Kaarten: Mondeling WIT 2 | Quizlet

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/57

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 2:54 PM on 6/11/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

58 Terms

1
New cards

Welke vier niveaus kunnen in groepen onderscheiden worden?

Inhoudsniveau, procedureniveau, interactieniveau en bestaansniveau.

2
New cards

Welke niveaus behoren tot het taakniveau?

Inhoudsniveau en procedureniveau.

3
New cards

Welke niveaus behoren tot het procesniveau?

Interactieniveau en bestaansniveau.

4
New cards

Waarover gaat het inhoudsniveau?

Over het werk aan de taak en de doelstellingen.

5
New cards

Waarop ligt de nadruk bij het inhoudsniveau?

Op waarover gesproken wordt en welke beslissingen genomen worden.

6
New cards

Geef voorbeelden van het inhoudsniveau.

Lesinhoud, gespreksinhoud, problemen, doelen en besluiten.

7
New cards

Wanneer kan een groep vastlopen op inhoudsniveau?

Bij onvoldoende informatie, onduidelijke doelen of gebrek aan overeenstemming.

8
New cards

Welke interventies kan een begeleider uitvoeren op inhoudsniveau?

Informatie geven, verduidelijken, samenvatten, verbanden leggen en doelstellingen herformuleren.

9
New cards

Waarover gaat het procedureniveau?

Over de manier waarop de groep aan de taak werkt.

10
New cards

Wat is het verschil tussen inhoudsniveau en procedureniveau?

Inhoudsniveau gaat over wat er gebeurt, procedureniveau over hoe het gebeurt.

11
New cards

Welke vragen kan men stellen bij storingen op procedureniveau?

Of de werkwijze geschikt is, de agenda duidelijk is en de verantwoordelijkheden vastliggen.

12
New cards

Wat is een gevolg van te veel storingen op procedureniveau?

Verminderde productiviteit en frustratie.

13
New cards

Welke interventies behoren tot het procedureniveau?

Structuur bieden, werkvormen kiezen, agenda opstellen en afspraken maken.

14
New cards

Welke voorbeelden horen bij structuur op procedureniveau?

Werktijden, frequentie van samenkomsten en tijdsbewaking.

15
New cards

Welke werkvormen kunnen gebruikt worden?

Groepsdiscussie, kringgesprek, rollenspel, leesopdracht en brainstorm.

16
New cards

Welke elementen behoren nog tot het procedureniveau?

Besluitvorming, planning en operationalisering van doelen.

17
New cards

Welke omgangsregels behoren tot het procedureniveau?

Luisteren, vertrouwelijkheid, participatie en omgaan met emoties.

18
New cards

Wat zijn onzichtbare interventies?

Voorwaardenscheppende interventies die nauwelijks opvallen.

19
New cards

Geef voorbeelden van onzichtbare interventies.

Een geschikt lokaal kiezen, hulpmiddelen voorzien en gastsprekers uitnodigen.

20
New cards

Waarover gaat het interactieniveau?

Over alles wat zich tussen groepsleden afspeelt.

21
New cards

Welke processen behoren tot het interactieniveau?

Communicatie, leiderschap, participatie, cohesie, macht, normen en groepsontwikkeling.

22
New cards

Waarom vormt het interactieniveau de kern van de groepsdynamica?

Omdat het focust op de onderlinge relaties tussen groepsleden.

23
New cards

Hoe kan een begeleider een goede kennismaking bevorderen?

Door een persoonlijke begroeting en een rustige start.

24
New cards

Waarom zijn non-verbale signalen belangrijk?

Omdat ze informatie geven over onderlinge relaties.

25
New cards

Waarom worden subgroepjes gebruikt?

Om de participatie van alle groepsleden te verhogen.

26
New cards

Hoe kan een begeleider veiligheid en vertrouwen bevorderen?

Door positieve bekrachtiging en verschillen toe te laten.

27
New cards

Hoe stimuleert een begeleider open communicatie?

Door groepsleden rechtstreeks op elkaar te laten reageren.

