Le passé composé (irrégulier) 1-2-4

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/20

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 3:55 PM on 9/14/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

21 Terms

1
New cards

begrijpen

(heb) begrepen / comprendre

2
New cards

blijven

(ben) gebleven / rester

3
New cards

kijken

(heb) gekeken / regarder

4
New cards

krijgen

(heb) gekregen / recevoir

5
New cards

rijden

(heb) gereden / rouler

6
New cards

schrijven

(heb) geschreven / écrire

7
New cards

wijzen

(heb) gewezen / indiquer

8
New cards

beginnen

(ben) begonnen / commencer

9
New cards

drinken

(heb) gedronken / boire

10
New cards

springen

(heb) gesprongen / sauter

11
New cards

vinden

(heb) gevonden / trouver

12
New cards

winnen

(heb) gewonnen / gagner

13
New cards

zingen

(heb) gezongen / chanter

14
New cards

klimmen

(heb) geklommen / grimper

15
New cards

breken

(heb) gebroken / casser

16
New cards

helpen

(heb) geholpen / aider

17
New cards

nemen

(heb) genomen / prendre

18
New cards

spreken

(heb) gesproken / parler

19
New cards

vertrekken

(ben) vertrokken / partir

20
New cards

zenden

(heb) gezonden / envoyer

21
New cards

zwemmen

(heb) gezwommen / nager