1/25
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai | Chat |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
inhoud
1 — celkern
2 — chromatine
3 — nucleolus
4 — DNA-schade
1 — CELKERN
kern / cel ratio
meestal 1 kern per cel, behalve;
RBC; geen kern
reuscellen, skelet- en hartspiercellen, osteoclasten, tumoren …
cellen smelten samen → meerdere kernen in 1 grote cel
opbouw
kernmembraan (~kernenvelop)
3000 à 4000 poriën / kern
perinucleaire ruimte
lamina nuclearis (lamine)
instulpingen = nucleoplasmatisch reticulum
kerninhoud = nucleoplasma met daarin;
chromatine
nucleolus
water, ionen, eiwitten, nucleïnezuren, soms vetdruppels
functies (3)
commandocentrum
behuizing DNA
assemblagecentrum van ribosomale subunits
2 — CHROMATINE
opbouw
nucleosoom
chromosoom fibrillen = DNA-draden
histonen (spoeleiwitten)
“beads on a string”
nucleosomen verbonden via linker-DNA
chromatinedraad
nucleosomen opgevouwen tot dikkere draad
niet-histone kerneiwitten

types (2)
heterochromatine
donker
minder actief
constitutief = continu/altijd inactief
facultatief = aangestuurd/geregeld
euchromatine
licht
actief; toegankelijk voor transcriptie
(de)condensatie
condensatie
mitose; chromosmen
deling in twee dochtercellen
decondensatie
interfase; chromatine
transcriptie + eiwitsynthese
wordt enzymatisch gestuurd

(de)condensatie — enzymen
acetyleren
enzym = histone acetyl transferase (HAT)
DNA komt vrij te liggen
de-acetyleren
enzym = histone deacetylase (HDAC)
DNA wordt compacter
kerneiwitten — types (7)
RNA/DNA polymerase; transcriptie DNA
transcriptiefactoren
eiwitten betrokken bij splicing van het mRNA
eiwitten die junk-mRNA afbreken
telomerase apparatuur
structuureiwitten v/d kern
eiwitten voor ribosomale subunits
chromosomale organisatie
small scale
DNA → chromatine
intermediate scale
TADs
large scale
3 — NUCLEOLUS
nucleolus
= kernlichaampje
normaal één per cel
functies;
aanmaak rRNA
synthese ribosomale subunits
4 — DNA-SCHADE
DNA
DNA (5’ → 3’)
UTR = untranslated region
intron; codeert niet voor eiwit
uniek voor eukaryoten
spliceosoom knipt deze eruit
exon; codeert voor eiwit
DNA-schade — oorzaken
endogene/accidentele oorzaak;
oxidatie
hydrolyse
synthesefouten
exogene oorzaak;
UV-stralen
ioniserende stralen
chemicaliën
DNA-schade — types
zeer divers;
één base fout/verdwenen
enkele basen fout/verdwenen
stuk chromosoom fout/verdwenen
single/double strand break
mutaties
…
DNA-herstel — types (2)
herstel fouten tijdens DNA-replicatie;
proofreading
DNA-mismatch repair system
herstel fouten na DNA-replicatie;
onmiddellijk chemisch herstel
single strand repair
double strand repair
proofreading
DNA-polymerase “voelt” tijdens replicatie of streng juiste breedte heeft
fout; invoeging verkeerd nucleotide
opl; correctie door DNA-polymerase

DNA-mismatch repair system
fouten die overgebleven zijn na proofreading worden herkend door “detector eiwit”
endonuclease verwijdert foute base
exonuclease verwijdert baseregio
herstel door DNA-polymerase/ligase

onmiddellijk chemisch herstel
= direct reversal mechanism
vb. tenietdoen accidentele methylatie guanine

single strand repair — BER
= base excision repair

single strand repair — NER
= nucleotide excision repair

double strand repair — niet-homoloog
NHEJ = non-homologous end joining
“snel-plak” mechanisme adhv DNA-ligase
+ snel
- kans op verlies bp, en dus ook loss of function

double strand repair — homoloog
HR = homologous recombination
+ veel accurater
+ behoud functionaliteit
