1/464
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
aanpassing
Functionele bijdrage (vereiste) van het gedragssysteem die bestaat uit het inpassen van het systeem in een externe omgeving (adaptation). (Parsons)
activiteit
Beweging in zinvolle activiteit. (Marx)
adaptief
Wat bijdraagt tot de aanpassing aan omgevingseisen.
adaptive upgrading
Door sociale differentiatie verhoogt een samenleving in toenemende mate haar mogelijkheden om zich aan de externe omgeving aan te passen. (Parsons)
affectief handelen
Sociaal handelen gedreven door of gebaseerd op affecten, gevoelens en/of emoties. (Weber)
affluent societies
Jagers-verzamelaarssamenlevingen met een voldoende aanbod van voedingscalorieën waarin niet genoeg gewerkt werd om over de nodige voedselbronnen te beschikken. (Sahlins)
aggregaat
Individuen die zicht tijdelijk op dezelfde plaats bevinden, maar zich niet als een groep zien.
aliënatie
= vervreemding
analytisch gevolg
Een gevolg inherent aan de handeling.
analytische inductie
Methode in kwalitatief onderzoek die eist dat elke case de hypothese ondersteunt. Als dit niet het geval is, moet de hypothese aangepast worden.
animisme
Het geloof dat dieren, planten of levenloze voorwerpen een spiritueel leven hebben en invloed uitoefenen op de maatschappij.
anomie
Toestand waarin maatschappelijke normen afwezig of afgebroken zijn of waarin er verwarring of conflict bestaat over de maatschappelijke normen.
arbeids(ver)deling
Een stabiele vorm van organisatie waarin er coördinatie bestaat tussen individuen en/of groepen die verschillende maar geïntigreerde taken uitvoeren.
ascetisme / ascese
Het beoefenen van zelfontkenning als een maat voor persoonlijke en in het bijzonder spirituele discipline (ook "wereldonthouding").
attachment
Internalisatie van normen via affectieve banden die een jongere vormt met personen uit de onmiddelijke omgeving en via de gevoeligheid voor die opinie van die persoon. (Hirschi)
attitude
Houding die men aanneemt t.o.v. de werkelijkheid die tevens een evaluatie bevat.
autoriteit (traditioneel, charasmatisch, rationeel)
Die vorm van macht die handelingen van anderen bepaalt via bevelen die doeltreffend zijn omdat ze in de groep als legitiem erkend worden, (1) omdat ze gebaseerd zijn op traditionele instellingen, procedures of macht, (2) omdat aan de leider bovennatuurlijke of uitzonderlijke eigenschappen toegekend worden, (3) omdat ze in overeenstemming zijn met meer algemene rechtsregels.
backstage
Het onzichtbare sociale leven waar mensen kunnen recupereren van de toneeltijes die ze op de frontstage moeten opvoeren. (Goffman)
beheeringssysteem
Een autoriteitsstructuur die gecoördineerde, collectieve inspanningen in complexe groepen mogelijk maakt.
behoeften
Behoeften die moeten vervuld worden om het overleven van een persoon, een groep of een organisatie te verzekeren.
belangengroep
Een quasi-groep waarvan de latente belangen omgevormd werden in manifeste belangen. (Dahrendorf)
belief
berdache
Statuut dat voorkomst bij Native Americans: in een plechtigheid kan een biologische man overgaan tot de status van sociale vrouw.
betekenisloosheid
De verwachting dat voldoening schenkende voorspellingen over de toekomstige gevolgen van handelen niet gemaakt kunnen worden. (Seeman)
bevolkingsdruk
Wanverhoudingen tussen de omvang van een bevolking, de keuze van voedselbronnen en de werkstand die een bevolkingsgroep dwingt om ofwel de voedingsgewoonten te veranderen ofwel om harder te gaan werken (of die, als er gaan aanpassing plaatsvindt, kan leiden tot uitputting van bepaalde bronnen).
bewustzijn
Het heit dat iemand zich bewust is van zijn/haar bestaan als een individu. Volgens Marx wordt het bewustzijn gevormd door het sociale, het materiële en/of het historische.
