1/134
Deze flashcards behandelen de biologische, evolutionaire en culturele aspecten van het ontstaan van taal, inclusief belangrijke genen, hersengebieden en communicatiemodellen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Aristoteles en de vier waarom-aspecten: hoe is taal ontstaan: Materiële oorzaak
De noodzakelijke voorwaarden of bouwstoffen om tot iets te komen.
Bijv. De overgang van vloeibare naar gastoestand van water heeft een …oorzaak in het opwarmen van dat water
Aristoteles en de vier waarom-aspecten: hoe is taal ontstaan: Beïnvloedende oorzaak
Een interveniërende of storende variabele die het proces beïnvloedt.
Bijv. Als je huis instort terwijl het normaal stevig is en nooit eerder is omgevallen, dan kan er een …. oorzaak zijn (aardbeving, …
Aristoteles en de vier waarom-aspecten: hoe is taal ontstaan: Finale of functionele oorzaak
Het toekomstgerichte doel of de bedoeling van iets.
= wat is de bedoeling van wat er is gebeurd? = toekomstgericht perspectief (waarom moet iemand zonodig een ander land binnenvallen … wat is daar nu weer de bedoeling van?)
Aristoteles en de vier waarom-aspecten: hoe is taal ontstaan: Formele oorzaak
De beschrijving van wat er gebeurd is in een temporele sequentie.
= zon brandt fel => huid is verbrand
Nativist point of view?
Vooral enkel geïnteresseerd in taal als orgaan dat klaar in onze hersenen zit te wachten op input waarmee we dan als ukjes meteen beginnen te puzzelen
Taal = aangeboren (en niet aangeleerd): “nature”
Non-verbale communicatie
Cruciaal aspect van dagelijkse gesprekken.
Sociale cognitie
De manier waarop we kennis opdoen via anderen en onszelf situeren in een bredere sociale context.
Mogelijkheidsvoorwaarden om tot taal te komen.
Deze zitten al lang ingebakken in andere soorten dan de mens = evolutionair perspectief cf. communicatieve lijn
Continuïteitshypothese
De visie dat de kloof tussen mens en dier verklaard wordt door een trage, lineaire evolutie met gedeelde kenmerken. Mensen zijn ab initio niet zo heel verschillend van dieren.
Disruptiehypothese
De visie dat taal plots is ontstaan door een genetische mutatie, wat leidde tot een radicale kloof tussen mens en dier (exponentiële groei). Mensen en dieren zijn radicaal verschillend.
Evolutionair perspectief
Nodig om te begrijpen hoe taal geen bijkomstigheid is, maar een fundamenteel kenmerk + gebeurt niet om een bepaalde reden (vorm gaat altijd voor op functie) cf. reproductief succes en survival of the best ft. Taal heeft zich ontwikkeld vanuit een bepaalde gedeelde setting. —> 98% van ons DNA is gelijk aan chimpansee en bonobo.
Leg uit waarom evolutie vanuit een ontwikkelings- of evolutionair perspectief wordt bestudeerd en niet vanuit een functioneel perspectief. Betrek in je antwoord de begrippen 'blinde evolutie', 'genetische veranderingen', 'fitness' en 'reproductief succes'.
Evolutie wordt bekeken vanuit een ontwikkelings- of evolutionair perspectief, niet vanuit een functioneel perspectief.
Een functioneel perspectief vraagt: "Waar dient een eigenschap voor?" Dit is misleidend omdat het lijkt alsof eigenschappen met een doel zijn ontstaan.
Evolutie is blind: kenmerken ontstaan niet omdat organismen ze nodig hebben. Mensen hebben bijvoorbeeld geen benen ontwikkeld om te kunnen fietsen; fietsen bestond nog niet toen benen evolueerden.
Evolutie gebeurt door genetische veranderingen (mutaties) over generaties.
