Studietaak 2.3 Temperament and brain networks of attention en Temperament and personality - Ankikaartjes

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/157

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:28 PM on 8/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

158 Terms

1
New cards
Wat is temperament volgens Rothbart en Derryberry?
Temperament is het geheel van constitutioneel gebaseerde individuele verschillen in emotionele, motorische en aandachtsgerelateerde reactiviteit en zelfregulatie, met consistentie over situaties heen en relatieve stabiliteit in de tijd. 9+-nuance: constitutioneel betekent biologisch beïnvloed, maar niet onveranderlijk; ervaring, cultuur, stress en epigenetica beïnvloeden de expressie.
2
New cards
Wat is reactiviteit?
Reactiviteit is de manier waarop iemand op stimulatie reageert, beschreven via latentietijd, opbouwtijd, intensiteit en duur van de respons. Reactiviteit kan emotioneel, motorisch of aandachtsgerelateerd zijn.
3
New cards
Wat is zelfregulatie?
Zelfregulatie verwijst naar processen die reactiviteit moduleren, zoals aandacht richten of verplaatsen, inhibitie, toenadering, terugtrekking, zelfstimulatie en executieve aandacht.
4
New cards
Wat betekent goodness-of-fit?
Goodness-of-fit is de mate waarin het temperament van een kind past bij eisen, verwachtingen en reacties van de omgeving. Een goede fit beschermt; een slechte fit kan risico vergroten. Problemen liggen dus niet alleen in het kind.
5
New cards
Wat is effortful control?
Effortful control is het vermogen om een dominante of automatische reactie te remmen en bewust een minder dominante reactie te kiezen. Het omvat onder meer aandachtsfocus, aandachtsverschuiving, inhibitoire controle, perceptuele gevoeligheid en plezier in lage-intensiteitsprikkels.
6
New cards
Wat is gedragsinhibitie bij Kagan?
Gedragsinhibitie is angstige terughoudendheid tegenover onbekende personen, objecten of situaties. Het hangt samen met verlegenheid, motorische spanning, mogelijk verhoogde amygdalaresponsiviteit/cortisol en latere internaliserende problemen zoals sociale angst.
7
New cards
Wat is Sensory Processing Sensitivity?
Sensory Processing Sensitivity is een genetisch beïnvloede gevoeligheid voor subtiele prikkels en diepere verwerking van informatie. Het kan samengaan met overprikkeling en negatieve affectiviteit, maar ook met extra ontvankelijkheid voor positieve contexten.
8
New cards
Wat is het verschil tussen temperament en persoonlijkheid?
Temperament is vroeg zichtbaar, biologisch beïnvloed en vormt de kern van persoonlijkheidsontwikkeling. Persoonlijkheid is breder en omvat ook attitudes, zelfbeeld, copingstrategieën en betekenisverlening.
9
New cards
Een kind reageert snel, heftig en langdurig op een onverwacht geluid. Welk temperamentbegrip herken je?
Reactiviteit. Herkenningssignalen zijn snelle latentietijd, snelle opbouw, hoge intensiteit en lange duur van de respons. 9+-nuance: reactiviteit kan emotioneel, motorisch of aandachtsgerelateerd zijn en wordt pas echt betekenisvol in combinatie met zelfregulatie en context.
10
New cards
Een peuter wil direct een snoepje pakken, maar wacht toch wanneer de onderzoeker dat vraagt. Welk construct wordt hier vooral gemeten?
Effortful control / inhibitoire controle. Het kind remt een dominante reactie en kiest bewust een minder automatische reactie. Herkenningscue: wachten, uitstel van beloning, impulsremming. Mogelijke taak: Snack Delay.
11
New cards
Een kind is aanvankelijk terughoudend in een nieuwe klas, maar went na herhaalde blootstelling en doet daarna mee. Welk NYLS-type past hierbij?
Slow-to-warm-up temperament. Herkenningssignalen zijn aanvankelijke terugtrekking of lichte negatieve reactie op nieuwheid, gevolgd door geleidelijke aanpassing. Valkuil: dit is niet hetzelfde als blijvende gedragsinhibitie of sociale angst.
12
New cards
Een baby heeft onregelmatige slaap- en eetpatronen, reageert intens, trekt zich terug bij nieuwheid en heeft vaak een negatieve stemming. Welk profiel herken je?
Moeilijk temperament volgens Thomas en Chess. Het profiel combineert lage ritmiciteit, terugtrekking, lage aanpasbaarheid, negatieve stemming en intense reacties. 9+-nuance: het label is breed en normatief; problemen ontstaan vooral bij slechte goodness-of-fit.
13
New cards
Een ouder past routines en verwachtingen aan aan een prikkelgevoelig kind, waarna conflicten afnemen. Welk kernbegrip herken je?
Goodness-of-fit. De omgeving sluit beter aan bij het temperamentprofiel van het kind. Herkenningscue: niet het kind “repareren”, maar eisen, verwachtingen en reacties afstemmen. Dit werkt beschermend voor adaptatie.
14
New cards
Een kind is voorzichtig, verlegen en motorisch gespannen bij onbekende personen en situaties. Welk model of construct herken je?
