Algemene Psychologie: Vormen van Bewustzijn, Motivatie, Emotie, Denken, Geheugen, Sensatie en Perceptie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/55

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een set flashcards in woordenlijststijl gebaseerd op het lesmateriaal over bewustzijn, motivatie, emotie, denken, intelligentie, geheugen, sensatie en perceptie.

Last updated 8:55 PM on 8/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

56 Terms

1
New cards

Cognitieve neurowetenschap

Een interdisciplinair wetenschapsgebied waarin cognitief psychologen, neurowetenschappers, computerwetenschappers en andere onderzoekers het verband bestuderen tussen mentale processen en de hersenen.

2
New cards

Bewustzijn

Het proces waarmee de hersenen een mentaal model creëren van onze ervaringen.

3
New cards

Seriële verwerking

Een werkwijze in informatieverwerking waarbij slechts één ding tegelijkertijd en achtereenvolgens verwerkt kan worden.

4
New cards

Parallelle verwerking

Een werkwijze waarbij twee of meer informatieverwerkingsactiviteiten tegelijkertijd plaatsvinden.

5
New cards

Voorbewuste

Volgens Freud het speciale onbewuste opslagruimtegedeelte voor informatie die momenteel niet in het bewustzijn is, maar wel direct beschikbaar is.

6
New cards

Priming

Een techniek waarmee impliciete herinneringen worden voorzien van een label dat het terughalen stimuleert zonder dat de persoon zich bewust is van het verband.

7
New cards

Circadiaanse ritmes

Fysiologische patronen die zich ongeveer elke 24 uur herhalen, zoals de menselijke slaap-waakcyclus.

8
New cards

REM-slaap

Een slaapperiode die ongeveer elke 90 minuten terugkeert en wordt gekenmerkt door snelle oogbewegingen (Rapid Eye Movements) onder gesloten oogleden en intense droomactiviteit.

9
New cards

Hypnose

Een opzettelijk veranderde bewustzijnstoestand die gekenmerkt wordt door een toegenomen beïnvloedbaarheid (suggestibiliteit) en meestal een diepe ontspanning.

10
New cards

Psychoactief middel

Een chemische stof die mentale processen en gedrag beïnvloedt doordat het een specifiek effect heeft op het zenuwstelsel.

11
New cards

Motivatie

Alle processen met betrekking tot het voelen van een behoefte of verlangen, het activeren, selecteren, sturen en volhouden van gericht gedrag, en het reduceren van de behoeftesensatie.

12
New cards

Extrinsieke motivatie

Het verlangen om een activiteit uit te voeren omwille van een externe consequentie, zoals een beloning of het vermijden van straf.

13
New cards

Intrinsieke motivatie

De motivatie om een bepaalde activiteit uit te voeren omdat deze op zichzelf als een beloning aanvoelt.

14
New cards

Overrechtvaardiging

Het proces waarbij een extrinsieke beloning een al bestaande interne/intrinsieke motivatie verdringt.

15
New cards

Flow

Een intense staat van concentratie tijdens een activiteit waarin iemand extreem geïnteresseerd is, gepaard gaande met het vervagen van het gevoel voor tijd en omgeving.

16
New cards

Gefixeerd actiepatroon

Een genetisch bepaald en niet-aangeleerd gedragspatroon dat bij alle individuen van een soort voorkomt als reactie op een identificeerbare stimulus.

17
New cards

Drijfveertheorie

Een motivatietheorie die stelt dat een biologische behoefte een toestand van energie of spanning (drijfveer) veroorzaakt die het organisme beweegt tot bevrediging om de homeostase te herstellen.

18
New cards

Homeostase

Het biologische evenwicht binnen een organisme en het vermogen van het lichaam om deze interne toestand te handhaven.

19
New cards

Zelfdeterminatietheorie (ZDT)

Een theorie die stelt dat mensen van nature hun omgeving vormgeven ten behoeve van groei en integratie, mits voldaan is aan de basisbehoeften autonomie, competentie en verbondenheid.

20
New cards

Emotie

Een viervoudig proces bestaande uit fysiologische arousal, cognitieve interpretatie, subjectieve gevoelens en gedragsmatige expressie.

21
New cards

Uitingsregels

Aangeleerde culturele voorschriften over de manier waarop bepaalde emoties in een specifieke samenleving of groep getoond mogen worden.

22
New cards

Theorie van James-Lange

Een emotietheorie die stelt dat elke specifieke emotie het directe gevolg is van en correspondeert met een afzonderlijk patroon van fysiologische arousal.

23
New cards

Tweefactortheorie van Schachter

Een emotietheorie die stelt dat emoties ontstaan uit een combinatie van fysiologische arousal en een daaropvolgende cognitieve interpretatie of label.

24
New cards

Denken

Het cognitieve proces dat verantwoordelijk is voor het vormen van nieuwe mentale representaties door beschikbare informatie te manipuleren.

25
New cards

Concept

Een mentale representatie van een categorie van items, voorwerpen of ideeën die gemeenschappelijke kenmerken delen.

26
New cards

Script

Een specifiek type schema dat een cluster van informatie bevat over de verwachte reeks gebeurtenissen en handelingen in een bepaalde situatie.

