1/33
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
politieke cultuur (2)
= alle waarden, normen, afspraken, regels… in sl over politiek → over inhoud van overheidsbeleid, over politieke proces en die orde brengt en betekenis geven aan politieke
= ook patroon van orientaties op politieke objecten (attitude) A&V
cognitief: veel/weinig kennis over objecten
affectief:: goede/slechte gevoelens over objecten
evaluatief: goed/slecht oordeel over objecten
politieke socialisatie
overdracht van culturele aspecten (afspraken, regels, normen) IN politiek systeem en bredere socio-culturele inbedding VAN politiek in samenleving
civic culture
Almond & verba (politieke houding van burgers) ~ Parsons AGIL-model
onderzoek naar politieke attitudes en democratie in 5 naties: welke voorwaarden voor democratie? → afhankelijk van pol. systeem & attitudes
civic culture= patroon van orientaties op politieke objecten (3→4)
→ gesocialiseerd in samenleving: integreert mensen via culturele subsystemen en normatieve orde en behoudt deze orde via socialisatieprocessen => democratisch
ideale civic culture: evenwicht tussen kritisch en actief verbonden publiek die ook de autoriteit vd staat respecteert
4 politieke objecten A&V
3 orientaties (cognitief, affectief, evaluatief) op 4 politieke objecten VAN DE MASSA
politiek systeem in het geheel
individu als deel vh politiek systeem (rechten & plichten)
inputobjecten (alles dat leidt tot instandkoming beleid)
outputobjecten (alles met betrekking tot beleid en uitvoering ervan)
3 ideaaltypes politieke cultuur
A&V
parochial political culture (mexico)
= geen kennis & geen participatie, machteloos publiek = democratisch
subject political culture (duitsland & italie)
= wel politieke kennis maar weinig participatie & inspraak, nog steeds machteloos publiek
participant political culture (VS&VK)
= veel kennis en veel participatie, actief trots publiek (soms te veel)
=> ideale civic culture = combinatie: autoriteit van staat accepteren + geloof in participatie in civic culture (kritisch & actief ~ respect voor autoriteit)
voorwaarden voor democratie A&V
evenwicht tussen juiste hoeveelheid betrokkenheid, samenhorigheid & geloof in een legitiem systeem
sociaal kapitaal: als collectieve hulpbron voor mensen om te participeren
politieke kennis: de meer mensen weten over politieke systeem de meer participatie & legitimiteit → the good citizen
tradities/geschiedenis (±)
the good/monitorial citizen
Schudson, goede politieke burger is monitorial (> informed) → bezitten globale politieke kennis maar kennen niet alles (+ democratie)
politieke legitimiteit
overheidsgezag aanvaarden & regels vrijwillig respecteren omwille van de bron van macht: rechtvaardig bezit van macht (competent, verdiend, juist…) = duurzaam en stabiel
4 vormen van legimiteit
inputlegitimiteit = goed & veel politieke participatie en belangenvertegenwoordiging
outputlegitimiteit = beleid komt overeen met wensen van burgers
proceslegitimiteit = besluitvorming verloopt volgens juiste/goede procedures
feedbacklegitimiteit = publiek heeft recht op kritiek en bestuurders moeten zichzelf effectief verantwoorden
breuklijntheorie / political cleavage
duurzame fundamenteel verdelende conflicten structureren de politieke ruimte: conflicten op en tussen breuklijnen
= politiek codeerschema voor tegenstellingen
bv. loonsverhoging: arbeid vs. kapitaal
bv. productielimiet: ecologisme vs economie…
OOK tussen: sociaal-cultureel (ethniciteit) EN economisch (werkloosheid): ´migranten stelen jobs
3 criteria voor breuklijnen
bartolini & mair
empirisch element → creatie van groepen (dierenliefhebbers)
normatief element → groepen delen waarden, normen, bewuste identiteit (dierenliefde, respect natuur…)
organisatorisch → die groepen organiseren zich via interacties, instituties, politieke partijen… (basis = positie op bep. breuklijn) (dierenprotesten, PETA, WWF…)
=> onstaan van een breuklijn
similar party systems and voter allignments
lipset en rokkan: in elk land gelijkaardige partijen & ideologie
→ door 2 universele revoluties met 2 breuklijnen
politieke/nationale revolutie = kerk vs. staat & centrum vs. periferie
economische (industriele) revolutie = arbeider vs kapitaal (werknemer-werkgever), landbouweconomie vs industrie
freezing hypothesis
breuklijnen kunnen blijven bestaan en mensen verdelen ook als conflict al lang voorbij is → krijgen permanent, geinstitutionaliseerd karakter (bevroren)
→ belgie: communautaire breuklijn
cross cutting cleavages/ doorkruisende breuklijnen
de positie op een breuklijn zorgt voor matigend effect op andere. bv. christenen stemt heel links en ongelovige stemt centrum-rechts
4 afwijkende patronen subculturen
verschil tussen elite en massa
verschil binnen groep van elites
verschil in generaties
