Untitled Flashcards Set

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/22

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

23 Terms

1
New cards
Wat is een eenparige beweging?
Een beweging waarbij de snelheid constant blijft.
2
New cards
Wat is een versnelde beweging?
Een beweging waarbij de snelheid toeneemt.
3
New cards
Wat is een vertraagde beweging?
Een beweging waarbij de snelheid afneemt.
4
New cards
Wat is rolwrijving?
De weerstand die ontstaat als een wiel over een oppervlak rolt.
5
New cards
Wat is aquaplaning?
Wanneer een voertuig de grip verliest doordat er een laagje water tussen de banden en de weg zit.
6
New cards
Waarom heeft een band met een goed profiel meer grip op een nat wegdek?
Het profiel zorgt ervoor dat water beter afgevoerd wordt, waardoor de band meer contact met de weg heeft.
7
New cards
Wat is de wet van de traagheid?
Een voorwerp blijft in dezelfde bewegingstoestand (stilstand of constante snelheid) tenzij er een kracht op werkt.
8
New cards
Waarom schiet een crash test dummy naar voren bij een botsing?
Door de wet van de traagheid wil de dummy zijn oorspronkelijke snelheid behouden.
9
New cards
Waarom is de kracht op een pop in auto B kleiner bij een crash?
Auto B heeft een langere remweg door kreukelzones, waardoor de krachten geleidelijker worden verdeeld.
10
New cards
Waarom blijft servies op tafel staan als je een tafelkleed snel wegtrekt?
Door de wet van de traagheid blijft het servies op dezelfde plek zolang er weinig wrijving is.
11
New cards
Hoe moeten hoofdsteunen worden afgesteld?
Op hoofdhoogte, zodat het hoofd goed wordt opgevangen bij een botsing.
12
New cards
Waarom schiet een autogordel eerst een paar cm naar voren voordat hij vastklemt?
Dit vermindert de kracht op de inzittende door de impact geleidelijk op te vangen.
13
New cards
Noem twee voorbeelden van aandrijfkrachten.
Motorvermogen en spierkracht bij fietsen.
14
New cards
Noem twee voorbeelden van remkrachten.
Wrijvingskracht en luchtweerstand.
15
New cards
Welke vrachtwagen heeft een langere remweg: een lege of een geladen?
Een geladen vrachtwagen, omdat hij meer massa heeft en daardoor meer kracht nodig is om te remmen.
16
New cards
Waarom heeft Tante Truus een langere remweg dan Ome Tijs?
Slechtere banden, minder goede remmen, of een andere wegdekconditie.
17
New cards
Noem 2 andere veiligheidsmaatregelen naast kreukelzones.
Airbags en veiligheidsgordels.
18
New cards
Wat is de formule voor reactieafstand?
Reactieafstand = snelheid (m/s) Ă— reactietijd (s)
19
New cards
Wat is de formule voor stopafstand?
Stopafstand = reactieafstand + remweg.
20
New cards
Hoe bereken je de zwaartekracht (Fz) op een voorwerp?
Fz = m × g (massa × 9,8 m/s²).
21
New cards
Hoe bereken je gemiddelde snelheid?
Gemiddelde snelheid = afstand / tijd.
22
New cards
Hoe reken je km/h om naar m/s?
Delen door 3,6 (bijv. 36 km/h = 10 m/s).
23
New cards
Hoe reken je m/s om naar km/h?
Vermenigvuldigen met 3,6 (bijv. 10 m/s = 36 km/h).