Sociologie en Recht voor Verpleegkundigen

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/53

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards behandelen de belangrijkste sociologische begrippen, demografische processen, juridische kaders en cultuursensitieve zorgmodellen relevant voor de verpleegkundige praktijk.

Last updated 12:21 PM on 8/20/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

54 Terms

1
New cards

Sociologie

De wetenschap die de interactie en het gedrag tussen mensen en sociale eenheden bestudeert door middel van contextuele factoren en interactievormen.

2
New cards

Medische sociologie

De wetenschappelijke studie van sociale aspecten van ziekte, gezondheid en gezondheidszorg, en hoe deze door de samenleving worden beïnvloed.

3
New cards

Demografie

De studie van bevolkingsvraagstukken met betrekking tot omvang, structuur en samenstelling, inclusief oorzaken zoals geboorte en migratie.

4
New cards

Demografische basisformule

Populatie 2026=populatie 2025+geboorte 2025sterfte 2025±migratie 2025\text{Populatie } 2026 = \text{populatie } 2025 + \text{geboorte } 2025 - \text{sterfte } 2025 \pm \text{migratie } 2025

5
New cards

Nataliteit

Een demografisch basisproces waarbij de bevolking stijgt omdat het aantal geboortes groter is dan het aantal sterfgevallen.

6
New cards

Mortaliteit

Een demografisch basisproces waarbij de bevolking daalt omdat het aantal sterfgevallen groter is dan het aantal geboortes.

7
New cards

Standaardiseren

Het vergelijkbaar maken van gegevens binnen wetenschappelijk onderzoek.

8
New cards

Medicalisering

Het proces waarbij het menselijk bestaan steeds meer wordt geplaatst in het perspectief van gezond en ziek, waardoor het onder de bevoegdheid van de medische professie komt.

9
New cards

Proto-professionalisering

Een gevolg van medicalisering waarbij de gewone leek zich steeds vaker uitdrukt in professionele medische terminologie.

10
New cards

Socialisatie

Het proces van cultuuroverdracht waarin mensen tot lid van de maatschappij en hun specifiek milieu worden gemaakt.

11
New cards

Conformisme

Een vorm van aanpassing aan regels en normen van een groep, uitsluitend om straffen te vermijden.

12
New cards

Identificatie

Ook wel verinnerlijking genoemd; het proces waarbij iemand de normen van de samenleving echt overneemt.

13
New cards

Individuatie

Het proces van persoonlijke identiteitsvorming door aansluiting bij peergroups en (on)bewuste afzetting tegen de samenleving.

14
New cards

Primaire socialisatie

Levensnoodzakelijke socialisatie die meestal plaatsvindt tijdens de kinderjaren binnen het gezin via het play-stadium en game-stadium.

15
New cards

Secundaire socialisatie

Het aanleren van specifieke sociale posities en rollen, zoals de voorbereiding op de arbeidsmarkt of een stage.

16
New cards

Tertiaire socialisatie

Socialisatie door beïnvloeding van massamedia waarbij geen directe interactie plaatsvindt.

17
New cards

Anticiperende socialisatie

Het proces waarbij een individu zich spiegelt aan een hogere sociale klasse en de normen en waarden van die groep aanneemt.

18
New cards

Acculturatie

Cultuuroverdracht van groep naar groep waarbij cultuurkenmerken van een vreemde cultuur worden aangeleerd.

19
New cards

Enculturatie

Cultuuroverdracht van groep naar individu waarbij cultuurkenmerken worden aangeleerd in de samenleving waarin men geboren is.

20
New cards

Primaire groep

Een sociale groepering waarbij het gevoelsmatige centraal staat, er geen duidelijk doel is en deelname gebeurt door de totale persoonlijkheid (bv. gezin).

21
New cards

Secundaire groep

Een groepering met een duidelijk doel waarbij deelname slechts een deel van de persoonlijkheid betreft (bv. een sportclub).

22
New cards

Collectiviteit

Een grote secundaire groep waarbij de directe interactie tussen alle leden wegvalt (bv. een politieke partij).

23
New cards

Sociale categorie

Grote groeperingen op basis van één gemeenschappelijk kenmerk zonder duidelijk lidmaatschap (bv. treinreizigers).

24
New cards

Professionalisering

Het streven naar een hogere status van een beroep via autonomie, eigen classificatiesystemen en een ethische beroepscode.

25
New cards

Cultural lag

Een botsing of sociaal probleem dat ontstaat doordat de materiële component van cultuur sneller evolueert dan de normatieve component.

26
New cards

Endogene factoren

Culturele veranderingen die binnen de samenleving zelf ontstaan, zoals technologische innovaties of demografische verschuivingen.

