Week 4 HC 24 deel 3

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/74

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:57 AM on 7/2/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

75 Terms

1
New cards

Wat is de uiteindelijke algemene bestemming van de overige functionele kieuwbogen die niet in regressie gaan?

De overige kieuwbogen vormen uiteindelijk specifieke delen van het definitieve hart- en vaatstelsel.

2
New cards

Welke definitieve arteriën in het hals- en hoofdgebied worden gevormd door de embryonale derde kieuwboog?

De derde kieuwboog vormt de a. carotis communis beiderzijds en een deel van de a. carotis interna.

3
New cards

Welke twee specifieke onderdelen van het definitieve arteriële stelsel ontstaan uit de vierde kieuwboog?

De vierde kieuwboog vormt een deel van de aortaboog en een deel van de rechter a. subclavia.

4
New cards

Welke belangrijke foetale shuntstructuur wordt gevormd door de embryonale zesde kieuwboog?

De zesde kieuwboog vormt de ductus van Botalli, ook wel bekend als de ductus arteriosus.

5
New cards

Wat gebeurt er met de kieuwbogen op cellulair/structureel niveau bij het ontstaan van het specifieke ziektebeeld dysphagia lusoria?

Bij het specifieke ziektebeeld dysphagia lusoria gaat een deel van de kieuwbogen niet in regressie.

6
New cards

Tot welke specifieke macro-anatomische vaatafwijking leidt het uitblijven van deze kieuwboogregressie?

Dit leidt tot een anatomische afwijking waarbij de rechter arteria subclavia op een afwijkende plek ontspringt.

7
New cards

Wat is de exacte afwijkende oorsprongpositie van de rechter arteria subclavia bij dysphagia lusoria?

De rechter arteria subclavia ontspringt hierbij aan de linkerkant van de linker a. carotis communis.

8
New cards

Welk anatomisch verloop vertoont deze afwijkend ontspringende rechter arteria subclavia vervolgens in de thorax?

Vervolgens loopt deze afwijkende arterie achter de slokdarm langs.

9
New cards

Hoeveel verschillende overkoepelende soorten bloedvaten ontspringen er uit de embryonale aorta descendens?

Uit de aorta descendens ontspringen drie verschillende soorten bloedvaten.

10
New cards

Welke specifieke embryonale structuren worden gevormd en gevasculariseerd door de ventrale takken van de aorta descendens?

De ventrale takken uit de aorta descendens vasculariseren de derivaten van de oerdarm.

11
New cards

Welk functioneel systeem in het lichaam wordt door de embryonale ventrale takken voorzien van bloed?

Hiermee voorzien deze takken de tractus digestivus van bloed.

12
New cards

Uit welke embryonale structuur ontstaat de plexus waaruit de specifieke definitieve ventrale takken zich vormen?

De oorspronkelijke aa. vitellinae vormen een plexus waaruit specifieke vaten ontstaan.

13
New cards

Hoeveel en welke specifieke vaten ontstaan er uit de vitelline plexus in het borstgebied voor de slokdarm?

Er ontstaan vijf thoracale vaten die de oesophagus vasculariseren.

14
New cards

Welke drie specifieke abdominale arteriën ontstaan er uit de vitelline plexus in het buikgebied voor de tractus digestivus?

Er ontstaan drie abdominale vaten, te weten de truncus coeliacus, de a. mesenterica superior en de a. mesenterica inferior.

15
New cards

Welke twee mogelijke richtingen volgen de intersegmentale takken (dorso-laterale takken) nadat ze ontspringen uit de dalende aorta?

De (dorso-laterale) intersegmentale takken lopen naar ventraal of naar dorsaal.

16
New cards

Welke embryonale weefselderivaten worden specifiek gevasculariseerd door de intersegmentale takken?

Deze takken vasculariseren de derivaten van de somieten.

17
New cards

Welke anatomische structuren en weefsels in de rugregio worden voorzien door de dorsale intersegmentale takken?

De dorsale takken lopen naar de diepe rugspieren, de huid van de nek/rug en het ruggenmerg.

18
New cards

Welke structuren in de periferie en welke specifieke borstwandarteriën ontstaan uit de ventrale intersegmentale takken?

De ventrale takken lopen naar de ledematen en de rest van de romp, waar ook de intercostaalarteriën uit ontstaan.

19
New cards

Welke specifieke embryonale mesodermlaag en derivaten worden gevasculariseerd door de laterale takken van de aorta descendens?

