HC 3 De huid en wondheling

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/76

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 9:30 AM on 8/23/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

77 Terms

1
New cards

Wat is de epidermis?

De epidermis is de opperhuid en bestaat uit meerlagig plaveiselepitheel. De keratinocyt is de belangrijkste cel

2
New cards

Is de epidermis doorbloed?

Nee. De epidermis is avasculair. De dermis bevat wel bloedvaten en voorziet de epidermis via diffusie.

3
New cards

Hoe dik is de epidermis?

De dikke huid van handpalmen en voetzolen is ongeveer 0,5 mm dik. De dunne huid op de rest van het lichaam is ongeveer 0,08 mm dik.

4
New cards

Hoeveel lagen heeft de epidermis?

De dikke huid heeft vijf lagen. De dunne huid heeft vier lagen, omdat het stratum lucidum ontbreekt.

5
New cards

Welke epidermislagen liggen, van diep naar oppervlakkig, in de dikke huid?

  • Stratum basale

  • Stratum spinosum

  • Stratum granulosum

  • Stratum lucidum

  • Stratum corneum.


6
New cards

Leg uit: Stratum basale

  • diepste laag met keratinocyten die via hemidesmosomen aan de basale membraan vastzitten.

  • Bevat stamcellen voor continue celdeling (mitose), melanocyten voor melanineproductie, en gespecialiseerde tast- en drukorgaantjes.

  • Vormt epidermiskammen en papillen die het uitwisselingsoppervlak tussen dermis en epidermis vergroten → dit patroon bepaalt genetisch de vingerafdruk.


7
New cards

Leg uit: Stratum spinosum

cellen die keratinfilamenten (tonofilamenten) aanmaken, met desmosoomverbindingen die stevigheid geven

8
New cards

Leg uit: Stratum granulosum

opstapeling van keratine – slijtvast en waterbestendig.

9
New cards

Leg uit: Stratum lucidum

enkel aanwezig op handpalmen en voetzolen.

10
New cards

Leg uit: Stratum corneum (hoornlaag)

15-30 cellagen dikke laag dode keratinocyten gevuld met keratine, onderling verbonden door desmosomen.

11
New cards

Welke pigmenten spelen een rol bij de huidkleur?

  • Melanine is een bruin-zwart pigment.

  • Caroteen is een oranje-geel pigment

    • kan worden omgezet in vitamine A.


12
New cards

Waar wordt melanine gevormd?

Melanine wordt gevormd door melanocyten in het stratum basale.

13
New cards

Hoe komt melanine in de keratinocyten terecht?

Melanocyten geven melanine via hun cytoplasmatische uitlopers door aan keratinocyten in de basale cellagen.

14
New cards

Waardoor ontstaan individuele verschillen in huidkleur?

  • Door verschillen in de hoeveelheid melanine en de verdeling ervan in de epidermis.

  • Het aantal melanocyten is ongeveer gelijk, maar bij een donkere huid blijft melanine tot in de meest oppervlakkige lagen aanwezig.


15
New cards

Wat gebeurt er met melanocyten bij blootstelling aan zonlicht?

Zonlicht verhoogt de activiteit van melanocyten en stimuleert de melanineproductie.

16
New cards

Wat is onmiddellijke en laattijdige pigmentatie?

  • Onmiddellijke pigmentatie ontstaat tijdens de blootstelling aan UV-straling. Ze bereikt na 6 tot 8 uur haar maximum en verdwijnt na ongeveer 24 uur

  • Laattijdige pigmentatie ontstaat ongeveer 48 uur na de blootstelling aan UV-straling door een verhoogde melaninesynthese.


17
New cards

Hoe beschermt melanine tegen UV-straling?

Bruine melanine absorbeert UV-licht en zorgt daardoor voor een betere bescherming van de huid.

18
New cards

Wat zijn sproeten volgens de cursus?

Sproeten zijn gepigmenteerde vlekjes met een hogere melanineproductie, vooral bij mensen met weinig pigment.

19
New cards

Welke rol speelt de huid bij vitamine D?