Kagans gedragsinhibitie. Herkenningssignalen zijn angstige terughoudendheid tegenover onbekende prikkels, verlegenheid en motorische spanning. 9+-nuance: dit is smaller dan Gray’s Behavioral Inhibition System en hangt vooral samen met internaliserende routes zoals sociale angst.
15
New cards
Een kind zoekt intense prikkels op, is actief, sociaal, impulsief en lacht veel. Welke hogere-ordefactor herken je?
Surgency. Herkenningssignalen zijn activiteit, sociabiliteit, impulsiviteit, benadering van nieuwheid, glimlachen/lachen en plezier in intense stimulatie. Verband: surgency sluit aan bij extraversie en kan bij lage regulatie externaliserend risico vergroten.
16
New cards
Een kind is vaak angstig, boos/gefrustreerd, verdrietig en gevoelig voor lichamelijk ongemak. Welke factor herken je?
Negatieve affectiviteit / negatieve emotionaliteit. 9+-nuance: gooi subdimensies niet op één hoop. Angst en verdriet voorspellen vooral internaliserende problemen; boosheid/frustratie kan ook externaliserende problemen voorspellen.
17
New cards
Een adolescent merkt subtiele signalen snel op, raakt sneller overprikkeld, maar profiteert extra van een steunende omgeving. Welk begrip herken je?
Sensory Processing Sensitivity / hoogsensitiviteit. Herkenningssignalen zijn diepe prikkelverwerking, gevoeligheid voor subtiele prikkels en mogelijke overprikkeling. 9+-nuance: SPS is niet alleen kwetsbaarheid; het past bij differentiële ontvankelijkheid.
18
New cards
Een onderzoeker gebruikt de Attention Network Test met congruente en incongruente flankers. Welk temperamentmechanisme wordt hiermee gekoppeld aan cognitie en breinnetwerken?
Executieve aandacht / effortful control. De ANT meet conflictoplossing door het executieve aandachtsnetwerk. Herkenningscue: verschil in reactietijd tussen congruente en incongruente trials; koppeling met dorsale ACC en aandachtcontrole.
19
New cards
Een studie vindt dat cognitief conflict vooral dorsale ACC activeert, terwijl conflict met negatieve emotie ook amygdala en ventrale ACC activeert. Welk onderscheid moet je herkennen?
Dorsale versus ventrale ACC. Dorsale ACC hoort vooral bij cognitieve conflictoplossing; ventrale ACC en ventrale middenfrontale gebieden horen sterker bij emotionele controle. Valkuil: niet zeggen dat één gebied één trek veroorzaakt.
20
New cards
Een onderzoek bespreekt RSA, vagale rem en herstel na emotionele opwinding. Welk regulatiesysteem herken je?
Parasympathische/vagale regulatie. RSA geeft informatie over vagale regulatie van emotie, aandacht en sociaal gedrag. Herkenningscue: mobilisatie bij uitdaging en daarna kunnen kalmeren of herstellen.
21
New cards
Een kind met een gevoelige genetische variant functioneert slechter bij negatieve opvoeding, maar beter dan anderen bij positieve opvoeding. Welk model herken je?
Differentiële ontvankelijkheid. Dezelfde gevoeligheid werkt twee kanten op: meer risico in negatieve contexten én meer voordeel in positieve contexten. Onderscheid met diathese-stress: dat model voorspelt vooral extra risico bij stress, niet extra winst bij steun.
22
New cards
Een studie laat zien dat een kwetsbare trek vooral tot problemen leidt wanneer er stress of ongunstige opvoeding is. Welk model herken je?
Diathese-stressmodel. Een kwetsbaarheid leidt vooral onder ongunstige omstandigheden tot problemen. Valkuil: niet verwarren met differentiële ontvankelijkheid, waarbij ook bovengemiddeld profiteren van positieve context wordt verwacht.
23
New cards
Een cultuur waardeert verlegenheid als sociaal gepast, terwijl een andere cultuur hetzelfde gedrag problematisch vindt. Welk thema herken je?
Cultuur beïnvloedt de betekenis en waardering van temperament. Herkenningscue: dezelfde trek krijgt andere sociale gevolgen. 9+-nuance: crossculturele vergelijking vereist meetinvariantie en controle op differentieel itemfunctioneren.
24
New cards
Een examenvraag noemt dat meisjes gemiddeld hoger scoren op effortful control en jongens gemiddeld hoger op surgency. Welke nuance hoort erbij?
Gender als moderator en groepsgemiddelde. Het gaat niet om deterministische uitspraken over individuen. Gender beïnvloedt ook hoe temperament wordt beoordeeld en welke sociale gevolgen een trek krijgt.
25
New cards
Een baby kan niet goed “consciëntieus” worden genoemd, maar vroege aandachtscontrole voorspelt later doelgerichtheid. Welk ontwikkelingsidee herken je?
Temperament als vroege kern van persoonlijkheid. Vroege effortful control sluit later aan bij consciëntieusheid. 9+-nuance: temperament en persoonlijkheid overlappen, maar persoonlijkheid is breder door zelfbeeld, attitudes, coping en betekenisverlening.
26
New cards
Hetzelfde onderliggende temperamentproces blijft bestaan, maar ziet er op verschillende leeftijden anders uit. Welk begrip herken je?
Heterotypische continuïteit. De vorm verandert door ontwikkeling, maar het onderliggende proces blijft herkenbaar. Tegenovergestelde herkenningscue: homotypische continuïteit = vergelijkbaar gedrag blijft zichtbaar.
