Fiscaal recht

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/186

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:25 PM on 8/16/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

187 Terms

1
New cards

Wat is het onderscheid tussen de materiële en de formele belastingschuld?

Materiële belastingschuld:

Houdt verband met de berekening van de belasting.

Formele belastingschuld:

Houdt verband met de eisbaarheid en invordering van de belasting.

De materiële belastingschuld moet soms in een formele belastingschuld worden omgevormd opdat die principieel aan de overheid verschuldigde heffing of prestaties door de belastingplichtige effectief betaald of uitgevoerd zouden worden.

2
New cards

Wat is het onderscheid tussen de autonome en de toegewezen belastingbevoegdheid?

Autonome belastingsbevoegdheid:

Een beleidsniveau voert zelf, autonoom een belasting in binnen zijn eigen wettelijk bevoegdheidskader. Het gaat om belastingen die gekoppeld zijn aan de eigen bevoegdheden van dat bestuur.

Toegewezen belastingbevoegdheid:

Een beleidsniveau staat een deel van zijn eigen belastingbevoegheid af aan een ander niveau.

3
New cards

De autonome belastingbevoegdheid is niet absoluut. Bespreek.

Internationale normen.

  • Het vrij verkeer van kapitaal en personen beperkt de nationale fiscale beleidsvrijdheid. Lidstaten mogen geen fiscale maatregelen invoeren die het vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten of personen belemmeren.

  • Het recht op eigendom.

  • Europese richtlijnen zoals de BTW-richtlijn.

  • Douanerechten en dubbelbelastingverdragen.

Grondwettelijk.

  • Gelijkheidsbeginsel.

Nationale wetgeving.

  • De federale overheid kan via wetgeving de fiscale bevoegdheid van ondergeschikte besturen beperken.

4
New cards

Wat zijn dubbelbelastingverdragen?

In dergelijke verdragen spreken 2 staten af hoe zij dubbele belasting zullen vermijden.

De landen bepalen welk land heffingsbevoegd is voor een bepaald inkomen of vermogen.

5
New cards

Bespreek het verschuld tussen een belasting en verhaalbelastingen, sociale bijdragen en retributies.

Verhaal belastingen:

  • Voor prestaties die ten goede komen aan een bepaalde groep belastingplichtigen.

  • Een vergoeding voor een concreet aanwijsbare prestatie van de overheid die een bepaalde groep treft en waarvoor men niet kan kiezen.

Retributies:

  • Betalingen van burgers aan de overheid als vergoeding voor een dienst die zij van de overheid ontvangen hebben en waaraan zij een persoonlijk voordeel hebben.

Parafiscale/sociale bijdragen:

  • Worden niet door de staat geïnd maar door een autonome openbare instelling.

  • Dienen voor specifieke sociale uitgaven.

6
New cards

Bespreek de verschillende functies van een belasting.

  1. Voorzien in de openbare uitgaven.

  2. Positieve fiscale stimuli: gedrag stimuleren.

  3. Ontradende belastingen: gedrag ontraden of ontmoedigen.

7
New cards

Bespreek het no taxation without representation principe.

Belastingen kunnen enkel ingevoerd wordne met instemming van de vertegenwoordigers van het volk.

Het is de wetgevende macht die over belastingen beslist.

8
New cards

Zijn fiscale dadingen toegestaan?

Het fiscaal legaliteitsbeginsel impliceert dat er niet kan worden afgeweken van fiscale wetten.

De fiscus is niet gerechtigd om voorwaarden aan de wet toe te voegen of de gestrengdheid ervan te milderen.

→ fiscale dadingen zijn niet toegestaan.

9
New cards

Bespreek het fiscaal eenjarigheidsbeginsel.

Het fiscaal eenjarigheidsbeginsel houdt in dat belastingheffing alleen mag plaatsvinden over een periode van één jaar. De belastingheffing vereist een jaarlijkse fiscale machtiging van de WM aan de UM.

171 + 174 Gw.

10
New cards

Bespreek het fiscaal gelijkheidsbeginsel.

172 Gw.

Fiscale voorrechten, verminderingen en vrijstellingen kunnen enkel door de wet worden ingevoerd.

Principe: iedereen die aan dezelfde voorwaarden voldoet moet gelijk worden belast.

Uitzondering: een onderscheid in de belastingheffing is mogelijk maar enkel wanneer het onderscheid:

  • objectief is.

  • op rechtvaardige grondslagen steunt, en

  • redelijk is.

11
New cards

Is dubbele belasting verboden?

Moreel en principeel geldt het non bis in idem beginsel. Juridisch bestaat er geen algemeen wettelijk verbod op dubbele belastingheffing.

  • Ook binnen het EU recht bestaat er geen algemeen wettelijk verbod op dubbele belastingheffing: Zaak Block.

12
New cards

Wat is de onderlinge overlegprocedure?

De gewesten moeten bij de uitoefening van hun fiscale bevoegdheid een aantal principe srespecteren. Om problemen tussen de gewesten te vermijden is er jaarlijks overleg tussen verschillende beleidsniveaus.

Voor sommige belastingen is er zelfs een akkoord vereist.

13
New cards

Wat zijn retributies?

Betalingen van burgers aan de overheid als vergoeding voor een dienst die zij van de overheid ontvangen en waaraan zij een persoonlijk voordeel hebben.

Om als retributie te worden gekwalificeerd moet er een redelijke verhouding bestaan tussen de kostprijs van de dienst en de gevorderde vergoeding.

14
New cards

Bespreek de wettelijke vermoedens van het rijksinwonerschap.

WIB.

  • Inschrijving in de bevolkingsregisters.

    • Weerlegbaar vermoeden.

  • Waar het gezin is gevestigd.

    • Onweerlegbaar vermoeden.

