelde normen, waarden en opvattingen over goede hulpverlening.

Integratie van belangen, macht en middelen

Afstemming van belangen, verantwoordelijkheden, middelen en bevoegdheden.


Integratiemodel van Valentijn

Volgens Valentijn bestaat geïntegreerde zorg uit zes vormen van integratie:

  1. Systeemintegratie.

  2. Organisatie-integratie.

  3. Professionele integratie.

  4. Klinische integratie.

  5. Functionele integratie.

  6. Normatieve integratie.

Functionele integratie gaat over ondersteunende systemen zoals ICT.

Normatieve integratie gaat over gedeelde waarden, doelen en cultuur. Deze twee vormen verbinden de andere niveaus met elkaar

3
New cards

Waar richt afstemming zich dan op?

 Cliënt logistiek: zorgen dat juiste cliënt juiste moment bij juiste hulpverlener is

 Informatie logistiek: juiste info hebben

 Zorginhoudelijke afstemming (gezamenlijke doelen stellen)

 Beschikbaarheid mensen, middelen en voorzieningen: op juiste moment mensen en

voorzieningen, wachtlijsten

Uitdagingen clienten multiproblematiek

 Te vaak nog beperkte integratie, gericht primair op logistieke afstemming; cliënt

wordt van de ene naar de andere hulpverlener doorgestuurd.

 Geen gezamenlijk aandacht voor juiste beschikbaarheid mensen en middelen.

 Vaak aanbod gerichte sturing: afhankelijk van wat is er beschikbaar aan aanbod,

vanuit welk perspectief een hulpverlener kijkt.

 Weinig eigen regie van cliënten.

4
New cards

Model van Valentijn

knowt flashcard image
5
New cards
term image

Dit schema laat zien dat samenwerking tussen organisaties kan verschillen in hoe intensief de samenwerking is.

  • Segregation → organisaties werken vooral los van elkaar. Er is weinig contact en iedereen doet zijn eigen taak.

  • Linkage → organisaties verwijzen naar elkaar door en wisselen af en toe informatie uit.

  • Co-ordination → organisaties stemmen hun werk actief op elkaar af en maken gezamenlijke afspraken.

  • Integration → organisaties werken zeer intensief samen, delen verantwoordelijkheden en nemen samen beslissingen.

De lijn omhoog betekent:

  • meer gedeelde besluitvorming (horizontale as);

  • langere duur van samenwerking en betrokkenheid (verticale as).

Belangrijk voor de toets:

Meer integratie is niet automatisch beter. Welke vorm het beste is, hangt af van de problemen van de cliënt en hoe afhankelijk organisaties van elkaar zijn.

Voorbeeld Henk:

  • Alleen doorverwijzen naar verslavingszorg = linkage.

  • Wijkteam, Werk & Inkomen, verslavingszorg en woningcorporatie die samen een plan maken = co-ordination of zelfs integration