De omgeving zorgt via natuurlijke selectie ervoor dat bepaalde genetische varianten vaker worden doorgegeven.
De maatstaf hiervoor is fitness: hoe succesvol een individu zijn genen doorgeeft.
Dit wordt uitgedrukt in reproductief succes: individuen met voordelige genetische adaptaties krijgen gemiddeld meer nakomelingen, waardoor die adaptaties vaker voorkomen in de populatie.
Daarom spreekt men van "survival of the fittest", wat eigenlijk betekent "survival of the best fit": de best aangepaste individuen aan hun omgeving.
Welke genetische mutatie is plots zo cruciaal gebleken voor het verschil tussen mensachtigen en aapachtigen?
We weten het niet met zekerheid. Let wel: deze mutatie hoeft niet op een directe manier op “taal” gericht te zijn
Herinner: genetische mutaties gaan over adaptaties die weten waar ze vandaan komen, maar niet waar ze naartoe gaan
Vorm > functie
Evolutieleer
= evolutie van “vormen” en niet van functies. Vorm gaat altijd voor op functie in de evolutieleer. bv. Bijv. De vleugels van vogels waren eerst thermoregulatoren (waarmee vogels hun lichaamstemperatuur konden regelen) en zijn pas later gebruikt geworden om te vliegen
Welke verschillen zitten in die 2% waarin we anders zijn dan de chimpansees?
Er zijn KWANTITATIEVE vormelijke verschillen
= verschillen in “meer of minder”
Bv. Meer of minder groot, sterk, rechtop lopen, beharing … = zichtbaar
Bv. Grotere of kleinere hersenen = veel minder direct zichtbaar
Er zijn KWALITATIEVE vormelijke verschillen
= verschillen in “beter of slechter”
Bv. Mensen kunnen beter klanken maken dan chimpansees
Bv. Mensen kunnen beter ademen én spreken dan chimpansees
Bv. Chimpansees kunnen beter in bomen klimmen dan mensen
Welke verschillen zijn er voor heel de soort?
Maar er zijn ook wat de hele soort betreft, grote verschillen:
Kwantitatieve verschillen: de mens is verspreid over de hele planeet. Chimpansees (en bonobo’s) hebben een erg beperkt en helaas erg bedreigd territorium (dat vaak zonder menselijke hulp snel zou verdwijnen…)
Kwalitatieve verschillen: de mens heeft de hele planeet gedomineerd. In die mate dat de teloorgang van andere soorten veroorzaakt wordt door de mens, dat de impact op klimaat en evolutie van de planeet hoofdzakelijkdoor
Culturele perspectief
Effecten op groepsniveau, normering en codificatie, machtsverhoudingen…
Existentiële perspectief
Individuele keuzes die sprekers maken, niet altijd volgens klassieke sociologische parameters (geslacht,rijkdom,leeftijd…)
Social glue
Taal als onlosmakelijk sociaal gegeven dat individuen samenklit in groepen.
Taalkundige antropologie
Een multidisciplinaire aanpak die de studie van taalsystemen combineert met de studie van menselijk gedrag (antropologie) + biologie + sociologie enz.
Alessandro Duranti :
Linguistic Anthropology
Onderscheid van 3 grote onderzoeksstromingen :
1) Taalkundige beschrijvingen van kleine en nauwelijks onderzochte stammen (etnografie en etnolinguïstiek)2) Interactionele sociolinguistiek en talige contactname3) Taal-als-sociale actie - sociaal constructivistische benaderingen
Anthropologie van taal
Wat heeft menselijke taal dat dierlijke communicatievormen niet hebben? Hoe is taal verbonden met structuren en dynamiek van sociale interactie?
Hoe is taal verbonden met praktijken/artefacten die cultuur beschrijven?
Uniciteit van taal
Enkel de mens gebruikt taal
Diversiteit van talen
Er zijn ongeveer 7000 talen
Functie- en vormafhankelijkheid
Functie van een bepaalde vorm is altijd afhankelijk van die vorm
—> taal heeft zich ontwikkeld in een context waar het gebruik een evolutionair voordeel kon bieden.
