Hoofdstuk 1. Over klinische psychologie en 'abnormaal' gedrag - Ankikaartjes

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/84

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:14 PM on 8/3/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

85 Terms

1
New cards

Waarom kan de term ‘klinisch’ misleidend zijn?

Omdat klinisch psychologen niet alleen in klinieken werken, maar in alle sectoren van de gezondheidszorg, zoals de eerstelijnszorg en generalistische basis-ggz.

2
New cards

Welke indeling maakte Duijker binnen de psychologie?

Duijker onderscheidde basisdisciplines en toepassingsgerichte disciplines.

3
New cards

Welke vijf basisdisciplines noemt Duijker?

Psychologische functieleer/cognitieve psychologie, ontwikkelingspsychologie, gedragsleer/sociale psychologie, persoonlijkheidspsychologie en methodenleer.

4
New cards

Welke toepassingsgerichte disciplines worden genoemd?

Klinische psychologie, arbeids- en organisatiepsychologie en onderwijspsychologie.

5
New cards

Waarom valt hoogbegaafdheid niet automatisch onder klinische psychologie?

Omdat klinische psychologie zich doorgaans niet richt op gunstige afwijkingen van de norm, tenzij deze problemen veroorzaken.

6
New cards

Op welke drie individuele aspecten kunnen afwijkingen betrekking hebben?

Afwijkend gedrag, afwijkende gedachten en afwijkende belevingen.

7
New cards

Wat laat het voorbeeld van dwanggedachten, angst en excessief drinken zien?

Dat gedrag, gedachten en gevoelens vaak met elkaar samenhangen.

8
New cards

Wat liet NEMESIS-3 zien over psychische stoornissen bij Nederlandse volwassenen?

Ruim een kwart van de Nederlandse volwassenen had in het jaar voorafgaand aan het onderzoek een psychische stoornis.

9
New cards

Welk deel van de groep met een psychische stoornis zocht volgens NEMESIS-3 hulp?

Vier op de tien deden een beroep op algemene gezondheidszorg of geestelijke gezondheidszorg.

10
New cards

Welke prevalentie noemen Oltmanns en Emery voor genderdysforie in de tekst?

Minder dan 1 op de 30.000 mensen.

11
New cards

Welke stappen horen bij het klassieke medisch model?

Oorzaak opsporen, diagnose stellen, therapieplan maken en streven naar genezing.

12
New cards

Welke stappen horen bij het onderwijsmodel?

Probleem analyseren, leerdoel bepalen, onderwijsprogramma uitvoeren en vaardigheden toepassen.

13
New cards

Hoe bepaal je tentamengericht welk model het best past bij een casus?

Kijk naar de kern: extreme score = statistisch model; aantoonbaar lichamelijk mechanisme = medisch model; vaardigheidstekort en aanspreekbaarheid = onderwijsmodel.

14
New cards

Welke factoren bepalen volgens de slotparagraaf of hulp of zorg nodig is?

De ernst van de klacht voor individu en/of omgeving in combinatie met de duur van de klacht.

15
New cards

Iemand scoort extreem hoog op intelligentie, functioneert goed en ervaart geen klachten. Welke valkuil van het statistisch model zie je?

Statistisch afwijkend is niet automatisch pathologisch.

16
New cards

Een vrouw rent schreeuwend zonder jas door een winkelstraat, maar blijkt net bestolen te zijn. Welk inzicht hoort hierbij?

Context bepaalt mede of gedrag als abnormaal of begrijpelijk wordt beoordeeld.

17
New cards

Iemand gaat in een lege wachtruimte direct naast de enige andere persoon zitten en blijft intens kijken. Welk begrip past hierbij?

Observer discomfort / overtreding van restregels.

18
New cards

Een cliënt leert sociale vaardigheden oefenen om beter contact te maken. Welk model past hierbij?

Het leer- of onderwijsmodel.

19
New cards

Een cliënt heeft geheugenproblemen door aantoonbare hersencelbeschadiging. Welk model past hierbij?

Het medisch of ziektemodel.

20
New cards

Een cliënt scoort ‘zeer hoog’ op een angstvragenlijst, zonder ziek/niet-ziekgrens. Welke benadering is dit?

Dimensionele benadering.

21
New cards

Een persoon voert actie tegen maatschappelijke regels, maar er is geen persoonlijk disfunctioneren. Wat zegt de APA-definitie?

Sociaal deviant gedrag is geen psychische stoornis tenzij het voortkomt uit persoonlijk disfunctioneren.

