Biologie Review: Erfelijkheid, Organen, Energie en Ecologie

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/39

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Een uitgebreide set flashcards over biologieonderwerpen waaronder erfelijkheid, menselijke organen, de bloedsomloop, ademhaling, vertering en ecologie.

Last updated 2:41 PM on 8/12/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

40 Terms

1
New cards

Erfelijkheid

Het proces waarbij je eigenschappen zoals oogkleur, haarkleur en lengte van je ouders krijgt.

2
New cards

Genen

Een stukje DNA dat een eigenschap bepaald; je krijgt één gen van je moeder en één gen van je vader.

3
New cards

Dominant

Een sterke eigenschap die altijd tot uiting komt en wordt geschreven met een hoofdletter.

4
New cards

Recessesief

Een zwakke eigenschap die met een kleine letter wordt geschreven.

5
New cards

Genotype

De combinatie van letters die je hebt voor een eigenschap, bijvoorbeeld BBBB, BbBb of bbbb.

6
New cards

Orgaan

Een deel van het lichaam met een specifieke functie, zoals het hart, de maag of de longen.

7
New cards

Organenstelsel

Groepen organen die samenwerken om een belangrijke lichaamsfunctie te vervullen.

8
New cards

Verteringstelsel

Een organenstelsel bestaande uit de mond, slokdarm, maag en darmen met als functie het afbreken van eten.

9
New cards

Ademhalinstelsel

Een organenstelsel bestaande uit de neus, luchtpijp en longen met als functie het opnemen van zuurstof.

10
New cards

Bloedvatenstelsel

Bestaat uit het hart, bloed en bloedvaten en heeft als functie transport van stoffen.

11
New cards

Koolydraten

Voedingsstoffen die het lichaam energie geven, te vinden in producten zoals brood, pasta en rijst.

12
New cards

Vetten

Voedingsstoffen die worden opgeslagen als reserve energie, te vinden in boter, kaas en noten.

13
New cards

Eiwitten

Voedingsstoffen die zorgen voor de groei en het herstel van het lichaam, te vinden in eieren, vlees en melk.

14
New cards

Vertering

Het afbreken van voedsel in het lichaam via de route: mond naar slokdarm, naar maag en eindigend in de darmen.

15
New cards

Cellen

Het kleinste levende onderdeel van het organisme waaruit alles is opgebouwd.

16
New cards

Verbranding

Het proces waarbij het lichaam energie maakt met de formule: glucose+zuurstofenergie\text{glucose} + \text{zuurstof} \rightarrow \text{energie}.

17
New cards

Bloedsomloop

Het rondgaan van het bloed door het lichaam: het hart pompt het bloed rond omdat het lichaam overal bloed nodig heeft.

18
New cards

Slagaders

Bloedvaten die bloed van het hart AF vervoeren.

19
New cards

Aders

Bloedvaten die bloed terug NAAR het hart vervoeren.

20
New cards

Haarvaten

Kleine bloedvaten die stoffen zoals zuurstof en voedingsstoffen afgeven aan de cellen.

21
New cards

Zuurstofrijk bloed

Bloed met veel zuurstof dat afkomstig is van de longen.

22
New cards

Zuurstofarm bloed

Bloed met weinig zuurstof en relatief veel koolstofdioxide dat terugkomt uit het lichaam.

23
New cards

Dubbel bloedsomloop

Het proces waarbij het bloed twee rondjes maakt: 1. HartlongenhartHart \rightarrow longen \rightarrow hart en 2. HartlichaamhartHart \rightarrow lichaam \rightarrow hart.

24
New cards

Gaswisseling

De uitwisseling waarbij we zuurstof (O2O_2) inademen en koolstofdioxide (CO2CO_2) uitademen.

25
New cards

Bronchiën

De vertakking van de luchtpijp naar beide longen.

26
New cards

Longblaasjes

Kleine zakjes in de longen waar zuurstof van de longen naar het bloed gaat en koolstofdioxide van het bloed naar de longen.

27
New cards

Diffusie

Het proces waarbij stoffen bewegen van een plek met veel naar een plek met weinig concentratie.

28
New cards

Mechanische vertering

Het kleiner maken van voedsel door beweging, zoals kauwen met de tanden.

29
New cards

Chemische vertering

Het afbreken van voedsel met behulp van enzymen, zoals de stofjes in speeksel.

30
New cards

Peristaltiek

De beweging waarbij spieren in de slokdarm het voedsel vooruit duwen naar de maag.

31
New cards

Resorptie

Het proces in de dunne darm waarbij voedingsstoffen worden opgenomen in het bloed.

32
New cards

Ecosysteem

Alle levende (biotische) en niet-levende (abiotische) factoren in een bepaald gebied.

33
New cards

Producenten

Organismen die hun eigen voedsel maken met behulp van zonlicht door fotosynthese, zoals planten.

34
New cards

Consumenten

Dieren of mensen die planten of andere organismen eten.

35
New cards

Reducenten

Schimmels en bacteriën die dode resten in de natuur afbreken.

36
New cards

Biotische factoren

De levende delen van een ecosysteem, zoals dieren, planten en bacteriën.

37
New cards

Abiotische factoren

De niet-levende delen van een ecosysteem, zoals zon, water, licht en bodem.

38
New cards

Symbiose

Een situatie waarbij twee organismen elkaar helpen, zoals een bij en een bloem.

39
New cards

Paraciet

Een organisme dat leeft op of in een gastheer en daarvan profiteert, zoals een teek op een hond.

40
New cards

Fotosynthese formule

6CO2+6H2O+lichtC,H12O+6O26 CO_2 + 6 H_2O + \text{licht} \rightarrow C,H_{12}O + 6 O_2