1/28
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
1. Wat verstaat Aristoteles onder 'filosofie'? Leg uit aan de hand van de etymologie van het begrip filosofie / wijsbegeerte.
Etymologie: Filosofie is afgeleid van het Griekse philo-sophia, wat "liefde tot de wijsheid" betekent (philein = liefhebben, sophia = wijsheid). Het is geen bezit, maar een verlangen naar wijsheid.
Aristoteles' visie: In zijn Metafysica stelt hij dat filosofie streeft naar kennis van de "eerste beginselen en oorzaken" van de werkelijkheid. Deze kennis wordt omwille van zichzelf nagestreefd (theoretisch).
Dubbele aard: Filosofie is zowel een theoretische activiteit met wijsheid als doel op zich (streven naar waarheid); het doel is eudaimonia (ware gelukzaligheid). En als een praktische levensleer voor de mens (goede leven) en leidraad voor de inrichting van de staat
2. De Griekse filosofie wou in twee opzichten een levenskunst zijn. Leg uit. Waarom betekende dit ook een breuk met het op mythe en verhaaltraditie gebaseerde wereldbeeld van de archaïsche cultuur?
Twee opzichten:
Theoretisch: Filosofie is een intrinsiek betekenisvolle activiteit. Het streven naar waarheid en wijsheid is op zichzelf het hoogste goed voor de ziel en leidt tot eudaimonia.
Praktisch: Filosofie biedt een leidraad voor het goede leven. Ze helpt bij het vormen van morele en politieke oordelen en draagt bij aan een rechtvaardige inrichting van de polis.
Breuk met de mythe (mythos naar logos): De Griekse filosofie brak met de traditionele verhalen over de grillige wil van de goden. In plaats van goddelijke willekeur, zochten filosofen naar rationele, niet bovennatuurlijk beginselen en oorzaken voor de werkelijkheid (natuurfilosofen), morele normen (ethiek) en politieke ordening. De rede (logos) werd het fundament, niet de traditie.
3. De filosofie vormt één van de pijlers van de Westerse cultuur. Leg uit.
De drie pijlers: De Westerse cultuur rust op drie pijlers: Athene (de Griekse filosofie), Rome (het Romeinse recht) en Jeruzalem (de christelijke religie). Ze bepalen de identiteit van Europa: onze cultuur en samenleving zou vandaag niet bestaan zonder deze pijlers
Rol van de filosofie: De filosofie, ontstaan in het oude Griekenland, heeft door haar 2000-jarige geschiedenis een blijvende invloed op hoe wij onszelf, onze samenleving en de zin van ons bestaan begrijpen. Zij heeft in belangrijke mate bijgedragen aan de vorming van de Westerse identiteit en het moderne zelfbegrip.
4. Wat zijn de 4 centrale doelstellingen van deze cursus? Verhelder het verband tussen deze doelstellingen.
Karakterschets: Een portret schetsen van de moderne filosofie aan de hand van markante denkers (Descartes, Hume, Kant, Hegel, Marx) en hun voorlopers (Plato, Aristoteles, Cicero, etc.).
Constitutief karakter: Aantonen dat de moderne filosofie mee bepalend is geweest voor de moderne cultuur waarin wij nu leven.
Crisis van de rede: Inzicht verschaffen in de "crisis van de verlichte rede", de spanningen en problemen die het Verlichtingsdenken oproept.
Hedendaagse relevantie: Via dit filosofische verhaal komen tot een beter begrip van de spirituele, morele en politieke uitdagingen van vandaag.
Verband: De karakterschets (1) laat zien hoe de filosofie de moderne cultuur heeft gevormd (2), wat ons in staat stelt de crisis van de rede (3) te begrijpen, wat essentieel is om onze hedendaagse uitdagingen te duiden en uiteindelijk te beantwoorden (4).
5. Er zijn 2 redenen om de geschiedenis van de moderne filosofie te bespreken beginnend bij Plato en eindigend in de 20ste eeuw. Geef deze redenen en leg uit.