De huid vormt vitamine D onder invloed van UV-licht. De vitamine-D-stofwisseling omvat de huid, de lever en de nier.

20
New cards

Welke voorwaarde is nodig voor de vorming van vitamine D in de huid?

Blootstelling aan licht, meer bepaald UV-licht, is nodig.

21
New cards

Wat is de dermis?

= Dermis is de lederhuid of cutis.

  • Ze ligt onder de epidermis

  • bevat: onder andere bloedvaten, lymfevaten, zenuwen, zintuigreceptoren en huidklieren.


22
New cards

Uit welke twee lagen bestaat de dermis?

Uit de oppervlakkige papillaire laag en de diepere reticulaire laag.

23
New cards

Wat kenmerkt de papillaire en reticulaire laag?

  • De papillaire laag:

    • bestaat uit: los onregelmatig bindweefsel.

    • Ze bevat: dermale papillen, bloedvaten, vezels en Meissnerlichaampjes voor tast.

  • De reticulaire laag:

    • diepere en dikkere laag.

    • Ze bestaat uit: dicht onregelmatig bindweefsel met vooral type-I-collageen

    • Bevat onder andere Pacini-lichaampjes voor druk.


24
New cards

Welke vezels komen voor in de dermis?

Collageenvezels, elastische vezels en reticulinevezels.

25
New cards

Welke algemene functies heeft de dermis?

De dermis geeft stevigheid en elasticiteit, bevat bloed- en lymfevaten, verzorgt de zintuiglijke waarneming en bevat accessoire structuren zoals haren, nagels en klieren.

26
New cards

Wat is de hypodermis?

De hypodermis, subcutis of onderhuidse laag ligt onder de dermis en bestaat uit bindweefsel en vetweefsel.

27
New cards

Welke drie belangrijke functies heeft de hypodermis?

De hypodermis werkt als mechanische buffer, zorgt voor isolatie en vormt een vetdepot voor energieopslag.

28
New cards

Wat gebeurt er met de hypodermis bij het ouder worden?

De subcutane laag wordt dunner. Daardoor vermindert de bufferende werking en wordt de huid fragieler.

29
New cards

Waar wordt haar gevormd?

Haar wordt gevormd in de haarfollikel. Het haar zelf is een niet-levende structuur.

30
New cards

Wat is de haarpapil?

De haarpapil is een bindweefseluitsteeksel met bloedvaten en zenuwen. Rond de haarpapil vormt het epitheel een kapje.

31
New cards

Wat is het verschil tussen de haarwortel en de haarschacht?

De haarwortel ligt in de huid en de haarschacht is het deel dat aan het huidoppervlak zichtbaar is.

32
New cards

Uit welke drie lagen bestaat de haarschacht?

Uit de schublaag, de cortex of haarschors en het merg of medulla.

33
New cards

Waarvan hangt de haarkleur af?

De haarkleur weerspiegelt het soort en de hoeveelheid pigment die door melanocyten in de haarpapil wordt geproduceerd. De haarkleur is erfelijk bepaald.

34
New cards

welke fases zitten in de haargroeicyclus

  • Anageen (groeifase): haarwortel produceert een haarvezel (0,3 mm/dag), duurt 3 tot 8 jaar.

  • Katageen (overgangsfase): groei wordt stilgelegd, duurt enkele weken.

  • Telogeen (rustfase): het dode haar verlaat het haarkanaal, duurt 3 maanden.


35
New cards

Welke soorten huidklieren kennen we?

  1. Talgklieren

  2. eccriene of merocriene zweetklieren

  3. apocriene zweetklieren.


36
New cards

Wat produceren talgklieren? en hoe?

Talgklieren produceren talg. Dit doen ze via holocriene secretie. De talg komt langs een haar of rechtstreeks aan het huidoppervlak terecht.

37
New cards

Waar bevinden talgklieren zich vooral?

Ze komen onder andere voor in het gelaat, op de rug, de borst, de tepel en de oogleden.

38
New cards

Wat produceren eccriene zweetklieren?

Ze produceren klassiek zweet, dat voor ongeveer 99% uit water en zouten bestaat.

39
New cards

Wat zijn de functies van eccriene zweetklieren?