15
New cards

Welke fiscale vrijstellingen bestaan er op het vlak van de onroerende inkomsten?

De vrijstellingen gelden enkel voor onroerende goederen gelegen in de EER.

  • Verhuur voor specifieke doeleinden.

    • Voorwaarde = geen winstbejag.

  • Bepaalde pachtovereenkomsten.

    • In de landbouwsector.

  • Eigen woning.

    • De vrijstelling geldt enkel voor de personenbelasting, de onroerende voorheffing blijft verschuldigd op de eigen woning.

16
New cards

Wat zijn roerende inkomsten?

Inkomsten (opbrengsten) van roerende goederen uit het privévermogen van rijksinwoners.

  • Dividenden.

  • Interesten.

  • Inkomsten uit de verhuring, verpachting en concessie van roerende goederen.

  • Inkomsten begrepen in tijdelijke renten en lijfrenten.

  • Inkomsten uit auteursrechtren.

17
New cards

Wat is de bevrijdende roerende voorheffing?

Een voorheffing is een voorschot op de uiteindelijk verschuldigde belasting.

De bevrijdende roerende voorheffing houdt in dat er ee vrijstelling van aangifteverplicht is.

18
New cards

Wat zijn meerwaarden?

Meerwaarden zijn de meerprijs die men verkrijgt bij de verkoop van een goed.

19
New cards

Wat is het verschil tussen kosten eigen aan de werknemer en kosten eigen aan de werkgever?

Kosten eigen aan de werkgever: kosten die in principe door de WG zelf moeten worden gedragen, maar die in de praktijk door de WN worden voorgeschoten. Wanneer deze kosten worden terugbtaald gaat het niet om een bezoldiging en dus niet om een belastbaar voordeel van alle aard.

Kosten eigen aan de werknemer: kosten die de WN in principe zelf privé zou moeten dragen maar die toch door de WG worden vergoed. Wanneer deze worden terugbetaalt wordt dit beschouwd als een bezoldiging in de vorm van een voordeel van alle aard.

20
New cards

Bespreek de fiscale behandeling van de terbeschikkingstelling van een PC, GSM, internet.

Dit zijn voordelen in nature die forfaitair worden begroot.

  • GSM: 36/jaar + 48/jaar voor abonnement.

  • Internet: 60/jaar.

  • Computer of tablet: 72/jaar.

18 KB WIB.

21
New cards

Bespreek de sociale en culturele vrijstellingen in het kader van de beroepsinkomsten.

38 WIB.

  • De terugbetaling van vervoerskosten.

  • Vrijstellingen voor de toekenning van bepaalde cheques door de WG.

  • Inkomsten uit flexi-jobs.

  • Vrijwilligersvergoedingen.

22
New cards

Besprek het fiscaal statuut van meerwaarden op land-en tuinbouwgronden.

Deze vallen onder vrijgestelde meerwaarden, deze hebben betrekking op meerwaarden die worden gerealiseerd op activa die tot het beroepsvermogen behoren.

Voor land-en tuinbouwgronden geldt er een onvoorwaardelijke vrijstelling.

  • vrijgesteld als beroepsinkomen.

  • kunnen eventueel belastbaar zijn als divers inkomen.

23
New cards

Bespreek de gespreide taxatie van meerwaarden.

Hierbij worden de meerwaarden niet vrijgesteld maar wordt de belasting gespreid in de tijd.

  • De ontvangen waarde moet opnieuw geïnvesteerd worden in beroepsactiva.

24
New cards

Welke beroepskosten zijn extra aftrekbaar?

120% - 64ter WIB.

  • Kosten in verband met bewaking.

    • Bvb. kosten voor bewakingsondernemingen en abonnementen op alarmcentrales.

  • Kosten met betrekking tot factureringpakketen voor elektronisch facturatie.

25
New cards

Wat is de investeringsaftrek?

68 WIB.

Naast het feit dat een investering via afschrijvingen al gespreid fiscaal wordt gerecupereerd, krijgt de belastingplichtige daarbovenop een aftrek.

26
New cards

Wat zijn winsten uit speculatie en hoe worden ze belast?

Winsten uit speculatie vallen onder diverse inkomsten.

Winsten uit speculatie zijn winsten die voortkomen uit het ‘abnormaal’ beheer van het privévermogen. Cruciaal om te bepalen of er sprake is van abnormaal beheer of normaal beheer van het privévermogen zijn de bedragen en het aantal transacties.

Het normaal beheer is vrijgesteld van de personenbelasting, het abnormaal beheer wordt belast als divers inkomen aan een tarief van 33%

27
New cards

Bespreek het fiscaal statuut van inkomsten uit de deeleconomie.

90, eerste lid, 1bis WIB92.

Dit zijn inkomsten verkregen uit diensten die worden gepresteerd via erkende digitale platformen.

  1. Diensten.

  2. Platform moet erkend zijn door de FOD financiën.

Op deze inkomsten is een forfaitaire kostenaftrek van 50% van toepassing (97/1 en 97/2 WIB): slechts de helft van de ontvangen inkomsten is belastbaar.

→ op belastbaar deel wordt een vast tarief van 20% toegepast (171,3° bis, a WIB).

  • Grensbedrag van 7.700 (ASGJ)

    • Dit grensbedrag moet samen worden bekeken met inkomsten uit verenigingswerk.

28
New cards

Bespreek de belastbaarheid van meerwaarden op gronden.

  • 90, eerste lid, 8° WIB.

  • Divers inkomen, meerwaarde op het privévermogen.

  • = meerwaarden die worden gerealiseerd bij de overdracht ten bezwarende titel van in België gelegen gronden.

Termijnvereiste.

Correctie van de prjis.

Vast tarief bij meerwaarde.

29
New cards

Bespreek de gezamelijke belastbaarheid van gezinnen.