Om de breuk te begrijpen: De breuk moderne filosofie met het premoderne denken die zich ontwikkelde vanaf 17e-eeuwse en verder via de Verlichting kan alleen begrepen worden tegen de achtergrond van wat eraan voorafging (weg van Plato). De reis begint bij Plato om te zien wat er "modern" aan de moderne filosofie (Simone Weil) is dat tegelijk bijdraagt aan de moderne cultuur.
Vanwege de continuïteit: Ondanks de breuk blijft de oorspronkelijke ambitie van de filosofie namelijk een omvattende wetenschap als levensleer doorwerken. De verlichte rede als levensleer. Bij denkers als Simone Weil zien we hoe het verlangen naar waarheid en wijsheid uit de klassieke filosofie blijft voortleven.
6. Wat zijn de 3 'eeuwige' vragen die de filosofie zich stelt en die in elke
Drie eeuwige vragen:
Hoe zit de werkelijkheid in elkaar en wat zijn de eerste beginselen en oorzaken?
Kan de mens deze beginselen en oorzaken kennen? (Vraag naar de mogelijkheid van ware kennis).
Hoe moet de mens leven in het licht van die (verkregen) kennis? (Vraag naar het goede leven).
Verschil met religie:
Filosofie baseert haar antwoorden op een fundamenteel vertrouwen in de rede (logos). Ze streeft naar rationele verantwoording.
Religie baseert haar antwoorden op openbaring, mythe en traditie, op een gezag dat buiten de rede ligt.
7. Wat verstaat Ernest Gellner onder de sferen van ploeg, zwaard, boek? In welke van die sferen hoort de filosofie thuis en waarom?
Ploeg: De sfeer van landbouw en productie, gericht op zelfbehoud en de materiële basis van het leven.
Zwaard: De sfeer van macht, geweld, defensie en politieke organisatie, nodig voor coöperatie en bescherming.
Boek: De sfeer van het verlangen naar kennis, cultuur als een systeem van concepten en ideeën.
Filosofie: Hoort thuis in de sfeer van het boek. Zij is primair een intellectuele zoektocht naar kennis, inzicht en wijsheid via de rede en conceptueel denken.
8. Leg helder uit wat het cruciale verschil is tussen het ideaal van de klassieke rede en dat van de Verlichte rede?
Klassieke rede is gebaseerd op een vertrouwen in de harmonie tussen mens en natuur. De mens kan met zijn rede de kosmische orde doorgronden en zijn leven in overeenstemming daarmee leiden. Kennis is inzicht in deze orde.
Verlichte rede mist dit vertrouwen in een natuurlijke harmonie. De wereld wordt gezien als een mechanisme. De rede is geen instrument om een bestaande orde te begrijpen, maar om de natuur te beheersen, controleren en gebruiken voor menselijke doeleinden. Kennis is macht.
9. Volgens Ernest Gellner en Michel Foucault is er sprake van een breuk tussen de premoderne cultuur en de moderne cultuur waardoor een nieuw rationaliteitsideaal ontstaat. Leg uit.
De breuk (Big Divide / Coupure): In de 17e eeuw vond een fundamentele breuk plaats. Het vertrouwen in de klassieke rede (gebaseerd op harmonie) erodeerde.
Nieuw rationaliteitsideaal: Hieruit ontstond het ideaal van de Verlichte rede. De moderne filosofie richt zich op het vinden van een nieuw, solide fundament voor kennis, gebaseerd op rede, analyse en methode, in plaats van op traditie of harmonie.
Kritisch onbehagen: Hoewel de Verlichte rede triomfen vierde in de wetenschap, ontstond er al snel kritisch onbehagen over haar grenzen en gevolgen (o.a. bij Rousseau en Hume), wat leidde tot de "crisis van de verlichte rede".
10. Wat verstaan we onder 'de crisis van de verlichte rede'? In welke zin kan een filosofische analyse van deze crisis zinvol zijn?
