MeMe oktober - Moeder, waarom spreken wij?

0.0(0)
Studied by 1 person
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/134

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de biologische, evolutionaire en culturele aspecten van het ontstaan van taal, inclusief belangrijke genen, hersengebieden en communicatiemodellen.

Last updated 11:33 AM on 8/13/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

135 Terms

1
New cards

Aristoteles en de vier waarom-aspecten: hoe is taal ontstaan: Materiële oorzaak

De noodzakelijke voorwaarden of bouwstoffen om tot iets te komen.

  • Bijv. De overgang van vloeibare naar gastoestand van water heeft een …oorzaak in het opwarmen van dat water​

2
New cards

Aristoteles en de vier waarom-aspecten: hoe is taal ontstaan: Beïnvloedende oorzaak

Een interveniërende of storende variabele die het proces beïnvloedt.

Bijv. Als je huis instort terwijl het normaal stevig is en nooit eerder is omgevallen, dan kan er een …. oorzaak zijn (aardbeving, …

3
New cards

Aristoteles en de vier waarom-aspecten: hoe is taal ontstaan: Finale of functionele oorzaak

Het toekomstgerichte doel of de bedoeling van iets.

= wat is de bedoeling van wat er is gebeurd? = toekomstgericht perspectief (waarom moet iemand zonodig een ander land binnenvallen … wat is daar nu weer de bedoeling van?)​

4
New cards

Aristoteles en de vier waarom-aspecten: hoe is taal ontstaan: Formele oorzaak

De beschrijving van wat er gebeurd is in een temporele sequentie.

= zon brandt fel => huid is verbrand​

5
New cards

Nativist point of view?

  • Vooral enkel geïnteresseerd in taal als orgaan dat klaar in onze hersenen zit te wachten op input waarmee we dan als ukjes meteen beginnen te puzzelen

  • Taal = aangeboren (en niet aangeleerd): “nature”​

6
New cards

Non-verbale communicatie

Cruciaal aspect van dagelijkse gesprekken.

7
New cards

Sociale cognitie

De manier waarop we kennis opdoen via anderen en onszelf situeren in een bredere sociale context.

8
New cards

Mogelijkheidsvoorwaarden om tot taal te komen.

Deze zitten al lang ingebakken in andere soorten dan de mens = evolutionair perspectief cf. communicatieve lijn

9
New cards

Continuïteitshypothese

De visie dat de kloof tussen mens en dier verklaard wordt door een trage, lineaire evolutie met gedeelde kenmerken. Mensen zijn ab initio niet zo heel verschillend van dieren.

10
New cards

Disruptiehypothese

De visie dat taal plots is ontstaan door een genetische mutatie, wat leidde tot een radicale kloof tussen mens en dier (exponentiële groei). Mensen en dieren zijn radicaal verschillend.

11
New cards

Evolutionair perspectief

Nodig om te begrijpen hoe taal geen bijkomstigheid is, maar een fundamenteel kenmerk + gebeurt niet om een bepaalde reden (vorm gaat altijd voor op functie) cf. reproductief succes en survival of the best ft. Taal heeft zich ontwikkeld vanuit een bepaalde gedeelde setting. —> 98% van ons DNA is gelijk aan chimpansee en bonobo.

12
New cards

Leg uit waarom evolutie vanuit een ontwikkelings- of evolutionair perspectief wordt bestudeerd en niet vanuit een functioneel perspectief. Betrek in je antwoord de begrippen 'blinde evolutie', 'genetische veranderingen', 'fitness' en 'reproductief succes'.

  • Evolutie wordt bekeken vanuit een ontwikkelings- of evolutionair perspectief, niet vanuit een functioneel perspectief.

  • Een functioneel perspectief vraagt: "Waar dient een eigenschap voor?" Dit is misleidend omdat het lijkt alsof eigenschappen met een doel zijn ontstaan.

  • Evolutie is blind: kenmerken ontstaan niet omdat organismen ze nodig hebben. Mensen hebben bijvoorbeeld geen benen ontwikkeld om te kunnen fietsen; fietsen bestond nog niet toen benen evolueerden.

  • Evolutie gebeurt door genetische veranderingen (mutaties) over generaties.