22
New cards

Iemand heeft tijdelijk verdriet na verlies, maar dit past binnen de culturele verwachting. Welk APA-principe past hierbij?

Een te verwachten en cultureel geaccepteerde reactie op verlies is geen psychische stoornis.

23
New cards

Iemand veroorzaakt overlast voor buren door nachtelijk geschreeuw tijdens een psychose. Welke aspecten spelen vooral mee?

Disfunctionaliteit, gevolgen voor de omgeving en mogelijk onvoorspelbaarheid/controleverlies.

24
New cards

Een inbreker veroorzaakt schade en angst bij slachtoffers. Waarom is dit niet automatisch psychopathologie?

Omdat normoverschrijdend en schadelijk gedrag niet per definitie voortkomt uit een psychische stoornis.

25
New cards

Iemand wordt door een psychiatrisch label steeds als ziek behandeld, waardoor gewone gedragingen als symptomen worden gezien. Welk concept past hierbij?

Labeling-theorie en self-fulfilling prophecy.

26
New cards

Een cliënt heeft psychotische klachten, geen aantoonbare organische oorzaak, maar kan niet zelfstandig belangrijke beslissingen nemen. Hoe beoordeelt het onderwijsmodel dit?

Volgens het onderwijsmodel kan dit als ziekte worden beschouwd omdat de eigen verantwoordelijkheid/aanspreekbaarheid ontbreekt.

27
New cards

Een cliënt heeft relatieproblemen en vermijdingsgedrag, is aanspreekbaar en kan vaardigheden oefenen. Welk model past het best?

Het leer- of onderwijsmodel.

28
New cards

Een stoornis ontstaat door een syfilisinfectie met psychische en lichamelijke symptomen. Welk voorbeeld is dit?

Dementia paralytica / neurosyfilis als somatogene verklaring.

29
New cards

Waarom is persoonlijk lijden op zichzelf geen voldoende criterium voor psychopathologie?

Mensen kunnen lijden door normale levensgebeurtenissen; bovendien kan een psychische stoornis ook bestaan zonder dat iemand zelf lijdensdruk ervaart.

30
New cards

Waarom is opvallend gedrag niet automatisch pathologisch?

Opvallend gedrag hoeft niet gepaard te gaan met lijden, beperkingen, disfunctie of sociale onwenselijkheid.

31
New cards

Waarom is sociaal deviant gedrag niet automatisch een psychische stoornis?

Volgens de APA is sociaal deviant gedrag alleen een stoornis als het voortkomt uit disfunctioneren van de persoon.

32
New cards

Wat is de belangrijkste valkuil van het statistisch model?

Het verwarren van statistisch afwijkend gedrag met klinisch problematisch of pathologisch gedrag.

33
New cards

Waarom kan het medisch model stigmatiserend werken?

Omdat termen als ziekte, patiënt en psychiatrisch label kunnen beïnvloeden hoe iemand zichzelf ziet en hoe anderen die persoon behandelen.

34
New cards

Wanneer is het onderwijsmodel minder geschikt?

Wanneer iemand niet meer aanspreekbaar is op het eigen gedrag of niet meer zelf verantwoordelijkheid kan dragen.

35
New cards

Waarom geeft geen enkel model een volledig antwoord op de grens tussen normaal en abnormaal?

Omdat elk model eigen sterke en zwakke punten heeft en de bruikbaarheid afhangt van de aard van de problematiek.

36
New cards

Waarom zijn de zeven aspecten van abnormaliteit geen checklist voor een DSM-diagnose?

Omdat ze verklaren waarom gedrag als abnormaal kan worden beoordeeld, maar niet automatisch bepalen dat er sprake is van een psychische stoornis.

37
New cards

Waarom is morele afkeuring niet hetzelfde als psychopathologie?

Gedrag kan moreel worden afgekeurd zonder dat het voortkomt uit psychische disfunctie of een stoornis.

38
New cards

Waarom is een cultureel geaccepteerde rouwreactie geen psychische stoornis volgens de APA?

Omdat een te verwachten en cultureel geaccepteerde reactie op verlies of stress niet automatisch pathologisch is.

39
New cards

Waarom kan het statistisch model tekortschieten bij genderdysforie?

Omdat de betreffende eigenschap niet normaal verdeeld is en het model daardoor geen goed afgrenzingscriterium biedt.

40
New cards

Waarom is een extreme score niet genoeg om hulpbehoefte vast te stellen?