bilateraal afstammingspatroon
Afstamming wordt bepaal via de moederlijke en de vaderlijke lijn: zowel de familie van de moeder als van de vader wordt familie van de kinderen.
biogradie
Het geheel van in wisselende mate ingrijpende levensgebeurtenissen die individuen ervaren.
biosociale verklaring
Het verklaren van interacties vertrekkende van biologische kenmerken of factoren.
bovenbouw
Dat deel van de samenleving dat bepaald wordt door de onderbouw en bestaat uit ideologie en sociale instituties, zoals religie, recht en staat. De functie van de bovenbouw bestaat erin de bestaande sociale verhoudingen te legitimeren. (Marx)
bovennatuurlijke compensatoren
Bovennatuurlijke verklaringen voor belangrijke levensgebeurtenissen die belangen beloven in een verre, ongedifinieerde toekomst of in een niet-verifieerbare context en daardoor compenseren voor concrete en bereikbare baten.
bronvermelding
Het vermelden van in onderzoek gebruikte bronnen.
bureaucratie
Formele organisatie gekenmerkt door gezagshiërarchie, arbeidsverdeling, benoeming op vasis van vakkennis, nadruk op geschreven regels, procedures en documenten, en een strikte scheiding tussen het privé-leven en de werkomgeving. (Weber)
catharsis
"Loutering", loslaten van emoties zodat onderliggende spanningen en angsten verminderd worden.
causale adequaatheid
Juiste waarschijnlijkheidsuitspraak m.b.t. oorzaak-gevolg relaties. (Weber)
causaliteit
Verband tussen twee klassen gebeurtenissen waarbij gebeurtenissen van de eerste soort leiden tot gebeurtenissen van de tweede soort omdat de eerste soort een noodzakelijk en/of voldoende oorzaak vormt voor het gebeuren van de tweede soort.
chiefdom
churinga
Afbeelding in steen of hout die de stamtotem voorstelt.
civilisatiegeschiedenis
De geschiedenis van de psychologische en sociologische processen van de verfijning van de beschaving. (Elias)
clan
Matri- of patrilineaire exogame groep met een gemeenschappelijke voorouder en dikwijls gesymboliseerd door een totem.
commitment
De tijd en energie die geïnversteerd wordt in het volgen van bepaalde gedragslijn. (Hirschi)
communicatie
Het mede-delen van gedeelde betekenissen.
communisme
Politieke doctrine en/of politiek-economisch systeel waarin privé-eigendommen van de productiemiddelen wordt vervangen door het collectieve eigendomsrecht van de arbeiders op basis van noodzaak.
complexe stammen
Stammen met een rangordening volgens status of prestige, zonder sociale stratificatie ('rank societies').
condities
De elementen in een handelingssituatie die als niet veranderbaar worden waargenomen.
conditionering
Leerproces waarin nieuwe stimulus-response verbanden tot stand gebracht worden.
conflict
Interactie die door objectieve of subjectieve tegenstellingen wordt gekenmerkt, tegenstellingen die het gevolg zijn van een ongelijke controle over schaarse elementen.
conformiteit
Het inlossen van de normatieve verwachtingen van het maatschappelijke leven.
conscience collective
Gemeenschappelijk bewustzijn dat bestaat uit de totaliteit van overtuidingen en gevoelens die de gemiddelde burger heeft. (Durkheim)
consumentisme
Nadruk op directe behoeftebevredeging en vrijetijdsbestedeging, als kenmerk van de postindustriële samenleving.
conversation of gestures
Eerste stap in de menselijke interactie die als noodzakelijke factor gezien wordt voor de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn. (Mead)
contextueel effect
Een beïnvloeding van interacties door de sociale omgeving waarbinnen die interacties plaats vinden.
