Economische Begrippen - Thema 1 Economisch Denken

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/33

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een complete verzameling flitskaarten met alle economische begrippen en hun definities uit het overzicht van Thema 1 Economisch Denken.

Last updated 5:05 PM on 9/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

34 Terms

1
New cards

productiefactoren

De middelen die ondernemingen inzetten om te kunnen produceren: arbeid, kapitaal, natuur en ondernemerschap.

2
New cards

productstromen

De pijlen uit de economische kringloop die aanduiden dat er goederen of productiefactoren van de ene economische actor naar de andere overgaan.

3
New cards

schaarste

De spanning die ontstaat tussen het oneindige aantal behoeften en het beperkte beschikbare inkomen.

4
New cards

secundaire behoeften

Behoeften die niet levensnoodzakelijk zijn, maar wel belangrijk om je goed te voelen, zoals sport en sociaal contact.

5
New cards

tertiaire behoeften

Behoeften die tonen dat je een zekere status of rijkdom hebt bereikt en je jezelf wat extra kunt veroorloven.

6
New cards

uitsluitbaarheid

De mate waarin mensen tegelijk van goederen gebruik kunnen maken.

7
New cards

verbruiksgoederen

Goederen of diensten die verdwijnen of verminderen bij gebruik.

8
New cards

vlottende investeringsgoederen

Goederen en diensten die ondernemingen binnen het jaar verbruiken.

9
New cards

vrije goederen

Goederen en diensten die gratis en in overvloed aanwezig zijn en dus niet schaars zijn.

10
New cards

welvaart

De mate waarin mensen in hun behoeften kunnen voorzien.

11
New cards

welzijn

De mate waarin mensen zich goed voelen.

12
New cards

arbeid

Productiefactor die het werk omvat dat mensen verrichten om iets te kunnen produceren.

13
New cards

behoeften

Iets wat mensen willen of nodig hebben.

14
New cards

collectieve behoeften

Behoeften die worden gedeeld door een grote groep mensen en waarvoor de overheid inspanningen moet leveren om ze te vervullen.

15
New cards

collectieve goederen

Goederen en diensten die worden gebruikt om collectieve behoeften te vervullen, die iedereen kan gebruiken en vaak via de overheid worden aangeboden.

16
New cards

consumptiegoederen

Goederen en diensten die de behoeften van gezinnen vervullen.

17
New cards

economie

De wetenschap die onderzoekt hoe de samenleving haar oneindige behoeften tracht te vervullen met behulp van schaarse middelen.

18
New cards

economische actoren

De individuen en organisaties die deelnemen aan het economische systeem, zoals gezinnen en ondernemingen.

19
New cards

economische goederen

Goederen en diensten die beperkt aanwezig zijn en waarvoor moet worden betaald (schaarse goederen).

20
New cards

economische kringloop

Een schematische voorstelling van de werking van de economie als systeem die de relaties tussen verschillende economische actoren voorstelt.

21
New cards

gebruiksgoederen

Goederen die telkens opnieuw kunnen worden gebruikt.

22
New cards

geldstromen

De pijlen uit de economische kringloop die aanduiden dat er geld van de ene economische actor naar de andere overgaat.

23
New cards

individuele behoeften

Behoeften die afhankelijk zijn van persoon tot persoon en vervuld kunnen worden door inspanningen van de persoon of het gezin.

24
New cards

individuele goederen

Goederen en diensten die worden gebruikt om individuele behoeften te vervullen, geproduceerd door private ondernemingen, die niet door iedereen tegelijk gebruikt kunnen worden.

25
New cards

investeringsgoederen

Goederen en diensten die ondernemingen kopen en vervolgens gebruiken voor de productie van andere goederen.

26
New cards

kapitaal

Productiefactor die alle aangekochte kapitaalgoederen omvat voor gebruik in de onderneming.

27
New cards

kapitaalgoederen

Goederen die ondernemingen meerdere jaren gebruiken.

28
New cards

macro-economie

Het onderdeel van de economische wetenschap dat de economie als een geheel bestudeert.

29
New cards

materiële behoeften (economische behoeften)

Behoeften waarvoor je geld nodig hebt om ze te vervullen.

30
New cards

micro-economie

Het onderdeel van de economische wetenschap dat het gedrag van de individuele economische actoren bestudeert.

31
New cards

natuur

Productiefactor die alle natuurlijke rijkdommen omvat die de onderneming gebruikt voor de productie.

32
New cards

niet-materiële behoeften (niet-economische behoeften)

Behoeften die niet altijd kunnen worden vervuld met geld en waarbij het eerder gaat om gevoelens.

33
New cards

ondernemerschap

De beslissingen die de ondernemer neemt over het inzetten van de andere productiefactoren om de productie te beïnvloeden.

34
New cards

primaire behoeften (basisbehoeften)

Behoeften die noodzakelijk zijn voor de mens om te overleven, zoals voedsel, kleding en onderdak.