De laterale takken vasculariseren de derivaten van het intermediair mesoderm.

20
New cards

Naar wat voor type orgaanstructuren qua symmetrie in het volgroeide menselijk lichaam vormen deze laterale takken de arteriën?

Deze takken vormen arteriën naar structuren waarvan er bilateraal twee in het menselijk lichaam aanwezig zijn.

21
New cards

Welke vier specifieke postnatale organen en gonaden worden door de embryonale laterale takken van bloed voorzien?

Dit betreft de arteriën naar de nieren, de bijnieren, de testes en de ovaria.

22
New cards

Van welke anatomische structuren en regio's in de bovenhelft zijn de twee vv. cardinales anteriores afkomstig?

De twee vv. cardinales anteriores zijn afkomstig van het hoofd, de hals en de bovenste extremiteiten.

23
New cards

Van welke caudale regio's en van welke grote postnatale vene is het paar vv. cardinales posteriores afkomstig?

De twee vv. cardinales posteriores komen van de onderste extremiteiten, het bekkengebied en het meest caudale deel van de vena cava inferior.

24
New cards

In welke gemeenschappelijke vaten komen de anterior en posterior cardinale venen aan weerszijden samen?

Deze anterior en posterior venen komen samen in de twee vv. cardinales communes.

25
New cards

Waar monden de twee vv. cardinales communes gezamenlijk in uit binnen de embryonale hartanatomie?

De twee vv. cardinales communes komen samen aan de veneuze pool van het hart.

26
New cards

Welke extra-embryonale veneuze systemen sluiten eveneens aan op deze specifieke cardiale veneuze pool?

Aan deze veneuze pool sluiten ook de venen van de dooierzak en de placenta aan.

27
New cards

Waarom is het oorspronkelijke bilaterale cardinale systeem in de loop van de tijd niet meer toereikend voor de foetus?

Naarmate het embryo groter wordt, is het oorspronkelijke cardinale systeem niet meer toereikend.

28
New cards

Welke nieuwe vatenstelsels worden er gevormd bij de vroege uitbreiding van het foetale veneuze systeem?

Het veneuze systeem breidt zich uit en vormt de twee vv. subcardinales en de twee vv. supracardinales.

29
New cards

Wat is de exacte anatomische volgorde van deze drie veneuze vatenstelsels van ventraal naar dorsaal gezien?

De anatomische positie van deze vaten is van ventraal naar dorsaal: subcardinalis, cardinalis communis en supracardinalis.

30
New cards

Welke ingrijpende structurele verandering ondergaat het veneuze stelsel naarmate het embryo zich asymmetrisch verder ontwikkelt?

Het embryo ontwikkelt zich verder, waarbij het aanvankelijk bilateraal symmetrische systeem verandert in een unilateraal (rechtszijdig) systeem.

31
New cards

Hoe heet het uiteindelijke unilaterale (rechtszijdige) veneuze hoofdsysteem dat hieruit resulteert?

Dit resulterende unilaterale systeem is het vena cava systeem.

32
New cards

Wat is de embryonale herkomst en samenstelling van de definitieve vena cava inferior binnen dit asymmetrische systeem?

Binnen dit systeem bevat de vena cava inferior een deel dat afkomstig is van alle oorspronkelijke venen.

33
New cards

Langs welk specifiek bloedvat stroomt het zuurstofrijke bloed vanaf de placenta naar het lichaam van de foetus?

Via de v. umbilicalis stroomt zuurstofrijk bloed vanuit de placenta naar de foetus.

34
New cards

Bij welk groot abdominaal orgaan komt het placentaire bloed via de navelvene als eerste aan?

Dit bloed komt als eerste aan bij de lever, waar bij geborenen normaal gesproken filtratie plaatsvindt.

35
New cards

Waarom hoeft het via de navelvene aangevoerde bloed in de foetus niet in de lever gefilterd te worden?

Bij de foetus hoeft dit bloed niet gefilterd te worden, omdat de filtratie al in de lever van de moeder is gebeurd.

36
New cards

Welke opeenvolgende stappen beschrijven de specifieke foetale shuntroute van het bloed door en langs de lever?

Het bloed stroomt in de v. umbilicalis, het bloed passeert de lever via de ductus venosus zonder filtering, en vervolgens stroomt het bloed via de vena cava inferior direct naar het rechteratrium.

37
New cards

Wat is de eerste stap van de foetale bloedstroom vanuit de placenta bij aankomst in het abdominale vaatbed?