<p>Dit schema laat zien dat samenwerking tussen organisaties kan verschillen in <strong>hoe intensief de samenwerking is</strong>.</p><ul><li><p><strong>Segregation</strong> → organisaties werken vooral los van elkaar. Er is weinig contact en iedereen doet zijn eigen taak.</p></li><li><p><strong>Linkage</strong> → organisaties verwijzen naar elkaar door en wisselen af en toe informatie uit.</p></li><li><p><strong>Co-ordination</strong> → organisaties stemmen hun werk actief op elkaar af en maken gezamenlijke afspraken.</p></li><li><p><strong>Integration</strong> → organisaties werken zeer intensief samen, delen verantwoordelijkheden en nemen samen beslissingen.</p></li></ul><p>De lijn omhoog betekent:</p><ul><li><p>meer <strong>gedeelde besluitvorming</strong> (horizontale as);</p></li><li><p>langere <strong>duur van samenwerking en betrokkenheid</strong> (verticale as).</p></li></ul><p>Belangrijk voor de toets:</p><figure data-type="blockquoteFigure"><div><blockquote><p><strong>Meer integratie is niet automatisch beter.</strong> Welke vorm het beste is, hangt af van de problemen van de cliënt en hoe afhankelijk organisaties van elkaar zijn.</p></blockquote><figcaption></figcaption></div></figure><p><strong>Voorbeeld Henk:</strong></p><ul><li><p>Alleen doorverwijzen naar verslavingszorg = <strong>linkage</strong>.</p></li><li><p>Wijkteam, Werk &amp; Inkomen, verslavingszorg en woningcorporatie die samen een plan maken = <strong>co-ordination</strong> of zelfs <strong>integration</strong></p></li></ul><p></p>
6
New cards
<p>Voorbeeld casus</p><p> Henk (40+) heeft tot 1,5 geleden een inkomen gehad en is alcoholverslaafd, heeft</p><p>psychische problemen, geen ID en geen postadres. Sinds hij geen inkomen meer</p><p>heeft is Henk schulden aan het opbouwen. Hij leeft van de uitkering van zijn moeder</p><p>met wie hij samenwoont, maar een problematische relatie heeft. Henk komt in januari</p><p>in beeld van het wijkteam als er een crisis dreigt te ontstaan. De situatie tussen Henk</p><p>en zijn moeder dreigt te escaleren. Er zijn regelmatig hoogoplopende ruzies tussen</p><p>Henk en zijn moeder. Het wijkteam gaat aan de slag om voor Henk snel een ID,</p><p>postadres, een inkomen en hulp bij</p><p>zijn verslaving te regelen</p><p></p><p>Vervolg casus Henk</p><p> De situatie tussen Henk en zijn moeder dreigt te escaleren. Er zijn regelmatig</p><p>hoogoplopende ruzies tussen Henk en zijn moeder. Het wijkteam gaat aan de slag om</p><p>voor Henk snel een ID, postadres, een inkomen en hulp bij zijn verslaving te regelen.</p><p>Alles lijkt voorspoedig te lopen tot eind mei blijkt dat Henk een afspraak bij W&amp;I</p><p>gemist heeft. Henk stelt dat de brief na de datum waarop de afspraak zou</p><p>plaatsvinden is aangekomen op zijn briefadres. Daan (wijkteam) mailt hierover naar</p><p>W&amp;I. Hij vraagt W&amp;I in een lange mail om begrip. Hij geeft aan dat hij Henk kent als</p><p>een punctuele en gemotiveerde cliënt en om die reden het verhaal van Henk gelooft.</p><p>Daarnaast geeft hij aan dat het belangrijk is dat de uitkering toegewezen wordt, zodat</p><p>het hulpverleningstraject van Henk geen vertraging oploopt. Een dag later krijgt hij</p><p>een korte mail terug dat de uitkering is afgewezen. W&amp;I stelt dat zij zich aan de</p><p>termijnen hebben gehouden en dat Henk zelf verantwoordelijk is voor het opvolgen</p><p>van afspraken</p>

Voorbeeld casus

 Henk (40+) heeft tot 1,5 geleden een inkomen gehad en is alcoholverslaafd, heeft

psychische problemen, geen ID en geen postadres. Sinds hij geen inkomen meer

heeft is Henk schulden aan het opbouwen. Hij leeft van de uitkering van zijn moeder

met wie hij samenwoont, maar een problematische relatie heeft. Henk komt in januari

in beeld van het wijkteam als er een crisis dreigt te ontstaan. De situatie tussen Henk

en zijn moeder dreigt te escaleren. Er zijn regelmatig hoogoplopende ruzies tussen

Henk en zijn moeder. Het wijkteam gaat aan de slag om voor Henk snel een ID,

postadres, een inkomen en hulp bij

zijn verslaving te regelen


Vervolg casus Henk

 De situatie tussen Henk en zijn moeder dreigt te escaleren. Er zijn regelmatig

hoogoplopende ruzies tussen Henk en zijn moeder. Het wijkteam gaat aan de slag om

voor Henk snel een ID, postadres, een inkomen en hulp bij zijn verslaving te regelen.

Alles lijkt voorspoedig te lopen tot eind mei blijkt dat Henk een afspraak bij W&I

gemist heeft. Henk stelt dat de brief na de datum waarop de afspraak zou

plaatsvinden is aangekomen op zijn briefadres. Daan (wijkteam) mailt hierover naar

W&I. Hij vraagt W&I in een lange mail om begrip. Hij geeft aan dat hij Henk kent als

een punctuele en gemotiveerde cliënt en om die reden het verhaal van Henk gelooft.

Daarnaast geeft hij aan dat het belangrijk is dat de uitkering toegewezen wordt, zodat

het hulpverleningstraject van Henk geen vertraging oploopt. Een dag later krijgt hij

een korte mail terug dat de uitkering is afgewezen. W&I stelt dat zij zich aan de

termijnen hebben gehouden en dat Henk zelf verantwoordelijk is voor het opvolgen

van afspraken

Structurele integratie rond wijkteams

 Bij aanvang veel onenigheid over wie doet wat.

 Geen duidelijke doorverwijsprocedures.

