Kaarten: Fysiologie cardio 4: Het elektrocardiogram | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/98

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

99 Terms

1
New cards

Waarom is het mogelijk om elektrische signalen van het hart aan het lichaamsoppervlak te meten?

Omdat lichaamsvloeistoffen goede elektrische geleiders zijn.

2
New cards

Wat is de essentie van het signaal dat door een EKG wordt gemeten?

De resultante van alle actiepotentialen in het hartweefsel (vooral hartspierweefsel, minder van geleidingsweefsel)

3
New cards

Hoe noemt men de registratie van de elektrische activiteit wanneer de elektroden direct op of in het hart worden geplaatst?

Een elektrogram (oppervlakkig of endocavitair via catheterisatie).

4
New cards

Wat zijn twee belangrijke klinische toepassingen van het EKG?

  • Opsporen van ritme- en geleidingsstoornissen

  • Het aantonen van hartspierbeschadiging door ischemie

5
New cards

Welk belangrijk aspect van de hartfunctie kan niet rechtstreeks beoordeeld worden met een EKG?

De pompfunctie

6
New cards

DELETE

Elektroden moeten op gestandaardiseerde huidplaatsen worden aangebracht.

7
New cards

Hoe worden de afleidingen genoemd die in het frontale en transversale vlak liggen?

- Frontale vlak: Perifere afleidingen

- Transversale vlak: Precordiale afleidingen

8
New cards

Waar worden de elektroden geplaatst voor de bipolaire perifere EKG-afleidingen?

Op beide polsen en de linkerenkel (rechterenkel = aarding).

9
New cards

Welke rol spelen de ledematen bij bipolaire afleidingen?

Ze fungeren als lineaire geleiders zodat elektroden virtueel op schouders en bekken liggen.

10
New cards

Hoe heet de configuratie gevormd door de virtuele schouder- en bekenpunten?

De driehoek van Einthoven (gelijkzijdig, met het hart in het midden).

11
New cards

Wat is de elektrodeconfiguratie van DI?

Linkerpols (+) - rechterpols (−).

12
New cards

Wat is de elektrodeconfiguratie van DII?

Linkerenkel (+) - rechterpols (−).

13
New cards

Wat is de elektrodeconfiguratie van DIII?

Linkerenkel (+) - linkerpols (−).

14
New cards

Wat bekomt men door de drie bipolaire afleidinglijnen evenwijdig te verschuiven naar het hart?

Een triaxiaal systeem met drie assen

15
New cards

Wat tonen de assen in het triaxiaal systeem aan over de kijkhoeken van de bipolaire afleidingen?

Dat ze het hart bekijken vanuit hoeken die telkens 60° verschillen (0°, 60°, 120°).

16
New cards

Wat wordt gemeten bij unipolaire perifere afleidingen?

Het signaal van één registratie-elektrode op een hoekpunt van de Einthoven-driehoek.

17
New cards

Wat is de referentie voor unipolaire perifere afleidingen?

De resultante van de drie hoekpunten, bekomen door kortsluiting = het central terminal (CT).

18
New cards

Wat is de configuratie van VR?

Rechterpols (+) - CT (−).

19
New cards

Wat is de configuratie van VL?

Linkerpols (+) - CT (−).

20
New cards

Wat is de configuratie van VF?

Linkerenkel (+) - CT (−).

21
New cards

Waarom worden augmented (versterkte) afleidingen gebruikt?

Omdat de deflecties van de unipolaire afleidingen klein zijn vergeleken met de bipolaire.

22
New cards

Hoe verkrijgt men augmented unipolaire afleidingen praktisch?

De potentiaal van de 2 andere hoekpunten (door kortsluiting) als referentie te gebruiken (Dus niet CT)

23
New cards

Welke augmented afleidingen bestaan er?

aVR, aVL en aVF.

24
New cards

Hoe worden augmented unipolaire afleidingen voorgesteld in de driehoek van Einthoven?

3 lijnen die het hart (zwaartepunt) verbinden met de hoekpunten van de driehoek.

25
New cards

Waar liggen unipolaire afleidingen in het triaxiaal stelsel ten opzichte van de bipolaire?

Tussen de bipolaire afleidingen.