Het bloed stroomt in de v. umbilicalis.

38
New cards

Wat is de directe vervolgstap van het navelstrengbloed ter hoogte van de lever om filtering te omzeilen?

Het bloed passeert de lever via de ductus venosus zonder filtering.

39
New cards

Waarheen stroomt het bloed direct nadat het de intrahepatische shunt via de ductus venosus heeft gepasseerd?

Vervolgens stroomt het bloed via de vena cava inferior direct naar het rechteratrium.

40
New cards

Wat is het mechanische en anatomische voordeel van de specifieke richting van de vena cava inferior bij de instroom in het hart?

De vena cava inferior is anatomisch zo gericht dat het instromende bloed bijna direct door het foramen ovale kan.

41
New cards

Waarheen stroomt het foetale bloed direct na het passeren van de opening tussen beide atria?

Door deze opening tussen beide atria stroomt het bloed direct door naar het linkeratrium.

42
New cards

Welke cardiale route en welke hartholte passeert het via de atriale opening geshunte bloed hierdoor bewust niet?

Hierdoor passeert het bloed de route langs het rechterventrikel niet.

43
New cards

Waarom circuleert er prenataal vrijwel geen bloed door het longweefsel van de foetus?

Het bloed circuleert nauwelijks door de longen, omdat deze nog niet ontplooid zijn.

44
New cards

Wat is de fysische oorzaak van de minimale bloedstroom in de niet-ontplooide foetale longen?

De niet-ontplooide longen veroorzaken een grote mechanische weerstand voor de bloedstroom.

45
New cards

Welke alternatieve shuntroute volgt het weinige bloed dat vanuit het rechterventrikel toch in de truncus pulmonalis wordt gepompt?

Het bloed komt in de truncus pulmonalis, het stroomt door de ductus van Botalli, wat een shunt is tussen de truncus pulmonalis en de aorta, en het bloed bereikt op deze manier alsnog de aorta.

46
New cards

In welke arteriële stam bevindt het weinige rechterventrikelbloed zich in de eerste stap van deze alternatieve route?

Het bloed komt in de truncus pulmonalis.

47
New cards

Wat is de directe vervolgstap van het bloed vanuit de truncus pulmonalis om de longen heen?

Het stroomt door de ductus van Botalli, wat een shunt is tussen de truncus pulmonalis en de aorta.

48
New cards

Welke grote systemische slagader bereikt het bloed aan het einde van de ductus van Botalli-shunt?

Het bloed bereikt op deze manier alsnog de aorta.

49
New cards

Waarheen stroomt het bloed in de grote lichaamsslagader direct na het passeren van de ductus van Botalli?

Het bloed in de aorta stroomt vervolgens door to de aorta descendens.

50
New cards

Via welke specifieke arteriële route keert het deels zuurstofarme foetale bloed uiteindelijk weer terug naar de moeder?

Uiteindelijk komt het inmiddels deels zuurstofarme bloed via de a. umbilicalis weer bij de moeder terecht.

51
New cards

Wat is het directe mechanische gevolg van het onderbreken van de navelstreng voor de functie van de v. umbilicalis?

Direct na de geboorte wordt de navelstreng onderbroken, waardoor de v. umbilicalis functioneel verdwijnt.

52
New cards

Wat is het directe hemodynamische gevolg in het systemische vaatbed na het wegvallen van de placentacirculatie?

Dit zorgt voor een directe verhoging van de systemische vaatweerstand.

53
New cards

Wat gebeurt er met de vereiste druk in het linkerventrikel als gevolg van de stijging van de systemische vaatweerstand?

Als gevolg hiervan neemt de druk die nodig is voor het linkerventrikel toe.

54
New cards

Welke mechanische verandering vindt er plaats in het ademhalingsstelsel direct bij de geboorte en wat is het effect op de longvaten?

Tegelijkertijd ontplooien de longen zich, wat leidt tot een afname van de longvaatweerstand.

55
New cards

Wat gebeurt er met de vereiste werkdruk voor het rechterventrikel direct na het ontplooien van de longen?

Hierdoor neemt de druk die nodig is voor het rechterventrikel af.

56
New cards

Wat is het tijdsverloop en de dynamiek van de daling van de longvaatweerstand na de geboorte?

De longvaatweerstand daalt direct na de geboorte, maar bereikt pas na zes weken een echt laag niveau.

57
New cards

Wat gebeurt er functioneel en structureel met de ductus van Botalli en het foramen ovale na de geboorte?