Mogelijkheidsvoorwaarden
Kenmerken die de mens in staat stellen om taal te ontwikkelen
Wat heb je nodig om de oorsprong van taal te verklaren?
Om de oorsprong van taal te verklaren heb je zowel de continuïteitshypothese als de disruptie theorie nodig
Extern perspectief
Waarom zijn mensen taal beginnen te gebruiken? Onderzoek via functionele kenmerken van menselijke taal: communicatie en cognitie
—> sprekers als sociale actoren die interageren in een samenleving.
FOXP2-gen
Vaak het spraak-gen (language gene) genoemd; een mutatie hierop wordt gelinkt aan verbale dispraxie en zogezegd verantwoordelijk voor de 'great leap forwards'. MAAR sommige dieren hebben het gen ook dus het is niet exclusief voor mensen.
MYH16-gen
Hansel Stedman: Gen verantwoordelijk voor de bouw van kaakspieren; een mutatie zorgde voor zwakkere spieren waardoor de schedel kon groeien.
Brain-body mass ratio
De verhouding tussen het gewicht van het brein en het lichaam, bij de mens ongeveer 1:40 of 2.5%.
Encephalisation quotient (EQ)
Een complexe maatstaf om de grootte van het cerebrum te berekenen, rekening houdend met neurale celgrootte.
Systematisch groei van menselijke schedel
Niet veroorzaakt door nood aan taal, maar was een betere ‘fit’ vb. voedsel koken: meer energie naar brein ipv maag en kaken (vorm > functie)
—> groei = niet disruptief, maar spectaculaire specialisatie wel disruptief. Vanaf 200.000 vC: specialisatie richting taal (erg korte periode, past dus niet helemaal binnen continuïteitshypothese…)
Bipedie
Tweevoetigheid; een evolutie die zorgde voor meer controle over de ademhaling en het vergemakkelijken van gespreksvoering.
Vormelijke evoluties die taal vergemakkelijken
Bipedie, stembanden, verlaagd strottenhoofd, verlaagde tong, makkelijker om oogcontact te maken…
Linkerhersenhelft
Verwerken van perceptuele informatie (visueel/auditief), 2 zones
Zone van Broca
Gebied vooraan in de hersenen dat verantwoordelijk is voor spraakformatie; schade leidt tot productieve afasie. Afasie/bloeding: problemen bij spraakproductie, kunnen moeilijk uit hun woorden komen = formatieve problematiek
Zone van Wernicke
Achteraan, zorgt voor taalbegrip
Afasie: probleem in deze zone zorgt voor nonsensicale uitspraken en/of
slechter tekst begrip = receptieve problematiek
Citaat: disruptie: taal is PLOTS ontstaan als een revolutionair “iets” dat een radicaalnieuwe soort (homo sapiens) heeft gecreëerd
Naom Chomsky (1928)
Citaat: continuïteit: taal is GRADUEEL ontstaan, dus er zijn voorlopers van menselijke taal te vinden bij onze paleontologische voorouders (homo erectus,homo habilis)
Michael Tomasello (1950)
Intern perspectief op taal volgens Chomsky
cf. Chomsky: de structuur van de taal vertelt iets over de mogelijke oorsprong
“taal heeft geen externe realiteit, en dus kan ze niet geleid worden doorevolutie op basis van externe condities”, beweert Chomsky
Waarom wordt er gezegd dat evolutie blind is?
Evolutie is immers “blind”: het zijn feitelijke veranderingen die “the best flt”opleveren, die succesvol worden en genetisch overgedragen worden
Plasticiteit
Het vermogen van de hersenen om functies van beschadigde gebieden over te laten nemen door andere zones.