  • De omgeving zorgt via natuurlijke selectie ervoor dat bepaalde genetische varianten vaker worden doorgegeven.

  • De maatstaf hiervoor is fitness: hoe succesvol een individu zijn genen doorgeeft.

  • Dit wordt uitgedrukt in reproductief succes: individuen met voordelige genetische adaptaties krijgen gemiddeld meer nakomelingen, waardoor die adaptaties vaker voorkomen in de populatie.

  • Daarom spreekt men van "survival of the fittest", wat eigenlijk betekent "survival of the best fit": de best aangepaste individuen aan hun omgeving.

13
New cards

Welke genetische mutatie is plots zo cruciaal gebleken voor het verschil tussen mensachtigen en aapachtigen?

We weten het niet met zekerheid. Let wel: deze mutatie hoeft niet op een directe manier op “taal” gericht te zijn​

  • Herinner: genetische mutaties gaan over adaptaties die weten waar ze vandaan komen, maar niet waar ze naartoe gaan​

  • Vorm > functie​

14
New cards

Evolutieleer

= evolutie van “vormen” en niet van functies​. Vorm gaat altijd voor op functie in de evolutieleer. bv. Bijv. De vleugels van vogels waren eerst thermoregulatoren (waarmee vogels hun lichaamstemperatuur konden regelen) en zijn pas later gebruikt geworden om te vliegen​

15
New cards

Welke verschillen zitten in die 2% waarin we anders zijn dan de chimpansees?

  • Er zijn KWANTITATIEVE vormelijke verschillen​

= verschillen in “meer of minder”​

  • Bv. Meer of minder groot, sterk, rechtop lopen, beharing … = zichtbaar​

  • Bv. Grotere of kleinere hersenen = veel minder direct zichtbaar

  • Er zijn KWALITATIEVE vormelijke verschillen​

= verschillen in “beter of slechter”​

  • Bv. Mensen kunnen beter klanken maken dan chimpansees​

  • Bv. Mensen kunnen beter ademen én spreken dan chimpansees​

  • Bv. Chimpansees kunnen beter in bomen klimmen dan mensen​

16
New cards

Welke verschillen zijn er voor heel de soort?

Maar er zijn ook wat de hele soort betreft, grote verschillen:​

  • Kwantitatieve verschillen: de mens is verspreid over de hele planeet​. Chimpansees (en bonobo’s) hebben een erg beperkt en helaas erg bedreigd territorium (dat vaak zonder menselijke hulp snel zou verdwijnen…)​

  • Kwalitatieve verschillen: de mens heeft de hele planeet gedomineerd. In die mate dat de teloorgang van andere soorten veroorzaakt wordt door de mens, dat de impact op klimaat en evolutie van de planeet hoofdzakelijkdoor

17
New cards

Culturele perspectief

Effecten op groepsniveau, normering en codificatie, machtsverhoudingen…

18
New cards

Existentiële perspectief

Individuele keuzes die sprekers maken, niet altijd volgens klassieke sociologische parameters (geslacht,rijkdom,leeftijd…)

19
New cards

Social glue

Taal als onlosmakelijk sociaal gegeven dat individuen samenklit in groepen.

20
New cards

Taalkundige antropologie

Een multidisciplinaire aanpak die de studie van taalsystemen combineert met de studie van menselijk gedrag (antropologie) + biologie + sociologie enz.

21
New cards

Alessandro Duranti :

Linguistic Anthropology

Onderscheid van 3 grote onderzoeksstromingen :

1)      Taalkundige beschrijvingen van kleine en nauwelijks onderzochte stammen (etnografie en etnolinguïstiek)2)     Interactionele sociolinguistiek en talige contactname3) Taal-als-sociale actie - sociaal constructivistische benaderingen

22
New cards

Anthropologie van taal

Wat heeft menselijke taal dat dierlijke communicatievormen niet hebben? Hoe is taal verbonden met structuren en dynamiek van sociale interactie?

Hoe is taal verbonden met praktijken/artefacten die cultuur beschrijven?

23
New cards

Uniciteit van taal

Enkel de mens gebruikt taal

24
New cards

Diversiteit van talen

Er zijn ongeveer 7000 talen

25
New cards

Functie- en vormafhankelijkheid

Functie van een bepaalde vorm is altijd afhankelijk van die vorm

—> taal heeft zich ontwikkeld in een context waar het gebruik een evolutionair voordeel kon bieden.