Omdat hulpbehoefte ook afhangt van lijdensdruk, beperkingen, ernst, duur, frequentie en gevolgen voor persoon of omgeving.

41
New cards

Waarom is het onderwijsmodel niet simpelweg ‘altijd beter’ dan het medisch model?

Omdat het onderwijsmodel minder bruikbaar is wanneer iemand niet meer aanspreekbaar is op eigen verantwoordelijkheid of wanneer duidelijke organische mechanismen aanwezig zijn.

42
New cards

Wat is de valkuil bij het begrip stigma?

Denken dat stigma alleen historisch relevant is; volgens de tekst is stigma nog steeds actueel en kan het hulpzoekgedrag belemmeren.

43
New cards

Wat is het verschil tussen abnormaal gedrag en pathologisch gedrag?

Abnormaal gedrag wijkt af van een norm; pathologisch gedrag wordt als ziekelijk of passend bij een psychische stoornis gezien. Niet elk abnormaal gedrag is pathologisch.

44
New cards

Wat is het verschil tussen persoonlijk lijden en disfunctionaliteit?

Persoonlijk lijden gaat over ervaren last; disfunctionaliteit gaat over belemmering van functioneren, welzijn of relaties.

45
New cards

Wat is het verschil tussen somatogeen en psychogeen?

Somatogeen betekent ontstaan door een lichamelijke oorzaak; psychogeen betekent ontstaan door psychologische mechanismen.

46
New cards

Wat is het verschil tussen het medisch model en het onderwijsmodel?

Medisch model: ziekte, diagnose, therapie, patiënt en genezing. Onderwijsmodel: persoonlijk probleem, leerdoel, onderwijsprogramma, leerling en eigen verantwoordelijkheid.

47
New cards

Wat is het verschil tussen een categorische en dimensionele benadering?

Categorisch werkt met wel/niet aanwezig of ziek/niet ziek; dimensioneel werkt met gradaties zoals laag, gemiddeld, hoog of zeer hoog.

48
New cards

Wat is het verschil tussen het afgrenzingscriterium van Szasz en dat van het onderwijsmodel?

Szasz legt de grens bij aantoonbare organische afwijkingen; het onderwijsmodel legt de nadruk op verantwoordelijkheid en aanspreekbaarheid.

49
New cards

Wat is het verschil tussen een norm, een morele norm en een restregel?

Een norm is een algemene maatstaf; een morele norm gaat over goed en kwaad; een restregel is een impliciete sociale regel die meestal pas opvalt als iemand deze overtreedt.

50
New cards

Wat is het verschil tussen disfunctionaliteit voor de persoon zelf en disfunctionaliteit voor de omgeving?

Bij de persoon zelf gaat het om belemmering van eigen functioneren of doelen; bij de omgeving gaat het om verstoring van welzijn of functioneren van anderen.

51
New cards

Wat is het verschil tussen opvallend gedrag en observer discomfort?

Opvallend gedrag wijkt zichtbaar af van wat gangbaar is; observer discomfort ontstaat wanneer impliciete sociale regels worden overtreden en anderen zich ongemakkelijk voelen.

52
New cards

Wat is het verschil tussen statistisch afwijkend en klinisch problematisch?

Statistisch afwijkend betekent zeldzaam of extreem ten opzichte van de populatie; klinisch problematisch betekent dat er lijden, beperkingen of disfunctie optreedt.

53
New cards

Wat is het verschil tussen de APA-definitie en de zeven aspecten van Seligman et al.?

De APA-definitie omschrijft wanneer sprake is van een psychische stoornis; de zeven aspecten helpen begrijpen waarom gedrag als abnormaal wordt beoordeeld.

54
New cards

Wat is het verschil tussen het statistisch model en het continuümdenken?

Het statistisch model gebruikt verdelingen en extreme scores; continuümdenken benadrukt dat psychische gezondheid en problemen geleidelijk in elkaar overlopen.

55
New cards

Wat is het verschil tussen het klassieke medische model en gedeelde besluitvorming?

In het klassieke medische model ligt de beslismacht vooral bij de therapeut; bij gedeelde besluitvorming beslissen hulpverlener en patiënt samen.

56
New cards

Wat is klinische psychologie?

Het vakgebied dat zich bezighoudt met psychische stoornissen en afwijkend, slecht-aangepast of abnormaal gedrag, gedachten en gevoelens.

57
New cards

Wat is een psychische stoornis volgens de APA?

Een syndroom met klinisch significante symptomen op cognitief, affectief of conatief gebied, dat wijst op disfunctie en meestal samengaat met lijdensdruk of beperkingen.

