1/23
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
wat is de relatie tussen contractie en Ca2+ stroom voor een hartspier?
→ nauwe correlatie: Ca2+ influx via L-type/spanningsafhankelijke Ca2+ kanalen is wel essentieel voor initiatie contractie (<-> skelet)

vergelijk de relatie tussen contractie en Ca2+ stroom door L-type/spanningsafhankelijke Ca2+ kanalen bij skelet- en hartspiercellen
skelet: enkel beweging spanningssensor L-type kanaal essentieel (actief/inactief zijn kanaal)
hart: Ca2+ influx door L-type kanaal essentieel

hoe werkt de excitatie-contractie koppeling in een hartspiercel?
gelijkaardig aan skeletspier:
AP → T-tubuli depolariseren
→ openen spanningsafhankelijke Ca2+ kanalen in plasmamembraan (CaV1.2) → Ca2+ influx
→ openen calciumgevoelige ryanodine receptoren 2 (RyR2) in sarcoplasmatisch reticulum
→ Ca2+ komt vrij vanuit SR → stijging intracellulaire Ca2+ conc
→ activering dwarsbrugcyclus

wat is het verschil tussen skeletspiercel en hartspiercel bij excitatie-contractie koppeling?
L-type Ca kanaal in plasmamembraan
skelet: DHPR
hart: CaV1.2
RyR kanaal in SR
skelet: RyR1 (fysieke interactie met DHPR)
hart: RyR2 (calciumgevoelig)
trigger Ca2+ release uit SR door RyR:
skelet: openen DHPR → verbreekt interactie tsn DHPR en RyR1
hart: Ca2+ influx door L—type Ca kanaal
wat zijn de kenmerken van ryanodine receptoren?
= calcium release kanalen in SR van spiercellen
6 TM domeinen
tetrameer
groot cytosolisch domein
variatie in regulatie
welke soort ryanodine receptoren zijn er?
RyR1 → skeletspier
RyR2 → hart
RyR3 → gladde spier, epitheel, hersenen, endotheel, etc
waar vinden we RyR1?
skeletspier
waar vinden we RyR2?
hartspier
waar vinden we RyR3?
gladde spiercellen, endotheel, epitheel, hersenen, etc
welk voor soort receptoren vinden we in SR van skeletspieren?
RyR1
welk voor soort receptoren vinden we in SR van hartspier?
RyR2
welk voor soort receptoren vinden we in SR van gladde spieren, endotheel, hersenen, epitheel, etc? AANVULLEN
RyR3
wat is het relaxatiemechanisme van hartspiercellen?
relaxatie = daling intracellulaire Ca2+ concentratie → na wegpompen Ca uit cytoplasma (<10-7M)
NCX (25%): Natrium Calcium Exchanger: 3 Na nr binnen, 1 Ca2+ nr buiten → belangrijk voor snelle relaxatie hartspier
SERCa/PMCa pomp (75%):
SERCa nr SR
PMCa nr buiten
→ extracelullaire Ca2+ conc wel belangrijk voor hartspier: Ca2+ influx nodig voor initiatie contractie + bij relaxatie veel Ca2+ verlies dat moet w gecompenseerd

vergelijk relaxatiemechanismen bij hartspier en skeletspier
skelet: SERCa pomp (90%)
relaxatie: recycleert Ca2+ naar SR
initiatie contractie: geen Ca2+ influx nodig
→ contractie/relaxatie niet afhankelijk van extracellulaire Ca2+concentratie
hart: NXC (25%) + SERCa/PMCa pomp (75%)
relaxatie: Ca2+ vnml uit cel gepompt (snelle relaxatie)
initiatie contractie: Ca2+ influx nodig
→ contractie/relaxatie wel afhankelijk van extracelullaire Ca2+ concentratie
hoe wordt de intracellulaire Ca2+ concentratie verlaagd in hartspiercellen vs skeletspiercellen?
hart: NXC (25%) + SERCa/PMCa pomp (75%)
skelet: SERCa (90%)
hoe kan de hartspiercontractie worden versterkt?
door stimulatie van bèta adrenerge receptoren, dus door adrenaline
wat doet adrenaline met het hart?
stijging contractiekracht
stijging hartritme (snellere relaxatie)
hoe zorgt adrenaline voor het verhogen van de contractiekracht?
adrenaline bindt aan bèta1 adrenerge receptor (= Gs-type G proteïne)
activatie adenylaatcyclase → ATP omzetten naar cAMP
activatie proteïne kinase A → fosforyleert targets (fosforylatie zorgt voor meer activatie):
L-type Ca2+ kanaal
RyR2
PLB (fosfolamban)
troponine-I
→ meer Ca2+ vrijzetting uit SR → meer contractie
→ meer SERCa activiteit (PLB): snellere relaxatie (want hartslagen volgen elkaar sneller op)

welke targets worden gefosforyleerd door proteïne kinase A bij stimulatie van bèta adrenerge receptor in hartspiercel?
L-type Ca2+ kanaal → meer Ca2+ influx
RyR → meer Ca2+ release uit SR
PLB (fosfolamban) → snellere relaxatie (meer activatie SERCa pomp)
troponine-I → snellere relaxatie

hoe komt het dat adrenaline, dat de contractiekracht verhoogt, ook nog SERCa pomp (relaxatie mechanisme) verhoogt?
meer contractiekracht → hartslagen volgen elkaar sneller op → snellere relaxatie nodig
werking:
activatie bèta1 adrenerge receptor door adrenaline → activatie adenylylcyclase
omzetting ATP naar cAMP → activatie proteïne kinase A
proteïne kinase A fosforyleert (oa) PLB (fosfolamban) → meer activatie SERCa → snellere relaxatie
wat is PLB en welke rol heeft het in hartspiercellen?
= fosfolamban: activeert SERCa pomp in hartspier → snellere relaxatie
wordt gefosforyleerd/geactiveerd door proteïne kinase A na stimulatie bèta1 adrenerge receptor door adrenaline
wat zijn positieve ionotropica?
stoffen die de contractiekracht van het hart verhogen → worden gebruikt bij bv hartfalen
geef voorbeelden van positieve ionotropica
catecholamines, bv adrenaline → bèta receptor agonisten (stimuleren receptor)
PDE inhibitors → remmen afbraak cAMP
Ca2+ sensitizers → verhogen affiniteit van sarcomeer voor Ca2+
via welke manieren kunnen positieve ionotropica werken? geef vb
bèta-receptor agonisten (stimuleren receptor) → catecholamines, bv adrenaline
remmen afbraak cAMP → PDE inhibitors
verhogen affiniteit van sarcomeer voor Ca2+ → Ca2+ sensitizers