Ze helpen de lichaamstemperatuur regelen door verdamping, scheiden afvalstoffen zoals ureum uit en bieden bescherming door mechanisch afspoelen en dermicidine.

40
New cards

Waar komen eccriene zweetklieren het meest voor?

De hoogste concentratie bevindt zich op de handpalmen en voetzolen.

41
New cards

Waar scheiden apocriene zweetklieren hun product af?

Apocriene zweetklieren scheiden hun product af in haarfollikels, vooral in de oksels, ter hoogte van de tepels en in de schaamstreek.

42
New cards

Wanneer worden apocriene zweetklieren functioneel?

Vanaf de puberteit, onder invloed van geslachtshormonen.

43
New cards

Waarom kan apocrien zweet onaangenaam ruiken?

Het zweet vormt een voedingsbron voor bacteriën. De geur ontstaat na bacteriële afbraak.

44
New cards

Waaruit bestaan nagels?

Nagels bestaan uit verhoornde epidermiscellen ter hoogte van de vingers en tenen.

45
New cards

Wat is de functie van nagels?

Nagels beschermen de vingers en tenen tegen mechanische belasting.

46
New cards

Anatomische structuur van nagels

  • Nagelwortel: groeiplaats van de nagel.

  • Nagelbed: weefsel onder de nagelplaat.

  • Nagelplaat: het zichtbare harde deel.

  • Nagelriem (eponychium): de huidplooi die over de nagelwortel ligt.

  • Maantje (lunula): het zichtbare deel van de nagelwortel.

  • Uitstekende rand: het vrije uiteinde van de nagel.


47
New cards

Wat is een wonde?

Een wonde is weefselschade. Het lichaam reageert daarop om zo snel mogelijk de normale functie en structuur te herstellen.

48
New cards

Welke mechanische oorzaken kunnen een wonde veroorzaken?

Een ongeval, druk, scheuren, een chirurgische ingreep, een schotwonde of een kneuzing.

49
New cards

Welke thermische oorzaken kunnen een wonde veroorzaken?

Verbranding en bevriezing.

50
New cards

Welke andere oorzaken van verwonding zijn er?

Chemische stoffen, elektriciteit, beetwonden, straling, infecties, tumorgroei en circulatiestoornissen. (Decubituswonden, diabetische wonden en ischemische wonden)

51
New cards

Wat is wondgenezing per primam?

Dit is genezing van een propere incisie die vroeg wordt gehecht en meestal een haarlijnlitteken achterlaat.

52
New cards

Wat is wondgenezing per secundam?

Dit gebeurt bij een gapende wond. Een bloedklonter en granulatieweefsel vullen de wond op en er ontstaat meestal een groter litteken.

53
New cards

Wat is wondgenezing per tertiam?

Hierbij is er sprake van toegenomen granulatie en wordt de wond pas later gehecht. Dit kan leiden tot een breed litteken.

54
New cards

Welke vier types wondgenezing worden genoemd?

Per primam, per secundam, per tertiam en regeneratieve wondgenezing.

55
New cards

Welke fasen van wondheling zijn er?

  1. De inflammatoire fase met hemostase

  2. De proliferatieve fase

  3. De maturatiefase

  4. De remodelleringsfase.

Littekenvorming maakt deel uit van het herstelproces.


56
New cards

Wat is het doel van de inflammatoire fase?

De schade beperken, het wondoppervlak afdichten en necrotisch weefsel, celdebris, vreemd materiaal en bacteriën verwijderen.

57
New cards

Welke veranderingen gebeuren in de bloedvaten tijdens de inflammatoire fase?

Eerst treedt vasoconstrictie op. Daarna volgt vasodilatatie met een verhoogde capillaire permeabiliteit.

58
New cards

Wat is hemostase?

Hemostase is het stoppen van de bloeding. Bloedplaatjes hechten zich aan de beschadigde vaatwand en helpen een stolsel vormen.

59
New cards

Welke rol spelen mestcellen tijdens de inflammatoire fase?

Mestcellen geven histamine en serotonine vrij. Daardoor neemt de permeabiliteit van de bloedvaten toe.