126 WIB92.

Gehuwden en wettelijk samenwonenden worden fiscaal gelijkgesteld en in principe gezamelijk belast. De inkomsten van beide partners wordt samengenomen en onderworpen aan de personenbelasting.

Dit heeft een belastverhogend effect. Hierdoor zijn correctiemechanismen voorzien:

  1. De decumulatie.

  2. Het huwelijksquotiënt.

  3. De toekenning aan de meewerkende echtgenoot.

30
New cards

Wat is het huwelijksquotiënt?

88 WIB.

Fiscaal voordeel voor koppels waarbij 1 partner weinig of geen beroepsinkomsten heeft.

Een deel van de beroepsinkomsten van de meest verdiendende partners wordt fiscaal overgehevend naarde andere.

31
New cards

Wat is de belastingsvrije som?

131 WIB.

Dit is een deel van het inkomen dat niet belast wordt.

Het eerste deel van het inkomen (0 tot 10.910) is volledig vrijgesteld van belasting, hoewel het in principe binnen de eerste schijf van 25% valt.

  • kan verhoogd worden wanneer er personen ten laste zijn.

32
New cards

Wat zijn kinderen ten laste?

Dit omvat onder meer kinderen die nog gedomicieeld zijn bij de ouders en die geen of slechts beperkte eigen bestaansmiddelen hebben.

136 + 141 WIB92

33
New cards

Bespreek de begrippen ‘belasting staat’ en ‘gereduceerde belasting Staat’.

Belasting staat:

  • federale personenbelasting.

  • tariefstructuur op totaal netto inkomen.

Gereduceerde belasting staat:

  • Belasting staat - autonomiefactor.

  • Autonomiefactor: deel personenbelasting dat vroeger aan de gewesten werd toegewezen.

  • Vormt het deel dat naar de federale overheid gaat.

34
New cards

Bespreek het fiscaal statuut van schulden die alleen bij testament zijn erkend in de successierechten.

4 WSuc + 2.7.1.0.3. VCF.

Bij schulden die enkel bij testament erkend worden gaat het om een situatie waarin de erflater in zijn uiterste wilsbeschikking vermeld dat hij nog een schuld heeft tegenover iemand.

De regel is dat wanneer een schuld alleen in het testament wordt erkend en nergens anders uit blijkt deze schuld fiscaal wordt gelijkgesteld met een legaat. Ze mag niet zomaar in mindering worden gebracht van het actief om het netto belastbaar vermogen te bepalen.

  • Dit berust op een weerlegbaar vermoeden.

35
New cards

Bespreek het fiscaal statuut van schenkingen van roerende goederen onder de opschortende voorwaarde van overlijden van de schenker in de successierechten.

Hierbij gaat het om constructies waarbiju men de eigendomsoverdracht uitstelt tot op het moment van overlijden.

Dit wordt beschouwd als een legaat.

36
New cards

Bespreek het fiscaal statuut van handgiften in de successierechten.

Roerende goederen waarover de erflater kosteloos heeft beschikt tijdens een verdachte periode voor overlijden en die niet onderworpen zijn geweest aan schenkingsrechten worden onweerlegbaar geacht deel uit te maken van de nalatenschap.

Verdrachte periode:

  • BXL: 5J (vanaf 01/01/26)

  • WL: 5J (vanaf 01/01/22).

  • VL: 5J (vanaf 01/01/25)

  • VL: 7j voor aandleen en activa van familiebedrijven.

Vallen niet onder de erfbelasting omdat ze niet als echte schenkingen worden beschouwd:

  • gebruikelijke schenkingen.

  • onderhoudsuitkeringen ingevolge een wettelijk onderhoudsverplichting buiten dit ststeem.

  • uitkeringen in het kader van een natuurlijke verbintenis.

37
New cards

Wat is een handgift?

Een niet geregistreerde schenking van onroerende goederen.

38
New cards

Bespreek de aftrek van schulden in de successierechten.

27 BWSuc - 27bis WWSuc - 2.7.3.4.1. VCF.

In principe zijn alle schulden van de erflater aftrekbaar van het bruto-actief op voorwaarde dat deze bestonden op de dag van overlijden.

De belastbare grondlsag wordt aangepast door bijzondere regelingen:

  • Mogelijkheid tot forfaitaire aftrek van schulden.

    • ENKEL in VL.

  • Begrafeniskosten worden ook in aanmerking genomen.

  • Vergoedinge naan de huwgemeenschap.

    • De vereffening van het huwelijksvermogen gaat vooraf aan de vereffening van de nalatenschap.

39
New cards

Bespreek de mogelijkheid tot voorafgaande schatting in de successierechten.

20 WSucc - 3.3.1.0.9. VCF.

BXL + WL.

  • Waardering door deskundige die definitief is en de grondslag voor de berekening van de verschuldigde belasting vormt.

  • Enkel de fiscus kan deze taak op zich nemen.

VL.

Regels zijn enkel van toepassing op onroerende goederen die zich in BE bevinden:

  • Bindende schatting.

    • 3.3.1.0.9 VCF.

  • Experten-schatting.

    • 3.3.1.0.9/1 VCF.

    • De vastgestelde waarde wordt aanvaard door de fiscus, ook wanneer het OG later wordt verkocht tegen een hogere prijs.

40
New cards

Bespreek het tarief tussen ooms en tantes en neven en nichten in het Brussels / Waals Gewest.

48 WSuc.

Het tarief wordt toegepast op de som van de netto-verkrijging van elke erfgenaam.

41
New cards

Bespreek het rechtelijnstarief voor kinderen en gelijkstellingen in de successierechten in het Vlaams / Brussels / Waals Gewest.

VL:

  • De tarieven worden toegepast op het individuele netto-erfdeel van elke erfgenaam.