27
New cards
Een onderzoeker gebruikt ouderrapportage, laboratoriumobservatie, fysiologische maten en cognitieve taken samen. Welk methodologisch principe herken je?
Convergentie tussen methoden. Sterke conclusies over temperament vragen meerdere bronnen van bewijs. 9+-nuance: elke methode heeft beperkingen; één meetmethode is onvoldoende voor stevige constructvaliditeit.
28
New cards
Een vragenlijstitem lijkt in twee culturen niet exact hetzelfde te betekenen. Welk psychometrisch probleem herken je?
Differentiëel itemfunctioneren / culturele meetbias. Het item meet mogelijk niet hetzelfde construct in beide groepen. 9+-nuance: zonder structurele invariantie en itemcontrole zijn gemiddelde cultuurverschillen moeilijk te interpreteren.
29
New cards
Vergelijk Thomas en Chess met Rothbart.
Overeenkomst: beide zien temperament als vroeg zichtbaar en belangrijk voor ontwikkeling. Verschil: Thomas en Chess beschrijven vooral de stijl van gedrag, negen dimensies en goodness-of-fit; Rothbart verklaart temperament psychobiologisch via reactiviteit en zelfregulatie. 9+-nuance: Thomas en Chess zijn klinisch sterk door kind-omgevingafstemming, maar Rothbart is preciezer voor emotie, aandacht, regulatie en breinnetwerken.
30
New cards
Vergelijk Kagans gedragsinhibitie met Gray’s Behavioral Inhibition System.
Overeenkomst: beide gaan over inhibitie, nieuwheid, onzekerheid en dreiging. Verschil: Kagan beschrijft angstige terughoudendheid bij kinderen tegenover onbekende personen, objecten of situaties; Gray’s BIS is een breder volwassen psychobiologisch systeem dat reageert op straf, uitblijven van beloning, conflict en nieuwheid. Valkuil: de termen niet als synoniem gebruiken.
31
New cards
Vergelijk reactiviteit en zelfregulatie.
Reactiviteit beschrijft hoe iemand op prikkels reageert: latentietijd, opbouwtijd, intensiteit en duur. Zelfregulatie beschrijft hoe die reactie wordt bijgestuurd, bijvoorbeeld via aandacht, inhibitie, benadering of terugtrekking. 9+-nuance: hoge reactiviteit is niet automatisch problematisch; risico ontstaat vooral bij beperkte regulatie of slechte goodness-of-fit.
32
New cards
Vergelijk effortful control met impulsiviteit.
Effortful control is bewuste regulatie: een dominante reactie remmen en een minder dominante reactie kiezen. Impulsiviteit is juist snelle, minder geremde reactie op prikkels of beloning. Verband: lage effortful control kan impulsiviteit versterken en externaliserende problemen voorspellen. Valkuil: effortful control is breder dan alleen inhibitie; het omvat ook aandachtsfocus en aandachtsverschuiving.
33
New cards
Vergelijk surgency met extraversie.
Overeenkomst: beide hangen samen met activiteit, sociabiliteit, positieve emotionaliteit en benadering. Verschil: surgency is een temperamentfactor die vroeg in ontwikkeling zichtbaar is; extraversie is een bredere persoonlijkheidsfactor bij oudere kinderen en volwassenen. 9+-nuance: hoge surgency kan positief zijn, maar bij lage regulatie ook externaliserend risico vergroten.
34
New cards
Vergelijk negatieve affectiviteit met neuroticisme.
Overeenkomst: beide verwijzen naar neiging tot negatieve emoties. Verschil: negatieve affectiviteit is een temperamentfactor met subdimensies zoals angst, verdriet, boosheid/frustratie en ongemak; neuroticisme is een bredere persoonlijkheidsfactor. 9+-nuance: subdimensies voorspellen verschillende routes: angst/verdriet vooral internaliserend, boosheid/frustratie ook externaliserend.
35
New cards
Vergelijk SPS/hoogsensitiviteit met gedragsinhibitie.
Overeenkomst: beide kunnen samengaan met gevoeligheid voor prikkels en terughoudendheid. Verschil: SPS gaat over diepe verwerking en gevoeligheid voor subtiele prikkels; gedragsinhibitie gaat specifieker over angstige terughoudendheid bij onbekende prikkels. 9+-nuance: SPS is niet hetzelfde als angst of kwetsbaarheid; het kan ook extra profiteren van positieve context betekenen.
36
New cards
Vergelijk diathese-stress met differentiële ontvankelijkheid.
Diathese-stress: kwetsbaarheid leidt vooral tot problemen bij stress of ongunstige omstandigheden. Differentiële ontvankelijkheid: gevoeligheid werkt twee kanten op: slechter in negatieve contexten, maar beter in positieve contexten. 9+-cue: een crossover-interactie ondersteunt differentiële ontvankelijkheid sterker dan alleen verhoogd risico bij stress.
37
New cards
Vergelijk temperament met persoonlijkheid.
Overeenkomst: beide gaan over relatief stabiele individuele verschillen. Verschil: temperament is vroeg zichtbaar, biologisch beïnvloed en vormt de ontwikkelingskern; persoonlijkheid is breder en omvat ook attitudes, zelfbeeld, coping en betekenisverlening. Valkuil: temperament niet volledig gelijkstellen aan Big Five-persoonlijkheid.
