1/35
Deze flashcards behandelen de belangrijkste jurisprudentie van het Verbintenissenrecht, inclusief wilsgebreken, toerekening, onrechtmatige daad, en aansprakelijkheid.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
HR Quint/Te Poel
Bepaalt dat verbintenissen alleen uit de wet kunnen ontstaan (art. 6:1 BW), maar dat zij niet altijd rechtstreeks op een wetsartikel hoeven te steunen; ze moeten passen in het wettelijk stelsel en kunnen voortvloeien uit ongeschreven recht.
Wilsvertrouwensleer (Eelman/Hin)
De leer waarbij een overeenkomst geldig is ondanks een geestelijke stoornis (wilsontbreken), mits de wederpartij er op grond van artikel 3:35 BW gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat de verklaring overeenkwam met de wil.
HR Hajziani/Van Woerden
Een werkgever heeft een onderzoeksplicht om zich met redelijke zorgvuldigheid te vergewissen of een (buitenlandse) werknemer heeft begrepen dat hij instemt met de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.
HR Westhoff/Spronsen
Een werkgever mag een werknemer alleen aan een ontslagneming houden bij gerechtvaardigd vertrouwen én als de werkgever nadeel zou ondervinden bij ongedaanmaking van het ontslag.
HR Baris/Riezenkamp
Door in onderhandeling te treden komen partijen tot elkaar te staan in een door de goede trouw beheerste rechtsverhouding. Dwaling behoeft niet verschoonbaar te zijn voor een beroep op vernietiging, tenzij de goede trouw zich tegen een beroep op dwaling verzet.
HR CBB/JPO
Stelt de maatstaf voor afgebroken onderhandelingen: partijen zijn in beginsel vrij onderhandelingen af te breken, tenzij dit onaanvaardbaar is door het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het tot stand komen van de overeenkomst.
Haviltex-maatstaf
Bij uitleg van een overeenkomst is niet de zuiver taalkundige uitleg doorslaggevend, maar de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en van elkaar mochten verwachten.
HR 25 augustus 2023 (Uitleg vaststellingsovereenkomst)
Bevestigt impliciet dat partijen de Haviltex-norm contractueel kunnen uitsluiten door te kiezen voor een zuiver grammaticale uitlegmaatstaf, hoewel de redelijkheid en billijkheid altijd een corrigerende rol behouden.
HR Saladin/HBU
Relevant voor de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid bij exoneratiebedingen; factoren zoals de zwaarte van de schuld, de aard van de overeenkomst en de maatschappelijke positie van partijen spelen een rol.
HR Kuunders/Swinkels
Een beroep op een exoneratiebeding is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar indien de schade te wijten is aan opzet of bewuste roekeloosheid van de schuldenaar of de bedrijfsleiding.
HR Van Geest/Nederlof
Bij dwaling verzet de goede trouw zich ertegen dat een verkoper die zijn mededelingsplicht heeft geschonden, aanvoert dat de koper zelf onderzoek had moeten doen naar de gebreken.
HR Inbev/Van der Valk
Er bestaat geen mededelingsplicht voor een partij die zelf onwetend is over een bepaalde omstandigheid (zoals een bestemmingsplan), aangezien men alleen hoeft te mededelen wat men weet of geacht wordt te weten.
Kernbedingen (Assoud/SNS)
Bedingen die de essentiële prestaties van een overeenkomst aangeven en dermate fundamenteel zijn dat de overeenkomst zonder deze bedingen niet tot stand zou zijn gekomen; zij zijn uitgezonderd van de toetsing op onredelijke bezwarendheid.
HR Geurtzen/Kampstaal
Bepaalt dat de wettelijke wijzen van terhandstelling van algemene voorwaarden limitatief zijn, maar dat een beroep op vernietiging naar redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar kan zijn als de wederpartij bekend was met de voorwaarden.
HR Brok/Huberts
Voor schadevergoeding bij de koop van een gebrekkige zaak is een toerekenbare tekortkoming vereist; het enkele feit dat de zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt is onvoldoende voor aansprakelijkheid.
HR Oerlemans/Driessen
Een gebrek aan een industrieel vervaardigd product komt volgens de verkeersopvattingen (art. 6:75 BW) in beginsel voor risico van de verkoper, ook als deze het gebrek niet kende of kon kennen.
Hulppersonen (Geldnet/Kwantum)
Volgens art. 6:76 BW bestaat er alleen aansprakelijkheid voor personen die daadwerkelijk worden gebruikt bij de uitvoering van de specifieke verbintenis waarover het geding gaat.
