1/29
Flashcards gebaseerd op de colleges over celmetabolisme, immuniteit, elektromagnetisme, celcyclus en menselijke voortplanting.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Celmetabolisme
De verzameling van alle chemische reacties die in een cel plaatsvinden om te kunnen leven, zoals groei, herstel en transport.
Fotoautotroof
Organismen zoals planten die zelf glucose en energie kunnen maken met behulp van zonlicht via fotosynthese.
Fotosynthese
Het proces in chloroplasten waarbij lichtenergie gebruikt wordt voor de reactie: 6CO2+6H2O→C6H12O6+6O2.
ATP (Adenosinetrifosfaat)
De energiedrager van de cel die bestaat uit adenine, ribose en drie fosfaatgroepen; energie komt vrij wanneer één fosfaatgroep wordt afgesplitst naar ADP.
Celademhaling
Het proces waarbij glucose wordt afgebroken om energie (ATP) vrij te maken, voornamelijk in de mitochondriën: C6H12O6+6O2→6CO2+6H2O+energie.
Glycolyse
De eerste stap van de celademhaling in het cytoplasma waarbij glucose wordt afgebroken tot 2 moleculen pyrodruivenzuur en 2 ATP levert.
Anaerobe celademhaling
De afbraak van glucose zonder zuurstof, resulterend in gisting (melkzuur of alcohol) en slechts 2 ATP.
Xyleem (Houtvaten)
Dode buisvormige cellen in planten die water en mineralen transporteren van de wortel naar de bladeren.
Floëem (Zeefvaten)
Levende cellen in planten die glucose en andere suikers transporteren van het blad naar de rest van de plant.
Celdifferentiatie
Het proces waarbij identieke cellen uit een zygote zich specialiseren in vorm en functie, zoals spiercellen of zenuwcellen.
Stamcellen
Niet-gedifferentieerde cellen die de mogelijkheid hebben om te delen en te differentiëren tot gespecialiseerde celtypes.
Epitheelcellen
Cellen die de binnen- en buitenkant van het lichaam bekleden en beschermen tegen bacteriën en virussen.
Neuron
Een zenuwcel gespecialiseerd in het geleiden van elektrische impulsen, bestaande uit een cellichaam, dendrieten en een axon.
Niet-specifieke immuniteit
De aangeboren, snelle afweer die altijd werkt en zich richt op alle ziekteverwekkers zonder onderscheid.
Specifieke immuniteit
De verworven afweer die gericht is tegen één specifiek antigeen en geheugencellen vormt voor snellere reacties in de toekomst.
Antigenen
Lichaamsvreemde moleculen op het oppervlak van pathogenen die een immuunreactie uitlokken.
Cytokinen
Signaalstoffen in het immuunsysteem die witte bloedcellen oproepen en bloedvaten doorlaatbaarder maken bij een ontsteking.
Fagocytose
Het proces waarbij cellen zoals macrofagen ziekteverwekkers opeten en vernietigen.
T-helpercellen
Lymfocyten die antigenen herkennen en andere afweercellen, zoals B-cellen en cytotoxische T-cellen, activeren.
Elementaire lading (e)
De kleinste ondeelbare ladingseenheid, gelijk aan 1,60×10−19C.
Tribo-elektrisch effect
De overdracht van elektronen tussen twee materialen die over elkaar wrijven, waardoor ze elektrisch geladen worden.
Wet van Coulomb
De formule die de elektrische kracht (Fc) tussen twee ladingen berekent: Fc=k⋅r2∣q1∣⋅∣q2∣.
Elektrische influentie (inductie)
Het verschuiven van ladingen in een neutraal voorwerp door een geladen voorwerp in de buurt te brengen, zonder direct contact.
DNA-polymerase
Het enzym dat nieuwe nucleotiden toevoegt volgens complementaire basenparing tijdens de DNA-replicatie.
Helicase
Het enzym dat de waterstofbruggen tussen basen verbreekt om de dubbele helix te openen voor replicatie.
Interfase
De fase in de celcyclus (G1,S,G2) waarin de cel groeit, organellen aanmaakt en het DNA verdubbelt.
Mitose
Celdeling waarbij één moedercel zich splitst in twee genetisch identieke dochtercellen (2n→2n).
Meiose
Een speciale celdeling die vier genetisch verschillende haploïde dochtercellen (gameten) vormt uit één diploïde moedercel.
Blastocyst
Het stadium van het embryo na ongeveer 6 à 7 dagen dat zich nestelt in het baarmoederslijmvlies.
Placenta
Het orgaan dat zorgt voor de uitwisseling van voedingsstoffen en zuurstof tussen moeder en foetus zonder dat het bloed direct mengt.