28
New cards

Waarom zijn evaluatiemomenten belangrijk?

Om terug te blikken op het functioneren van de groep.

29
New cards

Wat kunnen subgroepen aangeven?

Dat behoeften van groepsleden onvoldoende vervuld worden.

30
New cards

Wat is procesmatige reflectie?

De begeleider benoemt wat hij waarneemt in de groep.

31
New cards

Geef een voorbeeld van procesmatige reflectie.

"Ik krijg de indruk dat het tijd is voor een pauze."

32
New cards

Waarom worden verborgen thema's bespreekbaar gemaakt?

Om spanningen en onderliggende problemen zichtbaar te maken.

33
New cards

Waarover gaat het bestaansniveau?

Over individuele processen binnen groepsleden.

34
New cards

Welke behoeften staan centraal op het bestaansniveau?

Veiligheid, erbij horen, respect, erkenning, zelfverwezenlijking en zingeving.

35
New cards

Waarom zijn groepen belangrijk voor identiteit?

Omdat mensen erkenning nodig hebben van anderen.

36
New cards

Welke drie vormen van erkenning bestaan er?

Erkenning dat je er bent, erkenning voor wat je kunt en erkenning voor wie je bent.

37
New cards

Wat betekent erkenning dat je er bent?

Het gevoel erbij te horen en serieus genomen te worden.

38
New cards

Wat betekent erkenning voor wat je kunt?

Het gevoel competent te zijn.

39
New cards

Wat betekent erkenning voor wie je bent?

Gewaardeerd worden als persoon.

40
New cards

Wat kan een gevolg zijn van begrip en erkenning?

Meer zelfacceptatie.

41
New cards

Wat kan een probleem op bestaansniveau veroorzaken?

Een onpersoonlijk klimaat en een stroeve sfeer.

42
New cards

Welke interventies horen bij acceptatie?

Gehoord worden, erkenning geven en een niet-veroordelende houding aannemen.

43
New cards

Welke interventies horen bij feedback en confrontatie?

Feedback geven, confronteren en zelfinzicht stimuleren.

44
New cards

Welke persoonsgerichte interventies bestaan er?

Persoonlijke ervaringen bespreken en gevoelens benoemen.

45
New cards

Wat betekent openheid van de begeleider?

Authentiek zijn en open communiceren.

46
New cards

Wat betekent experimenteerzin?

Fouten mogen maken en nieuw gedrag uitproberen.

47
New cards

Welke voorbeeldfunctie heeft de begeleider?

Enthousiasme, empathie en respect tonen.

48
New cards

Wat is een beschermingsinterventie?

Een groepslid beschermen tegen te veel kritiek of groepsdruk.

49
New cards

Van welke factoren hangt de zichtbaarheid van de vier niveaus af?

Van het type groep en de fase waarin de groep zich bevindt.

50
New cards

Wat is het inhoudsniveau samengevat?

Het werk aan de taak en de doelstellingen.

51
New cards

Wat is het procedureniveau samengevat?

Hoe de groep aan de taak werkt.

52
New cards

Wat is het interactieniveau samengevat?

De onderlinge relaties tussen groepsleden.

53
New cards

Wat is het bestaansniveau samengevat?

De individuele processen van groepsleden.

54
New cards

Wat behoort tot de taakkant bij het opstarten van een groep?

Doelgroep, doelen, werkwijze, taak van de leden, vormgeving en evaluatie.

55
New cards

Wat behoort tot de proceskant bij het opstarten van een groep? Cohesie, relatiepatronen, ontwikkelingsfasen, normen, rollen en beëindigingsprocessen.

56
New cards

Wat is het contextniveau?

Het niveau waarop maatschappelijke invloeden op persoonlijke problemen zichtbaar worden.

57
New cards

Wat is biografisch werken?

Werken met de levensgeschiedenis van groepsleden.

58
New cards

Waaraan werkt de groep op contextniveau?

Inzicht verwerven en mensen in beweging brengen.