Black box of language
Er is geen specifieke zone of module waarin taal wordt verwerkt, ons brein
werkt op een zeer soepele manier.
Continuïteitshypothese (Michael Tomasello)
Onze evolutie is een gradueel, continu veranderingsproces en het is daarom niet ondenkbaar dat de fysieke, genetische randvoorwaarden voor het ontstaan van taal ook terug te vinden zijn bij verwante soorten.
Disruptiehypothese
Taal is plots ontstaan als een revolutionair iets dat een radicaal nieuwe soort heeft gecreëerd
Poverty of stimulus
Het argument van Chomsky dat de talige input voor kinderen te arm is om de complexe taalregels volledig te kunnen verklaren.
Taal als restproduct
Taal gezien als restproduct v groter evolutionair voordeel (communicatie)
Homo erectus
Zo’n 1,5 miljoen jaar geleden is deze soort systematisch rechtop gaan
lopen —> korter darmsysteem —> meer energie naar hersenen
Charles Hockett: design features, gelinkt aan continuïteitshypothese (vanaf 10 geen connectie meer met dierlijke communicatie, maar over ons menselijke taal; vanaf 13 over ons cognitieve vermogen

Vormevolutie
6 miljoen jaar geleden splitsten voorlopers van de mens zich af, homo
sapiens = +-200.000 jaar oud
Kwantitatieve vormelijke verschillen
Meer of minder: zichtbaar of niet-zichtbaar
+ mens = over hele planeet
—> belangrijkste ontwikkeling :grotere schedel
Kwalitatieve vormelijke verschillen
Beter of slechter: vb. klankproductie, ademcapaciteit, klimvermogen
+ mens heeft hele planeet gedomineerd
Michael Tomasello: culturele transmissie
Ontwikkeling van de mens niet te zoeken in fysieke aspecten, maar in mentale (en culturele) kracht van homo sapiens Ontwikkeling is gradueel en wint aan complexiteit, doorloopt een aantal stadia en wordt beïnvloed door culturele overdracht
Dan Everett
“language is the most flexible and most powerful intellectual tool
developed by humans”<->Steven Pinker of Chomsky
Reflexiveness (Hockett)
Het gebruik van taal om over de taal zelf te spreken.
Enfants sauvages
Kinderen die niet opgroeien tussen mensen vb. Victor de l’Aveyron
Blinde evolutie
Feitelijke verandering leveren the best fit op en worden genetisch overgedragen; taal is dus een functie van het complexe menselijke brein
dat ergens een evolutionair voordeel heeft opgeleverd
The best fit
De huidige homo sapiens is toevallig de beste oplossing geworden om te
overleven via natuurlijke selectie en genetica (hulpmiddelen en mobiliteit)
Perspectiefwissel
Van evolutionair perspectief naar taal als taalvermogen waarbij menselijke taal anders functioneert dan dierlijke
—> communicatie is typisch interpretatief en cultuurgebonden (ontvangersperspectief en niet zendersperspectief want je moet het vragen om zeker te zijn wat het is bij interpretatie)
Species-specific
Snelle opkomst van cultureel gedrag is specifiek voor onze soort; “environment overrules genes” <-> dieren, maar dit klopt niet helemaal, draait vooral om populaties,niet zozeer om plaats!
Cultuur volgens Richerson and Boyd
“Culture is information capable of affecting individual’s behavior that they acquire from other members of their species through teaching, imitation, and other forms of social transmission”
Cultuur volgens Baron Raglan
“culture is roughly everything we do, and monkeys don’t”
Cultuur volgens Spencer-Oatey
“Culture is a fuzzy set of assumptions and values (…) that are shared by a group, and that influence (but don’t determine) each member’s behaviour
and interpretations of the meaning of other people’s behaviour”
Informatieverschaffend
Cultuur levert specifieke informatie aan
Informatieverwerkend
Cultuur zorgt voor frames en zienswijzen waarmee de werkelijkheid geïnterpreteerd kan worden
Cultuur volgens Edward Hall
“Communication is culture, culture is communication”
cultuur is informatie in onze hersenen
overlevingsstrategieën moeten gecommuniceerd kunnen worden
via communicatie creëer je dus cultuur !