Crisis: De crisis is het tragisch bewustzijn dat de verlichte rede, hoewel ze de wereld steeds beter kan verklaren en beheersen, geen eenduidig richtsnoer meer biedt voor ethiek, levenskunst of maatschappelijke harmonie. Het is een cognitieve triomf maar een morele leegte. (Een Pyrrhusoverwinning).
Zinvolle analyse: Filosofische analyse is zinvol omdat ze inzicht biedt in deze fundamentele spanning van de moderne cultuur. Ze helpt ons te begrijpen waarom de rede, ondanks haar kennis, geen universeel kompas meer biedt. Dit inzicht is relevant voor het duiden van hedendaagse ethische en politieke uitdagingen.
11. Hoe vertaalt zich in de 19de eeuw het tragisch bewustzijn van de verlichte rede?
In de 19e eeuw vertaalt het tragisch bewustzijn zich in een tweespalt in de Westerse filosofie:
Aan de ene kant staan denkers als Hegel, Marx en Comte, die de verlichte rede zien als een triomf van vooruitgang en rationaliteit.
Aan de andere kant staan critici als Schopenhauer en Nietzsche, die het rationaliteitsideaal zelf radicaal in vraag stellen en benadrukken dat het geen zingeving of morele richting kan bieden.
12. Geef chronologisch aan wat de drie grote periodes zijn in de geschiedenis van de mensheid volgens Gellner. Waar situeer je het ontstaan van de filosofie?
Jagers-verzamelaars: De sferen van ploeg, zwaard en boek zijn nog niet duidelijk onderscheiden.
Agrarische samenlevingen (Agraria): Hier ontstaat differentiatie tussen de sferen. De filosofie ontstaat in deze periode, met name tijdens de axiale periode (800-300 v.Chr.).
Industriële samenleving (Industria): Kenmerkt zich door verdere differentiatie en de dominantie van de Verlichte rede.
13. Leg uit: in het tijdperk van de culturen van jagers-verzamelaars was er nog geen onderscheid tussen ploeg, zwaard en boek. Hoe vertaalt zich dit in hun collectieve denken?
Doordat de sferen niet gescheiden waren, was kennis collectief, imaginair en multifocaal. Sociale, praktische en symbolische functies liepen door elkaar.
Het denken was beeldrijk, associatief en metaforisch (Lévi-Strauss' Pensée Sauvage).
Een voorwerp zoals een bizon was tegelijk voedselbron, totemdier en mythisch symbool.
Mythen, rituelen en sociale codes vormden één geïntegreerd systeem dat zin en orde gaf aan het bestaan, zonder onderscheid te maken tussen kennis, religie en praktijk.
14. Wat is volgens Durkheim de rol van rituelen in de eerste vormen van cultuur en samenleving?
Volgens Durkheim hadden rituelen een cruciale rol in de overdracht en verankering van kennis, normen en waarden:
Ze gaven objecten een symbolische betekenis.
Ze hielpen morele codes te interioriseren, waardoor zowel individueel als collectief gedrag werd gedisciplineerd.
Via mythen en festivals legden ze een gedeelde cognitieve en conceptuele orde op aan de groep, wat sociale cohesie en een gedeeld wereldbeeld mogelijk maakte.
15. Wat zegt Marcel Mauss over de noties van het 'ik' of 'zelf' en 'de persoon' in de eerste culturen en samenlevingen? Vergelijk met de betekenis van de noties 'ik', 'zelf' en 'persoon' in de moderne en hedendaagse cultuur.
Vroege culturen: Het concept van een 'ik' als een losstaand, bewust subject bestond niet. Identiteit was volledig ingebed in de groep. Men was de incarnatie van een voorouder of een rol, niet een autonoom individu. Het 'zelf' was sociaal en ritueel gegrond.
Moderne cultuur: Het 'ik' wordt gezien als een autonoom subject, los van de sociale orde. Het zelf wordt ervaren als een innerlijke, substantiële realiteit met eigen keuzes. De identiteit is primair individueel. Mauss toont aan dat het concept van het autonome individu een moderne ontwikkeling is.