38
New cards
Vergelijk homotypische en heterotypische continuïteit.
Homotypische continuïteit: hetzelfde of vergelijkbaar gedrag blijft zichtbaar over tijd. Heterotypische continuïteit: het onderliggende proces blijft bestaan, maar krijgt een andere gedragsvorm door ontwikkeling. Voorbeeld: vroege aandachtscontrole kan later zichtbaar worden als consciëntieusheid. 9+-nuance: heterotypische continuïteit is vooral belangrijk in de vroege kindertijd.
39
New cards
Vergelijk ouderrapportage met laboratoriumobservatie.
Ouderrapportage: rijk en ecologisch waardevol, omdat ouders veel situaties kennen, maar gevoelig voor vertekening. Laboratoriumobservatie: gestandaardiseerd en goed codeerbaar, maar beperkt tot geselecteerde situaties en gevoelig voor overdrachteffecten. 9+-antwoord: sterke conclusies vragen convergentie tussen methoden.
40
New cards
Vergelijk dorsale ACC met ventrale ACC.
Dorsale ACC: vooral betrokken bij cognitief conflict en conflictoplossing, bijvoorbeeld incongruente flankers. Ventrale ACC: sterker betrokken bij emotionele controle en interactie met emotienetwerken zoals de amygdala. Valkuil: niet doen alsof één hersengebied één temperamenttrek veroorzaakt; denk in netwerken.
41
New cards
Vergelijk amygdala-activiteit bij angst met amygdala-activiteit bij emotie in het algemeen.
De amygdala is belangrijk voor emotionele betekenis, nieuwheid, beloning en bedreiging. Zij reageert dus niet alleen op angst of negatieve prikkels, maar ook op positieve emoties en beloning. 9+-nuance: specifieke emoties ontstaan uit patronen van verbonden hersengebieden, niet uit één amygdalafunctie.
42
New cards
Vergelijk genetische invloed met epigenetische invloed.
Genetische invloed: verschillen in genvarianten zoals COMT, DRD4, 5-HTTLPR of MTHFR kunnen samenhangen met aandacht, beloning, stress en temperament. Epigenetische invloed: omgeving beïnvloedt genexpressie zonder DNA-volgorde te veranderen, bijvoorbeeld via methylering. Valkuil: genen niet deterministisch uitleggen; effecten zijn klein, contextafhankelijk en ontwikkelingsgevoelig.
43
New cards
Vergelijk internaliserende en externaliserende routes vanuit temperament.
Internaliserend: angst, verdriet, gedragsinhibitie en lage positieve emotionaliteit hangen samen met terugtrekking, sociale angst en depressieve klachten. Externaliserend: boosheid/frustratie, hoge surgency, impulsiviteit en lage effortful control hangen samen met agressie, hyperactiviteit en niet-meewerkend gedrag. 9+-nuance: temperament is geen stoornis, maar beïnvloedt risico en bescherming.
44
New cards
Casus: Een baby huilt snel bij nieuwe geluiden, neemt moeilijk af in spanning en ouders reageren onzeker. Welke temperamentprocessen spelen vermoedelijk mee?
Analyse: hoge reactiviteit, vooral emotionele reactiviteit/distress, mogelijk lage troostbaarheid en beperkte regulatie. Context: ouderlijke onzekerheid kan de fit verslechteren. 9+-nuance: dit is geen diagnose; risico ontstaat vooral door combinatie van kindfactoren en omgeving. Toepassing: psycho-educatie en ondersteuning van ouderlijke sensitiviteit/responsiviteit.
45
New cards
Casus: Een kleuter wil direct speelgoed pakken, kan slecht wachten en raakt boos wanneer hij wordt tegengehouden. Welke route richting probleemgedrag herken je?
Analyse: lage effortful control/inhibitoire controle in combinatie met boosheid/frustratie. Route: verhoogd risico op externaliserend gedrag zoals impulsiviteit, agressie of niet-meewerkend gedrag. 9+-nuance: boosheid/frustratie valt onder negatieve affectiviteit, maar voorspelt deels andere uitkomsten dan angst of verdriet.
46
New cards
Casus: Een kind is stil bij onbekenden, kijkt weg, blijft dicht bij ouder en ontspant pas na langdurige gewenning. Welk construct past het best?
Analyse: gedragsinhibitie of slow-to-warm-up, afhankelijk van intensiteit en persistentie. Kagan: angstige terughoudendheid tegenover onbekende personen/situaties. NYLS: slow-to-warm-up wanneer gewenning na herhaalde blootstelling optreedt. Valkuil: niet automatisch sociale angst of pathologie noemen.
47
New cards
Casus: Een kind met hoge negatieve emotionaliteit ontwikkelt géén gedragsproblemen doordat ouders consequent, warm en voorspelbaar reageren. Welk principe verklaart dit?
Analyse: goodness-of-fit en beschermende regulatie vanuit de omgeving. Mechanisme: ouderlijke sensitiviteit en responsiviteit helpen reactiviteit reguleren. 9+-nuance: temperament voorspelt geen uitkomst deterministisch; omgeving kan risico dempen of versterken.
48
New cards
Casus: Een kind is actief, zoekt prikkels, praat veel en neemt snel initiatief, maar heeft ook moeite met remmen. Welke dubbele interpretatie is nodig?
