biologie van de cel (wat is leven + biomoleculen)

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/34

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 10:15 AM on 7/7/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

35 Terms

1
New cards

wat zijn de 4 hoofdklassen van biomoleculen, welke is geen polymeer ?   

koolhydraten, proteïnen, lipiden, nucleïnezuren. Er zijn drie macromeren enkel de lipiden zijn geen polymeer.

2
New cards

Leg uit hoe werkt ATP ?                                                                                                                                     

ATP of adenosine trifosfaat, bestaat uit een adenosine waaraan 3 fosfaatgroepen aan gebonden zijn, de fosfaatgroepen binden door een covalente bindingen, die bindingen zijn heel energierijk. Dit komt doordat de negatieve ladingen van de fosfaatgroepen elkaar afstoten er is dus veel Epot nodig om die bij elkaar te houden.

3
New cards

Leg cellulose uit ? KOOLHYDRATEN                                                                                                                                      

Cellulose bestaat uit zijn grote bundels microfibirine, ze zijn heel flexibel en sterk door de H-bruggen tussen C1 en C4. Cellulose is het hoofdbestandsdeel van de celwand. Cellulose is opgebouwd uit glucose, hierdoor zal het veel energie bevatten. Enkel dieren met het enzym cellulase kunnen cellulose afbreken. Dit komt doordat het is opgebouwd uit bèta-glucose. Zoals in de pens maag van de koe, waar bacteriën zitten die cellulase bevatten. Ook sapotrofe fungi kunnen cellulose afbreken. Cellulose is niet vertakt.

4
New cards

Geef de 3 onderverdelingen van lipiden ?  LIPIDEN

De groep lipiden is onderverdeeld in 3 subgroepen: vetten, steroïden en fosfolipiden

5
New cards

Waarom hebben dieren eerder vetten en planten eerder suikers ?                                   

één kilo vet bevat meer energie dan één kilo suikers. Dus dezelfde energie hoeveelheid zal vet het minste wegen. Dat is een voordeel voor ons want wij moeten kunnen weglopen van predators. Planten doen niet aan mobiliteit en zijn suikers goed genoeg.

6
New cards

Waarom hebben vissen onverzadigde vetten ?  LIPIDEN  

                                                                                                                             

vissen die leven in koud water, en andere koudbloedige ondervinden veel problemen met verzadigde vetten. Deze vetten zullen vast worden in de koude omgeving en dat is niet praktisch. Onverzadigde vetten blijven langer vloeibaar door de cis bindingen.

7
New cards

Waarom moeten we eiwitten maken, als we ze al opeten ? PROTEÏNEN                       

De eiwitten van de mens zijn uniek, we hebben andere eiwitten dan een chimpansee bijvoorbeeld. Om deze te maken moeten we eten, dat voedsel wordt afgebroken door de juiste enzymen en komt terecht in de bloedbaan waar cellen de stukjes die ze nodig hebben uit kunnen halen. Onze aminozuren kunnen we wel niet zelf maken.

8
New cards

Waar wordt zetmeel opgeslagen in de plant ? KOOLHYDRATEN                                            

Overdag wordt zetmeel tijdelijk opgeslagen in de chloroplasten in de vorm van zetmeelkorrels. Omdat glucose zal oplossen in het cytoplasma, wat het cytoplasma viskeus maakt.  ‘s Nachts zal het zetmeel naar de wortels gaan naar de amyloplasten.

9
New cards

geef de verschillende interacties tussen R-groepen v/e AZ ? PROTEÏNEN

H-bruggen, tussen polaire aminozuren                                                                                     S-bruggen, tussen R-groepen die zwavel bevatten, ‘cysteïne’                                      Van der Waals krachten, tussen apolaire aminozuren                                                       Ion bindingen, tussen geladen aminozuren                                                                  VORM BEPAALD FUNCTIE

10
New cards

wat is chaperonine ? PROTEÏNEN                                                                    

chaperonine zal helpen bij het opvouwen van eiwitten. Het is een kamertje waar eiwitten zich rustig kunnen opvouwen zonder gestoord te worden door andere moleculen. Het werkt zoals een kleedhokje.