 Geen goede koppeling informatie-systemen

Sociale integratie rond wijkteams

 Veel variatie tussen wijken

 In eerste instantie veel verloop in een wijk en in de wijkteams.

 Netwerk hangt aan individuele wijkteamleden; hoe langer actief hoe breder en

actiever het netwerk.

 Veel partijen ervaren dat anderen onvoldoende op de hoogte zijn van hun taken,

functies en expertise.

 Respect en vertrouwen moet groeien


Culturele integratie rond wijkteams

 Tegengestelde opvattingen over wat goede hulpverlening is of hoe je een cliënt

benadert:

1. Individueel versus systemisch perspectief

2. Focus op behoeften zoals geformuleerd door de cliënt of beoordeeld door de

hulpverlener.

3. Wie neemt de regie: cliënt of hulpverlener

4. Client als slachtoffer of verantwoordelijke (onkundig versus onwillig)

Integratie belangen, macht en middelen rond wijkteams.

 Met name discussie over domeinen.

 Wijkteams voor noodopvang multi-problematiek.

<p>Structurele integratie rond wijkteams</p><p> Bij aanvang veel onenigheid over wie doet wat.</p><p> Geen duidelijke doorverwijsprocedures.</p><p> Geen goede koppeling informatie-systemen</p><p>Sociale integratie rond wijkteams</p><p> Veel variatie tussen wijken</p><p> In eerste instantie veel verloop in een wijk en in de wijkteams.</p><p> Netwerk hangt aan individuele wijkteamleden; hoe langer actief hoe breder en</p><p>actiever het netwerk.</p><p> Veel partijen ervaren dat anderen onvoldoende op de hoogte zijn van hun taken,</p><p>functies en expertise.</p><p> Respect en vertrouwen moet groeien</p><p></p><p>Culturele integratie rond wijkteams</p><p> Tegengestelde opvattingen over wat goede hulpverlening is of hoe je een cliënt</p><p>benadert:</p><p>1. Individueel versus systemisch perspectief</p><p>2. Focus op behoeften zoals geformuleerd door de cliënt of beoordeeld door de</p><p>hulpverlener.</p><p>3. Wie neemt de regie: cliënt of hulpverlener</p><p>4. Client als slachtoffer of verantwoordelijke (onkundig versus onwillig)</p><p>Integratie belangen, macht en middelen rond wijkteams.</p><p> Met name discussie over domeinen.</p><p> Wijkteams voor noodopvang multi-problematiek.</p>
7
New cards
8
New cards

2/2: Vanuit deze concepten reflecteren op de uitdagingen rond integraal werken in de wijk.


hc 7

Hoewel integraal werken een belangrijk doel is van de decentralisaties, blijkt dit in de praktijk moeilijk.

Uitdaging 1: Fragmentatie

Organisaties werken vaak nog vanuit hun eigen regels, procedures en financiering.

Daardoor worden cliënten soms van hulpverlener naar hulpverlener doorgestuurd zonder dat iemand de regie neemt.


Uitdaging 2: Verschillende professionele visies

Professionals verschillen van mening over:

  • wie de regie heeft;

  • wat goede hulpverlening is;

  • of een cliënt vooral slachtoffer of verantwoordelijk is;

  • of behoeften door de cliënt of door de professional worden bepaald.

Dit maakt samenwerking moeilijk.


Uitdaging 3: Gebrek aan vertrouwen en netwerkvorming

Bij wijkteams bleek dat vertrouwen tussen organisaties tijd nodig heeft om te groeien.

Veel samenwerking hangt af van individuele professionals en persoonlijke contacten.


Uitdaging 4: Cliënten hebben weinig eigen regie

Mensen met multiproblematiek hebben vaak:

  • stress;

  • schulden;

  • verslaving;

  • psychische problemen;

  • laaggeletterdheid.

Daardoor is het moeilijk om zelf de regie te nemen, terwijl beleid juist veel nadruk legt op zelfredzaamheid.


Uitdaging 5: Casus Henk

Henk heeft:

  • schulden;

  • verslaving;

  • psychische problemen;

  • geen inkomen;

  • geen ID;

  • geen postadres.

Het wijkteam probeert alles integraal op te lossen.

Toch ontstaat een probleem wanneer Werk & Inkomen zijn uitkering afwijst omdat hij een afspraak heeft gemist.

Hier zie je botsende perspectieven:

Wijkteam

  • kijkt naar de gehele situatie van Henk;

  • denkt vanuit herstel en ondersteuning.

Werk & Inkomen

  • kijkt naar regels en procedures;

  • benadrukt eigen verantwoordelijkheid.