  • Geplitste taxatie: enkel in Vlaanderen. Het erfdeel wordt opgesplitst in roerende vermogen en onroerend vermogen.

BXL:

  • De tarieven worden toegepast op het individuele netto-erfdeel van elke erfgenaam.

  • 50 WSucc.

WL:

  • De tarieven worden toegepast op het individuele netto-erfdeel van elke erfgenaam.

  • 52/1-2-3 WSucc.

42
New cards

Bespreek het fiscaal statuut van familiale ondernemingen in de successierechten in het Vlaams / Brussels / Waals Gewest.

VL:

  • 2.7.4.2.2. VCF.

BXL:

  • 60bis WSucc.

WL:

  • 60bis WSucc.

43
New cards

Bespreek de gevolgen van het verwerpen van de nalatenschap in de successierechten.

  • De erfgenaam weigert de nalatenschap.

  • Men schuift door in de erfopvolging naar de volgende erfgenamen volgens de regels van kloving en plaatsvervulling

44
New cards

Registratierechten zijn geregionaliseerde belastingen. Bespreek.

Registratierechten waaren oorspronkelijk volledig federale belastingen, maar zijn door de staatshervormingen gedeeltelijk omgevormd tot oneigenlijke gewestelijke belastingen.

De gewesten zijn bevoegd voor het tarief, de grondslag en de vrijstellingen van de registratierechten. De federale overheid blijft bevoegd voor de belastbare materie en voor het bestaan zelf van de belasting.

3, 6°, 7°, 8° BFW.

45
New cards

Wat zijn de verschillen tussen registratierechten en BTW/Successierechten?

Registratierechten zijn indirecte belastingen en saan telkens op 1 enkel belastbaar feit.

Successierechten:

  • In beide gevallen gaat het om een belasting van een vermogensoverdracht.

  • Bij successierechten gebeurt deze overdracht naar aanleiding van overlijden, bij registratierechten gebeurt dit onder levenden.

BTW:

  • BTW heeft voornamelijk een economische achtergrond en belast leveringen van goederen en diensten.

  • Registratierechten hebben een burgerrechtelijke achtergrond.

46
New cards

Bespreek de burgerrechtelijke gevolgen van de registratie.

Vaste datum - 8.22 BW.

  • De datum van de rechtshandeling wordt ‘gebetoneerd’ en kan niet langer worden betwist.

  • De rechtshandelingen en rechtsfeiten worden tegenstelbaar aan derden.

47
New cards

Bespreek het registratierecht bij de minnelijke ontbinding van verkoopovereenkomsten.

2.9.4.2.9. VCF - 159Bis Br en Wl.W.Reg.

  • Vast recht van 10 euro.

  • De regeling is van toepassing naar aanleiding van de minnelijke ontbinding van nog niet geregistreerde verkoopovereenkomst in alle gewesten.

  • De minnelijke ontbinding volgt minder dan 1j na de overeenkomst.

  • Zowel de overeenkomst to minnelijke ontbinding of vernietiging als de oorspronkelijke basisovereenkomst moet samen ter registratie worden aangeboden. Op beide akten is een bijzonder vast recht van 10 euro verschuldigd.

De regel is niet van toepassing op:

  • de aankopen door beroepsverkopers.

  • de inbreng van een woning in een vennootschap.

48
New cards

Bespreek het verkooprecht.

44 e.v. W.Reg - 2.9.4.1.1. VCF.

Van toepassing op overdrachten onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van in BE gelegen OG.

12% in VL, 12,5% in BXL + WL.

Voorwaarden:

  • Overdragende overeenkomst.

  • Overdracht ten bezwarende titel.

  • Overdracht van eigendom of vruchtgebruik.

Overdrachten van nieuwe gebouwen zijn niet onderworpeaan het verkooprecht maar aan BTW.

Heffingsgrondslag: 45 W.Reg + 2.9.3.0.1 VCF.

49
New cards

Wat is prijsbewimpeling?

Een vorm van fiscale fraude waarbij partijen bewust een lagere prijs in de overeenkomst opnemen dan de werkelijke prijs die wordt betaald.

50
New cards

Bespreek het veroordelingsrecht.

142 e.v. W.Reg.

Van toepassing wanneer regulieren hoven en rechtbanken een veroordeling uitspreken tot betaling van een geldsom of tot afgifte van roerende waarden.

  • Veroordelingen waarbij iemand verplicht wordt iets te doen vallen hier niet onder.

  • Veroordelingen met sommen of roerende waarden als voorwerp.

  • 3%

  • Geldt enkel wanneer het bedrag van de veroordeling hoger is dan 12.500 euro.

51
New cards

Bespreek het schenkingsrecht bij de schenking van onroerende goederen in het Vlaams / Brussels / Waals Gewest.

Bij schenkingen is het noodzakelijk aandacht te hebben voor het localisatiecriterium. Bij de schenking van een OG wordt niet gekeken naar de ligging ervan maar naar de woonplaats van de schenker.

  • Geregistreerd (19, 2° W.Reg + 2.8.1.0.1 VCF).

  • Schenkingen van buitenlandse OG zijn vrijgesteld.

  • In principe gebeurt de heffing van de schenkingsrechten op basis van de verkoopwaarde van de geschonken goederen bij een normale verkoop (133, eerste lid W.Reg + 2.8.3.0.1 VCF).

  • Tarief (131 W.Reg + 2.8.4.1.1. VCF)

  • Mogelijks progressievoorbehoud.

52
New cards

Bespreek het schenkingsrecht bij de schenking van roerende goederen in het Vlaams / Brussels / Waals Gewest.

Bij schenkingen is het noodzakelijk aandacht te hebben voor het localisatiecriterium. Bij de schenking van een RG wordt niet gekeken naar de ligging ervan maar naar de woonplaats van de schenker.