26
New cards

Hoeveel verschillende kijkhoeken leveren de zes perifere afleidingen samen op?

Twaalf verschillende hoeken.

27
New cards

Wat is de hoekafstand tussen de zes perifere afleidingen in het hexaxiaal systeem?

Telkens 30°.

28
New cards

Wat voor type afleidingen zijn de precordiale afleidingen (V1-V6)?

Unipolaire afleidingen.

29
New cards

Waar wordt de registratie-elektrode geplaatst bij precordiale afleidingen?

Op gestandaardiseerde punten op de thorax (V1 t.e.m. V6).

30
New cards

Wat is de referentie-elektrode bij precordiale afleidingen?

Het central terminal (CT).

31
New cards

In welke omstandigheden worden naast de 12 standaardafleidingen extra afleidingen gebruikt?

Gespecialiseerd cardiologisch onderzoek, intensieve zorg en sportgeneeskunde.

32
New cards

Welke types gespecialiseerde unipolaire afleidingen kunnen worden gebruikt?

Afleidingen waarbij de registratie-elektrode op verschillende hoogtes in de slokdarm of in het hart wordt geplaatst.

33
New cards

Welke types gespecialiseerde bipolaire precordiale afleidingen bestaan er?

Afleidingen waarbij beide registratie-elektroden op de thorax worden geplaatst.

34
New cards

Wat gebeurt er wanneer een lineaire spierbundel aan één uiteinde geprikkeld wordt?

De depolarisatiegolf wordt lineair voortgeleid naar het andere uiteinde.

35
New cards

Waar bevinden de registratie-elektroden zich bij deze meting?

Buiten de spierbundel, ofwel aan de uiteinden ofwel loodrecht in het midden ervan.

36
New cards

Hoe is de rustsituatie qua membranen en extracellulair potentiaalverschil?

Intracellulair negatief, extracellulair positief, maar zonder potentiaalverschil tussen de uiteinden.

37
New cards

Wat veroorzaakt de vorming van een extracellulair dipool tijdens depolarisatie?

Depolariseerde cellen vormen een negatieve pool en nog niet gedepolariseerde cellen een positieve pool.

38
New cards

Hoe evolueert het extracellulaire potentiaalverschil tijdens depolarisatie?

Het neemt eerst toe naarmate meer cellen depolariseren en neemt daarna af.

39
New cards

Wat is de "as" van een dipool?

De rechte die de twee polen van het dipool verbindt.

40
New cards

Wat gebeurt er met het dipool aan het einde van de depolarisatie?

Het verdwijnt samen met het extracellulaire potentiaalverschil.

41
New cards

Wat gebeurt er wanneer repolarisatie begint op dezelfde plaats waar depolarisatie begon?

Er ontstaat een dipool en potentiaalverschil in tegengestelde richting van de depolarisatie.

42
New cards

Welke deflectie wordt geregistreerd aan de positieve elektrode tijdens depolarisatie?

Een positieve deflectie (naar boven).

43
New cards

Welke deflectie wordt geregistreerd aan de positieve elektrode tijdens repolarisatie (in tegengestelde richting)?

Een negatieve deflectie.

44
New cards

Welk type signaal wordt zo geregistreerd bij een volledige cyclus van depolarisatie en repolarisatie?

Een bifasisch signaal.

45
New cards

Wat gebeurt er indien repolarisatie in omgekeerde richting verloopt ten opzichte van depolarisatie?

Het dipool en potentiaalverschil liggen in dezelfde richting als tijdens depolarisatie.

46
New cards

Waar in het hart komt repolarisatie in omgekeerde richting voor?

In de ventrikels.

47
New cards

Hoe verklaart dit dat het QRS-complex en de T-top dezelfde richting van deflectie kunnen hebben?

Omdat depolarisatie en repolarisatie in de ventrikels dipolen in dezelfde richting creëren.

48
New cards

Wat gebeurt er met het gemeten potentiaalverschil wanneer meetelektroden loodrecht op de as van een dipool staan?

Er ontstaat geen potentiaalverschil tussen de elektroden.

49
New cards

Waarvan is de geregistreerde potentiaal afhankelijk naast de grootte van het dipool?