taal faciliteert cultuur, en cultuur versterkt de noodzaak van taal
mensen vertrouwen op “sociaal of cultureel leren” (Tomasello)
= culturele transmissie van cruciale informatie die de overlevingskansen vaneen specifleke groep versterken: bv. homo sapiens die wel naar Afrika konden trekken. (assumptie)
Taal als vector voor cumulatief cultuur leren
taal faciliteert cultuur, en cultuur versterkt de noodzaak van taal
dieren en mensen leren anders (dieren imiteren en mensen volgen procedures)
= erg specifleke informatie-overdracht waarbij het leerproces zich kenmerkt door een stapsgewijze opbouw (“cumulatief leren”)
cultureel leren / informatie-overdracht is coöperatief (“altruïstische coöperatie”)
we leren van mensen waarmee we niet verwant zijn.
Culturele/sociale transmissie
Cultuur als informatie-overdracht = louter instinctief gedrag
Sociale epistemologie en altruïstische coöperatie
Vermijdt dat iedereen altijd zelf alles moet ontdekken door coöperatief gedrag dat risico’s vermindert; jongere generaties kunnen voortbouwen op eerdere informatie
Cultural tool: taal volgens Dan Everett
instrument om met elkaar in contact te treden; vormt cumulatief leren om tot een complex maar beregeld systeem
—> taal overstijgt het puur communicatieve
Intentioneel altruïstisch gedrag Tomasello
we kunnen de minds van de gesprekspartner lezen, en hem/haar die informatie bezorgen waarvan we denken dat ze die nodig hebben(species-unique)
Enlightened self interest
Coöperatie gebeurt uit eigenbelang
Altruïsme volgens William Hamilton
“het helpen van een soortgenoot op een moment waarop het niet helpen een voordeel zou opleveren aan degene die helpt” + vergroot sociale cohesie + nodig voor sociaal leren!
Leerstrategieën
Belangrijk component binnen cultuuroverdracht: mensen zijn altruïstisch geneigd om te leren en aan te leren; de strategieën verschillen van dieren —> (culturele intelligentie en sociaal procesmatig leren)
Goal-oriented
Horner & Whiten: leren vanuit een functioneel doel vb. chimpansees
Process-oriented
Horner & Whiten: eren vanuit een aangeleerde procedure vb. kinderen, belangrijk om zo getrouw mogelijk info te kopiëren
Cumulatief cultureel leren
Ander aspect dat ons dichter bij taal brengt: procesmatig leren wordt gebruikt om leerprocessen te combineren en op te stapelen (“stacking”) en zo dus cumulatief informatie op te bouwen vb.iglo’s bouwen. Dus bij cumulatief cultureel leren is de overdracht van informatie cruciaal.
Culturele transmissie (Tomasello)
= het doorgeven van informatie binnen specifiek groepen over manieren waarop je je het best aan de omgeving kan aanpassen
bv. Boog moet zekere kromming hebben. Culturele transmissie via taal.
Wat is menselijke cultuur?
…” is een groepskenmerk - een kenmerk over “populaties” die met elkaar interageren en specifieke afspraken maken.
Sociaal leren
Een aangeboren leerstrategie voor homo sapiens die overlevingskansen aanzienlijk versterkt (tot op zekere hoogte ook bij dieren)
Sociale contactname
Talige communicatie is er op gericht om de sociale interactie die aan de basis ligt van cumulatief leren ook in stand te houden
Transmission chain method
Mesoudi, Whiten en Dunbar: sterke sociale bias werkt in op menselijke brein —> veel gemakkelijker om sociale verhalen door te vertellen dan
feitelijke informatie(40% kwam overeen met origineel)
Ratchet-effect
Het principe waarbij taal fungeert als een stop die voorkomt dat opgebouwde culturele kennis verloren gaat. Het laat je toe om op te bouwen en een krik te construeren waarbij je telkens wat meer doet / kan Ook het pal-effect.
