een plek/zone waar een oceanische plaat onder een continetale of oceanische plaat duikt.
36
New cards
wat gebeurd er wanneer een oceanische plaat onder een continentale plaat duikt?
de oceanische plaat duikt dan in de asthenosphere
37
New cards
hoe ontstaat een oceanische trench (trog)
wanneer de onderste van de botsende platen de asthenosphere in duikt neemt hij materiaal mee. zo ontstond bijv. de mariana trog.
38
New cards
hoe ontstaat een plooiings gebergte (folds)
wanneer 2 continentale platen tegen elkaar aan botsen en beide niet onder elkaar kunnen, duwen ze tegen elkaar aan. dit maakt het golvende landschap.
39
New cards
plooidal (synclines)
materiaal wat naar binnen is gekeerd
40
New cards
plooirug (anticlines)
materiaal wat naar buiten is gekeerd
41
New cards
rugduwkracht
mid oceanische rug duwt de lithosphere weg door zwaartekracht
42
New cards
slabpull (subductiekracht)
trekt de lithospherische platen in beweging door zwaartekracht
43
New cards
slenk
een aardkorstblok die tussen 2 breuken valt (laag) (denk aan slenk = slinken)
44
New cards
horst
een aardkorstblok die omhoog wordt geduwd tussen 2 breuken (hoog)
45
New cards
fault
een scheur of breuk in de korst
46
New cards
welke 4 typen faults (scheuren/breuken) zijn er?
1. normale breuk. (steile rechte breuk) 2. horizontale verschuiving. (smalle gleuf of scheur) 3. verschuivings breuk. (lijkt op normale, maar meer kans op aardverschuivingen omdat ze hangen) 4. opschuivings breuk. (klein beetje over elkaar)
47
New cards
wanneer ontstaat een aardbeving
wanneer gesteente lagen, gebogen door tektonische activiteit, ineens bewegen of breken. dit veroorzaakt ondergrondse golven die het aardoppervlak doen beven/schudden.
48
New cards
magnitude
de meting van hoeveel de aarde beeft.
49
New cards
epicentrum
het centrum van de aardbeving
50
New cards
op welke plaatsen ontstaan de zwaarste aardbevingen?
op plaatsen waar de platen vaak botsen.
51
New cards
2 basis vormen van tektonische activiteit
1. samendrukken 2. verlengen
52
New cards
orogeny
een proces dat bergen maakt, waar de korst gevouwen wordt na de botsing van 2 continentale platen.
53
New cards
lahar
modderstroom van vulkanisch materiaal gemengd met gesmolten water
54
New cards
een gletsjer is altijd…
in beweging door zwaartekracht
55
New cards
wat is een gletsjer en wat is er voor een gletsjer nodig?
een gletsjer is een samengeperste sneeuwmassa en geen bevroren water! voor een gletsjer heb je sneeuw, een helling en kou nodig.
56
New cards
cryosphere
het gedeelte in de hydrosphere wat bestaat uit ijs
een kleine gletsjer hoog in de bergen dicht bij de Mountain summit. (geen enorme uitloper, een beginnende gletsjer)
61
New cards
wat is een valley gletsjer?
een samengevoegde gletsjer die doorgaans zijn massa verzameld in gletsjerbekken tussen de bergen, waarna hij het dal in stroomt.
62
New cards
gletsjerbekken
een deel tussen de bergen waar ijs zich verzamelt. ligt meestal in de accumulatiezone
63
New cards
wat is een tidewater gletsjer?
een gletsjer die eindigt in zee
64
New cards
wat is een piedmont gletsjer?
deze ontstaat wanneer een valley gletsjer in een dal terecht komt en hier ‘uitwaait’ in een cirkelvorm
65
New cards
ijskap
koepelvormige aaneengesloten ijsmassa van grote omvang. een ijskap onderscheidt zich van een gletsjer omdat een ijskap doorgaans op het landschap ligt.
66
New cards
tonggletsjer
sommige ijskappen hebben lange tongen die reiken tot aan zee
67
New cards
zeeijs
bevroren zeewater
68
New cards
ice shelf
een massa drijvend ijs, zit vast aan de ijskap
69
New cards
ijsberg
drijvende ijsmassa afkomstig van gletsjers. binnen de poolcirkels zijn er veel gletsjers die tot zee rijken. zo’n gletsjer schuift heel langzaam naar beneden. wanneer deze de zee bereikt breken grote blokken ijs af die wegdrijven.
70
New cards
accumulatiezone
zone waar meer sneeuw bij valt dan er smelt. sneeuw kan nu accumuleren en een gletsjer vormen
71
New cards
ablatiezone
zone waar meer sneeuw smelt dan er bij valt. door het schuiven van ijs komt het ijs van de accumultiezone in de ablatiezone terecht. verdamping kan plaatsvinden. hierna schuift het ijs naar de afsmeltingszone.
72
New cards
equilibrium line
lijn die de accumulatiezone scheid van de ablatie zone
73
New cards
crevasses
gletsjers worden opengetrokken door snelheidsverschillen.
een diepe, stijle vallei gemaakt door de beweging van alpine gletsjers
77
New cards
in welke ijstijd kwam het ijs tot in nederland?
Saalien, de ena laatste ijstijd
78
New cards
waardoor hebben we seizoenen?
door de scheefstand van de aarde als hij rond de zon draait. dit bepaald temperatuur
79
New cards
welke erosievormen gemaakt door ijskappen zijn er?
1. gletsjer krassen 2. gaten; meren 3. bultrotsen
80
New cards
gletsjer krassen
gemaakt door het schuren van ijs over een steen. (abrasie). in nl te zien op zwerfkeien
81
New cards
gaten; meren
door smeltend ingesloten ijs
82
New cards
bultrots
door het ijs afgerond, gepolijst en met gletsjerkrassen getekend, en komen voor in vm. beddingen van gletsjers.
83
New cards
drumlin
langgerekte heuvel gevormd door de stuwing van een gletsjer. glad door abrasie van de kant waar de stuwing kwam, en stomp aan de aflopende kant door plucking.
84
New cards
stuwwal
opgestuwd door ijs, maar al wel aanwezig sediment. over elkaar heen geduwd sediment
ontstaan op plekken waar smeltwater tussen het ijs en de bodem heeft gevloeid en puin heeft verzameld. een soort ruggetje
87
New cards
keileem
chaos van sediment. alles door elkaar en op elkaar gedrukt.
88
New cards
permafrost
permanente eeuwige laag ijs. diep in e grond
89
New cards
periglaciaal
in een ijskoud gebied. hier vormen gletsjers en ijskappen.
90
New cards
ijswig
een scheur in de grond die wordt gevormd door ijs als de ondergrond landurig bevriest. Er komt water in die scheur en door vorstwerving (het uitzetten van ijs) komt er een grotere scheur.
91
New cards
morene
Morenes zijn gevormd door het ophopen van sedimenten van het ijs
92
New cards
polygoonstructuren
een ijswig die in de grond zit. zie je alleen van boven af.
93
New cards
pingo
een bolvormige heuvel die ontstaat in een gebied met permafrost waar door het uitzetten van bevroren water een laag grond naar boven wordt gedrukt.