2. CM - Perceptie, positionering en professionalisering

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
Locked
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/30

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:21 PM on 6/26/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai
Chat

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

31 Terms

1
New cards

Organisatie

Een doelgericht samenwerkingsverband van mensen – gemeenschappelijk doel

≠ bedrijf: hierbij focus op winst

2
New cards

Departmental arrangement

Het onderbrengen van functies en activiteiten in afdelingen

3
New cards

Lijnafdeling

Verticale structuur deelt activiteiten op in kleinere taken

Hiërarchisch

4
New cards

Stafafdeling

Horizontale structuur zorgt vr afstemming en integratie van verspreide en afzonderlijke activiteiten

  • / Communicatie zit vaan apart in een andere structuur

Niet hiërarchisch

5
New cards

Glass ceiling

Onzichtbare mechanismen die verhinderen dat vrouwen opklimmen op de organisatorische ladder.

Vooroordelen, kans op zwangerschap, internaliseren van stereotypes, mannen durven sneller promotie vragen

6
New cards

Encroachment

Topposities in communicatiemanagement toekennen aan individuen zonder opleiding of ervaring

  • Gezag: ‘verkeerde’ persoon heeft leiding over PR

    • Structureel: PR valt onder andere afdeling

  • Functioneel:andereafdelingenvervullenPR-taken

7
New cards

4 modellen van public relations

Grunig

Press agentry /publicity

  • eenrichtingsverkeer

  • Doel: overtuigen/manipuleren

  • Nauwkeurigheid onbelangrijk

  • Doel heiligt de middelen

 

Public information:

  • Eenrichtingsverkeer

  • Doel: puur mensen informeren zonder feedback

  • Wel correcte/accurate informatie

  • Voorbeelden: overheden, non-profit

Two-way asymmetrical:

  • Tweezijdig, maar onevenwichting

  • Doel: overtuigen in voordeel van organisatie

  • Wetenschappelijke beïnvloeding

  • Interesse id mening van publiek om product beter te maken maar gn echte conversatie (enquête)

  • Wat wij vinden staat nog altijd voorop, amar we gaan wel luisteren

 

Two-way symmetrical:

  • Tweezijdig + evenwichtig

  • Doel: wederzijds voordeel (win-win)

  • Dialoog en onderhandeling

  • Meest ethische model

  • Comm op voet van gelijkheid, brugfunctie tss stakeholders & organisatie

→ Beste

8
New cards

Contingency theory (Cancel et al.)

Advocacy: volledig aan de kant staan van de organisatie, zij hebben altijd gelijk en je gaat hier altijd voor vechten

Accomodation: altijd proberen te gemoed te komen aan de stakeholders, hun tevreden stellen

Afhankelijk van bepaalde stakeholders ga je op een andere plaats op het continuüm zitten

9
New cards

Speltheorie

Stakeholders zijn in een soort spel betrokken, afhankelijk van de aard vh spel gaan de stakeholders anders met elkaar om

10
New cards

Asymmetrische communicatie

Conflict wordt in de hand gewerkt door spel verlengend gedrag

In spelcontext: de tegenspeler verhinderen een bepaalde zet te maken, zodat het spel langer duurt en je meer kans krijgt om te winnen

  • Andere persoon zal je willen terugpakken met dezelfde reden

  • Ontstaan van een conflict

11
New cards

Symmetrische communicatie

Conflict wordt vermeden door onderhandeling, speloplossend gedrag

In spelcontext: elkaar niet verder in moeilijkheden brengen, maar samen gaan voor het gemeenschappelijk doel

  • Als er tegenbelangen/visies zijn, wordt hierover gecommuniceerd en worden deze uitgeklaard

  • Tegenwerken → conflict → iedereen verliest

12
New cards

Mixed-motive model

Vanuit de speltheorie werd uiteindelijk het ‘Mixed-motive model’ gecreëerd

  1. Pure asymmetry model: de stakeholders worden overtuigd om in de richting van de organisatie op te schuiven

    • De organisatie wint, de stakeholders verliezen

 

  1. Pure cooperation model: de organisatie doet toegevingen aan het publiek

    • De stakeholders winnen, de organisatie verliest

 

  1. Two-way model: zowel de organisatie als de stakeholders doen toegevingen, om het beste resultaat voor beiden te bereiken

    • Samen in een win-win situatie komen

    • Rol communicatiemanager is hier om via symmetrische communicatie de onderhandelingen efficiënt te laten verlopen