60
New cards

Welke drie processen kenmerken de proliferatieve fase?

  1. Angiogenese

    1. de vorming van nieuwe bloedvaten door migratie van endotheelcellen.

  2. fibroplasie

    1. prolifereren en maken collageen aan. De aanmaak en aanpassing van collageen kan maanden tot jaren duren.

  3. epithelialisatie.

    1. is de migratie van epidermale cellen over het wonddefect. Dit begint al binnen enkele uren na het trauma.


61
New cards

Wat gebeurt er tijdens de maturatie en remodellering?

De wond trekt samen, het aantal fibroblasten en het dichte capillaire netwerk neemt af en het littekenweefsel wordt verder aangepast. Na ongeveer één jaar is er opnieuw een evenwicht.

62
New cards

Wat is wondcontractie?

Wondcontractie is het kleiner worden van het wond- en littekenoppervlak door interactie tussen fibroblasten en de extracellulaire matrix.

63
New cards

Wat is een wondcontractuur?

Een wondcontractuur is een overmatige littekenvorming in verhouding tot de normale wondcontractie.

64
New cards

Wat is een hypertroof litteken?

Een hypertroof litteken ontstaat door een te grote hoeveelheid collageen. Het komt vaak voor bij brandwonden.

65
New cards

Hoe kunnen hypertrofe littekens worden voorkomen?

Door tractie op de wond te vermijden, de wond goed gehydrateerd te houden en eventueel silicone, taping of drukverbanden te gebruiken.

66
New cards

Waarom moet direct zonlicht op een genezende wond worden vermeden?

Om hyperpigmentatie te voorkomen en een mooier litteken te verkrijgen. In de cursus wordt vermijding van direct zonlicht gedurende één jaar vermeld.

67
New cards

Wat is een keloïd?

Een keloïd is een litteken met een te grote collageendepositie. Er is een belangrijke genetische factor. Dit komt vaker voor bij mensen met Afrikaanse, Aziatische en Iberische afkomst

68
New cards

Wat is een chronische wonde?

Een chronische wonde ontstaat wanneer de klassieke fasen van wondheling falen. De wond blijft vaak steken in de inflammatoire fase

69
New cards

Welke kenmerken zijn typisch voor chronische wonden?

Een hoge graad van bacteriële contaminatie en een verminderd aantal nieuwgevormde capillairen.

70
New cards

Welke factor is een frequente oorzaak van bemoeilijkte wondheling?

Infectie is de meest frequente oorzaak. Ze kan de inflammatoire fase verlengen, de epithelialisatie vertragen en de collageendepositie verminderen.

71
New cards

Welke externe factoren kunnen abnormale wondheling veroorzaken?

De grootte van de wond, bacteriële inoculatie, een vreemd lichaam en de duur van het trauma.

72
New cards

Welke interne factoren kunnen abnormale wondheling veroorzaken?

Leeftijd, chemotherapeutica, atherosclerose, hartfalen en nierfalen.

73
New cards

Welke andere oorzaken van abnormale wondheling zijn er?

Hypoxie, diabetes mellitus, ioniserende straling, malnutritie en medicatie.

74
New cards

Wat moet een ideaal wondverband doen met het wondvocht?

Het moet een vochtig wondmilieu creëren, uitdroging voorkomen en overtollig exsudaat verwijderen.

75
New cards

Welke eigenschappen moet een ideaal wondverband hebben tegenover micro-organismen?

Het moet impermeabel zijn voor micro-organismen en partikelcontaminatie voorkomen.

76
New cards

Welke eigenschappen moet een ideaal wondverband hebben voor de wond?

Het moet gasuitwisseling toelaten, thermisch isoleren, niet-toxisch en biocompatibel zijn, mechanische bescherming bieden en niet-adherent zijn.

77
New cards

Welke eigenschappen moet een ideaal wondverband hebben voor de patiënt en zorgverlener?

Het moet atraumatisch, comfortabel, gebruiksvriendelijk en kosteneffectief zijn. Het blijft goed zitten en moet de wondinspectie en wondverzorging vergemakkelijken.