Voor schenkingen die niet notarieel worden vastgelegd bestaat een keuze:

  • De schenking vrijwillig later registreren waardoor schenkingen verschuldigd zijn.

  • Handgift of bankgift zonder registratie.

53
New cards

Bespreek de schenking van familiale ondernemingen in het Vlaams / Brussel / Waals Gewest.

Vl:

  • 2.8.6.0.3. VCF.

  • Volledige vrijstelling.

BXL:

  • 140 WReg.

  • Volledige vrijstelling.

WL:

  • 140 WReg.

  • Volledige vrijstelling.

54
New cards

Wat is een erfenissprong/doorgeefschenking?

Bij een doorgeefschenking kunnen goederen die via een erfenis werden verkregen en waarop reeds erfbelasting werd betaal opnieuw worden geschonken in rechte lijn zonder dat daarop schenkingsrecht verschuldigd is.

  • Onder voorwaarden.

  • 2.8.6.0.9 VCF + 141 Wreg.

55
New cards

Hoe wordt de autonome belastingbevoegdheid beperkt door Europese regelgeving?

Vrij verkeer van kapitaal en personen:

  • LS’en mogen geen fiscale maatregel invoeren die het vrij verkeer van kapitaal, goederen, diensten of personen belemmeren.

Recht op eigendom.

  • Art. 1 eerste Protocol EVRM. De overheid mag inbreuken maken op dat recht, onder meer om belastingen te hebben maar deze inbreuk moet proportioneel zijn.

BTW-richtlijn.

  • O.m. er moet een algemeen btw-tarief van minstens 15% zijn.

56
New cards

Hoe heeft de federale wetgever de autonome belastingbevoegdheid van de gewesten beperkt?

  • Wet 23 01 1989: beperkt de belastingbevoegdheid van de gemeenschappen en gewesten. Zij mogen geen belasting hebben op materies die reeds op federaal niveau belast worden.

  • 464 WIB.

57
New cards

Wat is het verschil tussen het grondwettelijk fiscaal eenjarigheidsbeginsel en het eenjarigheidsbeginsel in de inkomstenbelasting?

Grondwettelijk fiscaal eenjarigheidsbeginsel: belastingheffing mag alleen plaatsvinden over een periode van één jaar.

Eenjarigheidsbeginsel in de inkomstenbelasting: de regeling waarbij belasting wordt geheven over de inkomsten van een specifiek kalenderjaar.

58
New cards

Wat is de draagwijdte van het Brepolis-arrest van het HvC van 6 juni 1961?

Het Brepolis-arrest vormt 1 van de 2 beperkingen op de toelaatbaarheid van belastingontwijking.

  • De belastingplichtige die de minst belaste weg kiest moet al de rechtsgevolgen van zijn handelen aanvaarden.

  • Hierbij is simulatie niet toegelaten: een situatie wordt voorgesteld alsof zij een bepaalde juridische vorm heeft, terwijl het in werkelijkheid niet zo is.

59
New cards

Bespreek het begrip belastingplichtige.

De belastingplichtige is de persoon die in de belastingwet wordt aangeduid. Het is de persoon die potentieel onder een belasting kan vallen en de persoon in wiens hoofde het belastbaar feit zich kan voordien en om die reden belasting verschuldigd kan zijn.

  • Belastingschuldige: de persoon t.a.v. wie een materiële belastingschuld is ontstaan, de persoon bij wie het belastbaar feit zich effectief voorgedaan heeft.

  • Belastingbetalen: de persoon die verplicht wordt om de belasting effectief te betalen.

Dit is niet noodzakelijk dezelfde persoon.

60
New cards

Wat is economische dubbelbelasting?

Economische dubbelbelasting doet zich voor wanneer tweemaal belasting wordt geheven op dezelfde grondslag maar bij verschillende belastingsubjecten en vaak door verschillende overheden.

61
New cards

Bespreek de werking van de dubbelbelastingverdragen inzake inkomstenbelasting.

De dubbelbelastingverdragen in de inkomstenbelasting verdelen de heffingsbevoegdheid tussen de verdragsluitende landen per type inkomen.

Wanner BE verplicht is om een buitenlandse inkomstenbron vrij te stellen gebeurt dit meestal via een systeem van vrijstelling onder progressievoorbehoud.

62
New cards

Bespreek de krachtlijnen van de 6de staatshervorming op vlak van de personenbelasting

  • Met de 6de SHV werd het enveloppesysteem verlaten: de inkomsten werden doorgestort naar de gewesten.

  1. De personenbelasting wordt berekend volgens de federale regels = belastingstaat.

  2. Kijken naar deel dat voor de 6de SHV via het enveloppesysteem werd doorgestort naar de gewest: autonomiefactor.

  3. De autonomiefactor wordt in mindering gebracht van de belasting staat: gereduceerde belastingstaat.

  4. Op de gereduceerde belastingstaat krijgen de gewesten de bevoegdheid om een aanvullende gewestbelasting te heffen.

  5. De gereduceerde belastingstaat vorm het deel dat naar de overheid gaat. De aanvullende gewestbelasting het deel dat naar de gewesten gaat.

  6. Wanneer deze 2 samengenomen wordt bekomt men een nieuw totaalbedrag waarop als laatste nog de aanvullende gemeentebelasting wordt toegepast.

63
New cards

Bespreek de uitbreiding en beperkingen ten aanzien van het rijksinwonerschap.

Er zijn een aantal personen die strikt gezien voldoen aan de voorwaarden om als rijksinwoner in aanmerking te komen maar dit toch niet zijn en omgekeerd.

Wel:

  • Belgische overheidsvertegenwoordigers in het buitenland (2, §1, 1°, b WIB + 4, 1°-3° WIB).

