1/100
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
accueillir
ontvangen
admettre
toegeven
apercevoir
merken
apparaître
verschijnen
apprendre
leren
s’asseoir
gaan zitten
atteindre
bereiken
attendre
wachten
avoir
hebben
battre
verslaan
se battre
vechten
boire
drinken
combattre
bestrijden
commettre
begaan
comprendre
begrijpen
conduire
rijden
se conduire
zich gedragen
connaître
kennen
construire
bouwen
courir
rennen
couvrir
bedekken
croire
geloven
découvrir
ontdekken
décrire
beschrijven
détruire
verwoesten
devenir
worden
devoir
moeten
dire
zeggen
écrire
schrijven
dormir
slapen
disparaître
verdwijnen
s’endormir
in slaap vallen
entretenir
onderhouden
envoyer
sturen
éteindre
uitdoen
être
zijn
faire
doen
falloir
moeten
inscrire
inschrijven
interdire
verbieden
introduire
introduceren
lire
lezen
méconnaître
miskennen
mentir
liegen
mettre
leggen
mourir
sterven
naître
geboren worden
obtenir
krijgen
offrir
aanbieden
omettre
weglatten
ouvrir
openen
paraître
lijken
parcourir
doorlopen
partir
vertrekken
peindre
schilderen
permettre
toestaan
plaindre
medelijden tonen
se plaindre
klagen
plaire
bevallen
pleuvoir
regenen
poursuivre
achtervolgen
pouvoir
kunnen
prendre
nemen
prévoir
voorzien
produire
produceren
promettre
beloven
recevoir
krijgen
redire
opnieuw zeggen
remettre
overhandigen
retenir
tegenhouden
revenir
terugkomen
rire
lachen
savoir
weten
sentir
voelen
se sentir
voelen
servir
dienen
sortir
uitgaan
souffrir
lijden
soumettre
onderwerpen
sourire
glimlachen
se souvenir
zich herinneren
suffire
voldoen
suivre
volgen
surprendre
verrassen
surpris
verrast
survivre
overleven
se taire
zwijgen
tenir
houden
traduire
vertalen
valoir
waard zijn
venir
komen
vivre
leven
voir
zien
vouloir
willen
lever
opstaan
se lever
opstaan