16. Geef aan wat de betekenis is van de 'axiale tijd' in het brede tijdperk van Agraria? Hoe kon in dit tijdperk het model van de klassieke rede van de Griekse filosofie ontstaan?
Betekenis: De axiale tijd (800-300 v.Chr.) is de periode waarin in verschillende beschavingen een radicale transformatie plaatsvond. Er ontstonden systematische doctrines en wijsheidsleren die kritisch stonden tegenover tradities en mythen.
Ontstaan van de klassieke rede:
De ontwikkeling van Agraria (landbouw, overschot, arbeidsdeling, steden) en vooral de uitvinding van het schrift maakten het mogelijk om kennis los te maken van ritueel en traditie.
Dit leidde tot een hoogcultuur van geletterden, die kennis konden accumuleren en kritisch bevragen.
De Griekse filosofen konden zo een rationeel en kritisch model ontwikkelen, gebaseerd op abstractie, conceptbepaling en systematische analyse, los van mythische tradities.
17. In welke zin verschilt de idee van een cognitieve doctrine in de Griekse filosofie van die van de oudere culturen van de Babyloniërs en de Egyptenaren?
Babyloniërs en Egyptenaren: Kennis was religieus, multi-focaal en diende praktische en politieke doeleinden (bijv. astronomie voor astrologie en voorspellingen). Kennis was collectief, gebonden aan ritueel en macht, en individueel kritisch denken was beperkt.
Grieken: In de filosofie werd de rede (logos) autonoom en soeverein ten opzichte van religie en politiek. Kennis werd objectief, rationeel en systematisch bestudeerd vanuit immanente beginselen. De Griekse doctrine was kritisch, rationeel en individueel bestudeerbaar, wat de basis legde voor de klassieke rede.
18. De Platoonse codificatie van de rede heeft drie cruciale kenmerken. Geef die beknopt weer en leg uit wat het belang is van deze kenmerken.
Universalisme: Filosofie streeft naar ware, zekere kennis die losstaat van cultuur en traditie.
Belang: Biedt een kritische, universele maatstaf voor waarheid, politiek en moraal.
Systematische methode: De rede volgt een stapsgewijs pad (dialectiek) naar inzicht.
Belang: Zorgt voor gestructureerde, rationele kennisopbouw.
Hiërarchisch kennisideaal: De hoogste kennis (metafysica) is gericht op een transcendente waarheid (de Ideeën).
Belang: Verbindt theoretische kennis met praktische levensleer; biedt basis voor persoonlijk heil en maatschappelijke richtlijnen.
19. De filosofie kon in de Griekse archipel, en meer bepaald in Athene, ontstaan mede dankzij de idee van de democratie. Leg uit en vergelijk met onze idee van democratie.
Filosofie in Athene: De Atheense democratie stimuleerde debat en rationele dialoog in de volksvergadering en rechtbanken. Filosofen zoals Socrates konden als kritische horzel traditionele opvattingen en politieke praktijken ter discussie stellen. Filosofie had een praktische dimensie (ethiek en politiek).
Vergelijking met moderne democratie:
Overeenkomst: Debat en uitwisseling van ideeën zijn nog steeds fundamenteel.
Verschil: Moderne democratie is veel inclusiever (vrouwen, alle burgers) en benadrukt een brede civil society en publieke ruimte. De filosofie blijft een kritische functie vervullen, maar nu tegenover ideologieën en machtsmisbruik in een veel complexere samenleving.
20. In het Christendom wordt de Platoonse codificatie van de rede aangevuld en getransformeerd door het Openbaringsgeloof van het Nieuwe Testament. Leg uit.
Geloof boven rede: Verlossing is niet via de rede, maar via geloof in Christus. Het heil wordt universeel en anti-elitair.