Analyse: hoge surgency/extraversiegerichte temperamentstijl. Positief: sociabiliteit, enthousiasme en benadering. Risico: bij lage effortful control kan hoge surgency bijdragen aan externaliserend gedrag. 9+-nuance: hoge surgency is niet per definitie problematisch; regulatie en context bepalen mede de uitkomst.
49
New cards
Casus: Een adolescent merkt details snel op, raakt overprikkeld in drukke klassen, maar bloeit op bij rustige begeleiding. Welk model past hierbij?
Analyse: Sensory Processing Sensitivity/hoogsensitiviteit. Route: gevoeligheid voor subtiele prikkels en diepe verwerking, met risico op overarousal. 9+-nuance: past goed bij differentiële ontvankelijkheid: meer kwetsbaar in overprikkelende contexten, maar extra profiteerbaar in steunende contexten.
50
New cards
Casus: Een onderzoek vindt alleen in een stressvolle omgeving een verband tussen hoge negatieve emotionaliteit en angstklachten. Welk verklaringsmodel past?
Analyse: diathese-stressmodel. Uitleg: kwetsbaarheid leidt vooral tot problemen bij stress of ongunstige omstandigheden. Verschil met differentiële ontvankelijkheid: er is hier nog geen bewijs dat dezelfde groep ook bovengemiddeld profiteert van positieve omstandigheden.
51
New cards
Casus: Een kind met een genetische gevoeligheidsvariant functioneert slechter bij negatieve opvoeding, maar juist beter dan andere kinderen na oudertraining. Welk model herken je?
Analyse: differentiële ontvankelijkheid. Kenmerk: dezelfde gevoeligheid werkt twee kanten op. 9+-cue: een crossover-interactie ondersteunt dit model. Valkuil: dit niet reduceren tot “risicogen”; het gaat om omgevingsgevoeligheid.
52
New cards
Casus: Een onderzoeker concludeert dat de amygdala “het angstcentrum” is omdat geremde kinderen sterker reageren op onbekende gezichten. Wat moet je corrigeren?
Correctie: de amygdala is betrokken bij emotionele betekenis, nieuwheid, beloning en bedreiging, niet alleen angst. 9+-nuance: temperament hangt samen met netwerken en functionele connectiviteit, niet met één hersengebied dat één trek veroorzaakt.
53
New cards
Casus: Een kind scoort laag op een oudervragenlijst voor effortful control, maar presteert goed op een laboratoriumtaak. Hoe interpreteer je dit methodologisch?
Analyse: meetmethoden kunnen verschillende situaties, informanten en operationalisaties bevatten. 9+-antwoord: kijk naar convergentie tussen methoden en naar contextspecifiek gedrag. Valkuil: niet één meting automatisch als “de waarheid” nemen.
54
New cards
Casus: Een vragenlijst meet “verlegenheid” in twee landen, maar in het ene land wordt dit sociaal gewaardeerd en in het andere afgekeurd. Welke onderzoeksvraag is cruciaal?
Analyse: crossculturele validiteit. Cruciale vraag: meet het item in beide culturen hetzelfde construct? Begrippen: structurele invariantie, constructvaliditeit en differentieel itemfunctioneren. 9+-nuance: gemiddelde cultuurverschillen zijn pas interpreteerbaar na controle op meetbias en betekenisverschillen.
55
New cards
Casus: Een volwassene kiest steeds drukke, nieuwe ervaringen op, terwijl dit tot overbelasting leidt. Hoe kun je dit vanuit temperament én fit begrijpen?
Analyse: mogelijk hoge surgency/sensation seeking of novelty seeking, maar ook beperkte goodness-of-fit met belasting en herstelbehoefte. Toepassing: passende leefstijl, werkcontext en prikkelmanagement. 9+-nuance: temperament beïnvloedt keuzes en omgevingen, maar omgeving beïnvloedt daarna opnieuw functioneren.
56
New cards
Casus: Een peuter met hoge angst wordt later niet zichtbaar angstig, maar wel extreem voorzichtig en perfectionistisch. Welk ontwikkelingsbegrip past?
Analyse: heterotypische continuïteit. Uitleg: hetzelfde onderliggende temperamentproces kan zich op verschillende leeftijden anders uiten. Valkuil: niet alleen zoeken naar hetzelfde gedrag; kijk naar het onderliggende proces.
57
New cards
Casus: Een kind met hoge effortful control blijft rustig bij frustratie en zoekt hulp in plaats van te schreeuwen. Welk beschermend mechanisme herken je?
Analyse: effortful control als regulatief en beschermend mechanisme. Onderdelen: aandacht richten/verplaatsen, inhibitie en doelbewust kiezen van een alternatieve reactie. Gezondheid: kan externaliserend risico verminderen en negatieve emotionaliteit dempen.
58
New cards
Casus: Een therapeut bespreekt met ouders dat hun kind niet “lastig” is, maar een profiel heeft dat andere begeleiding vraagt. Welke klinische toepassing zie je?
Analyse: psycho-educatie en temperamentbegeleiding gericht op goodness-of-fit. Doel: begrip vergroten, contraproductieve reacties verminderen en verwachtingen afstemmen. 9+-nuance: dit depathologiseert temperament en ondersteunt preventie en ouder-kindinteractie.