Niet:

  • Andere internationale organisaties zoals de EU, NAVO, VN. Hieromtrent zijn de regels opgenomen in de zetelverdragen

  • Personen ingeschreven in het wachtregister, zoals asielzoekers (4, 4° WIB).

64
New cards

Wat zijn onroerende inkomsten?

Inkomsten die voortkomen uit het privévermogen van rijksinwoners en die verband houden met opbrengsten uit onroerend vermogen (9-16 WIB).

  • Een rijksinwoner moet een zakelijk genotsrecht hebben op het OG om onroerende inkomsten te verkrijgen. Een huurder verkrijgt geen inkomen.

  • Zowel in BE als in buitenland.

  • Onroerende inkomsten worden belast in de personenbelasting maar ook in de onroerende voorheffing.

65
New cards

Wat is het reëel netto inkomen?

De methode van het reëel netto inkomen wordt toegepast bij beroepsmatige verhuur aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon.

  • 7, §1, 2° WIB.

  • Het reëel netto inkomen wordt bepaald (13 WIB).

  • Brutohuur (7, §1, 2°, c WIB).

66
New cards

Bespreek de rechtspraak van het HvJ met betrekking tot de Belgische belasting van buitenlands onroerend inkomen.

Voor buitenlandse onroerende goederen werkte men vroeger met de methode van de werkelijke huurwaarde of de werkelijke huurinkomsten van het betrokken jaar terwijl dit in BE gebeurde op basis van het KI.

Dit verschil leidde verschillende malen tot de veroordeling van BE omdat deze regeling een schending vormde van het vrij verkeer van kapitaal.

67
New cards

Welke remedies voorzien de dubbelbelastingverdragen voor dubbele belasting van roerende inkomsten?

Doordat roerende inkomsten uit het buitenland ook belastbaar zijn kunnen er problemen ontstaan.

Bij roerende inkomsten bepalen de verdragen in principe dat het inkomen belastbaar is in de woonstaat van de genieter van het inkomen.

Om effectief belastingen te kunnen heffen op roerende inkomsten gebeurt er uitwisseling van financiële gegevens:

  • EU-bijstandsrichtlijn.

  • De Common Reporting Standard.

68
New cards

Hoe wordt het reëel netto inkomen berekend?

RNI = brutohuur - forfaitaire aftrek (13 WIB).

Brutohuur: som jaarhuur + alle huurvoordelen (7, §1, 2°, c WIB).

Op de brutohuur wordt een forfaitaire aftrek toegepast:

  • 40% voor gebouwen.

  • 10% voor gronden.

Hierop zijn beperkingen van toepassing.

69
New cards

Bespreek het mobiliteitsbudget.

Dit systeem werd ingevoerd als alternatief voor bedrijfswagens. Het idee is dat een WN zijn bedrijfswagen kan inleveren in ruil voor een budget.

  • Ecologische bedrijfswagen: belast volgens de klassieke regels van art. 36 WIB.

  • Andere duurzame vervoersmiddelen.

    • Fiets, abonnement openbaar vervoer.

    • In deze gevallen is er geen belastbaar voordeel van alle aard.

  • Cash.

    • Geen belastbaar voordeel van alle aard.

70
New cards

Wat zijn sociale voordelen van alle aard en wat is hun statuut?

  • Voordelen in natura die niet belastbaar zijn.K

  • Commentaar op het WIB (ComIB 38/27).

    • Kerst-en sinterklaasgeschenken.

    • Gratis kinderopvang.

    • Terugbetaling van studiekosten.

    • Eendagsreizen voor het personeel.

    • Geschenken bij pensionering van minder dan 75 €.

71
New cards

Bespreek het fiscaal statuut van meerwaarden op bedrijfsvoertuigen/binnenschepen voor commerciële binnenvaart.

Deze vallen onder vrijgestelde meerwaarden.

Er wordt een vrijstelling toegekend op voorwaarde dat de verkoopprijs wordt herbelegd in nieuwe vaartuigen.

72
New cards

Wat zijn diverse inkomsten?

  • 90 - 103 WUB.

  • Inkomen verkregen uit niet-professionele verrichtingen en meerwaarden uit het privévermogen van rijksinwoners.

  • Zowel inkomsten verkregen in BE als in het buitenland zijn belastbaar.

73
New cards

Bespreek de economische vrijstellingen in de beroepsinkomsten.

  • Compensatievergoedingen (67 quinquies WIB)

    • Vergoedingen die worden toegekend naar aanleiding van hinder, bijvoorbeeld bij wegenwerken.

  • Investeringsaftrek (68 WIB);

    • Naast het feit dat een investering via afschrijvingen al fiscaal gerecupereerd kan worden krijgt de belastingsplichtig bovenop de afschrijving een extra aftrek.

74
New cards

Wat zijn toevallige winsten en baten en hoe worden ze belast?

  • 90, eerste lid, 1° WIB.

  • Inkomsten die worden verkregen buiten de beroepswerkzaamheid.

  • Ook winsten die voortkomen uit speculatie: winsten die voortkomen uit het ‘abnormaal beheer’ van het privévermogen.

75
New cards

Bespreek de belastbaarheid van meerwaarden op gebouwen.

  • 90, eerste lid, 10° WIB.

  • Meerwaarden die worden gerealiseerd bij de overdracht ten bezwarende titel van een in BE gelegen OG.

  • De eigen woning valt buiten deze regeling.

  • Termijnvereiste.

  • 101 WIB.

76
New cards

Bespreek de recuperatie van beroepsverliezen.

  • Onbeperkte overdracht van vorige beroepsverliezen.

  • Geldt enkel voor zelfstandige beroepsactiviteiten: dus voor winsten en baten.

  • Systeem werkt volgens het ‘carry forward’ principe.

