1/39
Een uitgebreide set flashcards over biologieonderwerpen waaronder erfelijkheid, menselijke organen, de bloedsomloop, ademhaling, vertering en ecologie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Erfelijkheid
Het proces waarbij je eigenschappen zoals oogkleur, haarkleur en lengte van je ouders krijgt.
Genen
Een stukje DNA dat een eigenschap bepaald; je krijgt één gen van je moeder en één gen van je vader.
Dominant
Een sterke eigenschap die altijd tot uiting komt en wordt geschreven met een hoofdletter.
Recessesief
Een zwakke eigenschap die met een kleine letter wordt geschreven.
Genotype
De combinatie van letters die je hebt voor een eigenschap, bijvoorbeeld BB, Bb of bb.
Orgaan
Een deel van het lichaam met een specifieke functie, zoals het hart, de maag of de longen.
Organenstelsel
Groepen organen die samenwerken om een belangrijke lichaamsfunctie te vervullen.
Verteringstelsel
Een organenstelsel bestaande uit de mond, slokdarm, maag en darmen met als functie het afbreken van eten.
Ademhalinstelsel
Een organenstelsel bestaande uit de neus, luchtpijp en longen met als functie het opnemen van zuurstof.
Bloedvatenstelsel
Bestaat uit het hart, bloed en bloedvaten en heeft als functie transport van stoffen.
Koolydraten
Voedingsstoffen die het lichaam energie geven, te vinden in producten zoals brood, pasta en rijst.
Vetten
Voedingsstoffen die worden opgeslagen als reserve energie, te vinden in boter, kaas en noten.
Eiwitten
Voedingsstoffen die zorgen voor de groei en het herstel van het lichaam, te vinden in eieren, vlees en melk.
Vertering
Het afbreken van voedsel in het lichaam via de route: mond naar slokdarm, naar maag en eindigend in de darmen.
Cellen
Het kleinste levende onderdeel van het organisme waaruit alles is opgebouwd.
Verbranding
Het proces waarbij het lichaam energie maakt met de formule: glucose+zuurstof→energie.
Bloedsomloop
Het rondgaan van het bloed door het lichaam: het hart pompt het bloed rond omdat het lichaam overal bloed nodig heeft.
Slagaders
Bloedvaten die bloed van het hart AF vervoeren.
Aders
Bloedvaten die bloed terug NAAR het hart vervoeren.
Haarvaten
Kleine bloedvaten die stoffen zoals zuurstof en voedingsstoffen afgeven aan de cellen.
Zuurstofrijk bloed
Bloed met veel zuurstof dat afkomstig is van de longen.
Zuurstofarm bloed
Bloed met weinig zuurstof en relatief veel koolstofdioxide dat terugkomt uit het lichaam.
Dubbel bloedsomloop
Het proces waarbij het bloed twee rondjes maakt: 1. Hart→longen→hart en 2. Hart→lichaam→hart.
Gaswisseling
De uitwisseling waarbij we zuurstof (O2) inademen en koolstofdioxide (CO2) uitademen.
Bronchiën
De vertakking van de luchtpijp naar beide longen.
Longblaasjes
Kleine zakjes in de longen waar zuurstof van de longen naar het bloed gaat en koolstofdioxide van het bloed naar de longen.
Diffusie
Het proces waarbij stoffen bewegen van een plek met veel naar een plek met weinig concentratie.
Mechanische vertering
Het kleiner maken van voedsel door beweging, zoals kauwen met de tanden.
Chemische vertering
Het afbreken van voedsel met behulp van enzymen, zoals de stofjes in speeksel.
Peristaltiek
De beweging waarbij spieren in de slokdarm het voedsel vooruit duwen naar de maag.
Resorptie
Het proces in de dunne darm waarbij voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed.
Ecosysteem
Alle levende (biotische) en niet-levende (abiotische) factoren in een bepaald gebied.
Producenten
Organismen die hun eigen voedsel maken met behulp van zonlicht door fotosynthese, zoals planten.
Consumenten
Dieren of mensen die planten of andere organismen eten.
Reducenten
Schimmels en bacteriën die dode resten in de natuur afbreken.
Biotische factoren
De levende delen van een ecosysteem, zoals dieren, planten en bacteriën.
Abiotische factoren
De niet-levende delen van een ecosysteem, zoals zon, water, licht en bodem.
Symbiose
Een situatie waarbij twee organismen elkaar helpen, zoals een bij en een bloem.
Paraciet
Een organisme dat leeft op of in een gastheer en daarvan profiteert, zoals een teek op een hond.
Fotosynthese formule
6CO2+6H2O+licht→C,H12O+6O2