Van de richting waaronder het dipool wordt bekeken (de hoek tussen dipool-as en de lijn die de elektroden verbindt).

50
New cards

Wanneer is de gemeten potentiaal het grootst bij een bestaand dipool?

Wanneer de meetelektroden in de as van het dipool liggen.

51
New cards

Wanneer wordt er geen potentiaal gemeten bij een dipool dat wel een echt potentiaalverschil heeft?

Wanneer de meetelektroden loodrecht op de as van het dipool staan.

52
New cards

Met welke wiskundige relatie is de gemeten potentiaal evenredig ten opzichte van de hoek tussen elektroden-as en dipool-as?

Met de cosinus van die hoek.

53
New cards

Hoe wordt het gemeten potentiaalverschil grafisch voorgesteld wanneer het echte dipool als vector wordt weergegeven?

Als de projectie van de dipoolvector op de denkbeeldige lijn tussen de meetelektroden.

54
New cards

Welke drie componenten bevat het EKG per hartcyclus?

P-golf, QRS-complex en T-golf.

55
New cards

Waardoor wordt de P-golf veroorzaakt?

Depolarisatie van de atria.

56
New cards

Wanneer situeren we het sluiten van de aortaklep op het EKG?

Net na de T-golf.

57
New cards

Waardoor wordt het QRS-complex veroorzaakt?

Depolarisatie van de ventrikels.

58
New cards

Waarom is de atriale repolarisatie niet zichtbaar op het EKG?

Omdat het kleine signaal wordt gemaskeerd door de veel grotere depolarisatie van de ventrikels (QRS-complex).

59
New cards

Wat is een segment op het EKG?

Een stuk iso-elektrische lijn tussen twee deflecties.

60
New cards

Welke segmenten bestaan er conventioneel op een EKG?

PQ (PR) segment en ST segment.

61
New cards

Wat is een interval op het EKG?

De gezamenlijke tijdsduur van een deflectie en het daaropvolgende segment.

62
New cards

Welke belangrijke intervallen worden conventioneel onderscheiden?

PQ (PR) interval en QT interval.

63
New cards

Wat is de betekenis van het PQ (PR) interval?

De duur van de atrioventriculaire geleiding.

64
New cards

Wat is de betekenis van het QT-interval?

De duur van de elektrische systole.

65
New cards

Wat is de standaard kalibratie voor snelheid en amplitude van een EKG-registratie?

25 mm/s (1 mm = 40 ms) en 1 cm = 1 mV.

66
New cards

Wat registreert het EKG fundamenteel?

Veranderingen in potentiaalverschil tussen twee lichaams-elektroden.

67
New cards

Wat registreert het toestel tussen twee hartslagen wanneer er geen verandering in potentiaalverschil is?

De iso-elektrische lijn.

68
New cards

Welke gebeurtenis veroorzaakt de P-golf?

De dipoolverandering door depolarisatie van de atria na activatie van de sino-atriale knoop.

69
New cards

Hoe wordt de P-golf geometrisch verklaard volgens deze leerstof?

Als de projectie in de tijd van de veranderende dipoolvector op de as van de betreffende afleiding.

70
New cards

Waarom blijft het EKG tijdens atriale contractie iso-elektrisch ondanks een potentiaalverschil?

Omdat de dipool tijdens de contractie niet verandert.

71
New cards

Welke component van het EKG ontstaat wanneer de prikkel via de AV-knoop het ventrikel bereikt?

Het QRS-complex.

72
New cards

Waarom overheerst het linkerventrikel in het QRS-signaal?

Omdat het een veel grotere spiermassa heeft.

73
New cards

Welke ventrikulaire structuren zijn niet zichtbaar op het oppervlak-EKG wegens geringe celmassa?

AV-knoop, bundel van His en Purkinjevezels.

74
New cards

Wat veroorzaakt de Q-golf volgens de beschreven volgorde?

Depolarisatie van het septum van links naar rechts.

75
New cards

Wat veroorzaakt de R-golf?

Depolarisatie die vanuit de apex naar de ventrikelwand voortschrijdt, van endocard naar epicard.

76
New cards

Wat veroorzaakt de S-golf?

Depolarisatie van het posterobasale deel van het linkerventrikel als laatste.