= cumulatief: je bouwt verder op wat er al was: taal zet een rem op het verlies van die kennis
Bootstrapping problem
Cumulatief cultureel leren veronderstelt dat mensen ook willen leren, het zit ingebakken in onze natuur. Zij die niet wilden leren hebben het wellicht niet overleefd en kunnen hun genen ook niet doorgeven - survival of the fittest (passen ook beter in sociaal leren)
Culturele identiteit
De manier waarop een groep zin geeft aan het milieu waarin ze zich bevindt, en zich dat milieu eigen maakt, zich op een specifieke manier aanpast,en die aanpassingen doorgeeft aan elkaar (= andere groepsleden)
Code of honor
Nisbett & Cohen: cultuur uit zuiden van VS, belang van persoonlijk respect, historisch gegroeid en doorgegeven door families
Sonya Salamon
Bestudeerde landbouwtechnieken in Illinois: verschillen tussen afstammelingen v Duitse immigranten (veeteelt, minder oppervlakte, conservatief) en inwijkelingen (graan,veel grond,kleinere families)
Interaction engine (Levinson)
De aangeboren menselijke neiging tot sociaal contact. Groot deel van die sociale omgangsvormen zitten in onze taal, zowel aangeboren of gebaseerd op context:
…steunt op gedeelde intentionaliteit
… wordt gevoed door altruïstische coöperatie
… wordt gerealiseerd via gewone menselijke conversaties
Joint attention
is typisch menselijk en is cruciaal voor de ontwikkeling van taal
Veronderstelt afstand kunnen nemen
dynamische en open karakter van (taal en ) cultuur
typisch interactieve karakter van cultuur: het is een proces van zingeving en informatie uitwisselen en updaten over iets waarover je met anderen dezelfde intentionaliteit deelt.
Theory of mind
Begrijpen dat anderen ook bedoelingen,wensen enz. hebben.
= stance sharing / empathie
=> triadische interactie: samen met iemand anders over een derde iemand (of object) nadenken, spreken … cf. video van de baby en de moeder, die interageren met de camera en video opname (zie slide 83)
Joint attention (samenvattend)
Triadische interactie volgens ToM en stance sharing: samen met iemand anders over een derde object nadenken/spreken door het creëren van een joint attentional frame; veronderstelt afstand name, dynamische en open karakter van taal en typische interactieve karakter(=triadische context).
Theory of mind (ToM)
Het vermogen om te begrijpen dat anderen eigen bedoelingen, gedachten en perspectieven hebben.
Stance sharing
Weergeven/meedelen van perspectief vb. u/jij
= “division of labour for a common goal”
taal faciliteert interactie
altruïstische coöperatie is de motor voor menselijke interactie
het zorgt voor een goede spreiding
Monadische interactie
Iemand/iets stuurt een signaal uit, ongeacht of er iemand in de buurt is
omdat signaal op te pikken en te decoderen vb.verkeersborden
Dyadische interactie
Interactie met een ander mens of object
Triadische interactie
2 mensen en een derde partij; noodzakelijk om collaboratief te leren.
Is eigenlijk constant gericht op het evalueren van intenties van de spreker
ten opzichte van “iets” in het gedeelde aandacht frame
Reciprocity of perspectives
Edmond Husserl: zich verplaatsen in iemands perspectief
Symbolisch interactionisme
Shadid: cultuur = sociale actie, sociale werkelijkheid manifesteert zich doorheen de interactie met elkaar; betekenis van handelingen ligt nooit vast, is contextueel en wordt tijdens interactie afgesproken en krijgt dan een betekenis.