coöperatieve relatie
Een relatie die ideale en gewenste regels oplegt die zonder dwang nageleefd worden. (Piaget)
creativiteit
De capaciteit van mensen om unieke producten te maken. (Marx)
crusading reformers
Individuen uit een bepaalde maatschappelijke groep met een ethische inperialistische houding gecombineert met een humanitaite motivatie. Door hun acties ontstaan nieuwe regelgeving, nieuwe outsiders en meestal ook een stijging in de onderhandhaving. (Becker)
cultural lag
De idee dat de immateriële cultuur (normen en wetten) trager verandert dan de materiële cultuur (technologie) waardoor sociale onaangepastheid tussen beide ontstaat. (Ogburn)
culture and personality school
Ontwikkeling in de studie van socialisatie die ontstond in de jaren dertig in de USA. De theorie werd vooral gekenmerkt door het toepassen van psycho-analytische principes op etnografisch materiaal. De belangstelling is dan ook dat verschillende culturen of maatschappijen verschillende persoonlijkheidstypes voortbrengt als het resultaat van verschillende socialisatie praktijken.
cultureel kapitaal
Machtbronnen gevormd door het bezit van geaccumuleerde kennis, vaardigheden en opleiding. (Bourdieu)
cultureel kapitaal
Linguïstische en culturele vaardigheden die door ouders aan kinderen uit de midden en hogere sociale klassen worden meegegeven.
cultureel relativisme
Het principe dat een cultuur slechts begrepen kan worden via haar eigen kenmerken omdat zij een specifieke aanpassing is aan de eisen van de omgeving en dat de criteria van andere culturen er niet zomaar op toegepast kunnen worden.
cultureel systeem
Subsysteem dat zorgt voor de indirecte bevrediging van interne vereisten. Op die manier staat het in voor de spanningshandhaving van het systeem. (Parsons)
culturele accumulatie
Zienswijze die stelt dat cultuurelementen niet onderhevig zijn aan selectie maar bij elkaar gevoegd worden in de tijd.
culturele antropologie
Wetenschap die de verscheidenheid aan menselijke leefvormen bestudeer.
culturele diffusie
Verspreiding van cultuurelementen door contacten tussen verschillende cultuurgemeenschappen.
culturele doelstellingen
De waarden, behoeften, aspiraties die mensen verwerven of opbouwen via het culturele systeem waartoe ze behoren. (Merton)
cultuur
Het geheel van gemeenschappelijke betekenissen die we aan het gedrag van een ander en aan ons eigen gedrag geven. het antwoord op de overlevingseisen die fysische omgevingen stellen aan menselijke samenlevingen en zo het menselijke, lichaamelijke handelen vorm geeft. Cultuur omvat alles wat door de mens in de loop der tijden werd verworven: waarden, normen, kennis, ideeën, technieken, materiële producten en kunstvoorwerpen.
cultuur (materieel, immaterieel)
cultuur (postmaterialistisch, materialistisch)
De postmaterialistische cultuur kenmerkt zich door het belang dat aan esthetische, intellectuele en geborgenheidbehoeften gehecht wordt; de materialistische door het belang dat aan fysische en economische zekerheid wordt toegekend. (Inglehart)
cyclische theorie
Theorie die veranderingsprocessen beschouwt in termen van cyclische bewegingen, historische fluctuaties of steeds terugkerende veranderingspatronen.
definitie van de situatie
De overeenkomst tussen actoren over de vraag/ de kwestie hoe een bepaalde situatie te interpreteren en hoe er gepast op te reageren.
delayed response
Voor er op een stimulus gereageerd wordt, wordt het standpunt van de andere ingenomen en worden mogelijke responsen impliciet gestest en geselecteerd.
denominatie
Religieuze organisatie die typologisch tussen de kerk en de sekte staat. Ze keert zich niet af van de wereld, rekruteert door socialisatie, tolereet andere religieuze organisaties naast zich en beschikt over een bureaucratische organisatie en een "priesterschap".
deviante loopbaan
Proces waarin iemand zijn/haar zelfbeeld omvormt van niet-deviant tot deviant omwille van de negative sociale reacties op primaire deviantie, omwille van het door de omgeving als "deviant" gelabeld worden.
deviantie
Gedrag dat regels, normen of verwachtingen van de leden van de sociale groep schendt en waarop met afkeuring of straf gereageerd wordt.