Dit laat zien hoe verschillende organisaties andere doelen en waarden kunnen hebben.


Wat is nodig voor succesvolle integratie?

Volgens de literatuur zijn nodig:

  • duidelijke rolverdeling;

  • goede communicatie;

  • gedeelde visie;

  • vertrouwen tussen professionals;

  • voldoende middelen;

  • samenwerking op micro-, meso- en macroniveau;

  • sterke casusregie;

  • aandacht voor het cliëntperspectief.


Korte samenvatting voor de toets

Integraal werken = samenwerken over domeinen heen om complexe problemen in samenhang aan te pakken.

Belangrijke concepten:

  • vijf beloften decentralisaties;

  • systeem-, organisatie-, professionele en cliëntintegratie;

  • sociale wijkteams;

  • integratiemodel Fabbricotti;

  • integratiemodel Valentijn;

  • netwerken en afhankelijkheden.

Belangrijkste uitdagingen:

  • fragmentatie;

  • verschillende professionele visies;

  • gebrek aan vertrouwen;

  • complexe regelgeving;

  • spanning tussen zelfredzaamheid en multiproblematiek;

  • botsende belangen tussen organisaties.

De kern van de les is eigenlijk:

Integraal werken klinkt logisch, maar vraagt voortdurende afstemming tussen organisaties, professionals en cliënten om te voorkomen dat mensen tussen systemen terechtkomen.


9
New cards

1/2: In eigen woorden de concepten omschrijven die relevant zijn voor integraal werken


wg 9

Integraal werken betekent dat verschillende professionals, organisaties en sectoren samenwerken om problemen van cliënten in samenhang aan te pakken. Dit is ontstaan als reactie op gefragmenteerde zorg door specialisatie, differentiatie en decentralisatie. Zonder integratie ontstaan problemen zoals dubbele diagnostiek, cliënten die steeds opnieuw hun verhaal moeten vertellen, hogere kosten en een lagere kwaliteit van zorg.

Het Regenboogmodel van integrale zorg onderscheidt drie niveaus. Op microniveau gaat het om de samenwerking tussen cliënt en hulpverlener. Op mesoniveau gaat het om samenwerking tussen professionals en organisaties. Op macroniveau gaat het om wetgeving, beleid en financiering die invloed hebben op samenwerking.

Binnen integrale zorg bestaan drie benaderingen. Een ziektegerichte benadering kijkt vooral naar de aandoening zelf en vertrekt vanuit een biomedisch perspectief. Een persoonsgerichte benadering kijkt breder naar de mens achter de ziekte en gebruikt een biopsychosociaal perspectief. Een populatiegerichte benadering kijkt naar een hele doelgroep en probeert gezondheid en welzijn op groepsniveau te verbeteren.

Verticale integratie betekent samenwerking tussen verschillende zorgniveaus, bijvoorbeeld tussen huisarts, specialist en ziekenhuis. Horizontale integratie betekent samenwerking tussen verschillende sectoren, zoals huisartsen, wijkverpleegkundigen, welzijnswerkers en maatschappelijk werk.

Systeemintegratie richt zich op het afstemmen van wetgeving, beleid en financiering zodat organisaties makkelijker kunnen samenwerken. Organisationele integratie gaat over de mate waarin organisaties hun werkzaamheden op elkaar afstemmen en coördineren. Dit kan variëren van losse samenwerking (segregation) tot volledige integratie waarbij organisaties bijna als één geheel functioneren.

Professionele integratie gaat over samenwerking tussen professionals. Dit kan intra-professioneel zijn (binnen één organisatie) of inter-professioneel (tussen verschillende organisaties). Dit is vaak lastig omdat professionals verschillende werkwijzen, talen, belangen en verantwoordelijkheden hebben.

Klinische integratie betekent dat alle hulp rondom één cliënt wordt afgestemd in één samenhangend zorgproces. De cliënt staat hierbij centraal.

Functionele integratie verwijst naar de afstemming van ondersteunende systemen zoals ICT, administratie en dossiers. Normatieve integratie gaat over gedeelde normen, waarden, doelen en visies. Beide vormen zijn nodig om samenwerking op micro-, meso- en macroniveau mogelijk te maken.

