1/12
Deze flashcards helpen bij het begrijpen van de belangrijkste termen en concepten met betrekking tot de waardering van obligaties, zoals besproken in de les.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Obligatie
Een grote lening die een onderneming of overheid uitgeeft bij het publiek.
Couponrente
Het percentage van de hoofdsom dat jaarlijks aan investeerders wordt betaald in de vorm van rente.
Discontovoet
Het rendement dat een investeerder verwacht op een obligatie, gebruikt om toekomstige cashflows te verdisconteren.
Yield to Maturity (YTM)
Het verwachte rendement dat een belegger ontvangt als de obligatie tot de vervaldag wordt aangehouden.
Face value
De nominale waarde van de obligatie die terugbetaald wordt aan de belegger op de vervaldatum.
Inflatie
De stijging van consumptieprijzen die de waarde van geld vermindert.
Reële rente
Het rendement op een financieel instrument zonder rekening te houden met inflatie.
Nominale rente
Het rendement op een financieel instrument met inachtneming van inflatie.
Rendementscurve
Een grafiek die het rendement (YTM) toont voor obligaties met verschillende looptijden.
Risicopremie
Het extra rendement dat beleggers verlangen als compensatie voor het risico van het investeren in obligaties.
Vraag en aanbod
De economische principes die van invloed zijn op de prijs van obligaties.
Halve jaarlijkse couponbetalingen
Couponbetalingen die elke zes maanden worden gedaan in plaats van jaarlijks.
Rentevoetrisico
De kans dat de waarde van een obligatie daalt door stijgende rentetarieven.