    • Beroepsverliezen uit een bepaald jaar kunnen meegenomen worde naar volgende jaren en daar verrekend worden met toekomstige beroepsinkomsten. Deze verliezen moeten onmiddelijk worden aangewend zodra er opnieuw positieve beroepsinkomsten zijn.

    • Beroepsverliezen kunnen volledig gerecupereerd worden zolang ze gebruikt worden om toekomstige beroepsinkomsten te compenseren.

77
New cards

Bespreek het fiscaal statuut van onderhoudsuitkeringen.

90, eerste lid, 3° WIB92.

Onderhoudsuitkeringen zijn belastbaar bij de onderhoudsgerechtigde.

  • Uitkering moet betaal worden op grond van een wettelijke onderhoudsverplichting.

  • De onderhoudsgerechtigde moet behoeftig zijn.

  • De onderhoudsgerechtigde mag geen deel uitmaken van het gezin van de betaler.

  • De betalingen moeten regelmatig gebeuren.

  • Er moet bewijs van betaling zijn.

Forfaitaire aftrek van 30% (99 WIB), waardoor 70% van de ontvangen onderhoudsuitkering belastbaar is. In de praktijk speelt bovendien de belastingvrije som waardoor onderhoudsuitkeringen waardoor ze vaak uiteindelijk niet belast worden.

Systeem van communicerende vaten: wat aftrekbaar is biju de ene, is in principe belastbaar bij de andere.

78
New cards

Bespreek de belastbaarheid van meerwaarden op aandelen.

90, eerste lid, 9° WIB.

Meerwaarden die worden gerealiseerd op financiële activa die tot het privévermogen behoren.

  • Alle mogelijke financiële instrumenten.

  • Spraak en beleggingsverzekeringen.

  • Crypto-activa en valuta.

79
New cards

Wat is een belastingvermindering?

Het bedrag dat de overheid rechtstreeks aftrekt van de verschuldigde belastingen.

cf. belastingsaftrek dat eerst je belastbaar inkomen verlaagt.

80
New cards

Bespreek het belastingkrediet voor kinderen ten laste.

  • 134 WIB.

  • Er zijn kinderen ten laste, EN

  • De belastingvrije som van de ouders is groter dan hun netto belastbaar inkomen.

    • Deel belastingvrije som kan niet benut worden omdat het inkomen te laag is.

    • Het niet-benutte deel wordt omgezet in belastingkrediet.

81
New cards

Bespreek de bevoegdheidsverdeling ratione loci in de successierechten.

  • 5, §2, 4° BFW.

82
New cards

Bespreek het fiscaal gevolg van de ongelijke verdeling van huwgemeenschappen in de successierechten.

  • 5 WSuc - 2.7.1.0.4 VCF.

  • Vermijden dat men via een huwelijksovereenkomst aan de erfbelasting zou ontsnappen.

  • Bepaalde bedingen worden gelijkgesteld met legaten:

    • Het verblijvingsbeding.

    • Het keuzebeding.

      • Een keuzebeding is een variant op het verblijvingsbeding. De langstlevende partner kan zelf kiezen: alles naar zich toe trekken in volle eigendom OF wettelijke devolutie laten spelen.

    • Het beding van ongelijke verdeling.

83
New cards

Globale belasting leidt tot dubbele belasting in de successierechten. Bespreek.

  • HvJ - Het Block arrest: dubbele erfbelasting binnen de EU is niet verboden en vormt geen schending van het vrij verkeer van kapitaal.

  • Er bestaan slechts zeer beperkte dubbelbelastingverdragen inzake erfbelasting (alleen FR). Zweden had ook een verdrag maar heeft de erfbelasting ondertussen afgeschaft.

  • Eenzijdige maatregelen.

    • 1 BFW: gewesten moeten dubbelebelasting vermijden, maar dit geldt enkel tussen de Belgische gewesten onderling, niet op internationaal vlak.

    • 17 WSucc - 2.7.5.0.4. VCF: belasting betaald op (on)roerend goed in buitenland is verrekenbaar met successierechten (belastingvermindering).

      • GwH 03 06 2021: de beperkte verrekenbaarheid van de buitenlandse belasting tot OG en niet tot RG is discriminatie.

84
New cards

Bespreek het tarief tussen broers en zussen in het Vlaams / Brussel / Waals Gewest.

VL:

  • 2.7.4.1.1. VCF.

  • Tarieven worden afzonderlijk toegepast op het individuele netto-erfdeel van elke erfgenaam.

BXL:

  • 48 WSuc.

  • Het tarief wordt toegepast op de netto-verkrijging van elke broer of zus afzonderlijk.

WL:

  • 48 WSuc.

  • Het tarief wordt toegepast op de netto-verkrijging van elke broer of zus afzonderlijk.

85
New cards

Bespreek het tarief tussen anderen in het Vlaams / Brussel / Waals Gewest.

VL:

  • 2.7.4.1.1. VCF

  • Het tarief wordt NIET toegepast op het individuele erfdeel van elke erfgenaam. Eerst wordt het totaal van de netto-verkrijgingen van alle erfopvolgers szamengenomen en onderworpen aan progressieve tarieven. Vervolgens wordt de berekende belasting verdeeld over de erfgenamen in verhouding tot hun aandeel in de nalatenschap.

BXL:

  • 48 WSuc.

  • Het tarief wordt toegepast op de netto-verkrijging van elke broer of zus afzonderlijk.

WL:

  • 48 WSuc.

  • Het tarief wordt toegepast op de netto-verkrijging van elke erfgenaam.

86
New cards

Bespreek de parameters die het toepasselijk tarief bepalen in de successierechten.

Waardering actief:

  • Zowel OG en RG worden geschat op hun verkoopwaarde.

  • De goederen moeten worden gewaardeerd op de datum van het overlijden.

  • De goederen moeten door de aangevers zelf worden geschat.