13
New cards
Greenwashing
Een marketingtruc waarbij bedrijven zich groener of maatschappelijk verantwoorder voordoen dan ze in werkelijkheid zijn. Ze gebruiken misleidende claims om consumenten te laten geloven dat ze bijdragen aan een beter milieu, terwijl hun werkelijke impact op het klimaat vaak schadelijk is.
14
New cards
ISO 260000
internationale richtlijn voor Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Het helpt organisaties en bedrijven om hun processen in te richten met respect voor de maatschappij en het milieu, en is ontworpen als vrijwillig hulpmiddel in plaats van een certificeerbare norm.
15
New cards
Globalisering
Verplaatsen van productie naar lageloonlanden, uitputting van niet-hernieuwbare brandstoffen, fossiele brandstoffen,…
16
New cards
Halo-effect
Psychologisch verschijnsel waarbij één positieve eigenschap van een persoon, organisatie of merk een algemeen positief beeld creëert. Met andere woorden: als iets op één vlak goed scoort, gaan mensen automatisch aannemen dat de rest ook goed is.
17
New cards
Sustainable development

Ontwikkeling die voorziet in de behoeften van het heden, zonder het vermogen van toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen4

→ Definitie van Brundtland-rapport van VN: Our Common Future (1987)

18
New cards

4 segmenten van CSR voor een organisatie (Carroll, 2016)

  1. Economische verantwoordelijkheden: bedrijven moeten winstgevend zijn en hun winst dus maximaliseren

  2. Juridische verantwoordelijkheden bedrijven moeten beantwoorden aan allerlei wetten en regelgeving

  3. Ethische verantwoordelijkheden: het bedrijf handelt met respect voor de maatschappelijke waarden en bezorgdheden

  4. Finantropische verantwoordelijkheden: goed doen voor de wereld en steun bijdragen aan het welzijn van de menen

19
New cards

3 pijlers (Elkington)

1.       Sociale rechtvaardigheid → PEOPLE

9  Goed doen voor alle mensen die betrokken zijn bij u als organisatie

 

2.       Economische belangenPROFIT

9  Je moet wel degelijk uw doelen bereiken en focussen op winst

 

3.       Ecologische belangenPLANET

9  Alles wat met milieu en ecologie te maken heeft

20
New cards

Weak sustainability

Cost-benefit; nadruk op profit, maar er is aandacht voor benefit ecologische uitdagingen

21
New cards

Criteria voor Corporate Sustainability (CS) (Dyllick & Hockerts, 2002

Strong sustainability

22
New cards
23
New cards
Eco-efficiency
Niet extreem veel moeite doen, komt de organisatie zelf goed uit - meer waarde creëren (producten/diensten) met minder grondstoffen, energie en milieu-impact
24
New cards
Socio-sufficiency
Ervoor zorgen dat de medewerkers het goed hebben, rekening houden met de normen en wetgeving
25
New cards
Sufficiency
Eigen consumenten bewuster maken van hoe hun consumptiepatroon een invloed heeft op het ecosysteem
26
New cards
Strong sustainability
Sustainability tot in de kern van de organisatie doordringen, heel de organisatie is hierop gebaseerd
27
New cards
Eco-effectiveness

Een bedrijfsstrategie die gericht is op het creëren van meer waarde (producten/diensten) met minder grondstoffen, energie en milieu impact → zorgen dat wat je maakt niet aan kwaliteitsverlies lijdt

28
New cards
Socio-effectiveness
Niemand in het hele productieproces ondervindt nadelen, allemaal mogelijkheden aanbieden om job zo aangenaam mogelijk te maken
29
New cards
Ecological equity
Duurzaamheid zoals de definitie het zegt, op lange termijn denken, ervoor zorgen dat wat wij doen 0 impact heeft op de volgende generaties
30
New cards
Eco efficacy
Relatie tussen de organisatie (economische) , ecosystemen (groene) en de samenleving (het sociale)
31
New cards

Environmental advertising

Reclame-uitingen waarin milieuthema’s centraal staan of waarin producten, diensten of het bedrijf zelf als milieuvriendelijk worden voorgesteld.

  • Substantive claims: puur inhoudelijke claims

    • Product-orientation claims: zeggen dat bepaalde kenmerken van het product milieuvriendelijk is & dit benadrukken

    • Process-orientation claims: het productie proces is milieuvriendelijk, niet zo zeer de product kenmerken

  • Associative claims: feiten benadrukken

    • Environmental facts: bepaalde feiten over het milieu

    • Image-orientation claims: milieubewust imago creëren door bepaalde feiten te linken aan het imago zo dat mensen die aan je merk denken denken dat je ook milieubewust bent

    • green design attributes: kleuren, beelden en sleutelwoorden, het uiterlijk van je merk/ product zo maken dat mensen dit associëren met iets milieuvriendelijks