<p><strong>Integraal werken</strong> betekent dat verschillende professionals, organisaties en sectoren samenwerken om problemen van cliënten in samenhang aan te pakken. Dit is ontstaan als reactie op gefragmenteerde zorg door specialisatie, differentiatie en decentralisatie. Zonder integratie ontstaan problemen zoals dubbele diagnostiek, cliënten die steeds opnieuw hun verhaal moeten vertellen, hogere kosten en een lagere kwaliteit van zorg.</p><p>Het <strong>Regenboogmodel van integrale zorg</strong> onderscheidt drie niveaus. Op <strong>microniveau</strong> gaat het om de samenwerking tussen cliënt en hulpverlener. Op <strong>mesoniveau</strong> gaat het om samenwerking tussen professionals en organisaties. Op <strong>macroniveau</strong> gaat het om wetgeving, beleid en financiering die invloed hebben op samenwerking.</p><p>Binnen integrale zorg bestaan drie benaderingen. Een <strong>ziektegerichte benadering</strong> kijkt vooral naar de aandoening zelf en vertrekt vanuit een biomedisch perspectief. Een <strong>persoonsgerichte benadering</strong> kijkt breder naar de mens achter de ziekte en gebruikt een biopsychosociaal perspectief. Een <strong>populatiegerichte benadering</strong> kijkt naar een hele doelgroep en probeert gezondheid en welzijn op groepsniveau te verbeteren.</p><p><strong>Verticale integratie</strong> betekent samenwerking tussen verschillende zorgniveaus, bijvoorbeeld tussen huisarts, specialist en ziekenhuis. <strong>Horizontale integratie</strong> betekent samenwerking tussen verschillende sectoren, zoals huisartsen, wijkverpleegkundigen, welzijnswerkers en maatschappelijk werk.</p><p><strong>Systeemintegratie</strong> richt zich op het afstemmen van wetgeving, beleid en financiering zodat organisaties makkelijker kunnen samenwerken. <strong>Organisationele integratie</strong> gaat over de mate waarin organisaties hun werkzaamheden op elkaar afstemmen en coördineren. Dit kan variëren van losse samenwerking (segregation) tot volledige integratie waarbij organisaties bijna als één geheel functioneren.</p><p><strong>Professionele integratie</strong> gaat over samenwerking tussen professionals. Dit kan <strong>intra-professioneel</strong> zijn (binnen één organisatie) of <strong>inter-professioneel</strong> (tussen verschillende organisaties). Dit is vaak lastig omdat professionals verschillende werkwijzen, talen, belangen en verantwoordelijkheden hebben.</p><p><strong>Klinische integratie</strong> betekent dat alle hulp rondom één cliënt wordt afgestemd in één samenhangend zorgproces. De cliënt staat hierbij centraal.</p><p><strong>Functionele integratie</strong> verwijst naar de afstemming van ondersteunende systemen zoals ICT, administratie en dossiers. <strong>Normatieve integratie</strong> gaat over gedeelde normen, waarden, doelen en visies. Beide vormen zijn nodig om samenwerking op micro-, meso- en macroniveau mogelijk te maken.</p>
10
New cards

2/2: Vanuit deze concepten reflecteren op de uitdagingen rond integraal werken in de wijk


wg 9

Integraal werken klinkt logisch, maar blijkt in de praktijk vaak moeilijk. Een eerste uitdaging is fragmentatie. Organisaties werken vaak nog vanuit hun eigen regels, procedures en financiering, waardoor cliënten van loket naar loket worden gestuurd.

Daarnaast bestaan er verschillen in wetgeving en financiering. Organisaties vallen soms onder verschillende wetten of budgetten, waardoor samenwerking ingewikkeld wordt.

Ook professionele verschillen vormen een uitdaging. Hulpverleners hebben niet altijd dezelfde visie op problemen, doelen of verantwoordelijkheden. Hierdoor kunnen conflicten ontstaan over wie de regie heeft of welke aanpak het beste is.

Een andere uitdaging is het gebrek aan gedeelde systemen. Wanneer organisaties verschillende ICT-systemen gebruiken, wordt informatie-uitwisseling lastig en gaat belangrijke informatie verloren.

Tot slot zorgt multiproblematiek voor extra complexiteit. Mensen hebben vaak problemen op meerdere leefgebieden tegelijk, zoals schulden, psychische klachten, verslaving en woonproblemen. Juist voor deze groep is integrale samenwerking nodig, maar omdat zoveel organisaties betrokken zijn, is dit ook het moeilijkst te organiseren.

De kern van integraal werken is dus dat organisaties, professionals en systemen beter op elkaar moeten aansluiten om de cliënt centraal te kunnen stellen. In de praktijk botsen echter vaak verschillende belangen, regels, werkwijzen en verantwoordelijkheden, waardoor integrale samenwerking moeilijk blijft.

11
New cards
<p>wg opdr wg 9</p>

wg opdr wg 9

knowt flashcard image
12
New cards