Pip-implantaat arrest
Bepaalt dat een ziekenhuis niet aansprakelijk is voor schade door gebrekkige implantaten als gevolg van grootschalige fraude door de producent, omdat deze tekortkoming niet aan het ziekenhuis kan worden toegerekend.
Error in extremis (Meppelse ree)
Indien een dader een menselijkerwijs begrijpelijke fout maakt in een noodsituatie, kan er nog steeds sprake zijn van schuld als een minder gevaarlijke reactie objectief mogelijk was.
HR Twickler/R
Klaart op dat iedere tekortkoming in de nakoming van een verbintenis recht geeft op ontbinding, ook als het beding niet de kern van de prestatie betreft, tenzij de tekortkoming van te geringe betekenis is.
Prejudiciële beslissing Eigen Haard
Artikel 6:265 lid 1 BW heeft de structuur van een hoofdregel met een uitzondering; de 'tenzij-bepaling' is geen uitzondering die slechts zelden mag worden toegepast, maar een integraal deel van de afweging.
Kelderluik-criteria
Vier criteria voor gevaarzetting: 1. Waarschijnlijkheid van onoplettendheid; 2. Kans dat daaruit ongevallen ontstaan; 3. Ernst van de gevolgen; 4. Bezwaarlijkheid van veiligheidsmaatregelen.
Hinder (De Jong/Van Tol)
Bij de beoordeling of hinder onrechtmatig is, speelt de factor 'wie er het eerst was' (prioriteitsbeginsel) een rol in de belangenafweging.
Veenbroei-arrest
Degene die zorg heeft voor een terrein heeft een waarschuwingsplicht indien hij weet dat publiek het terrein betreedt en er sprake is van een niet-waarneembaar en onbekend gevaar.
Disloque-arrest (Turnster)
Het niet naleven van een veiligheidsnorm leidt tot aansprakelijkheid voor letsel, waarbij ook letsel buiten de normale lijn der verwachtingen wordt toegerekend aan de normovertreder.
Zusjes Jansen
Gevaarscheppend gedrag is pas onrechtmatig als de kans op een ongeval zo groot is dat de dader zich daarvan had moeten onthouden; een loutere kans op schade duidt op een 'ongelukkige samenloop van omstandigheden'.
Sport- en spelsituatie (Witmarsumer merke)
De drempel voor onrechtmatigheid ligt hoger tijdens sport en spel omdat deelnemers gevaarlijk gedrag of verkeerde timing tot op zekere hoogte van elkaar moeten verwachten.
Jetblast-arrest
Een waarschuwing is alleen een afdoende veiligheidsmaatregel als te verwachten valt dat deze waarschuwing zal leiden tot handelen of nalaten waardoor het gevaar wordt vermeden.
100%-regel (Kolkman/Van Uitregt)
Houdt in dat de schade van een ongemotoriseerd kind jonger dan 14 jaar bij een aanrijding met een motorvoertuig volledig vergoed moet worden, behoudens opzet of aan opzet grenzende roekeloosheid.
50%-regel (Iza/Vrerink)
Eveneens bekend als de billijkheidscorrectie wegens 'Betriebsgefahr'; de eigenaar van een motorrijtuig is jegens voetgangers/fietsers van 14 jaar of ouder voor ten minste 50% van de schade aansprakelijk, behoudens overmacht of opzet/roekeloosheid.
Functioneel verband (Groot Kievitsdal)
Voor werkgeversaansprakelijkheid (art. 6:170 lid 1 BW) is een ruime benadering leidend; activiteiten zoals een personeelsfeest kunnen een voldoende nauw verband houden met de dienstbetrekking.
HR Blomaard/Gemeente Utrecht
Werkgeversaansprakelijkheid wordt aangenomen als de kans op de fout door de opdracht aan de werknemer is vergroot en de werkgever juridische zeggenschap had over de gedragingen, ook tijdens een pauze.
HR Van Hees/Esbeek
Toerekening naar redelijkheid vervangt het adequatie-criterium; factoren zoals de voorzienbaarheid van het gevolg en de aard van de geschonden norm zijn van belang voor de toerekeningsvraag.
Renteneurose-arrest
Gevolgen voortvloeiend uit de persoonlijke predispositie (gevoeligheid) van het slachtoffer worden in het algemeen aan de dader toegerekend, zelfs als de reactie ernstiger is dan normaal.
HR Brand in Friesland
Bij risicoaansprakelijkheid voor minderjarige kinderen geldt een ruime toerekening van schade, zoals inkomensschade door het beëindigen van een huurovereenkomst na brand.
Lars Ruröde-arrest
Bij gevaarzetting door onzorgvuldigheid jegens kinderen onder de 14 jaar moet de schade volledig worden vergoed op grond van de billijkheidscorrectie van artikel 6:101 BW.