11
New cards

Leg sikkelcelanemie uit ? PROTEÏNEN                                                    

Sikkelcelanemie is een ziekte ten gevolge van een puntmutatie in de bèta-sub unit op positie 6. Door een fout in de genetische code wordt er glutaminezuur vervangen door valine, een negatief geladen AZ door een apolair AZ. Dat heeft gevolgen met de opvouwing van het eiwit hemoglobine. Waardoor er een maanvormige rode bloedcel gevormd wordt, deze bloedcel zal minder goed zuurstof kunnen transporteren. Wat kan leiden tot O2 te kort, vermoeidheid, korte levensduur. Er is ook een positief gevolg mensen met sikkelcelanemie zijn resistent tegen malaria. Dit komt doordat maanvormige bloedcellen sneller sterven en dus sneller vervangen worden. Waardoor de malariabacterie minder kans heeft om te overleven.

12
New cards

Hoe komt het dat een spinnenweb flexibel is ? PROTEÏNEN                               

Een spinnenweb bestaat uit proteïnen met voornamelijk bèta-sheets, deze bevatten veel H-bruggen en zorgen voor flexibiliteit. Als een vlieg in het web vliegt zullen de H-bruggen effen kapot gaan en daarna direct weer gevormd worden die eigenschap zorgt voor de flexibiliteit.

13
New cards

Leg denaturatie uit ? PROTEÏNEN                                                                            

Denaturatie is het proces waarbij een eiwit zijn 3D-structuur verliest waardoor het niet meer zijn functie kan uitvoeren, doordat het actief centrum kapot gaat. Er zijn verschillende factoren die denaturatie kunnen veroorzaken: te hoge temperatuur, Ph schommelingen of mechanische energie zoals het opkloppen van eiwit. Soms is denaturatie omkeerbaar maar in de meeste gevallen niet, dit komt doordat na denaturatie de peptiden in de knoop geraken. Denk maar aan een ei dat hard wordt nadat het gekookt is. Het hard worden is een gevolg van de peptiden die in de knoop zitten.

14
New cards

Lang geleden hadden cellen geen eiwitten, hoe kon dat ? PROTEÏNEN

Cellen hadden misschien geen eiwitten maar ze hadden wel  transfer RNA, die kon ook opplooien en een actief centrum vormen. Transfer RNA ging vroeger optreden als een enzym die reacties kon katalyseren.

15
New cards

hoe zal het genoom,ons leren hoe een organismewerkt?NUCLEÏNEZUREN

omdat het DNA bepaald hoe we eruit zien, hoe we gaan reageren en welke proteïnen ons lichaam bevat.

16
New cards

geef de 7 factoren hoe wij leven herkennen

knowt flashcard image
17
New cards

geef de verschillende levels van organisatie

knowt flashcard image
18
New cards

teken een eukaryote VS prokaryote cel

knowt flashcard image
19
New cards

geef de volgorde van hoe men een eiwit maakt

DNA => (transcriptie) mRNA => (translatie) ketting van aminozuren => (opvouwing proteïne) proteïne

20
New cards

xtra afbeelding

knowt flashcard image
21
New cards

afbeelding voorbeeld natuurlijke selectie

knowt flashcard image
22
New cards

Noem de 5 thema’s van biologie en geef een voorbeeld van elk?                  

Organisatie

·       Door de structuur, hebben planten functies op meerdere niveaus.

Informatie

·       Het DNA bepaald onze oog en haar kleur.

Interactie

·       Mutualisme tussen mieren en bladluizen, de mieren beschermen de bladluizen van predators terwijl de mieren, het zoete vocht van de bladluizen krijgen, ze krijgen dus extra eten.

Energie en materie

·       Een plant neemt licht energie op en zet deze om naar chemische energie die in bessen wordt opgeslagen, als een vogel die bessen eet zal ze energie krijgen, waarmee ze kan vliegen. De energie eindigt als warmte energie.

·       Een boom gebruikt een vruchtbare bodem om te groeien, als de boom na een lange tijd sterft zullen saprotrofe schimmels het hout afbreken en omzetten naar voedingsstoffen in de grond.

Evolutie

·       Diversiteit: vinken op Galapagos eilanden hebben allemaal een andere snavel op basis van hun dieet.

·       Eenheid: trilharen van in onze baarmoeders zijn hetzelfde als de trilhaartje van het pantoffeldiertje

23
New cards

Emergent properties wat is dat ? ORGANISATIE                                                        

Door organisatie bestaan er verschillende structuurniveaus, door deze te combineren krijg je meer mogelijkheden en nieuwe eigenschappen. celorganellen apart zijn vrijwel nutteloos, als je ze samen zet krijg je een nuttige cel.