59
New cards
Valkuil: temperament uitleggen als volledig genetisch bepaald. Wat is de 9+-correctie?
Correctie: temperament is constitutioneel gebaseerd, maar niet onveranderlijk. Genen, hersensystemen en fysiologie vormen een basis, terwijl opvoeding, stress, cultuur, trauma, ontwikkeling en epigenetische processen de expressie beïnvloeden.
60
New cards
Valkuil: hoge reactiviteit automatisch zien als probleemgedrag. Wat moet je zeggen?
Correctie: hoge reactiviteit is op zichzelf geen stoornis. De uitkomst hangt af van zelfregulatie, goodness-of-fit, steun uit de omgeving en ontwikkelingsfase. Hoge reactiviteit kan risico geven, maar ook gevoeligheid en betrokkenheid betekenen.
61
New cards
Valkuil: reactiviteit en zelfregulatie door elkaar halen. Wat is het verschil?
Correctie: reactiviteit beschrijft de eerste respons op prikkels: latentietijd, opbouwtijd, intensiteit en duur. Zelfregulatie beschrijft hoe die respons wordt bijgestuurd, bijvoorbeeld via aandacht, inhibitie, benadering of terugtrekking.
62
New cards
Valkuil: effortful control reduceren tot alleen inhibitie. Wat ontbreekt dan?
Correctie: effortful control omvat meer dan inhibitoire controle. Het gaat ook om aandacht richten, aandacht verschuiven, perceptuele gevoeligheid en plezier in lage-intensiteitsprikkels. Kern: een dominante reactie remmen en bewust een minder dominante reactie kiezen.
63
New cards
Valkuil: Thomas en Chess alleen noemen als lijst van negen dimensies. Wat maakt het antwoord sterker?
Correctie: benoem naast de negen dimensies ook het “hoe” van gedrag, de typen moeilijk/gemakkelijk/slow-to-warm-up én vooral goodness-of-fit. 9+-nuance: het label “moeilijk” is breed en normatief; problemen liggen vaak in kind-omgevingafstemming.
64
New cards
Valkuil: Kagans gedragsinhibitie gelijkstellen aan Gray’s BIS. Wat is de juiste nuance?
Correctie: Kagans gedragsinhibitie is een kindgericht construct: angstige terughoudendheid tegenover onbekende personen, objecten of situaties. Gray’s BIS is breder en gaat over straf, uitblijven van beloning, conflict en nieuwheid.
65
New cards
Valkuil: SPS/hoogsensitiviteit gelijkstellen aan angst of kwetsbaarheid. Wat is beter?
Correctie: SPS gaat over diepe prikkelverwerking en gevoeligheid voor subtiele signalen. Het kan samengaan met overprikkeling of negatieve affectiviteit, maar kan ook extra ontvankelijkheid voor positieve contexten betekenen.
66
New cards
Valkuil: negatieve affectiviteit als één uniforme risicoroute behandelen. Wat moet je differentiëren?
Correctie: subdimensies hebben verschillende routes. Angst en verdriet hangen vooral samen met internaliserende problemen; boosheid/frustratie kan ook externaliserende problemen voorspellen. Noem dus altijd de specifieke emotie.
67
New cards
Valkuil: surgency alleen als positief zien. Wat is de dubbele betekenis?
Correctie: surgency omvat activiteit, sociabiliteit, benadering en positieve emotionaliteit. Dat kan adaptief zijn, maar bij lage effortful control ook samenhangen met impulsiviteit en externaliserende problemen.
68
New cards
Valkuil: één meetmethode als doorslaggevend bewijs gebruiken. Wat is het 9+-antwoord?
Correctie: sterke conclusies vragen convergentie tussen methoden: ouderrapportage, zelfrapportage, interviews, observatie, laboratoriumtaken en fysiologische metingen. Elke methode heeft eigen voordelen en vertekeningen.
69
New cards
Valkuil: ouderrapportage afwijzen als “subjectief” en laboratoriumobservatie als “objectief waarheid” zien. Wat is genuanceerder?
Correctie: ouderrapportage is rijk en ecologisch waardevol, maar gevoelig voor vertekening. Laboratoriumobservatie is gestandaardiseerd, maar beperkt en gevoelig voor overdrachteffecten. Gebruik beide waar mogelijk aanvullend.
70
New cards
Valkuil: crossculturele verschillen direct interpreteren als echte temperamentverschillen. Wat moet eerst gecontroleerd worden?
Correctie: controleer meetinvariantie, constructvaliditeit en differentieel itemfunctioneren. Een item kan in verschillende culturen een andere betekenis hebben; zonder die controle zijn gemiddelde verschillen moeilijk te interpreteren.
71
New cards
Valkuil: gendergemiddelden deterministisch toepassen op individuen. Wat is de juiste formulering?
Correctie: verschillen zoals gemiddeld meer effortful control bij meisjes of meer surgency bij jongens zijn groepsgemiddelden. Ze zeggen niets deterministisch over individuen. Gender werkt bovendien als moderator via verwachtingen en sociale beoordeling.
72
New cards
Valkuil: de amygdala het “angstcentrum” noemen. Hoe formuleer je dit academischer?