26
New cards

Mogelijkheidsvoorwaarden

Kenmerken die de mens in staat stellen om taal te ontwikkelen

27
New cards

Wat heb je nodig om de oorsprong van taal te verklaren?

Om de oorsprong van taal te verklaren heb je zowel de continuïteitshypothese als de disruptie theorie nodig

28
New cards

Extern perspectief

Waarom zijn mensen taal beginnen te gebruiken? Onderzoek via functionele kenmerken van menselijke taal: communicatie en cognitie

—> sprekers als sociale actoren die interageren in een samenleving.

29
New cards

FOXP2-gen

Vaak het spraak-gen (language gene) genoemd; een mutatie hierop wordt gelinkt aan verbale dispraxie en zogezegd verantwoordelijk voor de 'great leap forwards'. MAAR sommige dieren hebben het gen ook dus het is niet exclusief voor mensen.

30
New cards

MYH16-gen

Hansel Stedman: Gen verantwoordelijk voor de bouw van kaakspieren; een mutatie zorgde voor zwakkere spieren waardoor de schedel kon groeien.

31
New cards

Brain-body mass ratio

De verhouding tussen het gewicht van het brein en het lichaam, bij de mens ongeveer 1:401:40 of 2.5%2.5\%.

32
New cards

Encephalisation quotient (EQ)

Een complexe maatstaf om de grootte van het cerebrum te berekenen, rekening houdend met neurale celgrootte.

33
New cards

Systematisch groei van menselijke schedel

Niet veroorzaakt door nood aan taal, maar was een betere ‘fit’ vb. voedsel koken: meer energie naar brein ipv maag en kaken (vorm > functie)

—> groei = niet disruptief, maar spectaculaire specialisatie wel disruptief. Vanaf 200.000 vC: specialisatie richting taal (erg korte periode, past dus niet helemaal binnen continuïteitshypothese…)

34
New cards

Bipedie

Tweevoetigheid; een evolutie die zorgde voor meer controle over de ademhaling en het vergemakkelijken van gespreksvoering.

35
New cards

Vormelijke evoluties die taal vergemakkelijken

Bipedie, stembanden, verlaagd strottenhoofd, verlaagde tong, makkelijker om oogcontact te maken…

36
New cards

Linkerhersenhelft

Verwerken van perceptuele informatie (visueel/auditief), 2 zones

37
New cards

Zone van Broca

Gebied vooraan in de hersenen dat verantwoordelijk is voor spraakformatie; schade leidt tot productieve afasie. Afasie/bloeding: problemen bij spraakproductie, kunnen moeilijk uit hun woorden komen = formatieve problematiek

38
New cards

Zone van Wernicke

Achteraan, zorgt voor taalbegrip

Afasie: probleem in deze zone zorgt voor nonsensicale uitspraken en/of

slechter tekst begrip = receptieve problematiek

39
New cards

Citaat: disruptie: taal is PLOTS ontstaan als een revolutionair “iets” dat een radicaalnieuwe soort (homo sapiens) heeft gecreëerd​

Naom Chomsky (1928)

40
New cards

Citaat: continuïteit: taal is GRADUEEL ontstaan, dus er zijn voorlopers van menselijke taal te vinden bij onze paleontologische voorouders (homo erectus,homo habilis)​

Michael Tomasello (1950)​

41
New cards

Intern perspectief op taal volgens Chomsky

  • cf. Chomsky: de structuur van de taal vertelt iets over de mogelijke oorsprong​

  • “taal heeft geen externe realiteit, en dus kan ze niet geleid worden doorevolutie op basis van externe condities”, beweert Chomsky​

42
New cards

Waarom wordt er gezegd dat evolutie blind is?

Evolutie is immers “blind”: het zijn feitelijke veranderingen die “the best flt”opleveren, die succesvol worden en genetisch overgedragen worden​

43
New cards

Plasticiteit

Het vermogen van de hersenen om functies van beschadigde gebieden over te laten nemen door andere zones.