27
New cards

Exogene factoren

Invloeden van buiten de samenleving die cultuur veranderen, zoals migratie of globalisering.

28
New cards

Etnocentrisme

Het beoordelen van andere culturen met de eigen cultuur als superieure maatstaf.

29
New cards

Cultureel relativisme

Het beoordelen van culturen vanuit hun eigen waarden en normen in plaats van vanuit de eigen cultuur; begrijpen staat centraal.

30
New cards

Cultureel pluralisme

Een samenlevingsvorm waarbij meerdere culturen naast elkaar bestaan en gelijkwaardig worden erkend.

31
New cards

Verzuim delict

Het juridisch strafbaar stellen van passief handelen (intentioneel niks doen) in een noodsituatie waar actie vereist was.

32
New cards

Rechtsbekwaamheid

De combinatie van rechtsbevoegdheid (het hebben van rechten vanaf de geboorte) en handelingsbekwaamheid (het uitoefenen van rechten vanaf 1818 jaar).

33
New cards

Sociale stratificatie

Een vorm van maatschappelijke ongelijkheid waarbij het groepsproces centraal staat.

34
New cards

Horizontale mobiliteit

Een verandering van positie waarbij de sociaal-economische status gelijk blijft (bv. een overstap tussen functies op hetzelfde bachelorniveau).

35
New cards

Verticale mobiliteit

Het stijgen of dalen op de sociale ladder, bijvoorbeeld door promotie.

36
New cards

Mattheüs effect

Het sociologische verschijnsel waarbij de rijken rijker worden en de armen armer; wie al voordeel heeft, krijgt er meer bij.

37
New cards

Gezinsindividualisering

De tendens waarbij gezinnen steeds onafhankelijker worden ten opzichte van elkaar en de maatschappij.

38
New cards

Gezinsverdunning

Het proces waarbij gezinnen gemiddeld steeds kleiner worden.

39
New cards

Verzorgingsstaat

Een staat die sociale bescherming organiseert via uitkeringen voor werkloosheid, pensioen, ziekte en kinderbijslag.

40
New cards

Armoederisicodrempel

In België vastgesteld op 60%60\% van het mediaan inkomen; voor een alleenstaande in 2024 is dit 18.268 euro\text{18.268 euro} per jaar.

41
New cards

Gini-coëfficiënt

Een statistische maatstaf voor inkomensongelijkheid, waarbij 0%0\% staat voor volledige gelijkheid en 100%100\% voor volledige ongelijkheid.

42
New cards

Kansarmoede

Generatiearmoede waarbij kansen worden ontnomen op basis van inkomen, opleiding van ouders, huisvesting en gezondheid.

43
New cards

Hof van Cassatie

De hoogste rechtbank die vonnissen vernietigt als de procedure onjuist was; het onderzoekt de zaak in rechte, niet in feite.

44
New cards

RSZ

Rijksdienst voor Sociale Zekerheid; de overkoepelende instelling voor het werknemersstelsel in België.

45
New cards

RSVZ

Rijksinstituut voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen; beheert sectoren zoals pensioen en gezinsbijslag voor zelfstandigen.

46
New cards

Vergrijzing

Het demografische proces waarbij de gemiddelde leeftijd van de bevolking toeneemt; in België is dit gemiddeld 42 jaar42\text{ jaar}.

47
New cards

VPL

Verloren Potentiële Levensjaren; een sterftemaat die uitgaat van een productieve deelname aan de maatschappij tot het 74ste74\text{ste} levensjaar.

48
New cards

Interne attributie

Het toeschrijven van gebeurtenissen of resultaten aan factoren binnen jezelf, zoals hard werken of talent.

49
New cards

Externe attributie

Het toeschrijven van succes of falen aan omgevingsfactoren buiten jezelf, zoals de moeilijkheidsgraad van een toets.

50
New cards

Sunrise model

Een model van Leininger dat helpt begrijpen hoe technologische, religieuze en sociale factoren de cultuursensitieve zorg beïnvloeden.

51
New cards

Folksysteem

Het culturele systeem van de patiënt in het Sunrise model, gebaseerd op tradities, geloof en familie.

52
New cards

Professioneel systeem

Het formele gezondheidszorgsysteem in het Sunrise model, gebaseerd op medische kennis en ziekenhuisregels.

53
New cards

Cultureel zorgbehoud

Een manier van zorgverlening waarbij de verpleegkundige de culturele gewoonten van de patiënt, zoals bidden, ondersteunt.

54
New cards

Out reach hulpverlening

Een actieve vorm van hulpverlening waarbij de zorgverlener zelf problemen opzoekt in plaats van te wachten tot de patiënt deze vertelt.