H1 | Pedagogische modellen met betrekking tot opvoeding

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/36

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 11:31 AM on 9/7/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

37 Terms

1
New cards

Waar helpen pedagogische modellen ons mee?

opvoeding niet alleen als een individuele taak te zien, maar als dynamisch proces dat beïnvloed wordt door verschillende factoren en contexten

2
New cards

Drie invloedrijke pedagogische modellen:

  1. het bio-ecologisch model van Bronfenbrenner

  2. het balansmodel van Bakker

  3. het procesmodel van Belsky


3
New cards

Grondlegger van bio-ecologisch model

Bronfenbrenner

  • Russisch-Amerikaans


4
New cards

Waar gaat Bronfenbrenners’s theorie over?

1 v/d beste verklaringen over hoe de sociale omgeving een invloed heeft op de ontwikkeling

5
New cards

Waar bestaat de omgeving van her kind uit?

bestaat uit 5 niveaus/systemen die het kind gelijktijdig beïnvloeden

6
New cards

Wat zijn deze 5 niveaus/systemen?

  1. Microsysteem

  2. Mesosysteem

  3. Exosysteem

  4. Macrosysteem

  5. Chronosysteem


7
New cards

Wat voor factoren staan centraal in het schema volgens Bronfenbrenner?

Biologische factoren van een kind zijn ook in het schema opgenomen, maar de omgevingsfactoren zet hij toch centraal

8
New cards

Ontw v/h kind wordt beschouwd als:

een voortgaande wederzijdse aanpassing tussen het kind en zijn omgeving

9
New cards

Dit betekent dat…

niet alleen kind invloed ondergaat van zijn omgeving, maar dat een kind al vanaf de conceptie ook invloed uitoefent op zijn omgeving

10
New cards

Hoe Bronfenbrenner de omgeving voor stelt

Stelt voor als een aantal concentrische cirkels rond een kind

11
New cards

Wat stelt elke cirkel voor?

  • Elke cirkel stelt systeem voor dat op zijn beurt weer ingebed is in een ruimer systeem:

    • Microsysteem

    • Mesosysteem

    • Exosysteem

    • Macrosysteem

    • Chronosysteem


<ul><li><p>Elke cirkel stelt systeem voor dat op zijn beurt weer ingebed is in een ruimer systeem:</p><ul><li><p>Microsysteem</p></li><li><p>Mesosysteem</p></li><li><p>Exosysteem</p></li><li><p>Macrosysteem</p></li><li><p>Chronosysteem</p></li></ul></li></ul><p></p>
12
New cards

Wat bepaalt de ruimere omgeving waarin de opvoeding plaatsvindt mee?

bepaalt mee de mogelijkheden en de grenzen voor het kind en ouder!

13
New cards

Individu =

= Biologische factoren

  • Beperking, leeftijd, persoonlijkheid

(kindfactoren)

14
New cards

Het microsysteem =

De dagelijkse, directe omgeving waarin het kind leeft

Bv. gezin, grootouders, crèche, school, jeugdbeweging, sportclub

15
New cards

Voorwaarde om van microsysteem te kunnen spreken:

Kind moet met vaste gesprekpartners omgaan

16
New cards

Microsysteem wordt gekenmerkt door:

  1. Fysische/materiële aspecten

  2. Sociale aspecten


17
New cards

Microsysteem vormt een…

dynamische context voor de ontwikkeling van het kind

18
New cards

Wat voor invloed hebben de leden van het microsysteem op elkaar?

Leden van microsysteem hebben een wederzijdse invloed op elkaar

19
New cards

Fysische/materiële aspecten =

bv de huisvesting, de buurt, het gebouw, de aanwezigheid van speelgoed, de speelmogelijkheden in de buurt,…

20
New cards

Sociale aspecten =

de samenstelling van het systeem, de taakverdeling, de onderlinge relaties, de verwachtingen/eisen, de rolpatronen, de vaste gebeurtenissen, activiteit, …

21
New cards

Het mesosysteem =

De wederzijdse invloed tussen de verschillende microsystemen

22
New cards

Een verandering/gebeurtenis die zich afspeelt in 1 microsysteem zal …

een weerslag hebben op een ander microsysteem

23
New cards

Als de relaties tussen de microsystemen positief verlopen →

dat dit een ondersteunend netwerk aan het kind biedt.

24
New cards

Indien relaties verstoord zijn,

dan ontbreekt deze steun.

25
New cards

We kunnen bij de onderlinge relaties tussen de microsystemen stilstaan bij de __ van die relatie.

kwaliteit, frequentie en waardering

26
New cards

Kwaliteit

  • kan variëren van zeer goed tot uiterst slecht

    • bv. De kwaliteit van de relatie tussen de ouder en onthaalouder is goed. De moeder kan haar vragen stellen en de onthaalmoeder neemt haar tijd om ze te beantwoorden.


27
New cards

Frequentie

  • dit geeft aan hoe vaak er contact is tussen de verschillende microsystemen

    • bv Ouders kunnen nauwelijks tot geen contact hebben met de trainer van de voetbalploeg van hun dochter.


28
New cards

Waardering

De waardering voor andere microsystemen kan sterk verschillen, van grote waardering tot afwijzing. Men kan ook een microsysteem gaan overwaarderen.

<p>De waardering voor andere microsystemen kan sterk verschillen, van grote waardering tot afwijzing. Men kan ook een microsysteem gaan overwaarderen.</p>
29
New cards

Vlotte/minder vlotte overgangen van het ene microsysteem naar het andere afhankelijk van grootte van verschillen tussen de systemen:

  • Omgang met het kind

  • Verwachtingen die men stelt

  • Waarden en normen


30
New cards

Uit wat bestaat het exosysteem ?

  • Formele sociale structuren: werk van de ouders, klas van broer/zus

  • Informele sociale structuren: vrienden, ouders


31
New cards

Kind maakt wel/niet direct deel uit van deze sciale structuren

niet

32
New cards

Maar er is wel een indirecte invloed op …

de ontwikkeling van het kind

33
New cards

Het macrosysteem =

de overkoepelende culturele invloeden

  • De maatschappij in het algemeen, onderwijsbeleid en -systeem, mens- en levensbeschouwing, juridisch beleid, economisch systeem en andere brede, veelomvattende factoren zijn een aantal componenten ervan.


34
New cards

Het chronosysteem =

Het tijdsverloop

35
New cards

2 Soorten chronosystemen

  • Normatief

  • Niet-normatief


36
New cards

Normatief

  • Veranderingen die normaal en typerend zijn voor de ontwikkeling

  • Bv naar school gaan, puberteit, werken,…


37
New cards

Niet-normatief

  • Gebeurtenissen die afwijken van de normale ontwikkeling

  • Bv ziekte, overlijden, scheiding