1/112
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
1789
Franse revolutie
Einde 18e eeuw
De Atlantische revolutie omvatte belangrijke sociale en politieke veranderingen.
Augustus 1830
De Belgische revolutie
1815-1830
Koninkrijk der Nederlanden
1815
Congres van Wenen
1828
Unie van oppositie - gelegenheidsalliantie
September 1830
Willem I stuurt het Nederlandse leger naar Brussel
1830
Conferentie Londen
1832
Gevecht rond Citadel in Antwerpen
1839
Gevecht van oorlog met Nederlandse koning, pas dat jaar erkend hij België
in 19e eeuw
Ontstaan van sterk Belgisch Nationalisme
1830-1831
Het Voorlopig Bewind
4 okt 1830
Onafhankelijkheid van België uitgeroepen
1830-1831
Nationaal congres
1831
De Belgische grondwet - één van de meest liberale in Europa
1842
Onderwijswet - een Unionistische onderwijswet - elke gemeente een lagere school organiseren
21 juli 1831
Eetaflegging van Leopold I
Augustus 1831
10 daagse veldtocht - oorlog
1839
Nederland erkent België onafhankelijk
1846
Oprichting Liberale partij
1847
Liberalen halen een grote verkiezingsoverwinning → partijregering is mogelijk
1847-1848
Einde van het unionisme - katholieken en liberalen worden afzonderlijke kampen
1847
Grote voedselcrisis/ misoogst → aardappelcrisis en hongersnood
1850
Liberale wet op het middelbaar onderwijs
1879
nieuwe wet op het lager onderwijs - begin van de schoolstrijd
1878-1884
Regering Frère-Orban - sterk radicaal antiklerikaal liberaal beleid
1884
Liberale regering valt weg → katholieken komen aan de macht - start van 30j katholiek bewind
1885
Oprichting van de Belgische Werkliedenpartij
1894
Eerste grote verkiezingen met het nieuwe stemrecht
1893
Grondwetherziening → algemeen meervoudig stemrecht
1894
Eerste verkiezingen onder Algemeen meervoudig stemrecht- katholieke partij behaalt alle kamer zetels in Vlaanderen
1895
Katholieke onderwijswet wordt verder uitgebereid
1898
Gelijkheidswet (Nederlands en Frans krijgen voor het eerst een juridisch gelijke status op nationaal niveau)
1900
Overgang naar evenredige vertegenwoordiging - zetelverdeling wordt eerlijker volgens het aantal stemmen → kleinere partijen kunnen zo overleven)
1900-1914
Deansisme groeit als katholieke protestbeweging
1912
katholieken verliezen opnieuw stemmen maar wel nog aan de macht - groeiende ideeën in Wallonië voor een administratieve scheiding
1830-1831
België wordt onafhankelijk en krijgt een eeuwigdurende neutraliteit opgelegd
1831
Leopold I wordt koning
1848-1870
Frankrijk wordt de belangrijkste potentiële vijand - Frankrijk wordt een grote gevaar dan Nederland
midden 19e eeuw
Antwerpen uitgebouwd als nationale vestiging
19e eeuw
Lotingsysteem voor militaire dienst - niet iedereen zelf dienst te doen → wie voldoende geld heeft kan een vervanger betalen
1884-1885
Congres van Berlijn en erkenning van Congo vrijstaat
1885
Congo vrijstaat opgericht
1905
Duitse plannen om via België, Frankrijk aan te vallen worden duidelijker - de Belgische regering beseft dat neutraliteit alleen niet voldoende is en moet zich militair gaan voorbereiden
begin 20ste eeuw
Versterking van Antwerpen en Belgische defensie
4 augustus 1914
Duitsland valt België binnenn
augustus - okktober 1914
Val van Antwerpen - Belgische leger trekt zich terug naar West Vlaanderen
Oktober 1914
Belgische regering wijkt uit naar Sainte-Adresse bij La Havre in Frankrijk - Belgische leger houdt stand bij de Ijzer
1914-1918
Belgische regering in Saint-Adresse, koning aan het front- Nationale Hulp- en Voedingscomitée organiseert voedselhulp- Duitsland probeert via Vlaamse beweging de politiek te verzwakken
1916
Unief Gent wordt vernederlandst door de Duitse bezetter
1917
Raad van Vlaanderen wordt opgericht - deel van Flamenpolitik