24
New cards

Wat is het verschil tussen een eukaryote en prokaryote cel ? ORGANISATIE

Een eukaryote cel is veel complexer, het heeft meerdere, verschillende celorganellen waaronder een mitochondriën, golgi apparaat … . Deze cel heeft ook een kern met daarin chromatine. Een eukaryote cel zal groter zijn en is de basis van dieren, planten, fungi en protisten. Een prokaryote cel is kleiner en simpeler. Deze cel heeft geen kern, de chromatine zweeft los doorheen het cytoplasma, een prokaryote cel heeft wel ribosomen.

25
New cards

Wat is het genoom en het proteoom ? INFORMATIE

Het genoom is alle genetische code van de hele cel, dus het DNA van de cel maar ook van de chloroplasten en de mitochondriën. Het proteoom zijn alle proteïnen van een cel en hun taken.

26
New cards

Geef een voorbeeld van negatieve feedback ? INTERACTIE    

Negatieve feedback werkt volgens de wet van vraag en aanbod, een voorbeeld is de productie van insuline. Als we gegeten hebben zal er veel glucose in ons bloed zitten. Dat zal de pancreas stimuleren om insuline aan te maken. Insuline zal de lichaamscellen activeren ( door er mee te binden ) zodat die glucose gaan opnemen. Als de concentratie van glucose gedaald is, zal er geen insuline meer nodig zijn. Omdat er minder glucose aanwezig is zal de insuline productie minder en minder gestimuleerd worden waardoor er minder glycogeen gemaakt wordt.

27
New cards

Geef een voorbeeld van positieve feedback ? INTERACTIE                                

Positieve feedback zal zorgen voor een versnelling van de productie bijvoorbeeld bij een open wonde. Bloedplaatjes bevatten een signaalmoleculen die meer bloedplaatjes zullen lokken. Deze signalen komen vrij als de bloedplaatjes in contact komen met de buiten lucht.

28
New cards

Hoe zorgt evolutie voor diversiteit en voor eenheid ? EVOLUTIE                       

Evolutie zorgt voor diversiteit, door evolutionaire adaptatie, soorten passen zich aan aan hun omgeving of dieet om te overleven. Zo kan er uit een zelfde soort verschillende nieuwe soorten ontstaan denk maar aan de vinken op de galapagos eiland. Ook is eenheid een gevolg van evolutie, als we de evolutie terug draaien hadden we vroeger veel gemeenschappelijk, sommige gemeenschappelijke kenmerken zijn nog altijd hetzelfde, denk maar aan de trilhaartjes. Gemeenschappelijke voorouders.

29
New cards

Wat zijn de kenmerken van evolutie ? EVOLUTIE                                                     

Evolutie heeft twee kenmerken, erfelijkheid en selectie. Dit wil zeggen hoe meer nakomelingen een soort krijgt, hoe meer er zullen sterven door natuurlijke selectie om de populatie constant te houden.

30
New cards

Wat zijn de observaties van Darwin ? EVOLUTIE                                                        

Darwin heeft 3 belangrijke observaties gemaakt, de eerste is dat nakomelingen lijken op hun ouders, dit verwijst naar de erfelijkheid. De tweede zegt dat een populatie  meer nakomelingen kan krijgen dan dat nodig is, dit heeft te maken met de natuurlijke selectie. En als laatste dat soorten zijn aangepast aan hun omgeving dit hangt ook samen met de natuurlijke selectie.

31
New cards

geef de 7 functionele groepen die het meest belangrijk zijn in de chemie

. Hydroxyl group
Carbonyl group
Carboxyl group
Amino group
Sulfhydryl group
Phosphate group
Methyl group

<p><span> . Hydroxyl group<br></span><span data-name="black_small_square" data-type="emoji">▪</span><span> Carbonyl group<br></span><span data-name="black_small_square" data-type="emoji">▪</span><span> Carboxyl group<br></span><span data-name="black_small_square" data-type="emoji">▪</span><span> Amino group<br></span><span data-name="black_small_square" data-type="emoji">▪</span><span> Sulfhydryl group<br></span><span data-name="black_small_square" data-type="emoji">▪</span><span> Phosphate group<br></span><span data-name="black_small_square" data-type="emoji">▪</span><span> Methyl group</span></p>
32
New cards

geef het tweede ingevulde figuurtje

knowt flashcard image
33
New cards

teken de moleculaire structuur van ATP

knowt flashcard image
34
New cards

teken de loslatingen van de fosfaten

knowt flashcard image
35
New cards