1/130
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
el árbol genealógico
de stamboom
la familia
het gezin / de familie
una familia numerosa
een kroostrijk gezin
el padre
de vader
la madre
de moeder
los padres
de ouders
un hermano
een broer
una hermana
een zus
los hermanos
de broers en zussen
un hijo
een zoon
una hija
een dochter
tener hijos
kinderen hebben
el hijo mayor
de oudste zoon
la hija mayor
de oudste dochter
el hijo menor / más joven
de jongste zoon
la hija menor / más joven
de jongste dochter
ser hijo/a único/a
enig kind zijn
un niño
een kind, een jongetje
una niña
een kind, een meisje
el marido, el esposo
de man, de echtgenoot
la mujer, la esposa
de vrouw, de echtgenote
el abuelo, el yayo (tiene un matiz cariñoso)
de grootvader, de opa
la abuela, la yaya
de grootmoeder, de oma
los abuelos
de grootouders
por parte de la madre
langs moederskant
por parte del padre
langs vaderskant
el nieto
de kleinzoon
la nieta
de kleindochter
los nietos
de kleinkinderen
el suegro
de schoonvader
la suegra
de schoonmoeder
los suegros
de schoonouders
el yerno
de schoonzoon
la nuera
de schoondochter
el cuñado
de schoonbroer
la cuñada
de schoonzus
un primo
een neef (een zoon van oom of tante)
una prima
een nicht (een dochter van oom of tante)
los primos
de neven en nichten
un sobrino
een neef (een zoon van broer of zus)
una sobrina
een nicht (een dochter van broer of zus)
los sobrinos
de neefjes en nichtjes
un tío
een oom
una tía
een tante
los tíos
de ooms en tantes
el padrastro
de stiefvader
la madrastra
de stiefmoeder
el hermanastro
de stiefbroer
la hermanastra
de stiefzuster
el medio hermano, la media hermana
halfbroer, halfzus
el estado civil
de burgerlijke staat
estar casado/a (con)
gehuwd zijn (met)
estar/ser soltero/a
vrijgezel zijn
estar divorciado/a
gescheiden zijn
estar separado/a
uiteen zijn, uit elkaar zijn
ser viudo/a
weduwnaar / weduwe zijn
estar muerto/a
dood zijn
vivir juntos
samenwonen
estar enamorado/a (de)
verliefd zijn (op)
tener novio/a
een vriend(in) hebben (in een relatie)
describir a alguien
iemand beschrijven
el físico
het uiterlijk
Ser gordo/a
dik zijn
Ser delgado/a
slank zijn
Ser rubio/a
blond zijn
Ser moreno/a
zwart of donkerbruin haar hebben
Ser alto/a
groot zijn
Ser bajo/a
klein zijn
Ser calvo/a
kaal zijn
Ser mayor
oud(er) zijn
Ser joven
jong zijn
Ser guapo/a, lindo/a
knap zijn, mooi zijn
Ser feo/a
lelijk zijn
Tener el pelo corto
kort haar hebben
Tener el pelo largo
lang haar hebben
Tener el pelo moreno
zwart of donkerbruin haar hebben
Tener el pelo rubio
blond zijn
Tener el pelo castaño
bruin haar hebben
Tener el pelo gris
grijs haar hebben
Tener el pelo rizado
gekruld haar hebben
Tener el pelo liso / lacio
sluik haar hebben
Tener el pelo corto
kort haar hebben
Tener el pelo largo
lang haar hebben
Tener el pelo moreno
zwart of donkerbruin haar hebben
Tener el pelo rubio
blond zijn
Tener el pelo castaño
bruin haar hebben
Tener el pelo gris
grijs haar hebben
Tener el pelo rizado
gekruld haar hebben
Tener el pelo liso / lacio
sluik haar hebben
Llevar/tener gafas
een bril dragen
Llevar/tener lentillas
lenzen dragen
Llevar/tener barba
een baard hebben
Llevar/tener bigote
een snor hebben
Tener los ojos verdes
groene ogen hebben
Tener los ojos azules
blauwe ogen hebben
Tener los ojos marrones
bruine ogen hebben
Tener los ojos negros
zwarte ogen hebben
el carácter (ser)
het karakter (zijn)
ser simpático/a
sympathiek zijn
ser antipático/a
antipathiek zijn