1/19
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Expressionisme
Schrijvers en schilders probeerden in de eerste plaats hun gevoelens en ervaringen uit te drukken. Daarbij gold maar één wet: er zijn geen wetten. Elke schrijver en kunstenaar moest een eigen vorm vinden om zijn eigen, subjectieve werkelijkheid weer te geven.
.Nieuwe Zakelijkheid
De stroming ontstond in de jaren 20 in Duitsland rond het Bauhaus, een soort academie waar je architectuur en fotografie kon studeren. Het Bauhaus wilde vóór alles functionele kunst maken. Dat leidde tot een strakke architectuur. Kernbegrippen daarin waren: strak, zakelijk, sober, nuchter. Dat uitte zich zowel in de inhoud als de stijl. Er bestond een voorkeur voor onderwerpen die waren ontleend aan de actualiteit. Die werden rechttoe-rechtaan beschreven in korte, zakelijke zinnen. Gevoelens waren van ondergeschikt belang - doel was het zo objectief mogelijk vastleggen van de werkelijkheid.
Neoromantiek
Binnen deze stroming doen personages er alles aan om de alledaagse werkelijkheid te ontvluchten. Ze vluchten in het verleden, in hun verbeelding, in dromen over de ideale geliefde, utopische landschappen, exotische streken en bovennatuurlijke en geheimzinnige gebeurtenissen - alles om maar niet in het hier en nu te hoeven zijn.
Vorm of Vent
Het belangrijkste uitgangspunt binnen deze discussie is dat schrijvers niet kozen voor de vorm en zo 'mooi' mogelijk probeerden te schrijven. In plaats daarvan moesten zij zich een vent tonen. Een vent was een man (of vrouw) uit één stuk, iemand die zegt wat hij doet en doet wat hij zegt - een persoonlijkheid kortom. Schrijven was niet iets vrijblijvends, maar iets wat een schrijver met volle overtuiging en met de inzet van heel zijn wezen moest doen.
Modernisme
Schrijvers en dichters binnen deze stroming zagen de mens als een onzeker iemand in onzekere tijden. Ze schreven veel over personages die aan alles twijfelden. Belangrijker dan het verhaal waren de gedachten en gevoelens van de hoofdpersoon. Door de ontwikkelingen in de psychologie kregen het onder- en onbewuste veel aandacht. Dat zie je ook in de manier van vertellen. De chronologie werd losgelaten en de gedachten van de personages waren soms onlogisch en moeilijk te volgen.
Stream of consciousness
Een speciale modernistische techniek: de associatieve en vaak warrige gedachten van personages werden net zo gefragmenteerd weergegeven als ze zich in werkelijkheid voordeden. Daarmee wilden modernistische schrijvers de werking van de geest zo dicht mogelijk benaderen.
Novelle
Fictief verhaal van maximaal 100 pagina's. De beschreven periode is meestal korter dan in een roman, het aantal personages beperkter en de verwikkelingen zijn minder complex.
Vision par derrière
Visie achteraf. De verteller vertelt in het 'nu' (vertelheden) achteraf (par derrière) met de kennis van het heden over gebeurtenissen die eerder hebben plaatsgevonden. Zo'n verteller noem je een beschouwend ik. Dat is de tegenhanger van een belevend ik, dat vertelt over gebeurtenissen die op het moment zelf plaatsvinden.
Associatie
Een onbewust gevormde gedachte naar aanleiding van andere gedachten, maar ook van beelden, geuren en geluiden. Als je in de supermarkt de geur van speculaas ruikt, kan dat associaties oproepen met bijvoorbeeld Sinterklaas.
Vrije verzen
Dichtvorm die niet is gebonden aan voorschriften wat betreft de lengte, het aantal regels, rijm(schema) etc.
Condition humaine
De toestand waarin de mens verkeert of 'het lot van de mens'. Het wil zeggen dat de mens gekweld wordt en gebukt gaat onder omstandigheden die ervoor zorgen dat hij zijn doelen en verlangens niet kan verwerkelijken.
Het fantastische
In de literatuur wordt hiermee iets anders bedoeld dan in het dagelijks taalgebruik. Er komen dingen in voor die niet in de alledaagse werkelijkheid voorkomen of die als bovennatuurlijk worden ervaren (denk aan het woord 'fantasie'). In die zin behoren bijvoorbeeld gothic novels en andere griezelverhalen tot de fantastische literatuur. Maar ook verhalen die op het eerste oog realistisch lijken, kunnen fantastische elementen bevatten, doordat er bijvoorbeeld gebeurtenissen plaatsvinden die niet rationaal verklaarbaar zijn.
Fascisme
Extreme en autoritaire vorm van nationalisme, die onder meer antidemocratisch, antiliberaal en anti-intellectueel is. Het fascisme stelt de natie boven het individu; één partij of individu is aan de macht en verzet wordt met harde hand neergeslagen. Machtsvertoon en geweld worden verheerlijkt. Het Duitse nationaalsocialisme van de jaren 30 en 40 is een voorbeeld van een fascistische ideologie.
Grotesk
Afschrikwekkend en buitenissig (sterk afwijkend). Zowel in de literatuur als in de beeldende kunst worden groteske elementen gekenmerkt door overdrijving en vergroting.
Out of character
Een personage handelt 'out of character' als het iets doet of ervaart op een manier die niet past bij zijn karakter. Vaak openbaart zich daarin iets wat van belang is voor de loop van het verhaal of de interpretatie ervan.
Archaïsch
Ouderwets, vaak gezegd van taalgebruik. Het gaat dan om taalgebruik dat ooit gangbaar is geweest, maar inmiddels is verouderd, bijvoorbeeld 'thans' in plaats van 'nu' en 'weder' in plaats van 'weer'.
Dogma
Leerstelling, geloofsovertuiging. Onder meer: God als schepper van de wereld, Maria onbevlekt ontvangen en Maria tenhemelopneming.
Allegorie
Metafoor die uitgewerkt wordt in een verhaal. Allegorieën in de Bijbel worden ook wel gelijkenissen of parabels genoemd. Het zijn verhalen over concrete gebeurtenissen die een diepere waarheid bevatten.
Existentialisme
Filosofische stroming die vooral in de jaren 50 in Parijs opgang maakte. Centraal staat de idee dat God niet bestaat en dat er ook geen andere morele wetten bestaan die dicteren wat 'goed' en 'slecht' is. De mens moet zelf zijn leven en identiteit vormgeven. Hij is dus volledig vrij om zijn eigen keuzes te maken. Die vrijheid leidt echter tot grote innerlijke strijd en angst, want er is nergens een houvast; de mens ziet zich geplaatst tegenover het 'Niets' (een universum zonder enige orde of richting).
Allusie
Toespeling op een bekend verhaal, bijvoorbeeld een sprookje, mythe of Bijbelverhaal. De uitspraak 'Ik app dus ik besta' naar Descartes: 'Ik denk dus ik besta'