Transformatie van de harmonie: De harmonie van de kosmos is niet statisch, maar een gebroken harmonie. De zondeval en heilsgeschiedenis staan centraal. Het kwaad is een reële breuk in de schepping.
Rede als dienstmaagd: Filosofie blijft waardevol, maar als instrument van het geloof. Rede helpt het geloof te begrijpen en te legitimeren, maar kan het niet vervangen.
21. Plato en Aristoteles gaan uit van een statisch mens- en wereldbeeld, in het Christendom staat een historisch en eschatologisch mens- en wereldbeeld centraal. Leg uit. Waarom kunnen beide visies toch enigszins met elkaar worden verzoend?
Statisch (Plato/Aristoteles): De kosmos is eeuwig, rationeel en harmonisch geordend. Tijd en geschiedenis zijn niet fundamenteel; de waarheid is tijdloos.
Historisch en eschatologisch (Christendom): De wereld is geschapen, heeft een begin (schepping), een breuk (zondeval) en een doel (eindtijd). De geschiedenis is lineair en heeft een heilsbetekenis.
Verzoening: Christelijke denkers behielden de Griekse harmoniegedachte, maar herinterpreteerden deze als de orde van Gods schepping. De rede is geldig om deze geschapen orde te begrijpen, terwijl het geloof de dynamiek van de heilsgeschiedenis openbaart.
22. In het Christendom wordt de harmonie van de Kosmos ook aanzien als 'het werk van God'. Maar de christelijke theologie en filosofie brengt ook een nieuwe idee binnen in dit harmoniedenken. Leg uit.
Het christendom neemt de Griekse harmonie over, maar vult deze in als het werk van een scheppende God. De nieuwe idee is de heilsgeschiedenis:
Door zijn vrije wil kan de mens de goddelijke harmonie verstoren, waardoor het kwaad een reële breuk in de schepping wordt.
De harmonie is dus niet vanzelfsprekend; ze staat onder spanning en wordt pas ten volle hersteld in het vooruitzicht van het heil en de eindtijd.
De kosmos is geen statische orde, maar een dynamisch, lineair proces dat door God wordt geleid.
23. In welke zin verschilt de visie van de Griekse filosofie op het individuele heil van de mens van de christelijke visie?
Griekse filosofie: Het heil is verbonden met de rede. Verlossing komt door filosofische kennis van de ware orde van de kosmos. Dit is een elitair ideaal, alleen weggelegd voor een intellectuele elite die filosofie kan beoefenen.
Christendom: Het heil is gebaseerd op geloof en openbaring, niet op rationele kennis. Het staat open voor alle mensen, ongeacht hun intellectuele vermogen. Het christendom benadrukt dat juist de zwakken, lijdenden en behoeftigen een bevoorrechte plaats innemen.
24. Drie evoluties in de Westerse filosofie en cultuur doet het rationaliteitsideaal van de verlichte rede ontstaan. Wat zijn die evoluties en schets kort hun betekenis.
Renaissance en Humanisme: De aandacht verschuift van God naar de mens. De mens wordt gezien als een vrij en waardig wezen dat zichzelf kan vormen, wat het individualisme en de vraag naar zelfbepaling versterkt.
Reformatie en Contrareformatie: Het gezag van de Kerk wordt onder druk gezet, wat leidt tot twijfel aan religie als universele levensleer en ruimte maakt voor een autonome rede, los van openbaring.
Wetenschappelijke Revolutie: De natuur wordt begrepen als een wetmatig, mathematisch verklaarbaar geheel. De kosmos verliest haar symbolische betekenis en wordt een object van rationeel onderzoek.
25. Leg helder uit wat Ernest Gellner verstaat onder de codificatie van de verlichte rede in de 17de en 18de eeuw.
De codificatie is een fundamentele herordening van wat als geldige kennis geldt:
Doorbraak van de moderne wetenschap: Ware kennis ontstaat door observatie, experiment en wiskundige formulering.