verschil in sociale structuur en maatschappij
verzuiling
positie op breuklijn/conflict deelt samenleving op in vaste zuilen met hun eigen geinstitutionaliseerde partijen, subculturen, organisaties en netwerken die andere kwesties absorberen (hebben zelfde houding over conflict) → kranten, vakbonden, partijen…
→ hechte banden binnen zelfde zuil, belgie = katholiek, sociaal, liberaal
2 nieuwe breuklijnen
Inglehart, silent revolution
→ door welvaart en onderwijsrevolutie
materialisme - post-materialisme (abstracte academische idealen) => behoeften v Lasslow
post-materialisme - fundamentalisme (terug naar oorsprong/fundament van ideeen/regels, zonder moderne aanpassing)
breuklijn Stubager
nieuwe breuklijn tussen liberalen met sociale tolerantie & authorarians met sociale hierarchie
kritiek kriesi breuklijnen
door globalisering veranderen conflicten → nieuwe winnaars en verliezers die politieke ruimte veranderen → breuklijnen meer en meer irrelevant (te lokaal)
politieke socialitie
proces waarbij nieuwe individu de politieke kennis, waarden, normen, vaardigheden, rollen… (onbewust) aanleert, internaliseert en zo een autonoom individu in poitiek systeem word
3 invloedsprocessen
toenemende mediatisering
burgereducatie
geopolitieke veranderingen
politieke participatie
= vrijwillige politieke activiteit & invloed op overheidsacties Verba & schlozman
= cruciaal voor democratie (zelfs best actieve participatie)
recent: deliberative turn: meer burgerbetrokkenheid & dialoog → wisselwerking!
& meer onlinetechnologie: politieke communicatie (vooral jongeren, denk twitter)
invented vs invited spaces
burgers creeren ZELF nieuwe ruimtes/kanalen om politieke voorkeur en opinies te delen = protest en participatie
overheid creert politieke ruimtes voor meer democratische inspraak → burgerpanelen
4 politieke sferen model
Kersting
invented:
deliberatieve participatie: open fora, burgerpanels, focus op consensus en communicatie binnen deliberative turn
demonstratieve participatie: informele, vaak illegale participatie, protesten, betogingen, online, symbolisch
invited:
participatie in representatieve media: meedoen aan verkiezingen: competitie tss partijen en kandidaten, formeel
participatie in directe democratie = referenda, volksraadplegingen…
2 trends politieke participatie
hybride democratie ~ verschillende mengvormen
online instrumenten → info & communicatie technologie
!!!! meer verantwoording maar ook manipulatie via internet
participatieparadox
= wanneer er toch participatie elite onstaat bij deliberatieve democratie (bv. meer vrije tijd, meer kennis…)
paradox of voting
stemmen is niet altijd rationeel voor mensen (eigenbelang) waarom dan toch stemmen?
socialisatietheorie: plicht van burger & sociale druk van anderen (& gevoel van belang)
gewoonte (vooral ouderen)
collectieve actie (stem samen effectief)
american voter onderzoek 60s
waarom stemmen mensen zoals ze stemmen?
→ stemgedrag en verklaringen evolueren met tijd
structerele determinanten (SES)
waarden en attitudes
persoonlijk oordeel
+imago, persoonlijkheid, competentie…
michigan model: party-allignment +-
partij-identificatie door socialisatieproces & sociale omgeving (vooral met groepen die zelfde belangen hebben) → bv. op nva stemmen door ouders (zijn rijk)
→ kans op verandering is zeer klein
!!! partisan dealigment & volatiliteit (zwakkere band & meer afwijking)
rational choice model Downs
mensen stemmen voor partij die hun eigenbelang/nut meest dient → nutsmaximalisatie
issue ownership : stemmen obv hoe goed partij met bepaalde problematiek omgaat (en reputatie) → partijen focussen op bepaald thema voor verkiezing
egocentric economic voting voor eigen toestand (sociotropic)
!!! mensen = rationally ignorant
image model
imago & beeldvorming van partij = heel belangrijk, emotionele overweging
→ obv personalisering / presidentialisering
focus van partij naar individuele politici (pvvd: mark rutte)
focus van politicus naar mens erachter (trump/obama)
leider = partij, niet meer onderdeel (marxisme)
+mediatisering (campagnes)
sociale bewegingen
breed: alle mensen die samenkomen voor collectieve actie: traditioneel (vakbond, vbo) en nieuw (milieu,vrouwen,palestina…) => leidt tot politieke mobilisatie (maken & behouden van collectieve machtsbronnen → meer inspraak)
maatschappelijk middenveld
alle vrijwillige sociale bewegingen in ruimte tussen burger en overheid (in netwerk)
dissociatieproces soc. bewegingen
helleman
de band tussen organisatie/beweging en hun leden is sterk afgezwakt, vooraal bij jongeren (ook door losse organisatie van nieuwe sociale bewegingen → 2 utopieen)
de-institutionalisering soc. beweging
extremer, het geloof dat organisaties/instelling de individuele expressie/vrijheid van mensen beknotten
= oorzaak van dissociatie