Aardrijkskunde: De Aarde, de Maan en de Atmosfeer

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/36

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de kernbegrippen van aardrijkskunde hoofdstuk 6 tot en met 8 en hoofdstuk 1 tot en met 4, inclusief de bewegingen van de aarde en maan, satellieten, atmosferische structuren en weerfenomenen.

Last updated 12:49 PM on 6/12/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

37 Terms

1
New cards

Aardrevolutie

De beweging van de aarde in een elliptische baan rond de zon, die een totale duur heeft van 365365 dagen, 55 uur en 4848 minuten.

2
New cards

Analemma

Het lusvormige patroon van de schijnbeweging van de zon aan de hemel, vastgesteld op hetzelfde tijdstip op verschillende dagen gedurende een jaar.

3
New cards

Zomerzonnewende (Zomersolstitium)

Het moment op 2121 juni waarbij de zon het hoogst aan de hemel staat en loodrecht invalt op de Kreeftskeerkring, wat resulteert in de langste dag op het noordelijk halfrond.

4
New cards

Equinox (Nachtevening)

Het tijdstip (2121 maart of 2323 september) waarop de zon precies in het oosten opkomt, in het westen ondergaat en loodrecht op de evenaar staat, waardoor dag en nacht overal ter wereld ongeveer even lang zijn.

5
New cards

Winterzonnewende (Wintersolstitium)

Het moment op 2222 december waarbij de zon het laagst aan de hemel blijft en loodrecht invalt op de Steenbokskeerkring, wat de kortste dag op het noordelijk halfrond markeert.

6
New cards

Culminatiehoogte

De maximale hoogte die de zon op één dag boven de horizon bereikt.

7
New cards

Aphelium

Het punt in de aardbaan waar de aarde het verst verwijderd is van de zon en een trage snelheid heeft.

8
New cards

Perihelium

Het punt in de aardbaan waar de aarde het dichtst bij de zon staat en een snellere snelheid rond de zon heeft.

9
New cards

Schrikkeljaar

Een jaar met een extra dag die elke 44 jaar wordt toegevoegd om het verschil van ongeveer 66 uur per jaar in de aardrevolutie te compenseren.

10
New cards

Zenit

De stand waarbij de zon loodrecht boven een punt op aarde staat; dit gebeurt tweemaal per jaar in de tropen.

11
New cards

Polaire gordel

De zone tussen de pool en de poolcirkel waar de zon altijd laag boven de horizon staat en waar fenomenen zoals de pooldag en poolnacht voorkomen.

12
New cards

Middelbreedtengordel

De zones tussen de keerkring en de poolcirkel gekenmerkt door vier seizoenen door de steeds wijzigende culminatiehoogte van de zon.

13
New cards

Siderische omwentelingstijd

De tijd die de maan nodig heeft om een gelijke positie ten opzichte van de sterren in te nemen, wat gelijk staat aan 27,327,3 dagen.

14
New cards

Synodische omwentelingstijd

De tijd tussen twee opeenvolgende volle manen, wat gemiddeld 29,529,5 dagen duurt.

15
New cards

Springtij

Een getijde dat tweemaal per maand voorkomt wanneer de maan en zon op één lijn staan, wat zorgt voor een extra hoog hoogtij.

16
New cards

Doodtij

Een getijde dat tweemaal per maand voorkomt wanneer de hoek tussen de maan en zon 9090^{\circ} is, resulterend in een zeer lage vloed.

17
New cards

Umbra

De kernschaduw of slagschaduw tijdens een eclips waar volledige duisternis heerst.

18
New cards

Penumbra

De zone van gedeeltelijke verduistering tijdens een eclips.

19
New cards

Geostationaire satellieten

Satellieten op een hoogte van ongeveer 36000km36\,000\,km die synchroon met de aarde draaien en daardoor een vaste positie boven het aardoppervlak behouden.

20
New cards

Polaire satellieten

Satellieten op een hoogte van ongeveer 800km800\,km die van pool naar pool vliegen en door hun geringe afstand een hoge resolutie bieden voor observatie.

21
New cards

SpaceX Starlink

Een netwerk van satellieten die laag rond de aarde vliegen om overal ter wereld internetbereik te bieden.

22
New cards

Luchtdruk

De druk die de lucht door haar gewicht uitoefent op een bepaald oppervlak, met een gemiddelde waarde van 1013hPa1013\,hPa op aarde.

23
New cards

Troposfeer

De onderste laag van de atmosfeer (010km0-10\,km) waar de temperatuur daalt met de hoogte en waarin het weer zich afspeelt.

24
New cards

Stratosfeer

De atmosferische laag van 1050km10-50\,km hoogte waarin de ozonlaag zich bevindt en de temperatuur stijgt met de hoogte.

25
New cards

Thermosfeer

De laag van 85500km85-500\,km waar de Aurora Borealis ontstaat en radiogolven worden teruggekaatst.

26
New cards

Albedo

De 30%30\% van de zonnestraling die rechtstreeks wordt teruggekaatst door wolken, oceanen, sneeuw of ijs.

27
New cards

Thermohaliene circulatie

De oceaanstroming die ontstaat door variaties in dichtheid als gevolg van verschillen in temperatuur en zoutgehalte.

28
New cards

Temperatuurinversie

Een situatie waarbij het op grotere hoogte warmer is dan in het dal, vaak gepaard gaand met wolkenvorming beneden in het dal.

29
New cards

Dauwpunt

De temperatuur waarop waterdamp in de lucht condenseert tot vloeibaar water omdat de lucht verzadigd is.

30
New cards

Coalescentie

Het proces waarbij vallende regendruppels andere kleine druppels meenemen en zo groter worden.

31
New cards

Isobaren

Lijnen op een weerkaart die punten met een gelijke atmosferische druk verbinden.

32
New cards

Anticyclonen

Gebieden met hoge druk (meer dan 1013hPa1013\,hPa) waar koude, zware lucht daalt, wat meestal leidt tot droog weer met weinig wolken.

33
New cards

Cyclonen (Depressies)

Gebieden met lage druk (minder dan 1013hPa1013\,hPa) waar warme, lichte lucht stijgt en afkoelt, wat leidt tot condensatie en neerslag.

34
New cards

Corioliseffect

De afbuiging van bewegende lucht en water die ontstaat door de draaiing van de aarde.

35
New cards

Passaten

Dominante winden die ontstaan door het corioliseffect en richting de lagedrukgebieden waaien.

36
New cards

Front

De plaats waar twee luchtmassa's met een verschillende temperatuur elkaar ontmoeten.

37
New cards

Occlusiefront

Een front dat ontstaat wanneer een snel bewegend koufront een traag bewegend warmtefront inhaalt, wat vaak gepaard gaat met regen en onweer.