77
New cards

Wat ontstaat wanneer alle vectorpijlpunten tijdens ventrikeldepolarisatie worden verbonden?

Een "hartvormige" QRS-vectorlus die in tegenwijzerzin draait.

78
New cards

Waarom heeft de T-golf dezelfde richting als het QRS-complex ondanks dat repolarisatie tegengesteld aan depolarisatie verloopt?

Omdat de cellen die als laatste depolariseerden (epicard/apex) als eerste repolariseren, waardoor het dipool dezelfde richting krijgt.

79
New cards

Welke drie tijdstippen worden klassiek gebruikt om de vectorstand tijdens ventrikeldepolarisatie te tonen?

Begin (10 ms), midden (50 ms) en einde (90 ms).

80
New cards

Vanuit welke hoeken bekijken DI, DII en DIII het hart?

0°, 60° en 120° respectievelijk.

81
New cards

Wanneer registreert een afleiding een positieve deflectie tijdens het QRS-complex?

Wanneer de positieve pool van het dipool (vectorpijlpunt) naar de positieve elektrode wijst.

82
New cards

Wat registreert een afleiding wanneer de dipoolvector van de positieve elektrode weg wijst?

Een negatieve deflectie.

83
New cards

Waar komen de verschillen in QRS-vorm tussen de afleidingen DI, DII en DIII vandaan?

Van de projectie van de QRS-vector op hun assen (0°, 60°, 120°) tijdens de voortgeleiding van de prikkel.

84
New cards

Vanuit welke oriëntering bekijken V1 en V6 het hart?

V1 vanuit vooraanzicht en V6 vanuit achteraanzicht.

85
New cards

Waarom verschillen de registraties in V1 en V6?

Omdat de QRS-vectorlus niet perfect in het frontaal vlak ligt.

86
New cards

Welke progressie ontstaat in de precordiale afleidingen door de positie van de vectorlus?

De R-top neemt progressief toe en de S-top wordt minder diep.

87
New cards

Wat wordt bedoeld met het "overgangspunt" in de precordiale afleidingen?

De afleiding waarin positieve en negatieve deflecties praktisch even groot zijn (normaal V2 of V3).

88
New cards

Waarom lijken de deflecties in V6 sterk op die in DI?

Omdat V6 zowel in het horizontaal vlak als (bijna) in het frontaal vlak van het hart ligt.

89
New cards

Hoe wordt de elektrische as van het hart bepaald op basis van EKG-uitwijkingen?

Door de som van positieve en negatieve QRS-deflecties te bepalen in 2 of 3 afleidingen en deze projecties te gebruiken in de driehoek van Einthoven of het triaxiaal systeem.

90
New cards

Wat is de normale oriëntatie van de elektrische hartas?

Tussen -30° en 90°.

91
New cards

Wat betekent een elektrische hartas groter dan 90°?

Rechterasafwijking, bijvoorbeeld bij rechterventrikelhypertrofie.

92
New cards

Wat betekent een elektrische hartas kleiner dan -30°?

Linkerasafwijking, bijvoorbeeld bij linkerventrikelhypertrofie.

93
New cards

Wat drukt de wet van Einthoven uit in termen van afleidingen?

Deflectie in DII = deflectie in DI + deflectie in DIII.

94
New cards

Wat is de praktische betekenis van de wet van Einthoven bij EKG-interpretatie?

Ze laat toe na te gaan of elektroden niet verwisseld zijn, omdat DII normaal de som is van DI en DIII.

95
New cards

Wat kan men gemakkelijk detecteren met een EKG?

Hartritme en hartritmestoornissen.

96
New cards

Wat betekent een vergroot PR (PQ) interval klinisch?

Overdreven vertraging van AV-geleiding, variërend van lichte vertraging tot volledige geleidingsblokkade.

97
New cards

Welke afwijking kan wijzen op myocardinfarct?

ST-segment verhoging (ST-segment is normaal iso-elektrisch).

98
New cards

Wat kan men via EKG-analyse bepalen bij een myocardinfarct?

De locatie van de infarctzone.

99
New cards

Waarom vereist EKG-interpretatie langdurige oefening?

Omdat het een gespecialiseerde vaardigheid is.