Verandering van wereldbeeld: De werkelijkheid wordt niet meer gezien als een zinvolle kosmos, maar als een geünificeerd, onpersoonlijk mechanisme, een machine van materie en beweging, die zonder verwijzing naar God of doel kan worden verklaard.
Scheiding der domeinen: Er ontstaat een scherpe scheiding tussen de objectieve natuur (wetenschappelijk kenbaar) en de menselijke leefwereld (waarden, passies, cultuur).
26. Wat verstaat Max Weber onder de onttovering van het mens- en wereldbeeld in de cultuur van de Moderniteit? Hoe sluit de idee van zelfbepaling (Blumenberg) van de moderne mens hierbij aan?
Onttovering (Weber): Het proces waarbij de moderne cultuur haar traditionele, religieuze en metafysische verklaringen verliest. Door de verlichte, calculerende rede wordt de wereld steeds meer als rationeel beheersbaar en voorspelbaar gezien. Dit ontneemt de wereld haar zin- en betekenislaag.
Zelfbepaling (Blumenberg): De onttovering is niet louter verlies, maar ook het gevolg van een nieuw zelfbewustzijn. De moderne mens wil zelf meester worden van zijn lot, niet afhankelijk zijn van goddelijke orde. Hij probeert via wetenschap en techniek actief de wereld te beheersen. De mens moet nu zelf zin en richting geven aan zijn bestaan.
27. Waarom is volgens Hume de filosofie als een 'schuilplaats voor de rede'? Hoe helpt ons dit beeld ook de inzet van deze cursus begrijpen?
Schuilplaats voor de rede: Filosofie is voor Hume een toevluchtsoord tegen het geweld van passies, bijgeloof en dogmatisme dat het leven vaak beheerst. Het is een plek van rust, afstand en helderheid, een "kalme zonneschijn van de geest", waar de rede vrij kan functioneren zonder absolute waarheidsclaims.
Inzet van de cursus: Dit beeld helpt de cursus te begrijpen omdat de cursus filosofie niet presenteert als een dogmatisch systeem, maar als een historische reflectie op hoe mensen door de tijd heen met rede en zin zijn omgegaan. Het bestuderen van de geschiedenis van de filosofie is zelf een poging om kritisch, open en zonder fanatisme na te denken over mens, wereld en betekenis.
28. Waarom is volgens Heidegger de filosofie gericht op de studie van de mens als 'levend in de tijd'? Hoe verschilt de benadering van Heidegger van de 'waarheid' van die van de wetenschappen?
Mens als 'levend in de tijd': Heidegger richt zich op het menselijke bestaan (Dasein) omdat het alleen begrepen kan worden in zijn historische en tijdelijke context. De mens interpreteert de wereld vanuit een bestaanssituatie. Filosofie probeert deze ervaring van het Zijn te onthullen (de "Lichtung des Seins").
Verschil met wetenschap:
Wetenschap streeft naar objectieve, universele en toetsbare kennis van feiten.
Heidegger ziet waarheid als een kwetsbaar en historisch "waarheidsgebeuren" dat door de mens moet worden veroverd. Filosofie onthult de betekenis van het menselijk bestaan zelf, terwijl wetenschap de werking van de natuur verklaart.
29. Leg uit: je kunt de geschiedenis van de filosofie bestuderen op twee manieren. Welke manier staan we voor in deze cursus?
Methode 1 (theorieën): Filosofie wordt gezien als een verzameling geïsoleerde theorieën. Men onderzoekt de interne samenhang en 'waarheid' van een systeem, vaak los van de historische context.
Methode 2 (dialoog): Filosofie wordt gezien als een cultuurbepaald vertoog, een bijdrage aan "de conversatie van de mensheid". Elke filosoof is een gesprekspartner in een voortdurende dialoog over een "waarheid om in te leven".
Deze cursus: Kiest voor de tweede benadering. We bestuderen de geschiedenis als een historisch-gecontextualiseerde dialoog die inzicht biedt in hoe mensen door de tijd heen hebben gezocht naar wijsheid en betekenis.