Fysica 3ASO INzicht - Flashcards

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/29

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide vocabulaire-set over fysica 3ASO, gebaseerd op de INzicht-cursus. De flashcards dekken elektrostatica, elektrodynamica, elektromagnetisme, kernfysica, krachten, beweging en golven.

Last updated 9:09 AM on 5/27/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

30 Terms

1
New cards

Elektroscoop

Een instrument voor het detecteren van statische ladingen, bestaande uit twee metalen stroken (waarvan één beweeglijk) die uitwijken als ze geladen worden.

2
New cards

Elektrische inductie

Ook wel influentie of polarisatie genoemd; het verschijnsel waarbij ladingen in een neutraal voorwerp verschuiven door de nabijheid van een geladen voorwerp.

3
New cards

Geleider

Materialen waarin ladingen een grote mobiliteit hebben en gemakkelijk kunnen bewegen, zoals koper, aluminium of ijzer.

4
New cards

Isolator

Materialen waarin ladingen weinig tot geen mobiliteit hebben en vastzitten op hun plaats, zoals PVC, glas of porselein.

5
New cards

De Wet van Coulomb

De wet die de elektrische kracht tussen twee ladingen beschrijft: F1,2=k×Q1Q2r2|F_{1,2}| = k \times \frac{|Q_1||Q_2|}{r^2} met k=8,99×109Nm2C2k = 8,99 \times 10^9\,N \cdot m^2 \cdot C^{-2}.

6
New cards

Elektrische veldsterkte (E\vec{E})

De verhouding van de kracht op een testlading tot de grootte van die lading, uitgedrukt in N/CN/C; formule: E=FQ\vec{E} = \frac{\vec{F}}{Q}.

7
New cards

Elektrische stroomsterkte (II)

De hoeveelheid lading die per tijdseenheid door een doorsnede vloeit: I=QΔtI = \frac{Q}{\Delta t}, uitgedrukt in Ampère (AA).

8
New cards

De Wet van Pouillet

Formule die de weerstand van een geleider bepaalt op basis van de soortelijke weerstand (ρ\rho), de lengte (ll) en de doorsnede (AA): R=ρ×lAR = \rho \times \frac{l}{A}.

9
New cards

Serieschakeling

Een schakeling waarbij de stroom door elk onderdeel hetzelfde is (Itot=I1=I2I_{tot} = I_1 = I_2) en de totale weerstand gelijk is aan de som van de afzonderlijke weerstanden (Rs=R1+R2+...R_s = R_1 + R_2 + ...).

10
New cards

Parallelschakeling

Een schakeling waarbij de spanning over elk onderdeel hetzelfde is (Utot=U1=U2U_{tot} = U_1 = U_2) en de vervangingsweerstand wordt berekend via 1Rs=1R1+1R2+...\frac{1}{R_s} = \frac{1}{R_1} + \frac{1}{R_2} + ....

11
New cards

Elektrisch vermogen (PP)

De hoeveelheid elektrische energie die per tijdseenheid wordt omgezet: P=U×IP = U \times I, uitgedrukt in Watt (WW).

12
New cards

Joule-effect

Het verschijnsel waarbij elektrische energie volledig wordt omgezet in warmte door de weerstand van een geleider: W=R×I2×ΔtW = R \times I^2 \times \Delta t.

13
New cards

Verliesstroomschakelaar

Een veiligheidsschakelaar die de stroomkring onderbreekt zodra een lekstroom wordt gedetecteerd die groter is dan 30mA30\,mA gedurende meer dan 20ms20\,ms.

14
New cards

Kortsluiting

Een situatie waarin elektriciteit de weg van de minste weerstand kiest, wat leidt tot een zeer hoge stroomsterkte die draden en batterijen gevaarlijk warm kan maken.

15
New cards

Lorentzkracht (FLF_L)

De magnetische kracht die een bewegende elektrische lading ondervindt in een magnetisch veld: FL=B×v×Q×sin(α)F_L = |B| \times v \times Q \times \sin(\alpha), bepaald met de tweede rechterhandregel.

16
New cards

Magnetische flux (Φ\Phi)

Een maat voor het aantal magnetische veldlijnen dat door een oppervlak gaat: Φ=B×A×cos(α)\Phi = B \times A \times \cos(\alpha), uitgedrukt in Weber (WbWb).

17
New cards

Transformator

Een apparaat dat een wisselspanning kan omzetten naar een hogere of lagere spanning via twee spoelen en een ijzerkern, waarbij UpUs=NpNs\frac{U_p}{U_s} = \frac{N_p}{N_s}.

18
New cards

Nucleonen

De verzamelnaam voor de deeltjes in de atoomkern: de positieve protonen en de neutrale neutronen.

19
New cards

Isotopen

Atomen van hetzelfde element met hetzelfde aantal protonen (ZZ), maar een verschillend aantal neutronen en dus een verschillende massagetal (AA).

20
New cards

Alfastraling (α\alpha)

Straling bestaande uit heliumkernen (22 protonen en 22 neutronen) die een grote ioniseringsgraad hebben maar weinig doordringend zijn.

21
New cards

Becquerel (BqBq)

De eenheid van activiteit van een radioactieve stof, gedefinieerd als het aantal desintegraties per seconde.

22
New cards

Halveringstijd (T1/2T_{1/2})

De tijd die nodig is voordat de helft van de onstabiele atoomkernen in een radioactieve stof is vervallen.

23
New cards

Kernfusie

Het proces waarbij twee lichte atoomkernen (zoals deuterium en tritium) samensmelten tot een zwaardere kern (helium), waarbij enorme hoeveelheden energie vrijkomen.

24
New cards

Kernsplijting

Het proces waarbij een zware atoomkern (zoals uranium-235) wordt beschoten met een neutron en uiteenvalt in lichtere kernen en extra neutronen.

25
New cards

Traagheidsbeginsel

De eerste wet van Newton: een voorwerp blijft in rust of behoudt zijn eenparige rechtlijnige beweging zolang de resultante kracht op het voorwerp nul is.

26
New cards

Wrijvingskracht (FwF_w)

De kracht die de beweging van een voorwerp tegenwerkt, waarbij de kinetische wrijvingskracht wordt berekend als Fw,k=μk×FNF_{w,k} = \mu_k \times F_N.

27
New cards

Kinetische energie (EkE_k)

De energie die een voorwerp bezit door zijn beweging: Ek=12m×v2E_k = \frac{1}{2} m \times v^2.

28
New cards

Rendement (η\eta)

De verhouding tussen de nuttige energie en de totale toegevoegde energie: η=EnutEin×100%\eta = \frac{E_{nut}}{E_{in}} \times 100\%.

29
New cards

Longitudinale golf

Een golf waarbij de trilrichting van het medium evenwijdig is aan de voortplantingsrichting van de golf, zoals bij geluid.

30
New cards

Resonantie

Het verschijnsel waarbij een voorwerp gaat meetrillen met een externe geluidsbron omdat de frequentie gelijk is aan de eigenfrequentie van het voorwerp.