44
New cards

Black box of language

Er is geen specifieke zone of module waarin taal wordt verwerkt, ons brein

werkt op een zeer soepele manier.

45
New cards

Continuïteitshypothese (Michael Tomasello)

Onze evolutie is een gradueel, continu veranderingsproces en het is daarom niet ondenkbaar dat de fysieke, genetische randvoorwaarden voor het ontstaan van taal ook terug te vinden zijn bij verwante soorten.

46
New cards

Disruptiehypothese

Taal is plots ontstaan als een revolutionair iets dat een radicaal nieuwe soort heeft gecreëerd

47
New cards

Poverty of stimulus

Het argument van Chomsky dat de talige input voor kinderen te arm is om de complexe taalregels volledig te kunnen verklaren.

48
New cards

Taal als restproduct

Taal gezien als restproduct v groter evolutionair voordeel (communicatie)

49
New cards

Homo erectus

Zo’n 1,5 miljoen jaar geleden is deze soort systematisch rechtop gaan

lopen —> korter darmsysteem —> meer energie naar hersenen

50
New cards

Charles Hockett: design features, gelinkt aan continuïteitshypothese (vanaf 10 geen connectie meer met dierlijke communicatie, maar over ons menselijke taal; vanaf 13 over ons cognitieve vermogen

51
New cards

Vormevolutie

6 miljoen jaar geleden splitsten voorlopers van de mens zich af, homo

sapiens = +-200.000 jaar oud

52
New cards

Kwantitatieve vormelijke verschillen

Meer of minder: zichtbaar of niet-zichtbaar

+ mens = over hele planeet

—> belangrijkste ontwikkeling :grotere schedel

53
New cards

Kwalitatieve vormelijke verschillen

Beter of slechter: vb. klankproductie, ademcapaciteit, klimvermogen

+ mens heeft hele planeet gedomineerd

54
New cards

Michael Tomasello: culturele transmissie

Ontwikkeling van de mens niet te zoeken in fysieke aspecten, maar in mentale (en culturele) kracht van homo sapiens Ontwikkeling is gradueel en wint aan complexiteit, doorloopt een aantal stadia en wordt beïnvloed door culturele overdracht

55
New cards

Dan Everett

“language is the most flexible and most powerful intellectual tool

developed by humans”<->Steven Pinker of Chomsky

56
New cards

Reflexiveness (Hockett)

Het gebruik van taal om over de taal zelf te spreken.

57
New cards

Enfants sauvages

Kinderen die niet opgroeien tussen mensen vb. Victor de l’Aveyron

58
New cards

Blinde evolutie

Feitelijke verandering leveren the best fit op en worden genetisch overgedragen; taal is dus een functie van het complexe menselijke brein

dat ergens een evolutionair voordeel heeft opgeleverd

59
New cards

The best fit

De huidige homo sapiens is toevallig de beste oplossing geworden om te

overleven via natuurlijke selectie en genetica (hulpmiddelen en mobiliteit)

60
New cards

Perspectiefwissel

Van evolutionair perspectief naar taal als taalvermogen waarbij menselijke taal anders functioneert dan dierlijke

—> communicatie is typisch interpretatief en cultuurgebonden (ontvangersperspectief en niet zendersperspectief want je moet het vragen om zeker te zijn wat het is bij interpretatie)

61
New cards

Species-specific

Snelle opkomst van cultureel gedrag is specifiek voor onze soort; “environment overrules genes” <-> dieren, maar dit klopt niet helemaal, draait vooral om populaties,niet zozeer om plaats!

62
New cards

Cultuur volgens Richerson and Boyd

“Culture is information capable of affecting individual’s behavior that they acquire from other members of their species through teaching, imitation, and other forms of social transmission”

63
New cards

Cultuur volgens Baron Raglan

“culture is roughly everything we do, and monkeys don’t”

64
New cards

Cultuur volgens Spencer-Oatey

“Culture is a fuzzy set of assumptions and values (…) that are shared by a group, and that influence (but don’t determine) each member’s behaviour

and interpretations of the meaning of other people’s behaviour”

65
New cards

Informatieverschaffend

Cultuur levert specifieke informatie aan

66
New cards

Informatieverwerkend

Cultuur zorgt voor frames en zienswijzen waarmee de werkelijkheid geïnterpreteerd kan worden