1917-1918
Frontbeweging groeit aan het ijzerfront - Vlaamse soldaten eisen meer gelijkheid
1918
Einde van de Duitse bezetting
11 november 1918
Wapenstilstand
November 1918
Overleg in Loppem (koning beslissen over de politieke toekomst van België) - vorming van een regering van Nationale Unie - afschaffing van het meervoudig stemrecht
1919
Eerste verkiezing met het algemeen enkelvoudig mannenstemrecht - grote doorbraak BWP - liberale partij wordt de kleinste van de 3 grote partijen - Frontpartij komt op
1920
Nationaal crisisfonds → eerste stappen naar een meer georganiseerde werkloosheidsverzekering en sociale bescherming
1925
Socialisten proberen een alternatieve coalitie te vormen
1925-1926
Regering - Poullet - Vandervelde komt in financiële problemen
1926
Val van regering Poullet- Vandervelde
1928
Bromsverkiezing in Antwerpen (wint de tussentijdse verkiezingen terwijl hij in de gevangenis zit) - Bromsverkiezing wordt katalysator voor Vlaamse beweging
1921
8 urendag ingevoerd - Taalwet: nederlands de bestuurstaal in vlaanderen - Van Cauwelaert krijgt meer politieke invloed
1930
Economische crisis - de grote depressie
1933-1934
Plan van arbeid door Hendrik de Man
1935
Regering zeeland die keurt de devaluatie van de frank goed onder druk van de banken (bang voor bankrun) - start van een uitbouw voor grote openbare werken → werkgelegenheid creëren
1936
In deze verkiezingen een grote overwinning voor: REX, VNV en communisten - klassieke katholieke - liberale meerderheid verdwijnt, politieke instabiliteit neemt toe
1939
Koning houdt toespraak waarin hij zegt ‘wat fout loopt’ - ziet zo de kans om de monarchie te versterken
10 mei 1940
Duitse inval in België - na ongeveer 10 dagen is België militair verslagen
1940
Breuk tussen Leopold III en de regering (regering neemt koninklijke macht opzich omdat koning volgens hen niet meer kan regeren) - begin Duitse bezetting begint
1940-1944
Collaboratie - groepen zoals REX en VNV proberen samen te werken met Duitsland om politieke macht te verwerven + antjoodse repressie (deportaties, Breendonk)
1940
Regering Pierlot naar Londen
1944
Politieke testament van Leopold III
september 1944
Bevrijding België - nieuwe regering Pierlot (kath, liberalen, socialisten en communisten nemen deel aan de regering → nieuwe machtsverhouding na oorlog)
1944-1945
Repressie - Collaborateurs worden strafrechtelijk vervolgd
1945
België wordt stichtend lid van de Verenigde Naties
1945-47
Linkse partijen : socialisten+ liberalen + communisten
1948
Vrouwenstemrecht
1944-45
Sociaal pact
1945
Start koningskwestie - sociale zekerheid
1950 - 1958
Schoolstrijd
1948
Schoolpact = onderwijskwestie wordt geneutraliseerd
1988
Schoolpact grondwettelijk verankerd
1945-1950
Koningskwestie
1960
Onafhankelijkheid van Congo - België in grote financiële problemen
1960-61
Staking van de eenheidswet, staking van de eeuw
1961
Oprichting van Mouvement Populaire Wallon door André Renard
1962
Vastleggen van de taalgrens
1961-1965
Regering Lefèvre - Spaak (CVP - BSP)
1965
Doorbraak van nieuwe partijen : FDF, Volksunie en Parti Wallon
1965 - 1968
Leuven vlaams
1968
Splitsing van de katholieke partij in CVP en PSC
1970
Eerste staatshervorming
1977
Egmontpact
1978
Mislukken Egmontpact
1980
2de staatshervorming
1987
Politieke machtswissel, liberalen verdwijnen uit de regering en de socialisten komen opnieuw sterker in beeld
1988
3de staatshervorming
1945-1975
30 glorieuze jaren - periode met sterke economische groei en stijgende welvaart
1973- 74
Oliecrisis
1980
Economsich rechts denken (lage belastingsdruk, begrotingsdiscipline en stimulering van ondernemerschap) + electorale verschuiving (traditionele partijen verkiezen stemmen)