Correctie: de amygdala is betrokken bij emotionele betekenis, nieuwheid, beloning en bedreiging. Specifieke emoties ontstaan uit patronen van verbonden hersengebieden en functionele netwerken, niet uit één geïsoleerd gebied.
73
New cards
Valkuil: één hersengebied of één gen één temperamenttrek laten veroorzaken. Wat is de multilevelcorrectie?
Correctie: temperament ontstaat uit interacties tussen gedrag, hersennetwerken, fysiologie, genen, genexpressie, omgeving, cultuur en ontwikkeling. Genetische effecten zijn vaak klein, contextafhankelijk en lastig te repliceren.
74
New cards
Valkuil: diathese-stress en differentiële ontvankelijkheid verwarren. Wat is het kernverschil?
Correctie: diathese-stress voorspelt vooral verhoogd risico bij negatieve omstandigheden. Differentiële ontvankelijkheid voorspelt twee kanten: slechter functioneren in negatieve contexten én extra profiteren van positieve contexten.
75
New cards
Valkuil: temperament en persoonlijkheid volledig gelijkstellen. Wat is het juiste onderscheid?
Correctie: temperament is de vroege, biologisch beïnvloede kern van persoonlijkheidsontwikkeling. Persoonlijkheid is breder en omvat ook zelfbeeld, attitudes, coping, waarden en betekenisverlening.
76
New cards
Valkuil: homotypische continuïteit als enige vorm van stabiliteit zien. Wat mis je dan?
Correctie: je mist heterotypische continuïteit: hetzelfde onderliggende temperamentproces kan op verschillende leeftijden anders zichtbaar worden. Dit is vooral belangrijk in de vroege ontwikkeling.
77
New cards
Valkuil: temperament pathologiseren. Hoe formuleer je klinisch juist?
Correctie: temperament is geen stoornis. Het beïnvloedt risico, bescherming, relaties, coping en behandelrespons. Klinisch gebruik je temperament voor psycho-educatie, goodness-of-fit, ouderinterventies en terugvalpreventie.
78
New cards
Valkuil: een 9+-antwoord afsluiten zonder nuance. Welke slotzin werkt bijna altijd?
Correctie: “Temperament werkt niet deterministisch, maar via interacties tussen aanleg, reactiviteit, zelfregulatie, omgeving, cultuur en ontwikkeling.” Deze zin laat multileveldenken en contextgevoeligheid zien.
79
New cards
Valkuil: temperament uitleggen als volledig genetisch bepaald. Wat is de 9+-correctie?
Correctie: temperament is constitutioneel gebaseerd, maar niet onveranderlijk. Genen, hersensystemen en fysiologie vormen een basis, terwijl opvoeding, stress, cultuur, trauma, ontwikkeling en epigenetische processen de expressie beïnvloeden.
80
New cards
Valkuil: hoge reactiviteit automatisch zien als probleemgedrag. Wat moet je zeggen?
Correctie: hoge reactiviteit is op zichzelf geen stoornis. De uitkomst hangt af van zelfregulatie, goodness-of-fit, steun uit de omgeving en ontwikkelingsfase. Hoge reactiviteit kan risico geven, maar ook gevoeligheid en betrokkenheid betekenen.
81
New cards
Valkuil: reactiviteit en zelfregulatie door elkaar halen. Wat is het verschil?
Correctie: reactiviteit beschrijft de eerste respons op prikkels: latentietijd, opbouwtijd, intensiteit en duur. Zelfregulatie beschrijft hoe die respons wordt bijgestuurd, bijvoorbeeld via aandacht, inhibitie, benadering of terugtrekking.
82
New cards
Valkuil: effortful control reduceren tot alleen inhibitie. Wat ontbreekt dan?
Correctie: effortful control omvat meer dan inhibitoire controle. Het gaat ook om aandacht richten, aandacht verschuiven, perceptuele gevoeligheid en plezier in lage-intensiteitsprikkels. Kern: een dominante reactie remmen en bewust een minder dominante reactie kiezen.
83
New cards
Valkuil: Thomas en Chess alleen noemen als lijst van negen dimensies. Wat maakt het antwoord sterker?
Correctie: benoem naast de negen dimensies ook het “hoe” van gedrag, de typen moeilijk/gemakkelijk/slow-to-warm-up én vooral goodness-of-fit. 9+-nuance: het label “moeilijk” is breed en normatief; problemen liggen vaak in kind-omgevingafstemming.
84
New cards
Valkuil: Kagans gedragsinhibitie gelijkstellen aan Gray’s BIS. Wat is de juiste nuance?
Correctie: Kagans gedragsinhibitie is een kindgericht construct: angstige terughoudendheid tegenover onbekende personen, objecten of situaties. Gray’s BIS is breder en gaat over straf, uitblijven van beloning, conflict en nieuwheid.
85
New cards
Valkuil: SPS/hoogsensitiviteit gelijkstellen aan angst of kwetsbaarheid. Wat is beter?
Correctie: SPS gaat over diepe prikkelverwerking en gevoeligheid voor subtiele signalen. Het kan samengaan met overprikkeling of negatieve affectiviteit, maar kan ook extra ontvankelijkheid voor positieve contexten betekenen.
86
New cards
Valkuil: negatieve affectiviteit als één uniforme risicoroute behandelen. Wat moet je differentiëren?