67
New cards

Cultuur volgens Edward Hall

“Communication is culture, culture is communication”

  • cultuur is informatie in onze hersenen

    • overlevingsstrategieën moeten gecommuniceerd kunnen worden​

      • via communicatie creëer je dus cultuur !​

  • taal faciliteert cultuur, en cultuur versterkt de noodzaak van taal

    • mensen vertrouwen op “sociaal of cultureel leren” (Tomasello)​

    • = culturele transmissie van cruciale informatie die de overlevingskansen vaneen specifleke groep versterken: bv. homo sapiens die wel naar Afrika konden trekken. (assumptie)

68
New cards

Taal als vector voor cumulatief cultuur leren

  • taal faciliteert cultuur, en cultuur versterkt de noodzaak van taal

    • dieren en mensen leren anders (dieren imiteren en mensen volgen procedures)

    • = erg specifleke informatie-overdracht waarbij het leerproces zich kenmerkt door een stapsgewijze opbouw (“cumulatief leren”)

  • cultureel leren / informatie-overdracht is coöperatief (“altruïstische coöperatie”)

    • we leren van mensen waarmee we niet verwant zijn. ​

69
New cards

Culturele/sociale transmissie

Cultuur als informatie-overdracht = louter instinctief gedrag

70
New cards

Sociale epistemologie en altruïstische coöperatie

Vermijdt dat iedereen altijd zelf alles moet ontdekken door coöperatief gedrag dat risico’s vermindert; jongere generaties kunnen voortbouwen op eerdere informatie

71
New cards

Cultural tool: taal volgens Dan Everett

instrument om met elkaar in contact te treden; vormt cumulatief leren om tot een complex maar beregeld systeem

—> taal overstijgt het puur communicatieve

72
New cards

Intentioneel altruïstisch gedrag Tomasello

we kunnen de minds van de gesprekspartner lezen, en hem/haar die informatie bezorgen waarvan we denken dat ze die nodig hebben(species-unique)

73
New cards

Enlightened self interest

Coöperatie gebeurt uit eigenbelang

74
New cards

Altruïsme volgens William Hamilton

“het helpen van een soortgenoot op een moment waarop het niet helpen een voordeel zou opleveren aan degene die helpt” + vergroot sociale cohesie + nodig voor sociaal leren!

75
New cards

Leerstrategieën

Belangrijk component binnen cultuuroverdracht: mensen zijn altruïstisch geneigd om te leren en aan te leren; de strategieën verschillen van dieren —> (culturele intelligentie en sociaal procesmatig leren)

76
New cards

Goal-oriented

Horner & Whiten: leren vanuit een functioneel doel vb. chimpansees

77
New cards

Process-oriented

Horner & Whiten: eren vanuit een aangeleerde procedure vb. kinderen, belangrijk om zo getrouw mogelijk info te kopiëren

78
New cards

Cumulatief cultureel leren

Ander aspect dat ons dichter bij taal brengt: procesmatig leren wordt gebruikt om leerprocessen te combineren en op te stapelen (“stacking”) en zo dus cumulatief informatie op te bouwen vb.iglo’s bouwen. Dus bij cumulatief cultureel leren is de overdracht van informatie cruciaal.

79
New cards

Culturele transmissie (Tomasello)

= het doorgeven van informatie binnen specifiek groepen over manieren waarop je je het best aan de omgeving kan aanpassen

bv. Boog moet zekere kromming hebben. Culturele transmissie via taal.

80
New cards

Wat is menselijke cultuur?

…” is een groepskenmerk - een kenmerk over “populaties” die met elkaar interageren en specifieke afspraken maken​.

81
New cards

Sociaal leren

Een aangeboren leerstrategie voor homo sapiens die overlevingskansen aanzienlijk versterkt (tot op zekere hoogte ook bij dieren)

82
New cards

Sociale contactname

Talige communicatie is er op gericht om de sociale interactie die aan de basis ligt van cumulatief leren ook in stand te houden

83
New cards

Transmission chain method

Mesoudi, Whiten en Dunbar: sterke sociale bias werkt in op menselijke brein —> veel gemakkelijker om sociale verhalen door te vertellen dan

feitelijke informatie(40% kwam overeen met origineel)

84
New cards

Ratchet-effect

Het principe waarbij taal fungeert als een stop die voorkomt dat opgebouwde culturele kennis verloren gaat. Het laat je toe om op te bouwen en een krik te construeren waarbij je telkens wat meer doet / kan​ Ook het pal-effect.

