1/29
Een uitgebreide vocabulaire-set over fysica 3ASO, gebaseerd op de INzicht-cursus. De flashcards dekken elektrostatica, elektrodynamica, elektromagnetisme, kernfysica, krachten, beweging en golven.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Elektroscoop
Een instrument voor het detecteren van statische ladingen, bestaande uit twee metalen stroken (waarvan één beweeglijk) die uitwijken als ze geladen worden.
Elektrische inductie
Ook wel influentie of polarisatie genoemd; het verschijnsel waarbij ladingen in een neutraal voorwerp verschuiven door de nabijheid van een geladen voorwerp.
Geleider
Materialen waarin ladingen een grote mobiliteit hebben en gemakkelijk kunnen bewegen, zoals koper, aluminium of ijzer.
Isolator
Materialen waarin ladingen weinig tot geen mobiliteit hebben en vastzitten op hun plaats, zoals PVC, glas of porselein.
De Wet van Coulomb
De wet die de elektrische kracht tussen twee ladingen beschrijft: ∣F1,2∣=k×r2∣Q1∣∣Q2∣ met k=8,99×109N⋅m2⋅C−2.
Elektrische veldsterkte (E)
De verhouding van de kracht op een testlading tot de grootte van die lading, uitgedrukt in N/C; formule: E=QF.
Elektrische stroomsterkte (I)
De hoeveelheid lading die per tijdseenheid door een doorsnede vloeit: I=ΔtQ, uitgedrukt in Ampère (A).
De Wet van Pouillet
Formule die de weerstand van een geleider bepaalt op basis van de soortelijke weerstand (ρ), de lengte (l) en de doorsnede (A): R=ρ×Al.
Serieschakeling
Een schakeling waarbij de stroom door elk onderdeel hetzelfde is (Itot=I1=I2) en de totale weerstand gelijk is aan de som van de afzonderlijke weerstanden (Rs=R1+R2+...).
Parallelschakeling
Een schakeling waarbij de spanning over elk onderdeel hetzelfde is (Utot=U1=U2) en de vervangingsweerstand wordt berekend via Rs1=R11+R21+....
Elektrisch vermogen (P)
De hoeveelheid elektrische energie die per tijdseenheid wordt omgezet: P=U×I, uitgedrukt in Watt (W).
Joule-effect
Het verschijnsel waarbij elektrische energie volledig wordt omgezet in warmte door de weerstand van een geleider: W=R×I2×Δt.
Verliesstroomschakelaar
Een veiligheidsschakelaar die de stroomkring onderbreekt zodra een lekstroom wordt gedetecteerd die groter is dan 30mA gedurende meer dan 20ms.
Kortsluiting
Een situatie waarin elektriciteit de weg van de minste weerstand kiest, wat leidt tot een zeer hoge stroomsterkte die draden en batterijen gevaarlijk warm kan maken.
Lorentzkracht (FL)
De magnetische kracht die een bewegende elektrische lading ondervindt in een magnetisch veld: FL=∣B∣×v×Q×sin(α), bepaald met de tweede rechterhandregel.
Magnetische flux (Φ)
Een maat voor het aantal magnetische veldlijnen dat door een oppervlak gaat: Φ=B×A×cos(α), uitgedrukt in Weber (Wb).
Transformator
Een apparaat dat een wisselspanning kan omzetten naar een hogere of lagere spanning via twee spoelen en een ijzerkern, waarbij UsUp=NsNp.
Nucleonen
De verzamelnaam voor de deeltjes in de atoomkern: de positieve protonen en de neutrale neutronen.
Isotopen
Atomen van hetzelfde element met hetzelfde aantal protonen (Z), maar een verschillend aantal neutronen en dus een verschillende massagetal (A).
Alfastraling (α)
Straling bestaande uit heliumkernen (2 protonen en 2 neutronen) die een grote ioniseringsgraad hebben maar weinig doordringend zijn.
Becquerel (Bq)
De eenheid van activiteit van een radioactieve stof, gedefinieerd als het aantal desintegraties per seconde.
Halveringstijd (T1/2)
De tijd die nodig is voordat de helft van de onstabiele atoomkernen in een radioactieve stof is vervallen.
Kernfusie
Het proces waarbij twee lichte atoomkernen (zoals deuterium en tritium) samensmelten tot een zwaardere kern (helium), waarbij enorme hoeveelheden energie vrijkomen.
Kernsplijting
Het proces waarbij een zware atoomkern (zoals uranium-235) wordt beschoten met een neutron en uiteenvalt in lichtere kernen en extra neutronen.
Traagheidsbeginsel
De eerste wet van Newton: een voorwerp blijft in rust of behoudt zijn eenparige rechtlijnige beweging zolang de resultante kracht op het voorwerp nul is.
Wrijvingskracht (Fw)
De kracht die de beweging van een voorwerp tegenwerkt, waarbij de kinetische wrijvingskracht wordt berekend als Fw,k=μk×FN.
Kinetische energie (Ek)
De energie die een voorwerp bezit door zijn beweging: Ek=21m×v2.
Rendement (η)
De verhouding tussen de nuttige energie en de totale toegevoegde energie: η=EinEnut×100%.
Longitudinale golf
Een golf waarbij de trilrichting van het medium evenwijdig is aan de voortplantingsrichting van de golf, zoals bij geluid.
Resonantie
Het verschijnsel waarbij een voorwerp gaat meetrillen met een externe geluidsbron omdat de frequentie gelijk is aan de eigenfrequentie van het voorwerp.