dharma
De morele opdracht van een individu die vervuld wordt door gebruiken of wetten te gehoorzamen. De basisprinipes van het kosmische of individuele bestaan.
dialectische benadering
Benaring waarin relaties en wederkeringheid centraal staan.
dichotomisering
Een opdeling in insiders en outsiders. Personen aan beide zijde van de grens maken een opdeling tussen "wij" en "zij".
differentiële associatie
Verschil tussen het aantal contacten met situaties waarin algemeen geldende waarden en normen, een positieve houding t.o.v. wettelijke autoriteiten en wettig gedrag als gunsitg of voordeling worden beschouwd, en het aantal contacten met situaties waarin een afwijzende houding t.o.v. die elementen primeert. (Sutherland)
diffusie
Proces waarbij cultuurelementen of systemen van cultuurelementen zich verspreiden, waarbij ontdekkingen, uitvindeingen of nieuwe instellingen, aangenomen in een bepaalde regio, door samenlevingen in nabijgelegen gebieden worden overgenomen tot ze zich over de hele aardbol hebben verspreid. (Kroeber)
distinctie
De (poging tot) vorming van sociale collectiviteiten op basis van specifieke patronen van consumptie en levensstijl. (Bourdieu)
distributive justice
Verdelende rechtvaardigheid, bij ongelijke inversering krijgt de actor met de hoogste last het meeste profijt.
doelverwezenlijking
Functionele bijdrage (vereiste) van het persoonlijkheidssysteem die bestaat uit het bepalen van doelstellingen en het mobiliseren en toewijzen van middlene om deze doelstellingen te realiseren (goalattainment). (Parsons)
dramaturgie
Theoretisch perspectief dat het toneel en het theater als belangrijk organiserende metafoor gebruikt om het sociaal leven te bestuderen.
dwangrelatie
Relatie die een individu een uiterlijk systeem van dwingende regels oplegt. (Piaget)
dyade
De kleinste interactie-eenheid, bestaande uit twee personen.
dynamische dichtheid / densite sociale
Het aantal personen dat deel uitmaakt van een groep en de interactie tussen de leden van die groep. (Durkheim)
dysfunctie
Een bepaald gebruik of sociaal fenomeen kan functioneel zijn voor het specifieke sociale onderdeel waarin het voorkomt, maar kan ook negatieve gevolgen hebben voor andere delen van het sociale geheel.
ecological fallacy / ecologische fout
De foute veronderstelling dat uitspraken gedaan op aggregaat niveau geldig zijn op individueel niveau.
economisch kapitaal
Machtsbronnen gevorm door het bezit van materiële zaken als geld en eigendom. (Bourdieu)
education morale
Morele opvoeding van jongeren als basis voor organische solidariteit. (Drukheim)
effervescence collective
Collectieve extatische momenten waarbij het onderscheid tussen het sacrale en het profane beleefd wordt. (Durkheim)
emancipatie
Bevrijding van sociale, politieke en/of intellectuele beperkingen en de kans om al zijn/haar mogelijkheden te verwezenlijken.
emergent properties
Eigenschappen van een groep die verschillen van de eigenschappen van de individuen waaruit de groep is samengesteld.
emotie
Een sterk gevoel dat dikwijls samengaat met een fysieke reactie.
empirische kennis
Inzichten in de werkelijkheid vergregen op basis van ervaringen waarbij men zich laat leiden door feitelijke waarnemingen.
enquête
es
Dat deel van de menselijke persoonlijkheid waarin alle basis biologische driften en noden zijn opgeslagen. (Freud)
ethische controle
Vorm van boven-individuele sociale controle door middel van publieke opinie, religie, kunst of persoonlijke idealen. (Ross)
ethos
Algemeen aanvaarde levenswijze die voortvloeit uit een bepaalde wereldbeschouwing.
etniciteit
Met dit begrip wordt verwezen naar groepen van mensen die een afkomst en dus een cultuur delen. Etniciteit verwerf je bij geboorte en heeft dus een stabiel karakter.