27
New cards

Divergent denken

Een denkproces gericht op het overwegen en genereren van alle mogelijke opties en oplossingen voordat een specifieke keuze wordt gemaakt.

28
New cards

Algoritme

Een stapsgewijze procedure of formule die bij correcte uitvoering gegarandeerd tot een juiste oplossing leidt.

29
New cards

Heuristiek

Een informele vuistregel of denkstrategie die gebruikt wordt om snel en efficiënt problemen op te lossen of beslissingen te nemen.

30
New cards

Mental set

De neiging om een probleem te benaderen op een specifieke manier die in het verleden reeds succesvol is gebleken.

31
New cards

Functionele gefixeerdheid

Een vorm van mental set waarbij men niet in staat is om een object te zien als geschikt voor andere functies dan de gebruikelijke standaardfunctie.

32
New cards

Confirmation bias

De neiging om informatie te zoeken, te herinneren en te interpreteren op een wijze die de eigen reeds bestaande overtuigingen bevestigt.

33
New cards

Anchoring bias

Een denkfout waarbij beslissingen of schattingen onevenredig sterk beïnvloed worden door de eerste informatie die men hierover ontvangt.

34
New cards

g-factor

De algemene intelligentiefactor die volgens Spearman aan de basis ligt van alle specifieke mentale en intellectuele prestaties.

35
New cards

Gekristalliseerde intelligentie

De kennis die een persoon in de loop van het leven heeft verworven plus de vaardigheid om effectief toegang te krijgen tot die kennis.

36
New cards

Vloeibare intelligentie

De vaardigheid om complexe relaties waar te nemen en nieuwe of abstracte problemen op te lossen.

37
New cards

Erfelijkheidsratio

De mate waarin de variatie van een bepaalde eigenschap binnen een specifieke groep toegeschreven kan worden aan genetische verschillen.

38
New cards

Sensorisch geheugen

Het eerste geheugenstadium waarin zintuiglijke indrukken korte tijd (van een kwart seconde tot enkele seconden) worden bewaard.

39
New cards

Werkgeheugen

Het tweede geheugenstadium waarin informatie bewust verwerkt en gedurende ongeveer 20 seconden vastgehouden kan worden.

40
New cards

Chunking

Het proces van het groeperen van losse feiten of items tot grotere, betekenisvolle eenheden om de capaciteit van het werkgeheugen optimaal te benutten.

41
New cards

Procedureel geheugen

Het onderdeel van het langetermijngeheugen waarin motorische vaardigheden en gedragsprocedures ('weten hoe') onbewust opgeslagen liggen.

42
New cards

Declaratief geheugen

Het onderdeel van het langetermijngeheugen waarin feiten, persoonlijke gebeurtenissen en algemene kennis ('weten dat') expliciet opgeslagen liggen.

43
New cards

Consolidatie

Het proces waarin kortetermijnherinneringen door tussenkomst van de hippocampus worden omgezet in duurzame langetermijnherinneringen.

44
New cards

Specificiteit van codering

Het principe dat het terughalen van informatie succesvoller is wanneer de aanwezige herinneringscues overeenkomen met de cues die aanwezig waren bij de codering.

45
New cards

Vergeetcurve van Ebbinghaus

Een grafiek die aantoont dat het vergeten van nieuw geleerde informatie in het begin heel snel verloopt en vervolgens geleidelijk afvlakt.

46
New cards

Sensatie

Het vroege stadium van informatieverwerking waarin de zintuigreceptoren een fysieke stimulus omzetten in een patroon van neurale impulsen.

47
New cards

Perceptie

Het proces van het toekennen van betekenis en interpretatie aan een ontvangen patroon van sensorische impulsen.

48
New cards

Transductie

Het proces waarbij zintuiglijke receptoren fysieke energie omzetten in elektrochemische neurale signalen.

49
New cards

Sensorische adaptatie

Het fenomeen waarbij zintuiglijke receptorcellen minder gevoelig worden wanneer een stimulus gedurende langere tijd onveranderd blijft.

50
New cards

Absolute drempel

De minimale hoeveelheid stimulatie die vereist is om een specifieke stimulus überhaupt te kunnen opmerken.

51
New cards

Verschildrempel

Het kleinst waarneembare verschil tussen twee stimuli dat een persoon betrouwbaar als een verandering kan opmerken.

52
New cards

Proprioceptie

Het zintuiglijke vermogen om de positie en bewegingen van de eigen lichaamsdelen ten opzichte van elkaar waar te nemen via receptoren in gewrichten, spieren en pezen.

53
New cards

Bottom-upverwerking

Perceptuele analyse die gestuurd wordt door de feitelijke kenmerken van de binnenkomende stimulus (stimulusgedreven verwerking).

54
New cards

Top-downverwerking

Perceptuele analyse waarbij de waarneming primair gestuurd wordt door verwachtingen, kennis, geheugen en concepten (conceptueel gedreven verwerking).

55
New cards

Perceptuele blindheid

Een waarnemingsfout waarbij een fysiek aanwezige stimulus niet opgemerkt wordt doordat de aandacht op iets anders is gericht.

56
New cards

Wet van Prägnanz

Het fundamentele Gestaltprincipe dat stelt dat de menselijke geest de voorkeur geeft aan de eenvoudigste, meest stabiele en gestructureerde perceptuele organisatie.