  • Wanneer na het indienen van de aangifte alsnog bijkomende goederen worden ontdekt moet een aanvullende aangifte door de erfgenamen worden ingediend.

Waardering passief:

  • 28 Wsuc - 2.7.3.4.1. VCF.

  • Het tarief dat geldt op datum van overlijden (61 WSuc - 2.7.4.1.5. VCF).

87
New cards

Bespreek de gesplitste taxatie in de successierechten in het Vlaams Gewest.

  • Het erfdeel wordt opgeslists in roerend vermogen en onroerend vermogen.

  • Dit kan fiscaal voordelig zijn omdat de progressieve schrijven 2 keer benut worden.

  • Dit systeem is enkel van toepassing in het Vlaams Gewest.

88
New cards

Bespreek de betaling van successierechten in natura.

83 WSucc - 3.4.3.0.2. VCF.

BXL + WL:

  • Kunstwerken: die behoren tot het roerend cultureel erfgoed van het land of die internationale faam genieten.

  • Aanvraag bij FOD financiën.

VL:

  • Cultuur goederen (ruimer dan enkel kunstwerken).

    • Juwelen, wetenschappelijke objecten, manuscripten bvb.

    • Aangeboden voorwerpen moeten eerst nagekeken door de Topstukkenraad.

  • De vastgestelde waarde wordt voor 120% verrekend met de verschuldigde erfbelasting.

    • Mogelijkheid tot een saldoverrekening.

89
New cards

Bespreek de aftrek van begrafeniskosten in de successierechten.

Aftrekbaar:

  • Kosten van repatriëring, begrafenisceremonie en crematie.

Niet aftrekbaar:

  • Kosten rouwkledij, onderhoud graf.

Forfaitaire aftrekmogelijkheid in Vlaams gewest (2.7.3.2.4. VCF).

  • Forfait is niet van toepassing in geval van een uitvaartverzekering.

90
New cards

Bespreek de gewestelijke localisatieregels bij registratierechten.

Art. 5, §2, 6° en 7°.

91
New cards

Bespreek de vaste registratierechten.

Dit zijn registratierechten die uitgedrukt zijn in euros.

Het algemeen vast recht.

  • 11 WReg.

  • 50 euro.

  • Residuair: wanneer geen ander vast, evenredig of progressief registratierecht toegepast kan worden.

  • Ook wanneer een ander registratierecht nog niet kan geheven worden omdat de rechtshandeling afhankelijk is van een opschortende voorwaarde;

  • Van toepassing op akten die van registratierechten zijn vrijgesteld.

Bijzondere vaste rechten.

  • Registratierechten die in een vast bedrag worden uitgedrukt en gelden voor specifieke rechtshandelingen of procedures.

92
New cards

Bespreek de Brusselse abattementsregeling bij het verkooprecht.

  • Enkel in BXL.

  • Het abattement houdt in dat een deel van de belastbare grondslag wordt vrijgesteld van de registratierechten.

  • 46bis WReg.

  • VL en WL werken met lagere tarieven, niet de abattementsleer.

93
New cards

Bespreek de verschillende tarieven bij het verkooprecht in de drie gewesten.

VL:

  • 12%

  • 2.9.4.1.1. VCF

BXL:

  • 12,5%

  • 44 WReg.

WL:

  • 12,5%

  • 44 WReg.

94
New cards

Bespreek het verkooprecht bij de aankoop van een enige woning in het Vlaams Gewest.

  • 2.9.4.2.11 VCF.

  • Tarief 2% ipv 12%

  • Verhinderend bezit.

  • Sinds 01 01 2026 geldt een minimale bewoningstermijn van 1 jaar.

  • Wanneer 1 van de voorwaarden niet vervuld is gaat men terug naar het normale tarief van 12%.

95
New cards

Bespreek de registratierechten bij de openbare verkoop van lichamelijke roerende goederen.

  • Evenredig registratierecht.

  • 77 WReg.

  • Openbare verkopen die plaatsvinden door tussenkomst van een openbaar ambtenaar (226 WReg).

  • Regeling heeft uitsluitend betrekking op de verkoop van lichamelijk roerende goederen.

  • Heffingsgrondslag bestaat uit de toewijsprijs vermeerderd met de lasten.

    • Daarbij worden enkel buitenwettelijke lasten meegerekend.

  • 5%

96
New cards

Bespreek de registratierechten bij huurovereenkomsten.

  • 83 e.v. WReg.

97
New cards

Bespreek het verdeelrecht.

  • 109 e.v. Wreg - 2.10.1.0.1. VCF.

  • Van toepassing op de verdeling van in BE gelegen OR en op de agstand van onverdeelde delen van dergelijke goederen.

Voorwaarden:

  • Een onverdeeldheid.

  • Een overeenkomst ten bezwarende titel.

  • Een onroerende verrichting.

  • Een verrichting tussen originele deelgenoten.

Miserietaks.

98
New cards

Bespreek de belastingplicht in de successierechten.

  • 70 WSuc - 3.10.4.3.1. VCF.

  • Elke erfgenaam is gehouden tot het betalen van de belasting op haar eigen erfdeel.

    • Voor erfgenamen en algemene legatarissen bestaat een hoofdelijke aansprakelijkheid voor het totale bedrag aan successierechten op de nalatenschap.

99
New cards

Bespreek de sociale vrijstellingen in de successierechten in het Vlaams Gewest.

  • 2.7.6.0.6 VCF.

  • Kinderen onder 21 jaar.

  • Langstlevende partner.

100
New cards

Bespreek de wettelijk terugkeer in de successierechten in het Vlaams / Brussel / Waals Gewest.

VL:

  • 2.7.6.0.4. VCF.

  • Specifieke vrijstelling.

WL + BXL:

  • Niet zo een systeem.

  • In principe gewone successierechten verschuldigd.