58
New cards

Wat is disfunctionaliteit?

De mate waarin gedrag het dagelijks functioneren, welzijn, werk of sociale relaties belemmert.

59
New cards

Wat is observer discomfort?

Ongemak bij anderen doordat iemand impliciete sociale regels of verwachtingen overschrijdt.

60
New cards

Wat is een restregel?

Een ongeschreven sociale regel waarvan mensen zich vaak pas bewust worden wanneer iemand die regel overtreedt.

61
New cards

Wat is het statistisch model?

Model waarin gedrag of eigenschappen abnormaal worden genoemd wanneer iemand extreem laag of hoog scoort ten opzichte van de bevolking.

62
New cards

Wat is een normaalverdeling?

Een verdeling waarbij de meeste mensen rond het gemiddelde scoren en extreme scores relatief weinig voorkomen.

63
New cards

Wat is een dimensionele benadering?

Benadering waarbij psychische kenmerken geleidelijk variëren van laag tot hoog, in plaats van strikt aanwezig of afwezig te zijn.

64
New cards

Wat is het medisch of ziektemodel?

Model waarin psychische stoornissen worden benaderd als ziekten waarbij diagnose, therapie en genezing centraal staan.

65
New cards

Wat is het leer- of onderwijsmodel?

Model waarin psychische problemen worden gezien als persoonlijke problemen of vaardigheidstekorten die via leren kunnen worden aangepakt.

66
New cards

Wat bedoelt Szasz met problems in living?

Levensproblemen die afwijken van psychosociale of ethische normen, maar volgens Szasz niet als medische ziekte moeten worden aangeduid zolang er geen organische oorzaak is aangetoond.

67
New cards

Wat is een demarcatie- of afgrenzingscriterium?

Een criterium waarmee wordt bepaald waar de grens ligt tussen normaal en abnormaal gedrag of tussen psychische gezondheid en ziekte.

68
New cards

Wat is psychopathologie?

Het geheel van psychische stoornissen, symptomen en afwijkende gedragingen, gedachten of gevoelens.

69
New cards

Wat betekent klinisch significant?

Dat symptomen ernstig of belangrijk genoeg zijn om klinische aandacht te vragen, bijvoorbeeld door lijdensdruk of beperkingen.

70
New cards

Wat zijn cognitieve functies?

Functies zoals denken, waarnemen, geheugen, aandacht en informatieverwerking.

71
New cards

Wat zijn affectieve functies?

Functies die te maken hebben met emoties, stemming en gevoelens.

72
New cards

Wat zijn conatieve functies?

Functies die te maken hebben met motivatie, wilskracht, intenties en doelgericht handelen.

73
New cards

Welk begrip hoort bij: gedrag dat afwijkt van sociale normen, maar niet automatisch een psychische stoornis is?

Sociaal deviant gedrag.

74
New cards

Welk model past bij termen als patiënt, therapeut, diagnose, therapie en genezing?

Het medisch of ziektemodel.

75
New cards

Welk model past bij termen als leerling, leraar, leerdoel en onderwijsprogramma?

Het leer- of onderwijsmodel.

76
New cards

Welk begrip hoort bij een lichamelijke oorzaak van psychische klachten?

Somatogeen.

77
New cards

Welk begrip hoort bij een psychologische oorzaak van psychische klachten?

Psychogeen.

78
New cards

Welk begrip hoort bij een grens die door afspraken of keuzes wordt bepaald?

Arbitraire grens.

79
New cards

Welk begrip hoort bij het idee dat psychische gezondheid en psychische problemen geleidelijk in elkaar overlopen?

Continuüm.

80
New cards

Welk begrip hoort bij het samen beslissen door hulpverlener en patiënt?

Gedeelde besluitvorming.

81
New cards

Welke auteur gebruikte de term restregels?

Scheff.

82
New cards

Welke auteurs worden verbonden aan de zeven aspecten van abnormaal gedrag?

Seligman et al.

83
New cards

Welke auteurs bekritiseerden het statistisch model vanwege de vraag hoe ongewoon gedrag moet zijn?

Oltmanns en Emery.

84
New cards

Welke auteur wilde mental illness beperken tot stoornissen met aantoonbare organische oorsprong?

Szasz.

85
New cards

Welk onderzoek liet zien dat gewone gedragingen na een psychiatrisch label als symptomen kunnen worden geïnterpreteerd?

Het pseudopatiëntenonderzoek van Rosenhan.