Biochemie- deel II: DNA/RNA

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/21

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:15 AM on 8/24/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

22 Terms

1
New cards

DNA voluit

Desoxyribonucleïnezuur

2
New cards

RNA

Ribonucleïnezuur

3
New cards

Nucleïnezuren:

ketenvormige macromoleculen opgebouwd uit nucleotiden

4
New cards

teken een nucleotide van een DNA-streng + uit welke onderdelen is het opgebouwd:

fosfaatgroep op C5+ bèta-D-2-deoxyribose (een pentosesuiker) + een base (thymine, adenine, guanine, cytosine) op C1

vrije hydroxylgroep op C3

<p>fosfaatgroep op C5+ bèta-D-2-deoxyribose (een pentosesuiker) + een base (thymine, adenine, guanine, cytosine) op C1 </p><p>vrije hydroxylgroep op C3</p>
5
New cards

teken een nucleotide van een RNA-streng + uit welke onderdelen is het opgebouwd:

fosfaatgroep op C5 + bèta-D-ribose (een pentosesuiker) + een base (adenine, guanine, cytosine, uracil) op C1

vrije hydroxylgroep op C3

<p>fosfaatgroep op C5 + bèta-D-ribose (een pentosesuiker) + een base (adenine, guanine, cytosine, uracil) op C1</p><p>vrije hydroxylgroep op C3</p>
6
New cards

soort binding tussen het suiker en base in een nucleotide/nucleoside:

een glycosidische binding: een covalente binding tussen een koolhydraat (een suiker) en een andere molecule dat al dan niet een koolhydraat is. De binding wordt gevormd tussen het hemi-acetaal/hemiketaal van het koolhydraat en een alcoholgroep van de andere molecule.

hydrolysereactie zorgt voor binding (afsplitsing van water)

7
New cards

wat is een nucleoside?

een (deoxy)ribose + een base, verbonden via glycosidische binding (nucleotide zonder fosfaatgroep)

8
New cards

nucleotiden hebben een sterke adsorptie van UV-licht bij welke golflengte?

260-280nm

9
New cards

Hoe komen pyrimidines en purines vrij voor in de cel?

Onder de vorm van NDP’s en NTP’s in complex met Mg2+

10
New cards

Functies van nucleotiden

  • energieoverdracht in de cel (NTP)

  • het zijn energierijke dragers van bouwsteenmoleculen (NTP

  • het zijn precursoren van mononucleotiden (NTP’s en dNTP’s) en zijn essentieel voor de opbouw van DNA/RNA

  • het zijn componenten van co-enzymen/ cofactoren (zoals NAD en FAD)

  • boodschappermoleculen


11
New cards

Cyclische nucleotiden: welke + functie

cAMP en cGMP

  • signaalmoleculen

  • regulatoren van cellulair metabolisme en reproductie


12
New cards

Hoe zijn nucleotiden aan elkaar gebonden?

via een fosfodiësterbinding tussen de fosfaatgroep van de ene nucleotide en de vrije hydroxylgroep op C3 van het suiker van de andere nucleotide (door een condensatiereactie)

Fosfodiësterbinding: een relatief sterke covalente binding tussen een fosfaatgroep en twee hydroxylgroepen van verschillende koolhydraatgroepen

<p>via een fosfodiësterbinding tussen de fosfaatgroep van de ene nucleotide en de vrije hydroxylgroep op C3 van het suiker van de andere nucleotide (door een condensatiereactie) </p><p>Fosfodiësterbinding: een relatief sterke covalente binding tussen een fosfaatgroep en twee hydroxylgroepen van verschillende koolhydraatgroepen </p>
13
New cards

wat zijn nucleasen?

enzymen die polynucleotiden afbreken, de enzymen knippen de fosfodiësterbinding stuk

14
New cards

Waarom is DNA/RNA een polyelektroliet?

DNA/RNA heeft vele kleiner negatieve ladingen aan de fosfaatgroepen

15
New cards

teken de H-bruggen tussen adenine en thymine

knowt flashcard image
16
New cards

teken de H-bruggen tussen cytosine en guanine

knowt flashcard image
17
New cards

types RNA (van meest aanwezig naar minst aanwezig):

rRNA > tRNA>mRNA > microRNA

18
New cards

Wat zijn ribonucleasen

een specifiek soort nuclease-enzym die enkel RNA-ketens afbreekt

19
New cards

Wat zijn topo-isomoren

moleculen met dezelfde chemische samenstelling en structuur maar met een andere ruimtelijke opvouwing

20
New cards

wat is de hyperchromiciteit van DNA/ RNA

bij de denaturatie neemt de UV-absorptie toe

21
New cards

Functie nucleïnezuren:

DNA:

  • in de nucleus van de cel

  • draagt informatie voor eiwitvorming, deze info wordt getranscripteerd (zodat DNA in de nucleus kan blijven)

RNA:

  • komt voor in alle delen van de cel

  • noodzakelijk voor de eiwitsynthese (translatie)


22
New cards

Wat is het centraal dogma?

dit is de basisregel die beschrijft hoe genetische informatie in een cel stroomt

DNA (doet aan replicatie en maakt een kopie van zichzelf) -(transcriptie)→ mRNA - (translatie)→ eiwit