Correctie: subdimensies hebben verschillende routes. Angst en verdriet hangen vooral samen met internaliserende problemen; boosheid/frustratie kan ook externaliserende problemen voorspellen. Noem dus altijd de specifieke emotie.
87
New cards
Valkuil: surgency alleen als positief zien. Wat is de dubbele betekenis?
Correctie: surgency omvat activiteit, sociabiliteit, benadering en positieve emotionaliteit. Dat kan adaptief zijn, maar bij lage effortful control ook samenhangen met impulsiviteit en externaliserende problemen.
88
New cards
Valkuil: één meetmethode als doorslaggevend bewijs gebruiken. Wat is het 9+-antwoord?
Correctie: sterke conclusies vragen convergentie tussen methoden: ouderrapportage, zelfrapportage, interviews, observatie, laboratoriumtaken en fysiologische metingen. Elke methode heeft eigen voordelen en vertekeningen.
89
New cards
Valkuil: ouderrapportage afwijzen als “subjectief” en laboratoriumobservatie als “objectief waarheid” zien. Wat is genuanceerder?
Correctie: ouderrapportage is rijk en ecologisch waardevol, maar gevoelig voor vertekening. Laboratoriumobservatie is gestandaardiseerd, maar beperkt en gevoelig voor overdrachteffecten. Gebruik beide waar mogelijk aanvullend.
90
New cards
Valkuil: crossculturele verschillen direct interpreteren als echte temperamentverschillen. Wat moet eerst gecontroleerd worden?
Correctie: controleer meetinvariantie, constructvaliditeit en differentieel itemfunctioneren. Een item kan in verschillende culturen een andere betekenis hebben; zonder die controle zijn gemiddelde verschillen moeilijk te interpreteren.
91
New cards
Valkuil: gendergemiddelden deterministisch toepassen op individuen. Wat is de juiste formulering?
Correctie: verschillen zoals gemiddeld meer effortful control bij meisjes of meer surgency bij jongens zijn groepsgemiddelden. Ze zeggen niets deterministisch over individuen. Gender werkt bovendien als moderator via verwachtingen en sociale beoordeling.
92
New cards
Valkuil: de amygdala het “angstcentrum” noemen. Hoe formuleer je dit academischer?
Correctie: de amygdala is betrokken bij emotionele betekenis, nieuwheid, beloning en bedreiging. Specifieke emoties ontstaan uit patronen van verbonden hersengebieden en functionele netwerken, niet uit één geïsoleerd gebied.
93
New cards
Valkuil: één hersengebied of één gen één temperamenttrek laten veroorzaken. Wat is de multilevelcorrectie?
Correctie: temperament ontstaat uit interacties tussen gedrag, hersennetwerken, fysiologie, genen, genexpressie, omgeving, cultuur en ontwikkeling. Genetische effecten zijn vaak klein, contextafhankelijk en lastig te repliceren.
94
New cards
Valkuil: diathese-stress en differentiële ontvankelijkheid verwarren. Wat is het kernverschil?
Correctie: diathese-stress voorspelt vooral verhoogd risico bij negatieve omstandigheden. Differentiële ontvankelijkheid voorspelt twee kanten: slechter functioneren in negatieve contexten én extra profiteren van positieve contexten.
95
New cards
Valkuil: temperament en persoonlijkheid volledig gelijkstellen. Wat is het juiste onderscheid?
Correctie: temperament is de vroege, biologisch beïnvloede kern van persoonlijkheidsontwikkeling. Persoonlijkheid is breder en omvat ook zelfbeeld, attitudes, coping, waarden en betekenisverlening.
96
New cards
Valkuil: homotypische continuïteit als enige vorm van stabiliteit zien. Wat mis je dan?
Correctie: je mist heterotypische continuïteit: hetzelfde onderliggende temperamentproces kan op verschillende leeftijden anders zichtbaar worden. Dit is vooral belangrijk in de vroege ontwikkeling.
97
New cards
Valkuil: temperament pathologiseren. Hoe formuleer je klinisch juist?
Correctie: temperament is geen stoornis. Het beïnvloedt risico, bescherming, relaties, coping en behandelrespons. Klinisch gebruik je temperament voor psycho-educatie, goodness-of-fit, ouderinterventies en terugvalpreventie.
98
New cards
Valkuil: een 9+-antwoord afsluiten zonder nuance. Welke slotzin werkt bijna altijd?
Correctie: “Temperament werkt niet deterministisch, maar via interacties tussen aanleg, reactiviteit, zelfregulatie, omgeving, cultuur en ontwikkeling.” Deze zin laat multileveldenken en contextgevoeligheid zien.
99
New cards
Welke vier kernonderdelen moet je noemen bij Rothbart en Derryberry’s definitie van temperament?
1. Constitutioneel gebaseerd. 2. Individuele verschillen. 3. Reactiviteit in emotionele, motorische en aandachtsgerelateerde systemen. 4. Zelfregulatie die reactiviteit moduleert. 9+-nuance: relatief stabiel en consistent, maar beïnvloedbaar door ervaring, cultuur, stress, trauma en epigenetica.
100
New cards
Welke vier parameters beschrijven reactiviteit?
Latentietijd, opbouwtijd, intensiteit en duur van de respons. Toepassing: bij een kind dat snel, sterk en langdurig huilt, beschrijf je dus niet alleen “veel emotie”, maar de dynamiek van reactiviteit.