De ductus van Botalli en het foramen ovale verliezen hun functie en gaan definitief sluiten.

58
New cards

Welke biologische en biochemische stappen reguleren het proces van de sluiting van de ductus van Botalli?

De productie van prostaglandines in de placenta stopt, de daling van deze prostaglandines triggert de sluiting, tegelijkertijd stijgt de zuurstofsaturatie in de aorta, waarna onder invloed van deze twee prikkels het gladde spierweefsel gaat samenknijpen.

59
New cards

Wat is de eerste hormonale verandering door het wegvallen van de placenta die de sluiting van de ductus van Botalli inleidt?

De productie van prostaglandines in de placenta stopt door de geboorte.

60
New cards

Wat is het directe effect van de daling van de placentaire prostaglandines op de status van de ductus van Botalli?

De daling van deze prostaglandines, die de ductus voorheen openhielden, triggert de sluiting.

61
New cards

Welke fysiologische verandering in de gasspanning treedt er tegelijkertijd op in de aorta na de eerste ademteugen?

Tegelijkertijd stijgt de zuurstofsaturatie in de aorta.

62
New cards

Wat is de mechanische sluitingsactie in de wand van de ductus van Botalli onder invloed van de daling van prostaglandines en stijging van zuurstof?

Onder invloed van deze twee prikkels gaat het gladde spierweefsel in de ductus samenknijpen.

63
New cards

Welke mechanische stappen verklaren de functionele sluiting van het foramen ovale direct na de geboorte?

Er ontstaat na de geboorte een omgekeerd links-rechts drukverschil in de atria, en door dit drukverschil vallen het foramen ovale en het septum primum fysiek tegen elkaar aan.

64
New cards

Welke verandering in de intracardiale drukverhoudingen treedt er op in de boezems direct na de geboorte?

Er ontstaat na de geboorte een omgekeerd links-rechts drukverschil in de atria.

65
New cards

Wat is het directe mechanische effect van het omgekeerde links-rechts drukverschil op de positie van de atriale septa?

Door dit drukverschil vallen het foramen ovale en het septum primum fysiek tegen elkaar aan.

66
New cards

Wat is het kenmerk van de cardiovasculaire gebeurtenissen direct na de geboorte wat betreft de snelheid van de definitieve overgang?

Deze cardiovasculaire gebeurtenissen vinden plaats na de geboorte, maar kennen een geleidelijke overgangsfase.

67
New cards

Waarom kan er in de vroege postnatale fase initieel toch nog wat bloed langs de foetale shunts stromen?

Het foramen ovale en de ductus van Botalli zitten niet direct volledig dicht, waardoor er initieel nog bloed langs kan stromen.

68
New cards

Welke functionele eigenschap behouden de longvaten specifiek tijdens de postnatale overgangsfase?

De longvaten behouden in deze fase nog de functionele mogelijkheid om sterk te vernauwen.

69
New cards

Wat is het fysiologische nut en de beschermende functie van deze postnatale longvaatvernauwing bij een VSD?

Deze vernauwing beschermt de longen als er te veel bloed van links naar rechts stroomt, zoals bij een ventrikelseptumdefect.

70
New cards

Wat is de anatomische status van de wanddikte van het rechterventrikel ten opzichte van het linkerventrikel direct na de geboorte?

Direct na de geboorte is het rechterventrikel in eerste instantie nog hypertrofisch ten opzichte van het linkerventrikel.

71
New cards

Wat gebeurt er structureel met de umbilicale vaten en shunts als gevolg van het definitief verdwijnen van de placentaire bloedstroom?

Omdat de placentaire circulatie definitief verdwijnt, oblitereren de umbilicale vaten en shunts tot ligamenten.

72
New cards

In welk specifiek ligament veranderen de twee embryonale aa. umbilicales na obliteratie?

De twee aa. umbilicales veranderen in het ligamentum umbilicale mediale.

73
New cards

In welk specifiek ligament verandert de enkele embryonale v. umbilicalis postnataal?

De enkele v. umbilicalis verandert in het ligamentum teres hepatis.

74
New cards

In welk specifiek ligament verandert de embryonale ductus venosus na de geboorte?

De ductus venosus verandert in het ligamentum venosum.

75
New cards

In welk definitief ligament verandert de ductus arteriosus (ductus van Botalli) na de functionele sluiting?

De ductus arteriosus (ductus van Botalli) verandert in het ligamentum arteriosum.