= cumulatief: je bouwt verder op wat er al was: taal zet een rem op het verlies van die kennis

85
New cards

Bootstrapping problem

Cumulatief cultureel leren veronderstelt dat mensen ook willen leren, het zit ingebakken in onze natuur. Zij die niet wilden leren hebben het wellicht niet overleefd en kunnen hun genen ook niet doorgeven - survival of the fittest (passen ook beter in sociaal leren)

86
New cards

Culturele identiteit

De manier waarop een groep zin geeft aan het milieu waarin ze zich bevindt, en zich dat milieu eigen maakt, zich op een specifieke manier aanpast,en die aanpassingen doorgeeft aan elkaar (= andere groepsleden)

87
New cards

Code of honor

Nisbett & Cohen: cultuur uit zuiden van VS, belang van persoonlijk respect, historisch gegroeid en doorgegeven door families

88
New cards

Sonya Salamon

Bestudeerde landbouwtechnieken in Illinois: verschillen tussen afstammelingen v Duitse immigranten (veeteelt, minder oppervlakte, conservatief) en inwijkelingen (graan,veel grond,kleinere families)

89
New cards

Interaction engine (Levinson)

De aangeboren menselijke neiging tot sociaal contact. Groot deel van die sociale omgangsvormen zitten in onze taal, zowel aangeboren of gebaseerd op context:

  • …steunt op gedeelde intentionaliteit

  • … wordt gevoed door altruïstische coöperatie

  • wordt gerealiseerd via gewone menselijke conversaties

90
New cards

Joint attention

  • is typisch menselijk en is cruciaal voor de ontwikkeling van taal​

  • Veronderstelt afstand kunnen nemen​

  • dynamische en open karakter van (taal en ) cultuur​

  • typisch interactieve karakter van cultuur: het is een proces van zingeving en informatie uitwisselen en updaten over iets waarover je met anderen dezelfde intentionaliteit deelt.

91
New cards

Theory of mind

Begrijpen dat anderen ook bedoelingen,wensen enz. hebben.

= stance sharing / empathie​

=> triadische interactie: samen met iemand anders over een derde iemand (of object) nadenken, spreken … cf. video van de baby en de moeder, die interageren met de camera en video opname (zie slide 83)

92
New cards

Joint attention (samenvattend)

Triadische interactie volgens ToM en stance sharing: samen met iemand anders over een derde object nadenken/spreken door het creëren van een joint attentional frame; veronderstelt afstand name, dynamische en open karakter van taal en typische interactieve karakter(=triadische context).

93
New cards

Theory of mind (ToM)

Het vermogen om te begrijpen dat anderen eigen bedoelingen, gedachten en perspectieven hebben.

94
New cards

Stance sharing

Weergeven/meedelen van perspectief vb. u/jij

95
New cards

= “division of labour for a common goal”

  • taal faciliteert interactie

    • altruïstische coöperatie is de motor voor menselijke interactie​

    • het zorgt voor een goede spreiding

96
New cards

Monadische interactie

Iemand/iets stuurt een signaal uit, ongeacht of er iemand in de buurt is

omdat signaal op te pikken en te decoderen vb.verkeersborden

97
New cards

Dyadische interactie

Interactie met een ander mens of object

98
New cards

Triadische interactie

2 mensen en een derde partij; noodzakelijk om collaboratief te leren.

  • Is eigenlijk constant gericht op het evalueren van intenties van de spreker

    • ten opzichte van “iets” in het gedeelde aandacht frame​​

99
New cards

Reciprocity of perspectives

Edmond Husserl: zich verplaatsen in iemands perspectief

100
New cards

Symbolisch interactionisme

Shadid: cultuur = sociale actie, sociale werkelijkheid manifesteert zich doorheen de interactie met elkaar; betekenis van handelingen ligt nooit vast, is contextueel en wordt tijdens interactie afgesproken en krijgt dan een betekenis.