Nederlessen Les 1 Huiswerk - Vocabulary Overview

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards bevatten de kernwoordenschat, voorzetsels en voegwoorden uit de eerste les van Predrag, gericht op spreekvertrouwen en dagelijkse situaties.

Last updated 9:13 PM on 5/29/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

21 Terms

1
New cards

ONZEKER

Een gevoel van gebrek aan zelfvertrouwen, vaak voorkomend bij het spreken van een nieuwe taal.

2
New cards

DURVEN

De moed hebben om iets te doen, zoals Nederlands praten in een supermarkt of café.

3
New cards

VOORAL

Grootste gedeelte of met name; bijvoorbeeld 'vooral beter worden in bepaalde situaties'.

4
New cards

MEESTAL

In de meeste gevallen of vaker wel dan niet.

5
New cards

SOMMIGE

Een onbepaald aantal, niet alle.

6
New cards

IEDEREEN

Alle mensen zonder uitzondering.

7
New cards

VERRASSING

Iets wat onverwacht gebeurt, zoals een drukke vrijdag.

8
New cards

WOORDEN

De individuele bouwstenen van taal; meervoud van woord.

9
New cards

WORDEN

Een proces van verandering van staat, zoals 'zelfverzekerder worden'.

10
New cards

IN (tijd)

Voorzetsel gebruikt bij maanden, jaren en seizoenen (bijv. in januari, in 2024).

11
New cards

OP (tijd)

Voorzetsel gebruikt bij dagen (bijv. op maandag, op 12 mei).

12
New cards

OM (tijd)

Voorzetsel gebruikt bij uren en specifieke tijdstippen (bijv. om 9 uur).

13
New cards

OMDAT

Voegwoord dat een reden aangeeft; belangrijk om antwoorden langer te maken.

14
New cards

MAAR

Voegwoord dat een tegenstelling of contrast aangeeft.

15
New cards

DUS

Voegwoord dat een conclusie of gevolg aangeeft.

16
New cards

ALS / WANNEER

Voegwoorden die gebruikt worden om een specifieke situatie uit te leggen.

17
New cards

TERWIJL

Voegwoord dat aangeeft dat twee acties gelijktijdig plaatsvinden.

18
New cards

BIJPRATEN

Het bespreken van de laatste nieuwtjes of ontwikkelingen met collega's.

19
New cards

VERGADERING

Een formele bijeenkomst van mensen (synoniem voor meeting).

20
New cards

IK LOOP EVEN VAST

Een reparatiezin die gebruikt wordt als je blokkeert tijdens het spreken.

21
New cards

ALLE / ALLEMAAL

Woorden die alles of iedereen aanduiden; bijv. 'alle mensen' of 'dank jullie allemaal'.