Democratie in de gelaagde rechtsorde

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/22

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards dekken de kernconcepten van de Nederlandse en Europese democratie, zoals beschreven in de collegestof, inclusief kiesstelsels en representatievraagstukken.

Last updated 3:53 PM on 7/9/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

23 Terms

1
New cards

Legitimiteit

De aanvaardbaarheid van rechtsnormen door burgers, gebaseerd op een democratische totstandkomingsprocedure, ongeacht of men het eens is met de inhoud.

2
New cards

Robert A. Dahl

De politicoloog die de zes kenmerken van een vertegenwoordigende democratie definieerde, waaronder gekozen vertegenwoordigers en vrijheid van meningsuiting.

3
New cards

Illiberale democratie

Een bewind dat via verkiezingen aan de macht is gekomen, maar politieke vrijheden beknot, zoals de media aan banden leggen en de oppositie hinderen.

4
New cards

Politieke gelijkheid

Het ideaal dat de belangen van alle burgers doorwegen in besluitvorming en dat elke volwassen burger in staat wordt geacht deel te nemen aan de politiek.

5
New cards

Zelfbeschikking (autonomie)

De waarde dat mensen zelf willen bepalen volgens welke morele waarden en regels zij hun leven en de samenleving inrichten.

6
New cards

Vertrouwensregel

Het ongeschreven staatsrechtelijke principe dat de regering de steun moet genieten van de meerderheid in de Tweede Kamer.

7
New cards

Staten-Generaal

Het hoogste staatsrechtelijke orgaan van volksvertegenwoordiging in Nederland, bestaande uit de Tweede Kamer en de Eerste Kamer.

8
New cards

Evenredige vertegenwoordiging

Een kiesstelsel waarbij de zetelverdeling in het parlement een nauwkeurige afspiegeling is van het totaal aantal uitgebrachte stemmen.

9
New cards

Kiesdeler

De hoeveelheid stemmen die nodig is om één zetel te bemachtigen, berekend door het aantal uitgebrachte stemmen te delen door de beschikbare zetels.

10
New cards

Districtenstelsel

Een kiesstelsel waarbij het land is opgedeeld in gebieden die elk hun eigen vertegenwoordiger kiezen via een absolute meerderheid.

11
New cards

Monisme

Een politieke situatie waarin de volksvertegenwoordiging en het bestuur sterk met elkaar verweven zijn, vaak gekenmerkt door regeerakkoorden en fractiediscipline.

12
New cards

Dualisme

Een politieke verhouding waarbij er een striktere scheiding is tussen het handelen van de volksvertegenwoordiging en dat van het bestuur.

13
New cards

Tegendemocratie

De term van Pierre Rosanvallon voor buitenparlementaire invloed, zoals geïnstitutionaliseerd toezicht, juridisering en handelen als hindermacht.

14
New cards

Ostrogorski-paradox

Het fenomeen waarbij een meerderheid in het parlement wetten kan aannemen die ingaan tegen de wil van de meerderheid van de kiezers.

15
New cards

Diplomademocratie

Een politiek systeem waarin burgers met een hoger opleidingsniveau feitelijk meer invloed hebben op beleid en wetgeving.

16
New cards

Bindend correctief referendum

Een instrument waarmee burgers een door het parlement aangenomen wet direct kunnen verwerpen via een stemming.

17
New cards

Internetconsultatie

Een instrument waarbij burgers via het internet kunnen reageren op voorgenomen wet- en regelgeving.

18
New cards

Burgerforum

Kortere of langere bijeenkomsten van (vaak door loting geselecteerde) burgers die aanbevelingen doen over een specifieke beleidsagenda.

19
New cards

Degressieve evenredigheid

De zetelverdeling in het Europees Parlement waarbij lidstaten met een kleine bevolking naar verhouding meer zetels hebben dan grote lidstaten.

20
New cards

Gewone wetgevingsprocedure

De procedure van artikel 294 VWEU waarbij de Europese Commissie het initiatiefrecht heeft en de Raad en het Parlement samen beslissen.

21
New cards

Dubbele meerderheid

De besluitvormingsregel in de Raad waarbij een voorstel wordt aangenomen bij instemming van 55% van de lidstaten die 65% van de bevolking vertegenwoordigen.

22
New cards

Trilogen

Informele bijeenkomsten tussen afgevaardigden van de Commissie, de Raad en het Parlement om wetgevingsprocessen te versnellen.

23
New cards

Agendaprocedure

Het proces waarbij de Staten-Generaal voorafgaand aan een vergadering van de Raad gedetailleerde informatie ontvangt om de Nederlandse minister te kunnen sturen.